Politiek voor beginners

Deze dagen zijn we in ons dorp met zijn twintigen. Heel zeker weet ik het nooit, want er zijn mensen die hier wonen maar elders geregistreerd zijn en omgekeerd.

Onze bevolking bestaat uit:
Een paar grootgrondbezitters
Een paar boeren
Een paar onderwijzers
Een paar tuiniers/klussers
Een paar gepensioneerden
Een muzikant en een schrijver

En dan zijn er nog een paar mensen die hier niet wonen, maar hier wel een lapje grond hebben. Zij mogen ook komen stemmen.

Inwijkelingen die de Franse nationaliteit (nog) niet hebben, mogen niet voor de president en het nationaal en regionaal bestuur kiezen, wel voor het gemeentebestuur.

Laten we even naar de uitslag van de eerste verkiezingsronde kijken. Die waren niet helemaal representatief voor het nationale kiesgedrag. Maar je kunt wel wat verbanden zien met de samenstelling van de bevolking van het dorp. Zo is bijvoorbeeld Jean Lasalle populair bij de boeren.

Uitslag eerste ronde

In de tweede ronde krijgen we wel een afspiegeling van het land: 8 stemmen voor Emanuel Macron, 6 blanco’s, en 5 stemmen voor Marine Le Pen.

Je hoeft geen politiek analist te zijn om te zien dat de mensen hier vooral tegen hebben gestemd: tegen Le Pen, tegen Macron, tegen de huidige politiek. (Anders zouden ze in de eerste ronde al voor Macron en Le Pen hebben gestemd.)

Gisteravond hoorde ik op de radio een analist zeggen: de politiekers hebben geen achterban meer, ze hebben alleen nog followers. Zelfs een leek als ik begrijpt wat hij bedoelt. En het stemt me tot nadenken over mijn eigen (wat lauwe) engagement.

En nu maar hopen dat er ook in de politiek lessen getrokken worden.

Demografische verschuivingen

Ook in ons mini-dorp beweegt er soms wat.

Toen ik een paar dagen geleden, na (uitzonderlijk) drie weken in het noorden te zijn geweest, de berg op reed en wat later bij ons dorp aankwam, kreeg ik een lichte schok. Het mooie huis bij het begin van het dorp staat te koop. Ik wist dat er iets gaande was, maar ergens had ik gehoopt dat de zaken nog zouden keren.

De mensen die het huis tien jaar geleden kochten, arriveerden net als ik in augustus 2012 in het dorp. Het was een mooi jong paar, ze kregen een kind en ze trouwden zoals dat soms gaat. Ze scheidden, kregen nieuwe partners, maar ze bleven in het dorp wonen op een straat van elkaar. Nu staat het huis te koop.

Het zal wellicht nog een klein jaar duren vooraleer zij het dorp verlaten, we nemen ons voor om deze zomer toch samen een tien-jaren-feest te geven.

Gisteravond ging ik eitjes halen bij de burgemeester. Ze bood me een plaatselijk biertje aan en dat sloeg ik niet af. We deelden onze spijt over het vertrek van haar buren, en ook onze hoop dat er fijne mensen zouden komen wonen.

En toen kwam ze met verrassend nieuws. Een ander huis, wat verder buiten het dorp, werd onlangs verkocht aan een jong paar met een kindje. Celine was gaan kennismaken en was in de wolken. Leuke mensen!, zei ze. Van ons soort! (Wat dat ook moge zijn.) Ze willen varkens kweken!

Binnenkort hebben we dus koeien, schapen, kippen en varkens op de berg. Vegetariër worden is hier best lastig.

Een huwelijk in 2022

“C’est le temps que tu as perdu pour ta rose qui fait ta rose si importante.”
Antoine de Saint-Exupéry – Le petit prince

Al bijna tien jaar woon ik in Can Xatard, een huisje in een dorp op een berg. Ik kwam naar hier om in alle rust te kunnen schrijven. Kort na mijn verhuis, in 2012, begon ik aan een roman over twee mensen, die in 1927 met de beste bedoelingen met elkaar trouwen, maar er algauw achter komen dat ze het moeilijk met elkaar kunnen vinden. De eerste versie van het gefictionaliseerde verhaal van mijn grootouders beëindigde ik in 2014.

Nog onervaren stuurde ik het manuscript naar een viertal uitgevers. Ik kreeg drie standaard afwijzingen, en van één uitgeverij een mooi leesrapport. Maar die uitgever, die me liet weten gecharmeerd te zijn door mijn taal, vond uiteindelijk de verhaallijn niet uitzonderlijk genoeg. Op aanraden van mijn zus Elisabeth, ook schrijfster, borg ik het manuscript op en schreef ik een nieuwe, fictieve roman met nu wèl een uitzonderlijke verhaallijn: Colombe. Mijn debuut verscheen op 22 november 2019 bij uitgeverij Kartonnen Dozen in Antwerpen.

Vandaag, iets meer dan twee jaar na mijn debuut, mag ik jullie mijn nieuwe boek voorstellen. Het huwelijk, het verhaal waaraan ik tien jaar geleden begon, verschijnt vele versies later, op 19 januari 2022 bij de Wereldbibliotheek.

Het huwelijk is nog steeds geen ‘uitzonderlijk’ verhaal. Het is een kleine roman over gewone mensen die verlangen naar een comfortabel bestaan, maar die binnen het huwelijk, het instituut dat in de twintigste eeuw de norm is, niet om hun individuele behoeften en verlangens heen kunnen.

Tegelijk met het boek, stel ik jullie mijn nieuwe website voor, waarop je fragmenten van Het huwelijk en ook van mijn debuut Colombe kan lezen en beluisteren.

Grote dank aan Koen van Gulik, uitgever, die mij en mijn boek alle vertrouwen gaf, en aan Tom Vanlaere, inventieve webdesigner, die me met kennis van zaken en veel geduld het beheer van de website leerde.

En dank aan iedereen die me op deze lange weg aanmoedigde en hielp.

Ik wens jullie een mooi leesjaar!

https://www.christinevandenhove.com/

Een leerzaam jaar

Zoals dat de afgelopen jaren wel vaker is gebeurd, breng ik de laatste dag van het jaar in stilte door. Vannacht zal de stilte in het dorp wellicht doorbroken worden door klokkengelui. Een paar feestende dorpelingen zullen om middernacht aan het touw dat langs de kerkmuur hangt, komen bengelen, en hoewel de klokken op ongeveer tien meter van mijn slaapkamervenster hangen, zal ik er waarschijnlijk net zoals vorig jaar doorheen slapen.

Ik ben geen feestvierder, maar ik bespeur bij mezelf toch wat feeststemming. Het voorbije jaar was ondanks alle lastige en droevige gebeurtenissen toch mooi. De accenten vriendschap en dankbaarheid, waar ik vorig jaar zo blij mee was, zetten zich door. Het zijn blijvers.

2021 was ook een productief jaar. Zo productief dat ik minder aan bloggen toekwam. Ik heb geleerd en gestudeerd. Dat laatste minder dan ik zou willen, maar ik heb een paar trajecten opgestart die ik in 2022 wil verder zetten.

Vanmorgen beluisterde ik een TED Talk op Youtube. Het ging over het voorkomen van Alzheimer en het filmpje is het bekijken waard, alleen al omwille van de aangename en heldere uitleg van Lisa Genova. Maar ik durf haar belangrijkste advies meteen verklappen: blijf leren en vooral: leer iets nieuws.

Mijn enige goede voornemen voor 2022, waar ik wellicht wat doorzettingsvermogen voor nodig zal hebben, is een muziekinstrument leren bespelen. Voilà, het staat hier geschreven, dus ga ik het doen. Meer voornemens heb ik niet nodig.

2022 wordt voor mij een bijzonder jaar. Er zit iets nieuws aan te komen en het kan alle richtingen uitgaan. Daarover heel binnenkort meer.

Voor het komende jaar wens ik iedereen nieuwe en bijzondere ervaringen toe en vooral het besef, een gefocuste aanwezigheid, op het moment dat het gebeurt, want misschien is dàt wel beste middel tegen somberheid.

Een zomer als (g)een ander

En opeens is het september, zelfs bijna half september, zelfs bijna oktober, al bijna najaar dus. De zomer schoof onder ons door en liet niet veel na. Er waren minstens evenveel grijze dan zonnige dagen, er kwam maar geen regen, de bijen hadden honger, in de tuin groeide zelfs het onkruid niet.

Alleen in de tuin van de burgemeester staan dit jaar opvallend veel en grote zonnebloemen. En wie dichterbij gaat kijken ziet er meer eetklare groenten dan er in het winkeltje van de groenteboer van Joch te koop zijn. Zij heeft als enige van het dorp de droogte verslagen door een ingenieus bewateringssysteem in haar tuin te installeren. Ze is niet voor niets burgemeester, ze is de slimste, de meest ondernemende en de handigste van het dorp. Ze deelt eieren en komkommers uit want haar kippen krijgen elke dag groenvoer en de komkommers groeien haar boven het hoofd.

Er heerst geen honger in ons dorp. Maar er zijn kleine en grotere ‘kwesties’ zoals overal waar mensen leven. En het wereldnieuws deed er nog een duit bovenop.

Wil ik deze zomer dan zo snel mogelijk vergeten? Ach nee, er waren ook mooie dingen. Zo stonden er op een dag twee nieuwe picknicktafels naast de pétanquebaan. Ik vond genoeg vrijwilligers om de fontein een jaarlijkse poetsbeurt te geven. Daarna speelden we een partijtje jeu de boules en aten we samen aan de nieuwe tafels.

De groep Paradaïka, waarvan de klarinettist een dorpsgenoot is, gaf een gedenkwaardig concert. Er werd tot aan het ochtendgloren gedanst, gedrumd en trompet gespeeld en niemand van de afwezigen heeft geklaagd.

Zelf ben ik deze zomer niet altijd even voorzichtig geweest, maar wel gezond gebleven. Ik genoot een paar weken van aangenaam gezelschap en besefte ook weer hoe ik, net als Tjitske Jansen in het gedicht Liefste, graag alleen ben.

Paradaïka op ons dorpsplein

Komkommertijd

Een paar dagen nadat ik met de buurman gesproken had, kwamen vrouw en dochter ook aan. Het was wennen aan de geluiden en zelf durfde ik de radio niet te hard aan te laten staan. ’s Morgens vroeg ging ik op mijn tenen de deur uit voor de ochtendwandeling, want mensen die met vakantie zijn wil je niet wakker maken.

Er werd wederzijds wat afstand gehouden en ergens vond ik dat droevig, maar tegelijk ook rustig. Ik had nog één gesprekje met de buurman, toen ik hem op een dag op het muurtje tussen onze huizen zag zitten, bezig met het verwijderen van de klimop aan hun kant van de muur. Hij vertelde dat hij het naar zijn zin had in het nieuwe land, dat zijn dochter er in een ruimere omgeving opgroeide en dat hij hield van de Noord-Amerikaanse tuinen, die in de zomer groen schijnen te blijven. Wat, in ieder geval deze zomer, hier niet het geval is.

Kort na de aankomst van moeder en dochter, streken nog twee andere gezinnen met kinderen neer in het dorp: vrienden van mijn buren die elk een zomerverblijf hebben in ons dorp. Ik hoorde nu regelmatig kinderen rond de kerk spelen of in het bovengronds zwembad van de buren plenzen. Ook daar wende ik aan, wetende dat het rumoer tijdelijk was en ook wel blij voor hen dat ze zich amuseerden.

Sinds gisteren zijn ze allemaal weer weg. Begin juni is er elk jaar een dag waarop ik me realiseer dat de vogels me ’s ochtends niet meer wakker zingen en vandaag voelt het net zo. Het is nu weer wennen aan de stilte.

Buurman

Buurman

Mijn moestuin ligt ongeveer in het midden van het dorp, recht tegenover het kerkhof en naast de pétanquebaan en toen ik gisteren wat munt ging halen voor de taboulé die ik aan het maken was, hoorde ik opeens mijn naam roepen. Dat alleen al was een uitzonderlijke gebeurtenis in ons stille dorp. En toen ik omkeek, zag ik tot mijn verbazing mijn teruggekeerde buurman op me afkomen. 

Hij zei heel vriendelijk goeiedag en vroeg hoe het was. 

‘Ça va bien, merci,’ zei ik, ‘et toi, comment vas-tu ?’ vroeg ik wat verbouwereerd. 

Met hem ging het ook goed en hij vroeg hoe het met de tuin ging. 

‘Minder goed, dit jaar,’ zei ik, wijzend naar de takjes pepermunt in mijn hand, zowat het enige wat er deze dagen te oogsten valt. 

‘Hoe komt het?’ vroeg hij. En voor ik het goed en wel besefte waren we in een gesprek verwikkeld over de koude lente, de kwakkelende zomer, de nood aan licht voor zaailingen, en het belang van goede potgrond. Alsof hij nooit was weggeweest en alsof we ooit tuinmaten waren geweest. 

Na een minuut of tien rondde ik het gesprek af met de mededeling dat ik het middageten ging klaarmaken. Hij wenste mij smakelijk eten maar wilde toch nog weten of ik nog last had gehad van het geluidsysteem dat muizen moet weghouden in zijn huis. 

‘Nee,’ zei ik, ‘het is me niet meer opgevallen.’ Nadat hij de eerste keer vertrokken was, stond de zoemtoon vrij hard en toen ik hem het jaar daarop terugzag, had ik gevraagd om het zachter te zetten. 

‘Weet je,’ zei hij, ‘ik heb dat echt geïnstalleerd om de muizen weg te houden, niet om jou te ambeteren.’

‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘dat weet ik wel.’

Terug thuis had ik spijt dat ik het gesprek zo snel beëindigd had. Alle vragen die ik had, waren onbeantwoord gebleven: waar hij nu woont, wat hij daar doet, of hij daar gelukkig is en of hij ons dorp niet mist. Ik kan er maar een klein beetje naar raden: het leek me overduidelijk dat hij blij is om hier terug te zijn. 

Het is nu afwachten naar een volgende gelegenheid. Als die er nog komt. 

Buren

Ons dorp is zo klein dat we allemaal buren van elkaar zijn. Alleen de boerderij ligt op een kilometer van het dorpsplein. En op de weg naar het dal staat na drie kilometer ook een bewoond huis dat nog bij het dorp hoort. 

Het huis dat aan het mijne grenst is al een tijd niet meer het hele jaar door bewoond. De eigenaars verhuisden vier jaar geleden naar de V.S.

Het waren, eerlijk gezegd, geen hartelijke buren. Ik deed erg mijn best om een goede buurvrouw te zijn, nodigde hen een paar keer uit en ging er ook wel eens op de koffie. Maar de gesprekken verliepen stroef en verder dan het krappe keukentje dat op het gemeenteplein uitgeeft, kwam ik niet. 

Op een dag was ik aan de overkant van het plein onkruid aan het wieden op de trappen van de gîte communale. Ik zag mijn buren hun huis uitkomen en allerlei dingen verplaatsen in de tuin. Ik zwaaide, maar ze zwaaiden niet terug. 

De volgende dag waren hun luiken dicht en was de auto, die altijd op het gemeenteplein geparkeerd stond, weg. De luiken bleven gesloten, de auto kwam niet terug.

Pas na een maand kwam ik erachter dat ze voorgoed vertrokken waren. De factrice zei me dat hun post doorgestuurd werd naar het adres van de ouders van de buurman. Een dorpsgenote deed wat speurwerk en ontdekte via facebook dat ze in Chicago woonden, waar de buurvrouw oorspronkelijk vandaan kwam. Dat ze niet eens afscheid hadden genomen hadden deed toch een beetje pijn. 

Nu is de buurman terug. Ik hoor hem stofzuigen, dat zal wel nodig zijn na twee jaar afwezigheid. Ik hoor hem maaien in zijn verwilderde tuin. Ik hoor geen stemmen. Blijkbaar is hij alleen. Misschien komen vrouw en kind later. Zoals in de zomer van 2019. Toen bracht ik hen een bakje aardappelen en groenten uit mijn moestuin. 

Dit jaar heb ik nog geen toonbare groenten. En misschien maar beter zo. 

Bestek

Als iemand mij vraagt hoeveel inwoners ons dorp telt, zeg ik meestal vijftien. Dat klopt niet altijd want we kennen hier net als overal demografische verschuivingen. 
In de negen jaar dat ik hier woon heb ik in ons dorp twee huwelijken en een geboorte meegemaakt. En ook twee scheidingen. En ja, het waren dezelfde paren. Het eerste paar ging na vijf jaar uit elkaar. Het tweede na drie jaar. De mannen gingen weg uit het dorp, de vrouwen bleven.
De vrouw van het eerste paar kreeg algauw een nieuwe vriend en daarna een andere nieuwe vriend. De vrouw van het tweede paar kreeg ook een nieuwe vriend. De nieuwe mannen kwamen naar het jaarlijkse kersenfeest en het petanquetoernooi, en alles leek goed te gaan.
Maar vorig jaar kwam de man van het tweede paar terug in het dorp wonen met zijn nieuwe vriendin. Nu zijn ze uit elkaar. En de vriend van zijn vrouw is ook ergens anders gaan wonen zodat het oorspronkelijke paar nu als vrijgezellen in ons dorp wonen, op een steenworp van elkaar.
‘Zouden ze terug bij elkaar komen?’ vroeg ik aan de vrouw van het eerste paar.
‘Wie weet,’ zei ze, ‘het zou misschien geen slechte zaak zijn.’ 
Mais moi,’ zei ze, ‘je ne remets pas les couverts. Eens de tafel afgeruimd, dek ik de tafel niet opnieuw.’ Ik geloof haar. 

Intussen in Frankrijk -33

Van het bestuderen van kaarten en grafieken over de toestand in Occitanië (zo heet het departement tegenwoordig) word ik niet vrolijk. De kleuren variëren van oranje, rood, donkerrood tot zwart. Lichtere tinten hebben ze niet. 

Vorige week kwam de factrice een pakje brengen en raadde ze mij aan om ook in het dorp een masker te dragen. We zijn maar met vijftien dorpelingen en we zien elkaar alleen maar van ver. Wellicht had ze van hogerhand instructies gekregen om ons die boodschap over te brengen, want de zondag daarop wandelde ze zelf met een paar wildvreemden door ons dorp, zonder masker. 

Ik begrijp er steeds minder van, ik hoop alleen op dalingen. Dalingen van alle curven, hier en ginder, want ik hoop half mei naar België te kunnen reizen. Dalingen overal, vooral in India. Maar overal, alstublieft. 

Gelukkig kan ik naar buiten. We mogen tot tien kilometer ver van huis gaan wandelen. En dat heeft geleid tot de ontdekking van een paar nieuwe, verrassend mooie paden. De moestuin heeft er nog nooit zo netjes en georganiseerd uitgezien. En brandhout verslepen en stapelen vind ik plezieriger dan ooit.  Er het beste van maken, iets anders zit er niet op.