Vertelmens

Hoe ver moet je gaan in het inwilligen van de wensen van een stervende? Vannacht leek het alsof wij ons leven samenvatten. Mijn vader vroeg, vroeg en bleef vragen. En ik moest weer evenwicht vinden en grenzen trekken.

Nee, ik kon hem niet uit zijn bed nemen.

Ja, ik kon zingen, vertellen, hem gelwater te drinken geven, aan zijn benen trekken en bij de verpleegsters om pijnstillers en kalmeermiddelen bedelen.

Nee, ik kon hem niet helpen om te sterven. Ik kon alleen beloven dat ik er morgenvroeg met de dokter over zou praten. Meer kan ik niet doen, er is niet eens een stekker om uit te trekken.

Het lijkt soms alsof er niets veranderd is. Om niet ontmoedigd te geraken, moet ik mij dwingen om goed te kijken. Angst en frustratie hebben plaats gemaakt voor acceptatie en compassie. In een mensenleven zijn dat grote veranderingen.

***

Moet je dat nu echt op de muren gaan schilderen? vraagt de kwelduivel op mijn schouder. Ik schud hem van me af.

Ik ben een vertelmens. Ik moet vertellen om zelf beter te kunnen zien en begrijpen wat er gebeurt. En ik vind het fijn om gelezen te worden. Jullie lieve reacties doen goed.

Nachtzuster

Sommige dingen wennen snel. Ik, die me tot in de puntjes organiseerde om toch maar zo weinig mogelijk van de berg te moeten komen, pendel nu elke dag naar Perpignan. Ik bekijk het een beetje als tijdelijk werk. Straks, rond halfacht vertrek ik weer, zoals zoveel mensen doen.

De nachtzuster is hier, grap ik tegen mijn dagzusters. Ze vertellen wat er de laatste uurtjes zoal is gebeurd en dan neem ik de dienst over.

Mijn werk is gevarieerd en stelt me voortdurend voor nieuwe uitdagingen. Zo vroeg mijn vader gisteravond naar muziek. Op mijn laptop stond niks bruikbaars en een toegang tot het internet is er niet. Zal ik wat zingen? vroeg ik. Hij knikte heftig. Ik begon met Wien, Wien nur du allein, maar ik herinnerde me alleen de eerste twee regels. Ik probeerde nog wat Duitse liedjes: Adieu mein kleiner Gardeoffizier en Die ganze Welt ist himmelblau … Maar hij schudde zijn hoofd, het was niet goed.

Ik pijnigde mijn hersenen, er moesten toch nog liedjes zijn? Het enige wat ik nog vond was Slaap Kindje Slaap. Ik zette het voorzichtig in. Hij knikte en begon mee te zingen. Ik hield het zuurstofmasker als een micro voor zijn mond. …Oetjes, oetjes blies hij in mijn hand. Nog, nog, zei hij. Het zingen werkte allesbehalve slaapverwekkend. Na negenendertig keer, zei ik dat ik moe was en dat ik ging slapen. Slaapwel, slaapwel, hij bleef het rekken. Toen ik al op het veldbed lag, herhaalde hij het nog zes keer, steeds stiller. Na middernacht viel hij eindelijk in slaap. En toen kwamen de echte nachtzusters in de kamer. Gelukkig begrepen ze het en lieten ze ons gerust.

Schetsen

Er zijn foto’s die ik niet kan maken, al zou ik dat soms graag willen. Mijn moeder op de rand van mijn vaders bed. Zijn getuite lippen die naar haar kus reiken. Hun gevlekte handen op de witte lakens.

Er zijn geluiden die ik niet kan opnemen. De namen die hij prevelt, de woorden die hij in onze oren blaast, het borrelen van zuurstof door water.

Het zijn dingen die niet vastgelegd mogen worden, omdat ze in het moment moeten blijven. Zodat ze langzaam kunnen vervagen en plaats maken voor het leven daarna.

Met een paar woorden maak ik vage schetsen, om toch niet te snel te vergeten.

Onderweg

Mijn anders zo stroeve buurman, vroeg gisteren wat er aan de hand was en wenste mij veel sterkte. Zijn vrouw laat ’s morgens Sapphir buiten en houdt een oogje op het huis.

Als ik van de berg rijd, zwaait Céline. Het is prettig om te weten dat ik er stilaan begin bij te horen. Dat ik “van het dorp” ben. Nog niet voor iedereen, maar dat komt nog wel.

De deur van mijn huisje staat overdag gewoon open. Blijkbaar komt er al eens ongewenst bezoek. De woonkamer lag eergisteren vol witte en zwarte pluizen. Sapphir heeft met glans het fort verdedigd tegen de witzwarte kat die ik al eens achter het muurtje zag, want zelf heeft ze nog al haar blauwgrijze haar. Ze miauwt klaaglijk als ik aanstalten maak om weer te vertrekken.

Op de trap en het koertje liggen strontjes in verschillende formaten. De vleermuizen komen alleen als ik er niet ben. Waarschijnlijk is er ook een das geweest. Hij groef zich een toegang naar de composthoop. Ik zou al die beestjes wel eens bezig willen zien. Wie weet wat een drukte er is, ‘s nachts rond het huis.

Op dit moment ligt Sandra de slang misschien wel te zonnen op de trap. Er valt een streep zon op het bed van mijn vader. Hij slaapt vandaag kortere stukken. Zijn lichaam verzwakt, maar zijn blik is soms helder. Hij weet dat mijn moeder straks komt. Af en toe prevelt hij haar naam.

Clara en ik halen herinneringen op. Het zijn straffe verhalen, waar we nu kunnen om lachen. Maar toen niet.

Op de slingerende weg naar het dorp, denk ik aan het woord “onderweg”. We zijn zo “onderweg” als maar kan zijn.

Stil

De wereld lijkt stil te staan.

Maar het is enkel het leven van mijn vader dat vertraagt. Plots ging het snel, nu gaat het traag. Zijn naderende dood dwingt ons om van dag tot dag, van uur tot uur te leven.

De eerste nacht bleef ik wakker. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Ik kon niet geloven hoe ik na alle boosheid, zoveel liefde en compassie kon voelen.

De tweede nacht dwong ik mezelf te slapen in het kleine bed dat in de kamer bijgezet werd en dat ik zo dicht mogelijk naast hem schoof. Ik sliep in compacte stroken, diep en zwaar dromend.

Vannacht sliep ik wat lichter. Gedurende een uurtje was het moeilijk. Hij vroeg om hulp en wou “eruit”. Wat voor hulp? En waar uit? Het was moeilijk om te weten te komen. Gelukkig wisten de verpleegsters hoe ze hem comfort konden geven.

En nu slaapt hij weer en hoop ik dat hij blijft slapen en pijnloos uit zijn leven glijdt.

Een keer per dag rijd ik naar de berg. De heen- en terugritten duren langer dan anders, maar het loont de moeite. Het gras is er groen, de lucht fris. Sapphir is blij om me te zien en mijn zaailingen tonen trots een paar millimeter groei. Gedurende die uurtjes op de berg verzamel ik genoeg energie voor de lange uren daarna.

Vandaag wordt weer een dag die niet te sturen valt.

Sapphir

Sinds een paar dagen heb ik een huisgenoot. Een beetje tegen mijn zin heb ik de stokoude kat van mijn ouders geadopteerd. Ze woonde nog altijd in het huis in Fourques en het was niet om aan te zien hoe het beest treurde en smachtte naar gezelschap. Tot nu gaat het goed. Sapphir blijft graag binnen en doet niet moeilijk. Een paar keer per dag moedig ik haar aan om de omgeving te verkennen en dat doet ze heel voorzichtig …

DSCN3180 DSCN3182

Viooltjes

Een paar dagen geleden heb ik het maartse viooltje ontdekt. Een beetje typisch voor mij -vrees ik- om de dingen altijd bijna te laat te ontdekken. De hele maand maart en zelfs al in februari stonden ze naar mij te lonken. In mijn ijver om morieljes te vinden, ging ik aan dit kleine wondertje voorbij. Toegegeven, het plukken is een karwei. Maar vanmorgen heb ik weer eens mist en regen getrotseerd en ben ik in regenpak in een wei gaan plukken. Een uurtje houd ik dat vol. En de gedachte dat ik op die manier wel eens “stoemelings” op een morielje zou kunnen stoten, helpt daarbij. Het resultaat is een bord vol prachtige kleur, en een snoepjesgeur waar je vrolijk van wordt. Van die bloemetjes maak ik straks confituur. En die morielje, die vind ik nog wel.

DSCN3174

Voorjaarspronkridder

Er zijn van die dagen dat alles tegenzit en er zijn van die dagen dat je het ene cadeau na het andere krijgt. Het goede nieuws van de burgemeester gaf me zoveel energie dat ik mijn regenjas aantrok, mist en regen trotseerde en naar het “einde van de wereld” wandelde. Dat is de plaats waar de weg die door het dorp gaat, uiteindelijk doodloopt. Er is een hek, waarachter het “parc à moutons” begint. Voor dat hek is een groot grasveld en daar vond ik een enorme heksenkring. Mijn paddenstoelenstudie tijdens de afgelopen lange winteravonden begint vruchten af te werpen. Ik vermoedde dat het een voorjaarspronkridderzwam was en nam er eentje mee. Boeken en internet geraadpleegd, en ja, het leek er toch wel op. Spannend, want de Tricholome De Saint Georges schijnt een bijzonder lekkere paddenstoel te zijn.

Voor alle zekerheid zou ik het toch maar aan mevrouw C gaan vragen, de paddenstoelenautoriteit in het dorp. Ze kende de soort niet, maar ze ging meteen kijken in haar boeken en ook op het internet. Ze denkt dat ik het bij het rechte eind heb, maar ook zij is niet 100% zeker. Best uitsluitsel gaan vragen in de apotheek, zei ze. En dat ga ik ook doen. Eerst een paar jongere exemplaren gaan halen.

Onderweg naar de familie C, kwam ik een andere dorpsgenoot tegen. Een jongeman, die samen met zijn vrienden ook nog maar een half jaar in het dorp woont. Hij vroeg of ik al een tuin had. Want indien niet, mag ik een deel van hun grond gebruiken. We zouden dan samen een groentetuin kunnen opstarten deze lente, zei hij. Eh bien, ça bouge à Glorianes.

Zonnestraaltje

Geen nieuws, goed nieuws, het geldt niet voor mij. Geen nieuws, geen goed nieuws, is het eerder. Daarom is het nog geen slecht nieuws. Het weer is hier, zoals in de rest van Europa, eerder teleurstellend. Minder koud dan in het noorden, maar vooral grijs. Het bos nodigt niet uit. Het werk aan mijn minituintje blijft liggen. Mijn zaailingen komen zelfs binnenshuis maar haperend boven de grond kijken. De spinazie- en veldslascheutjes rekken zich bijna pijnlijk naar het grijze licht dat door de kleine ramen spaarzaam naar binnen komt. De lente kondigt zich aan als een lange oefening in geduld. Drie keer per dag kijk ik naar het weerbericht, er komt weinig schot in.

Maar vandaag kwam er toch een zonnestraaltje, geleverd door niemand minder dan de burgemeester. Hij vertelde me dat mijn afvoerprobleem mee opgenomen wordt in een grotere gemeentelijke studie. Hij heeft zelf een oplossing in gedachten, maar ze zal tijd en diplomatie vragen. Tijd heb ik genoeg. En nu maar hopen dat de diplomatie haar werk doet.

DSCN3131

Dit wordt mijn “potager en carré”, bovenop de beerput, die voorlopig dicht mag blijven. Oef.

Ah non!

Zondagavond hadden we de langverwachte stichtingsvergadering van de nieuwe vereniging in het dorp. Het was best gezellig met een hapje en een drankje achteraf. Dit om alvast de toon te zetten, want er waren heel wat voorstellen voor feestjes, kookwedstrijden, proeverijen enzovoort. Ik had zelf ook een wenslijstje. Mijn eerste voorstel om één keer per maand samen een wandeltocht te maken had het meeste succes. Samen wilde kruiden gaan plukken, was wat minder. Op mijn vraag om samen “à la ceuillette de champignons” gaan, werd hevig gereageerd. Ah non! Geen sprake van! De champignonpluk blijkt een zeer gevoelig onderwerp te zijn. Ieder voor zich en niks voor een ander, is de leuze. En naar men zegt heeft het geen enkele zin om andere plukkers stiekem te volgen, want die misleiden je door omwegen te maken.

Bon, de morilles en girolles zal ik zelf moeten vinden. Op een uitdaging meer of minder komt het nu niet meer aan. Na deze lange, koude winter ben ik al wat gehard.