Hoe poets je een kerk?

Sinds een jaar of vijf ben ik de sleutelbewaarder van ons kerkje, en af en toe vragen weekendwandelaars of ze de binnenkant van de kerk mogen zien. Als ik niet net onderweg naar de tuin ben, om prei te planten of tomaten op te binden, doe ik meestal met plezier de kerkdeur voor ze open.

De meeste bezoekers reageren verbaasd en blij verrast, maar de laatste bezoekers merkten terecht op hoe vuil de kerk was. Ik verontschuldigde mij. In normale omstandigheden poetsen we ter gelegenheid van het jaarlijkse dorpsfeest met een aantal dorpelingen samen de kerk. Er is dan meestal ook een katholieke misviering, en daarna een receptie voor gelovigen en ongelovigen (waaronder ik, voor alle duidelijkheid). 

Dit jaar is er geen dorpsfeest, geen misviering en dus ook geen poetsbeurt. Ik zou een aantal dorpsgenoten kunnen optrommelen en voorstellen om ook zonder feest een poetsbeurt te doen, maar ons bevolkingsaantal slinkt elk jaar en er zijn niet veel actieve vrijwilligers meer. Ik heb dan maar besloten om de kerk zelf te poetsen met het oog op het volgende bezoek van mijnheer G. en mevrouw C., die beloofden dat ze nog eens zouden terugkomen. 

Aangezien ik recht tegenover de kerk woon en ik dus geen tijd hoef te verliezen met woon-werkverkeer, kan ik het werk gemakkelijk opdelen. De komende dagen ga ik een halfuurtje tot een uurtje per dag poetsen. Ik beperk de tijd en ik baken de zones af die ik onder handen ga nemen: het schip, het zijaltaar links, het hoofdaltaar, het zijaltaar rechts, de sacristie, de bovenverdieping (waarvan ik de naam vergeten ben).

En die methode werkt bijzonder inspirerend. Terwijl ik de houten banken afwas of het enorme tapijt stofzuig, schieten mij zowaar versregels te binnen. Of een idee voor een blogpost. En nog beter: een methode om mijn eigen huis net en op orde te houden. Namelijk op dezelfde manier: elke dag een halfuurtje tot een uurtje, elke dag een zone. 

Op dezelfde manier kun je trouwens een trui breien of een boek schrijven, of vertalen. Elke dag een uurtje, elke dag een zone.

Een zijaltaar

Intussen in Frankrijk… 29

… lijken de Fransen er nog vrij gerust in. Ze blijven ‘se faire la bise’ alsof er niets aan de hand is. Mij niet gezien.

… kreeg ik bezoek uit België en werd mijn huis aan de buitenkant door hen helemaal opgefrist.

… en ging ik na weken zona/sofa, met de hulp van Els en Lydia, terug aan de slag in de moestuin.

… durf ik niet meer te gaan zwemmen in het meer van Vinça, te veel zonners, te veel zwemmers.

… werkte ik met illustratrice Gerd in onze gemeentelijke gîte aan een prentenboek.

… ging ik naar een c-proof miniconcert in de ‘grange’ van onze burgemeester.

… ga ik nu elke zaterdag gemaskerd naar de markt in Prades.

… maar blijf ik verder zoveel mogelijk op de berg.

… werd mijn moestuin uitgeroepen tot ‘le plus beau jardin, un vrai jardin de curé!’ door onze lieftallige factrice, die dagelijks heel wat tuinen ziet.

… hebben we sinds twee weken een officiële petanquebaan.

… hoop ik dat de dertigste ‘intussen’ de laatste mag zijn.

20200801_181034

 

20200729_194753

20200729_195007

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -28

Sinds het begin van de déconfinement (het afbouwen van de lock down) heb ik al drie keer bezoek gehad en ben ik al een paar keer op stap geweest:

Twee keer naar de apotheker in Vinça gecombineerd met een blitzbezoek aan de supermarkt.

Twee keer naar mijn favoriete biowinkel waar ik me eens flink heb laten gaan.

Een keer naar de papierwinkel om kopies te maken.

Een keer naar het postkantoor.

Een keer naar een verjaardagsfeestje in een bubbel van acht mensen.

En vandaag ben ik naar de tandarts geweest.

Ik mocht geen handtas meenemen, enkel een betaalkaart en mijn ‘carte vitale’. De secretaresse liet me een paar plastieken slofjes aantrekken en twee keer mijn handen ontsmetten. De tandarts kwam me ophalen in het secretariaat en vroeg of ik hem herkende. Hij droeg een bril, daarover een soort mini-verrekijker, daaronder een mondmasker, en dan nog een face shield over het geheel. Ik vroeg of hij wel kon zien met al die dingen aan zijn hoofd.

‘Dat gaat wel,’ zei hij, ‘maar het is warm.’

Het is een aangename en erg toegewijde man, ik ben al acht jaar in behandeling bij hem en zijn vriendelijkheid compenseert ruimschoots het onvermijdelijke ongemak van een rondje aanslag verwijderen of een afgebroken tand repareren.

Hij klaagde een beetje en verontschuldigde zich ook nog eens omdat hij klaagde. Te lang moeten wachten op fatsoenlijk beschermend materiaal en patiënten aan hun lot moeten overlaten. Hij schudde zijn ingepakte hoofd.

En hij vreest de zomer, de hitte die eraan komt, en de airco mag niet aan. Maar die zomer, die laat hier op zich wachten. En als het de komende weken zo fris en regenachtig blijft als het tot nu was, zal hij daar tenminste geen last van hebben.

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -27

Het goede nieuws is dat er in het departement Pyrénées Orientales geen covidpatienten meer gehospitaliseerd zijn. Niemand, nergens. Ook in de wijdere omgeving  (Occitanië) blijven de cijfers rond nul.

Een paar dagen geleden ben ik, voor het eerst sinds begin maart, boodschappen gaan doen in Prades. Ondanks de goede cijfers blijven de mensen voorzichtig: mondmaskers op straat en alcoholgel in de winkels.

Het is nu afwachten wat het toeristisch seizoen zal brengen. De Fransen uit de noordelijke departementen mogen al komen, over een paar weken misschien ook al de buitenlanders. De horeca kijkt daar wellicht naar uit, de anderen maken zich zorgen.

Zelf blijf ik ‘confinée’. Niet uit angst voor corona, maar nog steeds beperkt in mijn doen en laten door zona. Het duurt lang, maar het went. En zelfs aan dit nadeel is een voordeel: ik leer de tijd te nemen. En eigenlijk is dat fijn.

Intussen in Frankrijk -26

Ook dit wordt weer een kort bericht.

Nu de Fransen met mondjesmaat van hun herwonnen vrijheid beginnen te genieten, zit ik nog steeds met zona aan de sofa gekluisterd.

Dat een autorit naar het dal te moeilijk is, vind ik niet eens erg. Maar dat ik niet op pad kan gaan om paddenstoelen te spotten, valt me tegen.

Toen ik gisteren ging kijken of er post was, vond ik een zakje met girolles aan het hek. De tranen sprongen me in de ogen.

Alleen jammer dat de weldoener/weldoenster niet even kwam groeten. Misschien toch beter zo, want ik zou het niet hebben kunnen laten om hem of haar om de hals te vallen.

20200518_094225

 

20200518_094522

Intussen in Frankrijk -25

Ik vrees dat de verslagen van jullie correspondent in Frankrijk wat saai beginnen worden. Er gebeurt hier namelijk niet veel.

Naar het schijnt zijn in het dal de winkels open. Voor mij geen reden om in de auto te springen. Marie brengt nog steeds de boodschappen en dat vind ik prima.

Het is half mei en het lijkt herfst. Gelukkig hou ik van alle weer, en nog het meest van afwisseling.

Ik onderga het zona-virus als een noodzakelijk kwaad. Van een halve kluizenaar evolueer ik naar een driekwart kluizenaar en ook dat vind ik prima. Want ik krijg meer en meer tijd, zoveel tijd, dat ik er genoeg van neem om me af en toe over een gedicht te buigen.

Vanmorgen brak de zon door de dichte mist en het regengordijn, in de vorm van een bericht van Creatief Schrijven. Mijn gedicht Vliegen is de tip van de week. Het gedicht staat op mijn poëzie- en prozablog. De bespreking door Moya De Feyter staat op Azeryfactor.be.

Deze herfstige meidag kan niet meer stuk. Ik ben in de wolken.

20200513_063418

 

Intussen in Frankrijk -24

Gisteren heb ik een heleboel mensen gezien.

Om halftien zag ik de factrice. Ik had een brief om mee te geven en ook een doosje paaseieren voor haar. Dat was eigenlijk een verlaat nieuwjaarscadeautje dat een paascadeautje werd en uiteindelijk zijn het zelfs vijgen na pasen. Maar ze was er toch blij mee.

Om kwart over elf zag ik mijn huisarts. Ik kreeg een video-consultatie en dat ging vrij vlot. Diagnose was snel gesteld. Een virus! Niet het nieuwe, maar een heel oud dat zich blijkbaar al meer dan vijftig jaar in mijn lichaam schuilhoudt en nu plots uitbreekt.

Na de middag mocht ik de voorgeschreven en doorgestuurde medicatie ophalen in de apotheek in Vinça. Het was zeven weken geleden dat ik met de auto gereden had.

In de apotheek waren drie gemaskerde verkoopsters en drie ongemaskerde klanten. Het was geen probleem om afstand te houden.

Daarna heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de supermarkt wat diepvriesproducten in te slaan. Daar waren ook ongeveer evenveel klanten als personeel. De meesten gemaskerd. Bij de kassa kon ik me de code van mijn bankkaart niet meer herinneren, ik gokte dan maar en had het meteen juist.

Er waren heel weinig auto’s op de weg. Ik had mijn attest met reden van verplaatsing en vertrekuur bij me, maar ik kreeg nergens controle.

Het ziet er naar uit dat het voorlopig bij dat ene uitstapje zal blijven. Eerst dat virus verslaan. Het dwingt me tot stilstand. En de medicatie heeft aangename bijwerkingen. Hopelijk is deze tekst wat samenhangend.

 

 

Intussen in Frankrijk – 23

Vrijdagavond werd eindelijk mijn Leonidasbestelling geleverd. De jongeman die het pakje bracht woont zelf in Perpignan en was blijkbaar nog nooit hier in de streek geweest.

‘Wat woont u afgelegen!’ zei hij, ‘Wat een avontuur om tot hier te geraken! Maar het is  wel mooi, het landschap lijkt wat op mijn geboorteland, de Dominicaanse republiek. Ik zou hier wel eens op vakantie willen komen, voor een week of zo. Maar niet langer.’

Dat heb ik nog gehoord. Ik voel me vaak bevoorrecht dat ik hier mag wonen, maar er zijn evengoed heel veel mensen die hier voor geen geld zouden willen wonen.

***

Een uurtje later bracht ik de pralines naar de familie die mijn boodschappen doet. Het was heel raar. Ik was er al meer dan zes weken niet meer geweest terwijl ik er vroeger bijna wekelijks langskwam. Het was onwennig om elkaar te begroeten zonder de eeuwige twee kussen uit te wisselen, al ben ik eigenlijk wel blij dat die gewoonte nu misschien verdwijnt.

Ik durfde eerst niet bij hen naar binnen te gaan, maar ze nodigden me uitdrukkelijk uit en wezen me een stoel. Daar zaten we dan, op afstand. À distance. Avec distanciation zeggen sommigen. Nog zo’n ongebruikelijk en eigenlijk totaal niet passend woord. Hopelijk geraakt het over afzienbare tijd weer in onbruik.

***

Na de dagenlange regen hebben we dit weekend twee mooie dagen gehad. Gisteren heb ik een deel van het pad van Colombe en Michel gelopen. En ik zag hun schaapjes grazen, bovenop de kam.

Ik voel me bijna bezwaard om hier een foto bij te plaatsen, maar het lijkt stilaan overal de goede kant op te gaan. Binnenkort mogen jullie ook weer op wandel.

20200426_111446

 

 

 

Intussen in Frankrijk -21

Sinds zaterdagnacht regent het hier aan een stuk door. Het is een zachte regen maar omdat het geen minuut ophoudt, begint de grond toch verzadigd te geraken.

Overal stromen kleine beekjes, en de rivieren ruisen weer de berg af. ’s Nachts vind ik het eigenlijk wel fijn om ernaar te luisteren. Dan kan ik weer blij zijn met mijn warme bed en het dak boven mijn hoofd dat (nog) niet lekt.

Overdag begint het nu toch wel op een echte lock down te lijken. Ik heb al een paar dagen geen levende ziel meer gehoord of gezien. Ik wacht nog steeds op twee pakjes: één met chocolade voor mij, en één met pralines voor de buren. Het eerste pakje moet met de post komen en dan zou ik onze sympathieke factrice misschien eens een paar tellen kunnen aanschouwen. Het tweede pakje komt met een pakjesdienst en de kans dat die tot hier komt, lijkt met de dag kleiner te worden.

Verder gebeurt hier eigenlijk niets. Ik ga nog steeds twee keer per dag wandelen, met lange regenjas en laarzen, en één keer per dag ga ik met een paraplu kruiden plukken in de moestuin.

Gisteravond keek ik naar de eerste aflevering van Where The Wild Men Are over de 80-jarige Judith die heel afgelegen op een Iers eiland leeft, zonder water, zonder elektriciteit. Het was alsof ik mezelf in de toekomst zag. Over een jaar of twintig.