Lente

Als ik in dit blog terugblader naar de vorige jaren vallen me vooral de alarmerende berichten over de droogte op. En misschien ook de lange stiltes.
Laat ik beginnen bij het weer: de situatie is nu helemaal omgekeerd. Voor de derde keer dit jaar viel onlangs de regen dagenlang onafgebroken op onze daken. In elk huis in ons dorp stond ten minste één emmer om lekken op te vangen, ook in het mijne. Langs de wandelwegen stromen nu nog steeds riviertjes met kleine watervallen en overal is het ruisen van de grotere rivieren te horen. Tijdens die regens raakte de weg naar het dorp geblokkeerd door aardverschuivingen. Gelukkig worden deze ‘éboulements’ meestal snel opgeruimd door de bijzonder goed werkende wegenwerkenorganisatie van de regio. Het beste nieuws is dat de dorpsbron opnieuw volop stroomt. Tot nu klaagt niemand. We zijn maar al te blij met al dat water, de ongemakken nemen we erbij.

De stiltes hadden te maken met een periode waarin veel tijd naar mijn familie ging, daarna met een schrijf-inhaalbeweging. In januari leek alles weer op rolletjes te lopen en net toen ik een nieuwjaarbericht voor dit blog wilde schrijven, gebeurde een drama in ons dorp, waarbij een kind het leven verloor. Ik kon en wilde er niet over schrijven. Ik vond er de woorden niet voor. In een kleine gemeenschap als de onze slaat zoiets hard in. Twee maanden later kan er nog steeds niet hardop over worden gesproken.

Het gebeuren en de bedrukte sfeer nadien zetten me aan het denken. We hadden het drama niet kunnen voorkomen. Misschien kunnen we in de toekomst wat meer naar elkaar omkijken? Zou een gemeenschappelijk project daarbij kunnen helpen? Ik vroeg me af hoe ik zoiets zou kunnen aanmoedigen en stelde me uiteindelijk kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik raakte min of meer automatisch verkozen, want er was maar één lijst en die was te nemen of te laten. Vanavond wordt de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd.

Vorig jaar las ik het essay Optimisme zonder hoop van Tommy Wieringa. Dit boekje gaat vooral over het klimaat, maar de gedachte dat het zinvol is om optimistisch en ondernemend te blijven als er weinig hoop meer is, heb ik meegenomen. Intussen is de dorpstuin opnieuw een gemeenschappelijke tuin geworden. De laatste jaren was ik de enige die hem nog bewerkte. Een aantal buren hebben nu geholpen met de heraanleg. De oogst gaan we delen. Misschien is dat een begin.

Water

Bijna twee jaar lang was het verontrustend droog in deze streek. Heel wat bomen overleefden de droogte niet, in de lente kwam de bloei moeizaam op gang, sommige planten verdwenen uit het landschap, andere namen de overhand, op veel plaatsen was de grond zanderig droog. De dorp zag er stoffig uit, de moestuinen pover.
In het najaar van 2024 leek het tij te keren. We kregen af en toe een bui, maar het regende te weinig om de bronnen weer voluit te laten stromen. De hoofdbron die ons dorp van water voorziet, gaf steeds minder.

In februari kwam er opeens geen water meer uit de kraan. Niet omdat de bron opgedroogd was, maar omdat er twee lekken in de hoofdleiding waren. Het duurde vier dagen eer die hersteld waren. Het was een harde les want voorheen realiseerde ik me niet hoe dikwijls op een dag ik de kraan opendraai. Gelukkig heb ik in 2023 twee regentonnen laten installeren, handig om het toilet door te spoelen, maar niet drinkbaar.

En nu heeft het twee dagen onophoudelijk hard geregend. Een heel ander soort ongemak: niet naar buiten kunnen, want binnen de kortste tijd ben je drijfnat, èn lekkende daken. Met emmers en dweilen is het binnenhuisleed min of meer verholpen en intussen is het opgehouden met regenen. De doorhangende takken van de cipressen schudden het water van zich af, het dorp hult zich in een witte damp en we horen de rivieren weer de berg afstromen. Een geluid dat ik bijna vergeten was. Ik probeerde het op te nemen, maar in de opname overschreeuwen de vogels het stromen.

Vanmiddag ben ik het opgefriste bos gaan verkennen: beddingen die al meer dan twee jaar geen water meer gezien hebben zijn veranderd in kolkende beekjes. En op de terugweg liep ik ook even langs de moestuin. Tot mijn vreugde stond er voor het eerst water in de wadi.

Bosbeekje
De wadi die ik in augustus 2022 aanlegde houdt voor het eerst water vast.
Het water stroomde vanaf de straatkant de tuin in.

Droogte 2

Sinds mijn vorige bericht, precies drie maanden geleden, heeft het drie keer geregend, waarvan één keer een hele nacht. Die ene keer heeft veel goedgemaakt, maar het blijft te weinig. Vooral omdat er zo goed als geen reserve is voor de komende zomer, die wellicht ook heet en droog zal zijn.

De dorpsbron geeft gelukkig nog water, maar het debiet is dramatisch verminderd. Elke maand klimt iemand van het dorp naar de kam om het debiet te meten en de filter te reinigen. Een jaar geleden duurde het 3 seconden om een beker van een halve liter te vullen, nu 20 seconden. Het water stroomt dus 7 keer trager uit de berg. Er is nog voldoende om alle huizen van water te voorzien, maar er is zo goed als geen overloop meer. Die overloop wordt normaal gebruikt om de moestuinen te bevloeien en de koeien en de schapen van drinkwater te voorzien.

Uit de dorpsfontein stroomt een dun straaltje water. Daarvan kan ik wat afnemen om de moestuin vochtig te houden. Maar ik bedek de grond met een dikke laag groenafval zodat de bodem minder snel uitdroogt en ik minder vaak moet gieten.

Als ik in de tuin sta, zie ik wel eens een auto bij de fontein stoppen. Mensen uit omliggende dorpen komen een paar bidons vullen. Ze komen meestal niet meer terug: de weg naar ons dorp is lang, smal en kronkelig en ze moeten veel geduld hebben, een bidon raakt maar langzaam vol. Ze komen wellicht uit Bouleternère of Corbère. Die dorpen haalden zelfs de Vlaamse pers omdat er geen drinkwater meer is.

Tijdens het Uur van de Aarde (Earth hour), op 25 maart deed ik samen met een aantal dichters het licht uit en schreef ik bij kaarslicht een gedicht. Ik beschrijf er mijn onrust in, mijn angst dat we het dorp zullen moeten verlaten, maar ik eindig met een sprankeltje hoop. En natuurlijk hoop ik dat het nooit zover zal komen, en geloof ik dat ook wel, als we allemaal samen voor de aarde zorgen.

Mijn gedicht is nu ook te lezen op de facebook pagina van Poets for the Planet (nadat het aanvankelijk door facebook geweigerd werd wegens het woord ‘naakte’).

de dorpsfontein

Droogte

Terwijl er in het noorden voor watersnood gevreesd wordt, baart de droogte ons hier zorgen. De wijnbouwers en de veetelers maken zich zorgen. Ik maak me ook zorgen want hoelang zal de dorpsbron water blijven geven? Zelfs de wilde dieren maken zich zorgen. Ze naderen steeds vaker het dorp. Het is al niet meer ongewoon om een vos of een das in de dorpskern op straat te zien lopen of een hert over een omheining te zien springen.

Vannacht heeft een dier zich te goed gedaan in mijn moestuin. Spinazie, venkelloof, zwarte radijsloof en veldsla zijn tot tegen de bodem afgeknabbeld.

Gelukkig houdt het dier (een hert of een gems?) blijkbaar niet van prei en kolen.

PS Vandaag, 17 januari, heeft het gelukkig een klein beetje geregend. Maar de wind droogt alles meteen weer op.

Buitenspelen

Tijdens de pandemie voelde ik me vooral machteloos en moedeloos, maar de nieuwe hindernissen, die maar op ons af blijven komen, lijken op een of andere manier mijn strijdvaardigheid aan te wakkeren.

Het begon met de calamiteiten die mijn moestuin tegen de vlakte sloegen. Het was juist die tegenslag die me opeens energie gaf om aan de slag te gaan.

Op dezelfde manier probeer ik nu naar de nieuwe uitdagingen te kijken. Er staat een winter voor de deur die niet comfortabeler zal zijn dan de vorige. Dat was nochtans het plan: ik zou een of twee nieuwe verwarmingstoestellen aankopen en een aangename en stabielere temperatuur in huis hebben. Maar mijn budget voor dit jaar is op onverklaarbare wijze geslonken, de energie- en andere prijzen zijn hier ook aan het stijgen, en toestellen aankopen en meer elektriciteit verbruiken is voorlopig niet aan de orde.

De oplossing waarop ik broed is: veel meer buiten spelen dan ik doorgaans in de winter doe. En wat kan ik zoal buiten doen? Wandelen, joggen, sprokkelen, de moestuin onderhouden, de wadi afwerken, het kerkhof verder opknappen, het dorp netjes houden enz. Ik hoef er niet lang over na te denken, er is genoeg te doen.

Het nieuwe is: mijn dag anders indelen:

  • Een beetje langer in bed blijven.
  • Na het opstaan meteen naar buiten gaan en een ochtendwandeling of -loopje doen.
  • Als ik dan goed opgewarmd ben nog even in de tuin gaan rommelen.
  • Vaste werkuren: twee tijdspannes per dag
  • Tussendoor naar buiten gaan
  • Avondwandeling en sprokkelen
  • Lezen in bed (met een warme kruik erbij)

Anders is: meer tijd buitenshuis doorbrengen, maar ook:  de (computer-)werktijd afbakenen en binnen die tijd beter focussen en dus sneller klaar zijn met de geplande taken.

Als dat lukt, zal ik minder elektriciteit en brandhout verbruiken en toch geen kou hebben. En ik kan nog een paar voordelen bedenken: de moestuin zal floreren en mijn conditie zal er wel bij varen.

Misschien lijkt dit makkelijk praten, ik woon immers in een omgeving die uitnodigt om naar buiten te gaan. Hoe zou ik het doen als ik in de stad zou wonen? Ik denk dat ik meer zou wandelen en fietsen en ik zou stiekem een stukje grond in een park of op een kerkhof adopteren en dat netjes houden en er misschien wel iets planten, of er in ieder geval de natuur gaan observeren met PlantNet en BirdNet.

Is dat een naïeve gedachte? Op welke manier zouden jullie deze winter wat meer gaan buitenspelen?

Veerkracht

Veerkracht kun je leren. En wel van de natuur. De voorbije hagelstorm heeft dat weer eens aangetoond.

De délice du jardinier/gardeners delight heeft zich stevig herpakt en geeft opnieuw tomaatjes.

De gele courgette heeft heel erg haar best gedaan, maar het is bij een paar nieuwe bladeren en één kleine courgette gebleven.

De geknakte preien staan weer mooi recht.

En zelf heb ik van de nood een deugd gemaakt en de tuin heringericht.

En ook in het getergde bos gebeurt er wat.

Vorst, droogte, hagel

Eén extreme vriesnacht zorgde er dit voorjaar voor dat een aantal bomen hun jonge blaadjes en de meeste bloesems verloren. De treurwilg herpakte zich, de kerselaars ook, de appel- en perenbomen droegen duidelijk minder vruchten dan vorig jaar, de kriekenboom sloeg het seizoen over, de vijgenbomen deden hun best.

Dan kwam de droogte. Al het fruit viel voortijdig af. Dit jaar geen appels, zelfs geen appelmoes van wormstekig fruit. De druiven verdrogen aan de struik, de vijgen doen nog steeds hun best.

Eergisteren kregen we een hagelbui. De tweede dit jaar, maar dit was eerder een storm dan een bui. Ik was zelf niet in het dorp, ik reed ergens in de buitenkant van de storm, kreeg alleen veel regen en wat hagel op mijn dak. Maar toen ik de berg opreed zag ik meteen de ravage: langs de kant van de weg lagen hopen ijs, en de asfaltweg was op veel plaatsen bedekt met een dikke laag bladeren. Ik reed naar het dorp over een krakend tapijt. Aangekomen haastte ik me naar binnen. Ook op de binnenkoer lagen hopen ijs.

De volgende dag ging ik de schade opmeten. Van mijn moestuin blijft niets over. Tomaten- en courgetteplanten zijn zwaar beschadigd, benieuwd of ze het nog redden. De preiplantjes zijn uitgerafeld, de verse kruiden liggen op de grond, zelfs de indrukwekkende bloemen van de topinamboers zijn onthoofd. De bladeren van de vijgenbomen vertonen grote gaten. De vruchten, de kastanjes en de noten zijn bijna allemaal afgevallen.

Bij de buren is het al even erg, of nog erger want zij hadden dit jaar veel meer geplant dan ik. Zij zaten in het oog van de storm en zijn nog steeds onder de indruk.

‘Het lijkt wel automutilatie van de aarde,’ zeg ik, ‘de droogte, de branden, de overstromingen en nu dit…’
‘De aarde wil zich van ons ontdoen,’ zegt de buurvrouw bitter.

Hopelijk geeft de aarde ons nog een kans.
Morgen ga ik nieuw plantgoed voor de wintertuin kopen.

Wadi

Mijn verwachting dat deze zomer lang en heet zou zijn is uitgekomen. De eerste weken hield ik me stil bezig met het schrijfwerk dat ik gepland had. Half juli herontdekte ik het meer van Vinça en voerde ik regelmatige zwembeurten in. Ik vond ook wat afwisseling, beweging en plezier in het bijna dagelijks water geven aan de moestuin en het kerkhof. Maar tegelijk groeide de ongerustheid over de droogte. Wat als de dorpsbron zou droogvallen?
Ik herinnerde mij verhalen over hele beschavingen die uitstierven als gevolg van het opdrogen van bronnen. Ik zag me al wegtrekken met achter mij de barstende grond en de instortende huizen.

De moestuin, het voedselbos in spe, lag er dor en verwaarloosd bij. Het was te warm om te wieden en ik vroeg me af of wieden wel een goed idee was. Ik begon ook te twijfelen of dagelijks gieten wel goed voor de planten was. Ik bedacht dat ik mijn werkwijze moest herzien en richtte me tot Google. Daar leerde ik dat je beter een paar keer per week royaal water geeft dan dagelijks te gieten. Ik dacht al dat ik verkeerd bezig was.

Verder zoekend naar inspirerende ideeën, vond ik de wadi. De wadi is een plek in je tuin waar je het regenwater opvangt en dat langzaam laat infiltreren in de bodem. Ik vond een paar handleidingen en het leek me niet eens moeilijk: ik zou een soort vijvertje graven, de bodem bedekken met stenen en een greppel maken vanaf de hoger gelegen straat, zodat bij plensbuien of nog beter, langdurige regens zoals we die vorige winter hadden, het water naar de wadi kan stromen.

Nog dezelfde avond begon ik eraan. Het gebied waar de wadi zou komen was snel afgebakend: de plek waar ik net de aardappelen had gerooid. Ik zou ook al eens proberen of ik de grond tegen de helling gemakkelijk los kon krabben om er een greppel te maken. Dat ging onverwacht vlot en nog voor het donker werd had ik een kanaaltje.

Vanmorgen vroeg ben ik begonnen met de grond in de wadi uit te steken. Ik geef mezelf alle tijd want het zal nog even duren eer het gaat regenen. Tegelijk geef ik de hele moestuin een opknapbeurt. Ik bekijk hem nu immers met andere ogen. Ik verplaats de vierkante bakken die niet in gebruik zijn, naar plekken dichter bij de wadi en vul ze met de uitgegraven grond. Daarin ga ik wintergroenten en kruiden zaaien en planten.

Ik weet niet of de wadi een succes gaat worden, maar ik wil het graag proberen, al was het maar om de energie en de hoop die vrijkomt als je een nieuw project hebt.

Vanuit de tuin, de plek waar de wadi moet komen
Vanaf de straatkant

Een zomer als (g)een ander

En opeens is het september, zelfs bijna half september, zelfs bijna oktober, al bijna najaar dus. De zomer schoof onder ons door en liet niet veel na. Er waren minstens evenveel grijze dan zonnige dagen, er kwam maar geen regen, de bijen hadden honger, in de tuin groeide zelfs het onkruid niet.

Alleen in de tuin van de burgemeester staan dit jaar opvallend veel en grote zonnebloemen. En wie dichterbij gaat kijken ziet er meer eetklare groenten dan er in het winkeltje van de groenteboer van Joch te koop zijn. Zij heeft als enige van het dorp de droogte verslagen door een ingenieus bewateringssysteem in haar tuin te installeren. Ze is niet voor niets burgemeester, ze is de slimste, de meest ondernemende en de handigste van het dorp. Ze deelt eieren en komkommers uit want haar kippen krijgen elke dag groenvoer en de komkommers groeien haar boven het hoofd.

Er heerst geen honger in ons dorp. Maar er zijn kleine en grotere ‘kwesties’ zoals overal waar mensen leven. En het wereldnieuws deed er nog een duit bovenop.

Wil ik deze zomer dan zo snel mogelijk vergeten? Ach nee, er waren ook mooie dingen. Zo stonden er op een dag twee nieuwe picknicktafels naast de pétanquebaan. Ik vond genoeg vrijwilligers om de fontein een jaarlijkse poetsbeurt te geven. Daarna speelden we een partijtje jeu de boules en aten we samen aan de nieuwe tafels.

De groep Paradaïka, waarvan de klarinettist een dorpsgenoot is, gaf een gedenkwaardig concert. Er werd tot aan het ochtendgloren gedanst, gedrumd en trompet gespeeld en niemand van de afwezigen heeft geklaagd.

Zelf ben ik deze zomer niet altijd even voorzichtig geweest, maar wel gezond gebleven. Ik genoot een paar weken van aangenaam gezelschap en besefte ook weer hoe ik, net als Tjitske Jansen in het gedicht Liefste, graag alleen ben.

Paradaïka op ons dorpsplein