Intussen in Frankrijk… 29

… lijken de Fransen er nog vrij gerust in. Ze blijven ‘se faire la bise’ alsof er niets aan de hand is. Mij niet gezien.

… kreeg ik bezoek uit België en werd mijn huis aan de buitenkant door hen helemaal opgefrist.

… en ging ik na weken zona/sofa, met de hulp van Els en Lydia, terug aan de slag in de moestuin.

… durf ik niet meer te gaan zwemmen in het meer van Vinça, te veel zonners, te veel zwemmers.

… werkte ik met illustratrice Gerd in onze gemeentelijke gîte aan een prentenboek.

… ging ik naar een c-proof miniconcert in de ‘grange’ van onze burgemeester.

… ga ik nu elke zaterdag gemaskerd naar de markt in Prades.

… maar blijf ik verder zoveel mogelijk op de berg.

… werd mijn moestuin uitgeroepen tot ‘le plus beau jardin, un vrai jardin de curé!’ door onze lieftallige factrice, die dagelijks heel wat tuinen ziet.

… hebben we sinds twee weken een officiële petanquebaan.

… hoop ik dat de dertigste ‘intussen’ de laatste mag zijn.

20200801_181034

 

20200729_194753

20200729_195007

 

 

 

 

Creatieve uitwisseling

Er zijn duizenden mooie projecten in de wereld die onze aandacht en steun verdienen, maar niet iedereen kan of wil geld missen. Zich financieel veilig en verzekerd voelen is belangrijk. En zoals ons tijdens de veiligheidsdemonstratie in het vliegtuig geleerd wordt: trek het zuurstofmasker en het reddingsvest eerst zelf aan vooraleer je anderen gaat helpen.

Een aantal lieve mensen zijn ingegaan op mijn uitnodiging om de Sambhavna-kliniek financieel te steunen. Die steun is op dit moment hard nodig. Maar er zijn ook andere manieren dan geld geven om een organisatie te helpen.

Ik denk zelfs dat het nog meer zin heeft om na te denken over de vraag hoe we een organisatie kunnen helpen om zelfredzaam te worden. En dat denk ik niet alleen. Hulporganisaties denken meer en meer in die richting, testen allerlei strategieën uit, vallen en staan weer op. Net zoals we dat zelf ook doen. We denken soms iets goeds te doen, maar we krijgen een heel ander en soms ongewenst effect.

Laat ik vooral voor mezelf spreken. Mijn reis naar India heeft me over allerlei dingen aan het denken gezet. Hier zijn er een paar:

Het is in India niet allemaal kommer en kwel. Daar beloof ik nog minstens een bericht over te schrijven. Wat we in de media horen en zien zijn vooral dingen die flink fout zijn gegaan en die zijn er, we kunnen er niet omheen. Soms ziet het er zo hopeloos uit dat ik de armen laat zakken en ik me liever afsluit. Er zijn dichter bij huis misschien ook mensen die hulp nodig hebben, denk ik dan. 

Maar toevallig ben ik geraakt door dat ene kleine, wat verkommerde gasrampmuseum en de daaraan verbonden kliniek. En ik kies ervoor om daar iets voor te doen. 

Ik kan geld geven. Dat is nodig en het is gemakkelijk. Niets op tegen. 

Ik kan nadenken over andere manieren om te helpen. En nog beter, ik kan hardop nadenken daarover. En ik kan er schrijvend over nadenken. Elisabeth, haar dochter Shirin, en ik hebben samen hardop nagedacht over het museum. En daar kwam het volgende uit: Bij het onthaal was nauwelijks iets te koop, alleen een paar onaantrekkelijke mokken. Er lag maar één beduimeld foldertje over het museum. Als we nu eens mensen zochten die nuttige, duurzame gadgets willen ontwerpen, die we in India kunnen laten vervaardigen en die we bij het onthaal kunnen laten verkopen. We zouden zelfs een kleine museumshop kunnen inrichten. 

We blijven nog even in het denkstadium daarover. Want laat ik een kleine omweg maken. 

Ik kan mijn vaardigheden gebruiken. Schrijven is een vaardigheid. Over het gasrampmuseum schrijven is helpen. 

En laat ik eerlijk zijn: ik ben geen altruïst. Ik geloof niet eens in altruïsme, maar nogmaals, ik spreek voor mezelf. Ik doe graag iets voor iemand anders èn ik krijg graag iets terug. Dat hoeft niet rechtstreeks van die ander te komen, maar het kan komen uit de handeling van het geven zelf. Elk schrijven is namelijk oefenen en leren en hopen dat het schrijven alsmaar beter wordt. Ik schrijf over het gasrampmuseum en over mijn denken daarover en tegelijk oefen ik mijn schrijfvaardigheid. Dit noem ik creatieve uitwisseling en dat klinkt helemaal anders dan ‘liefdadigheid’. 

Heeft niet iedereen minstens één vaardigheid die je graag wilt ontwikkelen? Waarom die vaardigheid niet even inzetten voor een interessant doel en er tegelijk van leren en vaardiger worden?

Heeft iemand ideeën over wat je zelf in een museumwinkel zou willen kopen? 

Is er iemand die een nuttig en duurzaam voorwerp in bijvoorbeeld een gebatikte Indiase stof of in andere materialen wil ontwerpen?

Kan iemand een label voor die voorwerpen ontwerpen? 

Wil iemand bruikbare citaten zoeken of zelf een leuke tekst verzinnen om op mokken of T-shirts te drukken?

Dit zijn maar een paar voor de hand liggende voorbeelden. Ik ben er zeker van dat veel creativiteit onderbenut is en ligt te wachten op ontwikkeling en concrete toepassing.

Ik kijk uit naar jullie originele ideeën en/of naar jullie mening daarover. 

IMG_2098

 

 

 

 

 

Grens

De beste manier om je jong te blijven voelen: je omringen met vinnige grijsaards. Dat heb ik vandaag gedaan en meteen ook een nieuwe grens verkend: een wandeling van 13 km met 650 m hoogte verschil. De lengte was geen probleem, een hoogteverschil van 650 m is de voorlopige grens. Meer dan dat kan ik nog niet aan. Let op het woordje ‘nog’.

De rechtstaande dame in het roze heet Maggy en is 83 jaar. Tijdens de afdaling kon ik haar nauwelijks volgen. Ik heb haar stiekem gekozen als lichtend voorbeeld.

 

Drempels

Eind 2018 heb ik een paar drempels genomen. Niets spectaculairs, het olympisch zwembad van Perpignan en de cinéma van Prades, maar toch spannend en plezierig genoeg om me voor te nemen om dat vaker te doen.

En ik kan tevreden terugkijken op januari: Ik ben voor de eerste keer naar het Théatre de l’Archipel in Perpignan geweest, ik heb me aangesloten bij een wandelclub en ik heb een blovel opgestart.

De blovel was het spannendste. Ik heb me geëngageerd om ongeveer drie keer per week een bericht te posten en het verhaal binnen een paar maanden af te ronden, en tot nu ben ik op schema.

De dansvoorstelling was een makkie want ik werd meegevraagd door een dorpsgenote. Ik hoefde er geen seconde over na te denken want het was een klassieker van Anne-Teresa De Keersmaeker, Rosas Danst Rosas, die overigens zeer in de smaak viel bij het publiek. Ikke fier.

De drempel naar de wandelclub lag iets hoger. Ik ontmoette de leden van Caminem toen ze een tocht in Glorianes maakten. Het leek me wel wat. Het waren mensen van mijn generatie en ouder. Dat moest ik toch aankunnen? Maar toen ik het programma kreeg moest ik toch even slikken. Elke donderdag wordt er een wandeling georganiseerd van gemiddeld 15 km, met hoogteverschillen tussen de 300 en de 800 meter. De eerste wandeling heb ik meegedaan, ik had anderhalve dag nodig om te recupereren. Drie weken later ben ik opnieuw meegegaan, het ging al iets beter. Iemand van de groep vertelde me dat de gemiddelde leeftijd van de deelnemers 69 jaar is. Ik ben dus een van de jongsten. Sinds ik dat weet, kan ik het niet meer maken om nog flauw te doen. Twee keer per maand moet lukken.

Tegen de volgende wandeling wordt overigens van mij verwacht dat ik het clublied mee kan zingen. Ik zal maar alvast beginnen oefenen.

Titre : Le “marchant” de bonne heure

Je suis le randonneur, qui marche de bonn’heure,
J’ai plein de longs chemins, parcourus de bon coeur.
Vous me verrez passer, au cours de mes randos,
Passer d’un pas léger, avec mon sac à dos.

J’ai les quatre saisons, pour aller à mon gré
Voir les paysages, que Natur’a offert.
Des hautes montagnes, le printemps ou l’été ;
Des collin’et la mer, l’automne ou l’hiver.

Refrain (2 fois):

Voilà un vrai bonheur : marcher à Caminem,
Avec des randonneus’et randonneurs que j’aim’.

(Pour s’entraîner sur la musique originale, il suffira d’écouter l’original sur https://www.youtube.com/watch?v=2uwkapU_LwQ)

20190131_134723