Intussen in Frankrijk -26

Ook dit wordt weer een kort bericht.

Nu de Fransen met mondjesmaat van hun herwonnen vrijheid beginnen te genieten, zit ik nog steeds met zona aan de sofa gekluisterd.

Dat een autorit naar het dal te moeilijk is, vind ik niet eens erg. Maar dat ik niet op pad kan gaan om paddenstoelen te spotten, valt me tegen.

Toen ik gisteren ging kijken of er post was, vond ik een zakje met girolles aan het hek. De tranen sprongen me in de ogen.

Alleen jammer dat de weldoener/weldoenster niet even kwam groeten. Misschien toch beter zo, want ik zou het niet hebben kunnen laten om hem of haar om de hals te vallen.

20200518_094225

 

20200518_094522

Intussen in Frankrijk – 23

Vrijdagavond werd eindelijk mijn Leonidasbestelling geleverd. De jongeman die het pakje bracht woont zelf in Perpignan en was blijkbaar nog nooit hier in de streek geweest.

‘Wat woont u afgelegen!’ zei hij, ‘Wat een avontuur om tot hier te geraken! Maar het is  wel mooi, het landschap lijkt wat op mijn geboorteland, de Dominicaanse republiek. Ik zou hier wel eens op vakantie willen komen, voor een week of zo. Maar niet langer.’

Dat heb ik nog gehoord. Ik voel me vaak bevoorrecht dat ik hier mag wonen, maar er zijn evengoed heel veel mensen die hier voor geen geld zouden willen wonen.

***

Een uurtje later bracht ik de pralines naar de familie die mijn boodschappen doet. Het was heel raar. Ik was er al meer dan zes weken niet meer geweest terwijl ik er vroeger bijna wekelijks langskwam. Het was onwennig om elkaar te begroeten zonder de eeuwige twee kussen uit te wisselen, al ben ik eigenlijk wel blij dat die gewoonte nu misschien verdwijnt.

Ik durfde eerst niet bij hen naar binnen te gaan, maar ze nodigden me uitdrukkelijk uit en wezen me een stoel. Daar zaten we dan, op afstand. À distance. Avec distanciation zeggen sommigen. Nog zo’n ongebruikelijk en eigenlijk totaal niet passend woord. Hopelijk geraakt het over afzienbare tijd weer in onbruik.

***

Na de dagenlange regen hebben we dit weekend twee mooie dagen gehad. Gisteren heb ik een deel van het pad van Colombe en Michel gelopen. En ik zag hun schaapjes grazen, bovenop de kam.

Ik voel me bijna bezwaard om hier een foto bij te plaatsen, maar het lijkt stilaan overal de goede kant op te gaan. Binnenkort mogen jullie ook weer op wandel.

20200426_111446

 

 

 

Intussen in Frankrijk -21

Sinds zaterdagnacht regent het hier aan een stuk door. Het is een zachte regen maar omdat het geen minuut ophoudt, begint de grond toch verzadigd te geraken.

Overal stromen kleine beekjes, en de rivieren ruisen weer de berg af. ’s Nachts vind ik het eigenlijk wel fijn om ernaar te luisteren. Dan kan ik weer blij zijn met mijn warme bed en het dak boven mijn hoofd dat (nog) niet lekt.

Overdag begint het nu toch wel op een echte lock down te lijken. Ik heb al een paar dagen geen levende ziel meer gehoord of gezien. Ik wacht nog steeds op twee pakjes: één met chocolade voor mij, en één met pralines voor de buren. Het eerste pakje moet met de post komen en dan zou ik onze sympathieke factrice misschien eens een paar tellen kunnen aanschouwen. Het tweede pakje komt met een pakjesdienst en de kans dat die tot hier komt, lijkt met de dag kleiner te worden.

Verder gebeurt hier eigenlijk niets. Ik ga nog steeds twee keer per dag wandelen, met lange regenjas en laarzen, en één keer per dag ga ik met een paraplu kruiden plukken in de moestuin.

Gisteravond keek ik naar de eerste aflevering van Where The Wild Men Are over de 80-jarige Judith die heel afgelegen op een Iers eiland leeft, zonder water, zonder elektriciteit. Het was alsof ik mezelf in de toekomst zag. Over een jaar of twintig.

Intussen in Frankrijk -20

Een tijdje geleden beloofde ik om een volkstelling te houden in ons dorp en dat heb ik deze ochtend gedaan, maar ik kan niet beloven dat de cijfers exact zijn.

Ik kom aan vijftien vaste inwoners, drie tijdelijken en één kind. Mogelijk is er nog een zestiende vaste inwoner maar van haar -een echte kluizenaar- heb ik geen nieuws. Het aantal tijdelijken kan ook schommelen tussen de drie en de zes. En omwille van co-ouderschap is er soms een tweede kind in het dorp.

Om het met Rutger Bregman te zeggen: de meeste mensen deugen, ook in ons dorp. Maar wie ben ik om van iemand uit te maken of hij of zij deugt of niet?

In ieder geval, van de vijftien vasten zijn er dertien die vriendelijk zijn en elkaar helpen, zeker in deze bijzondere omstandigheden.

En dan zijn er twee, die niet tegen iedereen vriendelijk zijn en anderen eerder het leven lastig maken dan te helpen. Ze hebben kritiek op het gemeentebestuur en steken dat niet onder stoelen of banken. Ze spelen gendarme, sturen giftige e-mails en dagen soms mensen voor het gerecht.

Kortom, ze zijn onaangenaam, ook voor mij, ik die probeer om uit de geschillenzone weg te blijven.

Het is hier niet anders dan in de wereld volgens Bregman: er zijn een paar ambetanteriken, maar de ‘goeden’ zijn met meer. Daar troost ik me dan mee. En verder ga ik met een boog om die ene buurman heen en probeer ik mijn rol in de gemeenschap naar best vermogen te vervullen.

***

Eergisteren heb ik mijn eerste uitstapje sinds ‘le confinement’ gedaan: ik ben samen met de (goede) buurman naar de rivier gewandeld om er daslook te gaan plukken en we hebben er gepicknickt. We droegen geen mondmaskers, maar we bleven wel op veilige afstand van elkaar.

***

Intussen is er ook weer nieuws van de muziekschool. De lessen zouden na 11 mei hervatten. Maar enkel de individuele lessen. Leerkrachten zullen mondmaskers en alcoholgel meebrengen, de leerlingen moeten hun eigen mondmasker meebrengen. Aangezien de ukelele-les een groepsles is, zal die waarschijnlijk wegvallen. De zangles is individueel, maar eerlijk gezegd zie ik mij niet Feeling Good of de Air sur la corde de sol met een mondmasker zingen. Ik geloof dat ik in september het jaar maar overdoe.

 

Intussen in Frankrijk -15

 

20200408_094735

Vandaag heb ik verdriet. Ja, verdriet, laat ik het maar met de naam noemen.

Nadat ik vanmorgen Cacahuète’s ontbijt had gegeven, bleef ik nog wat op het terras staan. Ik keek naar de dikke witte mist die zich als een deken over het dorp had gelegd en opeens rolden de tranen over mijn wangen.

Zo gaat dat met verdriet: het hangt al een paar dagen rond, weet zelf niet goed waar het vandaan komt en waar het naartoe wil, en plots vindt het een hendel, en hup, de sluizen gaan open.

De hendel is een datum. Begin april is voor mij een periode waarin herinneringen elkaar verdringen, waarin het water hoog staat.

Nadat ik de eerste golf met een grote zakdoek had opgevangen, zette ik een kop koffie en bekeek ik de e-mails en de WhatsApp berichten.

  • Mijn plaatselijke ‘bestie’ stelt voor om vandaag met elkaar te skypen.
  • Er is een lange e-mail van een vriendin waarvan ik aan de toon kan zien dat het vrij goed met haar gaat. Dat doet me plezier. Ze stuurt me bovendien een link naar een -voor mij- bijzonder troostend artikel.
  • Jérémy stuurt me een berichtje met de vraag of hij de naar het Frans vertaalde hoofdstukken van Colombe mag lezen.
  • Céline laat weten dat ze naar Prades gaat en vraagt of ze iets voor me mee kan brengen.
  • Een vriendin in A stuurt me een mooie schaduwfoto van zichzelf. Ik kijk ontroerd naar haar contouren.

Al die mensen hebben geen weet van de ‘hendel’, en weten dus niet hoe troostend hun berichten zijn.

Ik blijf maar huilen. Soms regent het toch ook een hele dag?

Tegelijk probeer ik mijn verdriet aan te kijken. Wie ben je en waar kom je vandaan?

Ik heb immers geen reden tot klagen. Ik leef in de best mogelijke omstandigheden, ik kan naar buiten wanneer ik wil. Eten en drinken wordt me gebracht.

Maar gisteren moest ik iets uit de auto halen en toen ik op de parking stond, kreeg ik een aanvechting om in te stappen, de sleutel in het contact te steken en weg te rijden. Gewoon ergens heen.

Toch is het niet die -hopelijk tijdelijke- vrijheidsbeperking die me verdrietig maakt.

Wat me doet huilen is wanhoop en machteloosheid. Ik maak me zorgen over de wereld. En dan heb ik nog niet eens kinderen. Hoe moeilijk moet het niet zijn, als je ook nog kinderen en kleinkinderen hebt? Want waar gaat dit naartoe?

Ik schaam me over de mensheid, over al dat knoeien, de gebrekkige, soms oneerlijke communicatie, de keer op keer verkeerde en vèrdragende beslissingen van mensen die het denken te weten.

Ik maak me zorgen over de mensen -en alle levende wezens- die het allemaal maar ondergaan, die nu al lijden, en over de toenemende armoede, die mensen tot wanhoop zal drijven. En over de machteloosheid die ik daarbij voel en zal blijven voelen.

Dat maakt me verdrietig.

Maar mijn tranen helpen niemand. Alleen mezelf. Ze luchten op en daarom mogen ze vandaag stromen.

Straks ga ik naar de moestuin. Ik probeer elke dag wat te zaaien. Vandaag worteltjes en radijsjes. En ik ga nadenken over vaste planten die ik nog kan installeren, zodat het voedselbos wat meer volume krijgt. Want dit is wat ik kan doen voor de aarde: goed voor haar zorgen, dankbaar gebruik maken van wat ze geeft en haar helpen om nieuw groen aan te maken. Voor mij, voor het dorp, en voor wie na mij hier ooit zal wonen.

20200408_121859

 

 

Intussen in Frankrijk -14

 

Net als aan de kust en in de steden is het nu stil in het dorp. Nog stiller dan anders. Er passeren minder auto’s, er komen geen wandelaars of fietsers meer. Het onsympathieke bord bij de ingang van het dorp mist blijkbaar zijn effect niet. Het kan ook zijn dat de auto’s in het dal door de politie er al van weerhouden worden om naar de bergdorpen te rijden.

De jacht is stilgelegd. Op woensdag, zaterdag en zondag horen we geen geweerschoten en geen hondengeblaf meer. Een enkele keer was daar wel eens het hartverscheurend geschreeuw van een gewond everzwijn bij. Ik ben blij dat dit nu even uitblijft.

De dieren zijn ook blij. Ze wagen zich dichter bij het dorp. De wilde zwijnen woelen van puur plezier de aarde nog grondiger om dan anders. Alsof ze willen zeggen: wij zijn hier en we zijn met velen. Van mij mag het, zolang ze maar uit de moestuin blijven.

De haas die ik bijna elke ochtend in het dennenbos bij Vila Seca zie, heeft zijn territorium uitgebreid. Soms zie ik hem al vanop de asfaltbaan.

Een paar dagen geleden zag ik twee jonge Pyrenese gemzen op amper twintig meter vanwaar ik stond. Een beetje vreemd want deze dieren leven normaal gezien op 2000 meter hoogte en ons dorp ligt maar op 800 meter hoogte, de omliggende bergkammen bereiken zo’n 1300 meter hoogte. Alsof de dieren zich afvragen wat er aan de hand is, en een kijkje komen nemen.

 

20200403_121843

20200403_121911

De speeltuinen van de everzwijnen

 

 

 

Intussen in Frankrijk – 11

Op het eerste gezicht is mijn leven de laatste tijd niet dramatisch veranderd. Ik heb mijn reis- en verblijfplannen moeten wijzigen, dat wel. Maar nu ik terug thuis ben, lijkt mijn leven op het leven ervoor. Ik was al een soort kluizenaar en daar had ik zelf voor gekozen.

Voorlopig kan ik niet meer naar de muziekschool. Meestal ging ik op donderdag en bezocht ik tussen twee lessen door mijn vrienden in Prades. Die dag deed ik meestal ook een paar boodschappen. Soms ging ik naar de markt: op dinsdag naar de grote markt of op zaterdag  naar de kleine biomarkt.

Het afgelopen jaar ging ik regelmatig naar een kinesiste in Perpignan. Op de terugweg ging ik wel eens bij een zus langs. En een keer per maand had ik een wandel/picknick-afspraak met vriendin Sue.

Dat is voorlopig allemaal opgeschort en je zou verwachten dat ik nu zeeën van tijd heb, maar niets is minder waar. De communicatie met vrienden en familie is nu veel intensiever geworden en neemt behoorlijk wat tijd in beslag. Er moet brandhout aangesleept worden en de kachel moet brandend gehouden worden want buiten is het koud en nat. Als het weer even wat zachter is haast ik me naar de moestuin want die heeft plots aan belang gewonnen. Nu de voedselbevoorrading beperkt is, onderzoek ik hoe ik de tuin meer en eerder kan laten renderen.

Ik schrijf vaker blogberichten en ik lees meer blog- en nieuwsberichten en ik luister ook meer naar de radio. Om 19 u kijk ik naar het vrt-journaal, en om wat ik gehoord en gezien heb te vergeten,  kijk ik daarna naar een aflevering van een miniserie.

Partituren blijven in de map en het boek dat ik lees vordert langzaam. Behalve blogberichten en e-mails ligt het creatief schrijven stil.

Ik merk ook kleine, subtielere gedragsveranderingen. Ik ben zorgzamer voor mijn lichaam. Droge handen en voeten worden vaker ingesmeerd. De yogamat wordt weer dagelijks uitgerold. Ochtend- en avondwandelingen worden -weer of geen weer- nooit overgeslagen. Ik drink wat vaker kruidenthee.

Ik denk (nog meer) na over wat ik eet, en alles wat de natuur cadeau geeft, brandnetels, weegbree, kaasjeskruid, paardenbloem, neem ik dankbaar aan. Ik ben zuinig in de keuken, geen druppel wordt gemorst, geen kruimel gaat verloren.

Als ik de trap neem of wat moet klimmen tijdens een wandeling ben ik dubbel voorzichtig. Een voet verstuiken of een arm of een been breken is het laatste wat ik nu wil meemaken.

En tot mijn schaamte moet ik toegeven dat ik onverdraagzaam ben geworden. Ik verdraag niet dat er vreemde auto’s door het dorp rijden of bij het bos geparkeerd staan. Erger nog: ik signaleer dit soort waarnemingen aan de burgemeester.

En omdat ik niet de enige ben, heeft ze nu een bord bij de ingang van het dorp geplaatst: ‘gelieve rechtsomkeert te maken’. Het is een kartonnen bord. Hopelijk is het maar zo lang nodig als het stand houdt.

Intussen in Frankrijk – 10

Gisteren heb ik een brood gebakken met de restjes bloem die ik nog had. Met een beetje geluk zitten er twee pakken bloem bij mijn bestelling voor de supermarkt die ik mocht doorgeven en kan ik een paar weken verder. Ik heb een vintage broodsnijmachine uit de kelder gehaald, zodat ik zuinige sneetjes kan snijden. Vorige week was er nauwelijks bloem te vinden, zei Marie. Uiteindelijk maalde onze groenteboer een kilo graan voor haar.

‘Malen?’, vroeg ik, ‘heb ik dat goed begrepen?’

‘Oui, oui,’ zei ze, ‘il a moulu de la farine pour moi.’

Het doet me opnieuw denken van de oorlogsverhalen van mijn moeder. Zij woonde tijdens de oorlog samen met haar ouders in de buurt van een graanmolen. ’s Nachts was het een komen en gaan van mensen die er hun zakje graan lieten malen.

Ik ben nog steeds niet naar het dal geweest. Ik probeer me voorstellen hoe het daar is. ‘Niet leuk,’ zegt Marie. ‘De mensen zijn nerveus en sommigen respecteren de regels niet.’

Ik skype met vrienden in Prades. Ze wonen in een rijhuis in de stad en vinden het lastig om zo weinig contact te hebben.

‘We mogen geen gesprekjes voeren op straat,’ zegt Véronique. ‘De mensen spreken dan maar af om op hetzelfde tijdstip naar de post of naar de apotheek te gaan en daar wat te praten.’

We maken ons zorgen over een gemeenschappelijke vriendin die er vreemde theorieën op nahoudt. Zij is ervan overtuigd dat de hele situatie onderdeel is van een militaire actie op wereldschaal.

Vandaag sneeuwt het weer. Geen tuinwerk, dus. Gisteren heb ik nog snel de laatste aardappeltjes gepoot. Terwijl ik bezig was hoorde ik vrouwenstemmen. Ze klonken me als muziek in de oren. Marie en haar moeder, Josette, deden een wandelingetje en bleven wat praten vanop de straat.

‘Je bent nu twee weken terug thuis,’ zei Josette, ‘dan ben je safe,’

‘Ja, dat hoop ik,’ zei ik, al vind ik de informatie over incubatietijd niet altijd duidelijk.

We babbelden nog wat, en na een minuut of tien vervolgden ze hun wandeling.

‘Ik ben blij dat ik jullie gezien heb,’ riep ik hen nog na.

‘Wij ook!’ riepen ze terug.

20200329_112636

PS Net het bericht gekregen dat we mogelijk een week, tot tien dagen, moeten wachten op onze bestelling bij de drive-in. Ik mag nu drie producten opgeven die prioritair zijn. Die zal Marie ergens anders gaan halen. Euh… bloem, kaas (een stuk emmentaler) en havermout.