Intussen in Frankrijk -33

Van het bestuderen van kaarten en grafieken over de toestand in Occitanië (zo heet het departement tegenwoordig) word ik niet vrolijk. De kleuren variëren van oranje, rood, donkerrood tot zwart. Lichtere tinten hebben ze niet. 

Vorige week kwam de factrice een pakje brengen en raadde ze mij aan om ook in het dorp een masker te dragen. We zijn maar met vijftien dorpelingen en we zien elkaar alleen maar van ver. Wellicht had ze van hogerhand instructies gekregen om ons die boodschap over te brengen, want de zondag daarop wandelde ze zelf met een paar wildvreemden door ons dorp, zonder masker. 

Ik begrijp er steeds minder van, ik hoop alleen op dalingen. Dalingen van alle curven, hier en ginder, want ik hoop half mei naar België te kunnen reizen. Dalingen overal, vooral in India. Maar overal, alstublieft. 

Gelukkig kan ik naar buiten. We mogen tot tien kilometer ver van huis gaan wandelen. En dat heeft geleid tot de ontdekking van een paar nieuwe, verrassend mooie paden. De moestuin heeft er nog nooit zo netjes en georganiseerd uitgezien. En brandhout verslepen en stapelen vind ik plezieriger dan ooit.  Er het beste van maken, iets anders zit er niet op.

De herstelbaarheid der dingen

De ochtend na de toespraak van president Macron over de derde lockdown reed ik naar het dal. Heel anders dan met het eerste confinement besloot ik deze keer een voorraad voedsel voor pakweg een maand in te slaan. Mijn favoriete winkels liggen op 22 km afstand en je weet maar nooit hoe streng de controles deze keer zullen zijn. We mogen maar maximum 10 km van huis weg.

Ik kwam terug met een wagen volgeladen met o.a. kattenkorrels, kattenbakzand, 2 dozen injectienaalden en een flesje katteninsuline, 4 kg bloem om brood te bakken, pasta, rijst, tomaten in blik, een zak verse groenten en een voorraad kaas en boter. Het was vrij warm die dag en tegen de tijd dat ik terug thuis was, was de kaas zweterig en de boter zacht. 

Toen ik alle verse dingen in mijn tafelmodel koelkast probeerde te proppen, voelde ik dat er iets niet klopte. Het lichtje brandde, maar er was geen geluid. Pas toen ik het vriesvakje opentrok beseft ik dat ik dikke, dikke pech had. 

Voor alle praktische problemen bestaan oplossingen, heb ik geleerd, maar ik zag het toch even somber in. Waar zou ik een reparateur vinden, eentje die de berg op wil komen, zo vlak voor het paasweekend? En stel dat het toestel onherstelbaar is, hoe geraak ik dan aan een nieuwe koelkast? 

Laat ik jullie niet al te lang in spanning houden, in een paar uur tijd vond ik een reparateur. Hij woont in een dorp achter de tegenoverliggende berg en op goede vrijdag stond hij ‘s middags al aan mijn deur, met mondmasker en al. En nog beter, hij moest alleen maar de thermostaat vervangen en toevallig had hij er eentje liggen in zijn R4. Ik kwam er met 75 euro vanaf, niet echt goedkoop, maar ik was al lang blij dat ik geen nieuwe koelkast online moest bestellen. 

Mijn koelkast is acht jaar oud en hopelijk gaat ze nog eens acht jaar -liefst langer- mee. Ik was zo dankbaar voor dit kleine wonder dat ik me meteen voornam om dit weekend zelf nog wat herstelwerk te doen. Er zit een gaatje in mijn lievelingstrui, ik heb twee paar wandelsokken met gaten erin en aan mijn gebreide muts zijn een paar steken losgeraakt. Tijdens het verstellen kan ik dan denken aan alle dingen die in dit huis nog gerepareerd kunnen worden. O help. 

Het is Pasen. Als ik niet voor de lunch bij de buren was uitgenodigd, was het mij dit jaar mogelijk ontgaan. Een paar goed menende mensen hebben mij zalig Pasen gewenst. Zelf geloof ik niet. Toch niet in een god-de-vader. Ook niet in een verrijzenis.

Ik geloof wel in liefde en herstelbaarheid. Van alles. Zelfs van een gebroken hart. Ik ben een fan van Kintsugi, de Japanse kunst van het repareren van gebroken keramiek. Mij voorstellen dat alles gerepareerd kan worden maakt mij instant gelukkig. Als we allemaal ons best doen om zoveel mogelijk te repareren, dan is de hemel hier. 

Atelier Kintsugi.fr

Lalagè las Colombe

Er zijn heel wat boekenblogs op het net te vinden. Bij sommige bloggers ligt de frequentie zo hoog dat ik me moeilijk kan voorstellen dat je zo snel, zo veel kan lezen en dan ook nog eens een bespreking schrijven. Want een boek samenvatten en er een zinnige commentaar bijschrijven is toch wel intensief werk. 

Een paar goede boekbesprekers hebben het intussen tot mijn spijt opgegeven, maar ik begrijp het. Af en toe vind ik er dan weer eentje om te volgen en zo vond ik een half jaar geleden Lalagè leest.

Lalagè heeft een interessante boekenkast en toen ik onlangs aan het grasduinen was in haar afdeling ‘Vrouwen in de twintigste eeuw’, zag ik daar De thuiswacht van Dola de Jong staan, een heruitgave van uitgeverij Cossée waarvan ik, net als Lalagè, onder de indruk was. Deze roman houd ik altijd binnen handbereik omdat ik graag de taal in dit boek observeer, het Nederlands van de jaren vijftig, dat helemaal niet verouderd klinkt, juist erg helder.

Aangemoedigd door deze vondst, vroeg ik aan Lalagè of ze Colombe wilde lezen. Ik hoefde haar het boek niet op te sturen want het was gewoon in haar geliefde bibliotheek, in Amersfoort, te vinden. Dat alleen al deed me heel veel plezier. De rubriek bibliotheken op haar blog is overigens ook het bezoeken waard. 

Een paar weken later schreef ze deze bespreking. Ik vind het fijn dat ze de wending in het verhaal niet prijsgeeft en natuurlijk ben ik ook heel blij dat ze van Colombe heeft genoten. Ik stel me graag de lezers voor die Colombe in een Nederlandse bibliotheek uit de rekken nemen. Dank je wel, Lalagè, en ik blijf je volgen want jouw keuzes trekken elke keer mijn aandacht. 

Intussen in Frankrijk -32

‘Hier in de streek vallen de cijfers best mee,’ zegt mijn huisarts, ‘ça n’a rien à voir avec Paris.’ Haar Duitse accent moet voor het mijne niet onderdoen. 

‘En toch hebben we dezelfde restricties als in het noorden,’ zegt ze hoofdschuddend, terwijl ze in mijn arm prikt. Ik merk er niets van. 

De eerste uren voel ik een bijna euforische opluchting. Eindelijk kan ik mijn angst om in een Zuid-Frans ziekenhuis terecht te komen lossen. Ik blijf wel voorzichtig want ik kan nog steeds besmet worden. Maar wellicht word ik dan minder ziek. 

In de loop van de avond voel ik me nog goed. Zo goed dat ik me begin af te vragen of het wel echt gebeurd is. Maar als ik onder de dekens kruip voel ik een pijnlijke plek in mijn linker bovenarm. Ik ga op mijn rechterzijde liggen en val snel in slaap. 

Kort na middernacht word ik rillend wakker. Ik krijg hoofdpijn, keelpijn en spierpijn. Het komt en gaat alsof er overal in mijn lichaam kleine haardjes ontstaan. Ik moet uit bed en als ik de trap afga hoor ik mezelf kreunen. Mijn enkels en polsen willen niet mee. Met veel moeite geraak ik terug in bed, waar ik de rest van de nacht wakker lig en alle ongemakken registreer. 

In de ochtend kan ik wat slaap inhalen en tegen de middag is de pijn weg. Ik heb nog wat lichte verhoging en ik voel me slap.

Alles bij elkaar was het niets, vierentwintig uur ongemak, die ik graag over had voor een veiliger gevoel. Maar het was als proeven van iets waaraan ik ontsnapt ben. 

Ik voel nu nog meer mee met de mensen die de ziekte in mindere of ergere mate hebben doorgemaakt, die nu thuis of in een ziekenhuis liggen te rillen, of die maanden later aan het long covid syndroom lijden. En ik voel me dankbaar. Ik wens jullie allemaal snel een prik toe. 

Intussen in Frankrijk… -31

… is het meer dan een maand later en is de sneeuw gesmolten. Er hangt zelfs al lente in de lucht en er komt ook lente uit de grond: maartse viooltjes (en het is nog maar februari!), wilde bieslook, wilde preitjes, vogelmuur en brandnetels en munt, en ook de gekweekte kruiden, peterselie, koriander en bieslook strekken zich al richting zon. 

Maartse viooltjes, ze zijn vroeg en met velen…

We leven nog steeds in een halfslachtige ‘confinement’, waarover ik persoonlijk niet te klagen heb. Ik vind het echt niet erg om voor zes uur thuis te moeten zijn. Overdag zijn de winkels en ook de kappers nog open. Het is alleen wachten op het opengaan van cafés en restaurants, en natuurlijk op het mogen reizen. Maar ik berust, en oefen geduld, en ook dat valt me niet zwaar.

Ik wandel veel, ik begin de moestuin aan te leggen en sprokkel de takken die door wind en sneeuwval overal in het dorp liggen. 

Verder schrijf ik, soms samen met anderen, soms in mijn eentje, of dwaal ik op het internet en ontdek ik mogelijkheden waar ik een jaar geleden niet aan gedacht zou hebben. 

Het leven lijkt langzamer en zelfs wat saaier, maar dat klopt niet helemaal, want het afgelopen jaar heb ik meer mensen leren kennen dan in de vorige acht jaar samen. En ik had me eerder nooit kunnen voorstellen dat vriendschap ook online kan groeien. 

Nog eens, niets te klagen. Maar ook geen ophefmakende dingen te melden. Daarom misschien dat de blogberichten wat langer wegblijven…

Maar kijk, er is veel moois te lezen in blogland, en in afwachting van mijn terugkerende inspiratie, verwijs ik jullie graag door naar deze jonge belofte: Ruby Elisabeth.

Ik volg haar iets meer dan een jaar, denk ik, en haar berichten lezen is elke keer genieten. Ruby, een jonge Nederlandse, woont samen met Fieke, Thibault en Tigrou in La Vachette (het koetje!) in de buurt van Briançon, in de Franse zuidelijke Alpen. Ruby heeft al heel wat meegemaakt èn ze heeft grote dromen. En ik droom met haar mee. Want dat berggids-diploma zàl ze halen. En het ski-examen ook. En dat boek van haar komt er ook ooit. Want Ruby heeft een heel mooie pen, een ontwapenende stijl en veel te vertellen. Ga zelf maar eens kijken, er is voor elk wat wils. 

Over skieën

Over Tigrou

Leuke verzonnen verhaaltjes

Bijzondere kunst

En meer…

Het jaar van de vriendschap

2020 wil ik me herinneren als het jaar waarin de vriendschap op het voorplan kwam. Ik kreeg een paar nieuwe vrienden: schrijfmaatjes, poëziemaatjes, een nieuw wandelmaatje. Ik verheug me erop om ze in 2021 beter te leren kennen en al die nieuwe vriendschappen een plekje te geven. 

Mijn oudste vriendschappen hebben zich bestendigd en zelfs versterkt. Vriendschappen die wat waren gaan tanen, zijn opgeveerd. Vriendschappen die nog in de kiemfase waren, zijn opgebloeid. Hier en daar is een vriendschap ingedommeld. Ik laat ze rustig slapen tot ze weer wakker worden. 

Met al die vriendschap in mijn leven voel ik me rijk en dankbaar. Daarom was 2020 ook nog eens het jaar van de dankbaarheid.

Dank aan jullie die mij lezen en mij op die manier nog meer vriendschap geven. En wat ik jullie wens is niet meer of niet minder dan wat ik in 2016 al wenste: 

Of misschien toch nog iets meer: dat warme, intense gevoel van dankbaarheid omdat we het eigenlijk allemaal al hebben. 

Dilemma

Katten kiezen zelf hun baasjes, zegt men, en bij mij is dat niet anders. Sterker nog, katten komen bij mij de baas spelen. Dat was zo met Zohra, een verdwaald kattenjong dat door een vriendin tijdelijk bij mij ondergebracht werd en uiteindelijk haar hele leven bleef. En ook met Sapphir die ik in huis nam zodat ze de laatste maanden van haar leven niet op straat hoefde door te brengen, maar uiteindelijk nog zes jaar bleef leven. En het is nu niet anders met Cacahuète die bij mij op het terras kwam wachten tot Sapphir haar laatste adem uitblies en vervolgens haar plaats innam. 

Eerst tolereerde ik hem, daarna voerde ik hem en tenslotte adopteerde ik hem, op voorwaarde dat hij op het terras in zijn eigen huisje bleef wonen. Dat kangoeroewonen ging prima tot ik merkte dat hij zwaarlijvig en passief werd, en met zijn achterpoten begon te slepen. Er waren verschillende pogingen voor nodig om hem naar de dierenarts te krijgen, ik bespaar jullie de gevechten, de kapotgetrapte transportkooi, en de zeer onaangename geuren tijdens de uiteindelijke rit naar de dierenarts. Daar was het verdict verbijsterend: Cacahuète heeft diabetes. Ik wist niet eens dat dat bij katten kan voorkomen. Ik ging naar huis met een dure zak aangepaste voeding, een flesje insuline en een doos injectienaalden. 

Na een paar weken bracht ik hem terug naar de dierenarts en vroeg ik haar om zijn leven te beëindigen. Ik had de indruk dat de behandeling niet aansloeg en dat hij leed. Bovendien was hij min of meer incontinent geworden en was mijn gezellige binnentuintje een kattenbak geworden. De dierenarts weigerde hem uit zijn lijden te verlossen, ze vond dat ik de behandeling meer tijd moest geven. Dat die behandeling ook nog eens een grote hap uit mijn budget nam, daar had ze geen oren naar. 

Ik besloot het een tijdje aan te zien. En dat tijdje duurt nu al een paar maanden. Cacahuète heeft zijn kangoeroewoning verlaten en woont nu bij mij in huis. Hij heeft met vallen en opstaan de kattenbak leren gebruiken, eet zonder klagen zijn suikervrije kattenkorrels, en vraagt twee keer per dag naar het insulinespuitje. Om zes uur miauwt hij mij uit bed, kort daarna zet hij mij aan het werk met de kattenbak. Als de zon schijnt wil hij naar buiten, als het koud is, twijfelt hij op de drempel en gaat vervolgens achterwaarts weer naar binnen. 

Kortom, hij is de baas. Ik ben aan handen en voeten aan hem gebonden en hij kost me stukken van mensen. En wat ik misschien nog wel het ergste vind, is dat hij een enorme hoop afval produceert: twee wegwerpspuiten -plus de verpakking- per dag, en twee loodzware zakken goed doordrenkt kattenzand per week. Ik vrees dat de man die op dinsdagochtend ons huisvuil ophaalt zich wel eens afvraagt wat er in die loodzware zakken zit. 

Maar… hij is wel de allerliefste, meest affectieve kat die ik ooit heb gehad. Hij kijkt me aan met grote verwonderde ogen, komt tegen mijn benen wrijven, gaat op zijn zwakke achterste poten tegen me aan staan en vraagt om op schoot te mogen zitten. Eens hij die plek verworven heeft, vlijt hij zich tegen me aan en duwt hij zijn kop in mijn hals of onder mijn arm. 

Op zulke momenten vergeet ik het slavenwerk, mijn krappe huishoudbudget, mijn beknotte vrijheid, het bedreigde klimaat en de arme vuilnisman. 

Vorige dinsdag kruiste ik toevallig die laatste toen ik terugkwam van mijn ochtendwandelingetje. Ik zag hem de zware zakken uit de container tillen. Hij vroeg niets, hij deed het gewoon. 

‘Merci beaucoup,’ zei ik.

‘De rien,’ zei hij met een grote glimlach.

Sindsdien is de balans in evenwicht, en blijft mijn dilemma gewoon een dilemma. 

In betere tijden, toen we nog kangoeroewoonden.
Territorium eindelijk verworven.