Intussen in Frankrijk – 5

Wanneer ik op vakantie ben geweest, doe ik meestal de volgende dag boodschappen. Even naar de biowinkel en naar de supermarkt in Prades, de koelkast en de voorraadkast aanvullen en hup, ik kan weer een weekje op de berg blijven.

Dat was ik ook van plan nadat ik vorige maandag halsoverkop vanuit België terug naar huis was gereisd. Maar de dag erna ging de ‘confinement’ in en ik besloot nog een paar dagen te wachten. Ik had geen zin om me tussen de hamsteraars te begeven. Ik keek rond in de keuken, inspecteerde de diepvriezer en onderzocht de moestuin op oud en nieuw groen en ik besloot dat ik nog kon wachten tot na het weekend om boodschappen te doen.

En nu is het zondagavond, ik zou morgen gaan winkelen, maar ik vond het creatief koken deze week zo fijn, dat ik ga proberen om het tot 1 april uit te houden. En echt moeilijk zal dat niet zijn: in de diepvriezer heb ik lams- en rundsvlees van de dorpsboerderij, in mijn voorraadkast ontdek ik allerlei dingen waarvan ik het bestaan vergeten was en die nog niet over de houdbaarheidsdatum zijn, en in de tuin staan nog prei en selder die ik in het najaar geplant heb en schieten jonge plantjes op van uitgezaaide sla en snijbiet.

De enige dingen waarover ik twijfelde waren boter, eieren, melk en kaas. Ik heb nog een dobbelsteen boter, vier eieren, twee halve liters melk, een stukje parmezaan en een stukje emmentaler. Een paar dagen geleden dacht ik nog dat ik die zuivelproducten echt nodig had, maar nu denk ik: als ik met alles heel zuinig omga, haal ik 1 april wel en anders moet het maar zonder. Ik vind het zelfs grappig om te merken hoe sommige dingen na een tijdje minder onmisbaar blijken te zijn dan eerst gedacht.

Ik heb ook geen vers fruit in huis, maar wel rozijnen, abrikozen, walnoten en hazelnoten en ook nog vijgen in de diepvriezer.

Vanmorgen heb ik een brood gebakken en ik heb nog genoeg bloem voor een tweede brood later op de week. Onze burgemeester vroeg me trouwens mijn recept van brood-zonder-kneden. Ze liet me ook weten dat ze drie legkippen heeft gekocht en dat ik over een paar weken eieren bij haar mag halen. Allemaal via WhatsApp want zij houdt zich voorbeeldig aan de regels.

Ze stuurde ook een filmpje rond waarin ze laat zien dat ze eigenhandig een das heeft gevangen. Ze heeft hem in een kooi gezet en hem een paar kilometer buiten het dorp weer vrijgelaten. Goed van haar, voor onze moestuinen, en ook voor de das. Want hij zou de eerste niet zijn die door de buurman doodgeschoten wordt.

Vanavond heb ik risotto gemaakt zonder witte wijn en boter, en toch was hij lekker. Ik denk erover om mijn kookblog nieuw leven in te blazen. Want nu is het echt koken uit de kast.

20200319_132333

Wildplukslaatje met vogelmuur, navelkruid, rucola, walnoten en goudsbloemblaadjes.

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -3

Gisteren heb ik op de hele dag maar twee dorpsgenoten gezien. Het zijn de enige mensen waarvan ik met plezier wat afstand houd. Ik wens hen alle goeds toe, maar ik heb ze liever niet in de buurt.

Nog meer dan anders maak ik tijd voor mensen die goed nieuws verspreiden. Zo luister ik af en toe naar De wereld van Sofie op Radio één, dat voorlopig tot We zullen doorgaan omgedoopt werd. En gisteren hoorde ik daar een interview met De man met de microfoon, een Nederlandse man die al een paar jaar een podcast maakt met en over gewone mensen, en die het thema van de dag heel mooi aanpakt. Wie er oren naar heeft, moet hier maar eens gaan luisteren. Dit is  namelijk de aflevering van 17 maart en daarin geeft de moeder van de presentator haar dagelijkse tip (vanaf min. 2.25). En die klinkt ongeveer zo: ‘Nu we voorlopig niet met vakantie kunnen gaan: kijk om je heen, naar je omgeving, naar je stad, je dorp, je straat, je huis en de huizen om je heen, alsof je er met vakantie bent.’

Wat vind ik dat een prachtige tip en die mevrouw brengt dat zo schattig. Ik merk dat ik er af en toe aan denk, en ik merk ook dat ik vanzelf al anders naar de dingen kijk.

Zo kijk ik helemaal anders naar mijn huisje. Ik kijk niet meer met de vraag: wat kan ik veranderen, verbeteren, vernieuwen?, maar meer met de vaststelling: alles is er er al, en het werkt. Elke keer als ik de aan-knop van mijn twintig jaar oude wasmachine indruk, en het water begint te stromen, spring ik een gat in de lucht. Ze werkt nog!

Op dezelfde manier kijk ik naar de na-winterse moestuin. Niet met de vraag: welke planten en zaden kan ik nog kopen? Maar: Wat staat er nog van vorig jaar? Welke wilde planten ken ik nog niet en zijn misschien ook eetbaar?  Zal ik die laatste gekiemde aardappeltjes die ik wou weggooien toch ook maar poten? Heb ik nog zaden liggen? Wat kan ik in bloempotten zaaien?

Dan denk ik aan mijn ouders en grootouders en hun verhalen over de oorlog, hoe ze ze zich uit de slag trokken met wat voorhanden was. Zij kunnen het niet meer vertellen, maar vanmorgen las ik dit mooie verhaal bij De Letterkoek:

‘Vandaag belde ik met mijn grootmoeder.
Zoals verwacht, stelt ze het goed. Oma klaagt niet. Oma klaagt nooit. Ze vertelde me dat ze de komende twee weken niet zal verhongeren, dat het huis spic en span is en dat ze de tuin onder handen neemt. Als ze moe wordt en de woonkamer is te stil, kijkt ze naar PlattelandsTV. Ze vertelde me ook dat ze viooltjes heeft gekocht voor de bloembak op de vensterbank. Want ‘daar fleurt een mens van op’. Ze benadrukte dat ik mij om haar geen zorgen moet maken. Ik moet vooral goed voor mezelf en mijn gezin zorgen, want zij heeft al een mooie tijd gehad in die 85-plus jaar. Daar is ze dankbaar voor, altijd al geweest. Dankbaarheid is een mooie eigenschap, oma. Tot snel. x’

Wat ik van deze mevrouw leer: ‘Door goed voor mezelf te zorgen, zorg ik ook voor anderen, want zij hoeven zich tenminste geen zorgen over mij te maken.’

 

 

Tot mijn vreugde heeft deze erg frisse muntsoort zich eindelijk in de moestuin geïnstalleerd.

De blaadjes en de bloemblaadjes van de goudbloemen zijn eetbaar. Ik strooi ze op slaatjes en op rijst, maar wellicht zijn er nog meer leuke ideeën.

Jonge sla

Vorig jaar heb ik in de tuin een paar slaplanten tot bloei laten komen, ze gaven prachtige diepblauwe bloemen. Na de bloei zijn de zaadjes in de tuin blijven liggen en nu komen er overal kleine kropjes uit de grond. Ze staan niet netjes in rijtjes, dat heb je met permacultuur, maar zijn ze niet schattig?

20190227_111234

20190227_111222

20190227_111212

20190227_121914

Lekker met wilde ui en maartse viooltjes…

 

 

Groentebloemen

De tuin komt dit jaar wat traag op gang. Zoals gewoonlijk doen de aardappelen het heel goed, en sinds deze week kan ik courgettes en princessenboontjes oogsten. De tomaten zien er veelbelovend uit, maar blijven voorlopig nog groen.

In afwachting verlustig ik me dan maar aan de bloemen van tuinbonen, sperziebonen, aardappelen, tomaten, courgetten, komkommers en aubergines. Wellicht zijn al die bloemen ook eetbaar, maar als je ze opeet, krijg je natuurlijk geen vruchten.

Hier zijn een paar mooi groentebloemen. Wie kan raden welke groenten dit zijn?

20180711_102728

20180711_102647

20180711_102439

20180711_102703

20180711_101123

Bloemen in de permatuin

Dit jaar wil ik graag veel bloemen in de tuin. Ik heb bloemenzaad gestrooid, maar sommige groenten geven ook mooie bloemen. En dan zijn er nog de wilde schoonheden zoals kamille, malve en gele toorts.  Ze trekken de o zo nodige en dierbare bijen aan. Hier zijn de eerste.

Gele toorts, sla(!), artisjokken, kamille.

Tomaten in december

Het is niet te geloven, ik eet nog steeds verse tomaten uit de tuin. Ze hangen dan wel niet meer aan de intussen bevroren struiken, maar ze zijn nog steeds vers. Ik heb namelijk een deel van de groen gebleven délice du jardinier in bakjes in de woonkamer onder de sofa gelegd. Langzaam maar zeker worden ze rood. Natuurlijk zijn ze niet zo zoet en smaakvol als hun zongerijpte zusjes, maar ze zijn goed genoeg voor saus of soep of om geparfumeerd met tijm en look in de oven te bakken.

Délice du jardinier of Gardeners delight heeft haar naam niet gestolen. Het is een fantastische kleine tomaat die zowel rauw als gekookt of gebakken heel lekker is. Zij wordt als eerste rood en ze blijft als laatste vruchten dragen. De opbrengst van een enkele struik is zeker meer dan tien kilo.

Sinds ik groenten en fruit kweek verbaas ik me meer en meer over dit soort wondertjes van de natuur. Een zaadje van een tomaat is nauwelijks een speldeknop groot. Je stopt het in maart in een potje aarde en er groeit een plantje uit. Je brengt dat plantje in mei over naar de tuin, graaft het diep genoeg in, en je bedekt de aarde met een dikke laag mulch (stro of hooi of ander organisch materiaal). Je geeft dat jonge plantje na het planten een of twee keer water et c’est parti. Tomaten hoeven namelijk geen water meer als ze eenmaal in de (min of meer normale) grond staan. Als de bodem goed bedekt is, gaan ze met hun wortels zelf op zoek naar het water in de dieper gelegen lagen van de aarde. Het is zelfs zo dat tomaten lui worden als je ze te veel water geeft. Ze hoeven dan niet zelf op zoek te gaan. Hoe zou je zelf zijn als je alles in je schoot geworpen krijgt?

 

L’homme qui plantait des arbres

 

Een paar jaar geleden stuurde een vriend mij dit filmpje en het is me altijd bijgebleven. Het is een animatiefilm naar een verhaal uit 1953 van Jean Giono. De tekeningen zijn prachtig en de tekst wordt ingelezen door niemand minder dan Philippe Noiret. Toen ik het onlangs opnieuw bekeek, besefte ik dat het exact dezelfde boodschap uitdraagt als The Salt of the Earth: door de aarde te herstellen, herstelt men de mens, en niet het minst zichzelf.

Lange tijd heb ik gedacht dat het om een waargebeurd verhaal ging, maar het blijkt een sprookje te zijn. Toch blijft het de moeite waard. Alleen al om de tekeningen te zien en om dat mooie Frans en die krachtige, warme stem van Philippe Noiret te beluisteren.

Er bestaat trouwens ook een heel leuke  door kinderen gemaakte en ingelezen versie van.

De originele versie duurt maar een half uurtje en is vrij te bekijken op youtube.

20170609_120320

Het kerkhofplan

Glorianes is niet bepaald een toeristische trekpleister. Er passeren wel eens een paar doorwinterde wandelaars en af toe strijkt er een gezelschap autotoeristen neer. Dat zijn meestal gepensioneerden die zelf in de streek wonen en die nu eindelijk tijd hebben om afgelegen dorpen zoals Glorianes te verkennen. Lang blijven ze niet hangen, want behalve de kerk en het kerkhofje is er niet veel te zien.

De kerk kreeg onlangs een nieuwe deur en er zijn nog meer restauratieplannen. Momenteel krijgt het 17e-eeuwse retabel in afwachting van een heuse restauratie een behandeling om verdere aftakeling tegen te gaan.

Ook het kerkhof is aan restauratie toe. Ik was eerlijk gezegd een beetje gewend geraakt aan de wat kale aanblik van het veldje en aan de scheefgezakte kruisen. Maar deze zomer maakte een vriendin mij attent op de mogelijkheden om dit stille hofje wat op te fleuren. Er ging meteen een soort lichtje bij mij branden en kort daarna begon ik met hier en daar wat droog gras te verwijderen, en natuurlijke vetplantjes, heide en mossen in de plaats te planten.

Ik vertelde aarzelend aan een paar dorpsgenoten wat ik aan het doen was en iedereen reageerde enthousiast. Mijn plan groeide en ik diende een voorstel in bij het gemeentebestuur. En gisteravond kreeg ik groen licht om het kerkhof op te knappen. Mijn onkosten worden vergoed en ik mag een pakket struiken bestellen bij een pépinière die lokale planten kweekt.

Ik kan mijn geluk niet op. Niet alleen ga ik me de komende maanden mogen uitleven op dit stukje grond, de nieuwe bloemrijke begroeiing zal bovendien ten goede komen aan het voedselbos aan de overkant van de straat. Vlinders en bijen zullen hun hartje kunnen ophalen en ‘en passant’ het voedselbos bevruchten.

Dat is wat ik in het vorig bericht bedoelde met ‘over de omheining lonken’. Het voedselbos zou immers maar een zeer beperkte impact hebben als het binnen de omheining moet blijven. En na het kerkhof kom er misschien nog iets anders, maar voorlopig weet ik wat te doen.