Ik lees. Wat lees jij?

Een campagne van de Turnhoutse bibliotheek, waar Hadjira Hussain Khan, beloftevolle dichter en journalist, mijn roman Colombe aanraadt. Dank je wel, Hadjira!

Een lezer signaleerde me dat sinds de sluiting van uitgeverij/boekhandel Kartonnen Dozen het boek nog moeilijk te verkrijgen is. Gelukkig heb ik zelf nog een voorraadje. Wie dat wil, kan het boek rechtstreeks bij mij bestellen. Stuur een mailtje naar christinevandenhoveapestaartgmailpuntcom.

Nagenieten

In oktober heb ik een kleine ‘tour’ gemaakt in de Denderstreek. Ik gaf een boekvoorstelling in Appelterre voor mijn familie die daar in de streek woont, een boekvoorstelling in de bibliotheek van Ninove, en een derde presentatie in de kunstacademie van Geraardsbergen. Tussendoor gaf ik een lezing aan een 50+ schrijfgroep in dezelfde kunstacademie en een tweede lezing aan een groep jonge (15 jaar!) schrijvers.

Ik heb van elke voorstelling en elke workshop erg genoten. Ik had alles zo goed mogelijk van op afstand voorbereid en ik kreeg hulp van oude en nieuwe vrienden, soms uit onverwachte hoek, zodat alles op rolletjes liep.

Mijn boek Het huwelijk blijkt een specifieke groep lezers aan te spreken: mensen uit de streek rond Ninove, die de tweede helft van de twintigste eeuw meemaakten. En daarrond een cirkel van mensen die houden van een herkenbaar verhaal over wat mensen uniek en fragiel maakt.

Toch heb ik me wel eens afgevraagd of dit de manier is waarop ik mijn boek naar de lezer wil brengen. Of dat wel mijn taak is. In die zes weken voorbereiding en uitvoering had ik soms liever tijd gehad om te schrijven.

Maar nu ik erop terugkijk denk ik: ja, het was het waard. Ik heb zoveel fijne mensen ontmoet. Er werden herinneringen opgehaald die nog meer herinneringen naar boven haalden. Ik hoorde oprechte lovende woorden over mijn boek. Ik voelde me verbonden met de lezers. En uiteindelijk is het mij daarom te doen.

Het stemmige zaaltje in het heerlijke Hof Anghereel.

Vooraf een wandeling met mijn lieve assistentes. Achter ons de Wildermolen die ook in het boek voorkomt.

Het zaaltje vol lieve familieleden.

En ik aan het uitleggen.

Presentatie in de bibliotheek van Ninove.

Voorstelling in de gezellige theaterzaal van de kunstacademie Geraardsbergen.

Foto’s: Dank aan Wim Verzelen (Appelterre), Annika Cannaerts (Ninove) en Lut Verstappen (Geraardsbergen).

Boekvoorstelling II

Een weekje na Ninove, volgt een presentatie in de kunstacademie van Geraardsbergen.

Ook Geraardsbergen komt voor in mijn roman. Bovendien ontmoette ik daar in 2012 een man die in de jaren vijftig leerjongen was bij mijn grootvader, de toenmalige stationschef van Zandbergen. Hij vertelde mij de stationscène en die scène hielp me op dreef met het schrijven van de uiteindelijke versie van Het huwelijk.

Een aantal leerlingen van het domein Woord van de kunstacademie zullen fragmenten uit Het huwelijk voordragen.

Hartelijk dank aan Kristien Van Damme en Lut Verstappen om deze extra presentatie mogelijk te maken.

Buitenspelen

Tijdens de pandemie voelde ik me vooral machteloos en moedeloos, maar de nieuwe hindernissen, die maar op ons af blijven komen, lijken op een of andere manier mijn strijdvaardigheid aan te wakkeren.

Het begon met de calamiteiten die mijn moestuin tegen de vlakte sloegen. Het was juist die tegenslag die me opeens energie gaf om aan de slag te gaan.

Op dezelfde manier probeer ik nu naar de nieuwe uitdagingen te kijken. Er staat een winter voor de deur die niet comfortabeler zal zijn dan de vorige. Dat was nochtans het plan: ik zou een of twee nieuwe verwarmingstoestellen aankopen en een aangename en stabielere temperatuur in huis hebben. Maar mijn budget voor dit jaar is op onverklaarbare wijze geslonken, de energie- en andere prijzen zijn hier ook aan het stijgen, en toestellen aankopen en meer elektriciteit verbruiken is voorlopig niet aan de orde.

De oplossing waarop ik broed is: veel meer buiten spelen dan ik doorgaans in de winter doe. En wat kan ik zoal buiten doen? Wandelen, joggen, sprokkelen, de moestuin onderhouden, de wadi afwerken, het kerkhof verder opknappen, het dorp netjes houden enz. Ik hoef er niet lang over na te denken, er is genoeg te doen.

Het nieuwe is: mijn dag anders indelen:

  • Een beetje langer in bed blijven.
  • Na het opstaan meteen naar buiten gaan en een ochtendwandeling of -loopje doen.
  • Als ik dan goed opgewarmd ben nog even in de tuin gaan rommelen.
  • Vaste werkuren: twee tijdspannes per dag
  • Tussendoor naar buiten gaan
  • Avondwandeling en sprokkelen
  • Lezen in bed (met een warme kruik erbij)

Anders is: meer tijd buitenshuis doorbrengen, maar ook:  de (computer-)werktijd afbakenen en binnen die tijd beter focussen en dus sneller klaar zijn met de geplande taken.

Als dat lukt, zal ik minder elektriciteit en brandhout verbruiken en toch geen kou hebben. En ik kan nog een paar voordelen bedenken: de moestuin zal floreren en mijn conditie zal er wel bij varen.

Misschien lijkt dit makkelijk praten, ik woon immers in een omgeving die uitnodigt om naar buiten te gaan. Hoe zou ik het doen als ik in de stad zou wonen? Ik denk dat ik meer zou wandelen en fietsen en ik zou stiekem een stukje grond in een park of op een kerkhof adopteren en dat netjes houden en er misschien wel iets planten, of er in ieder geval de natuur gaan observeren met PlantNet en BirdNet.

Is dat een naïeve gedachte? Op welke manier zouden jullie deze winter wat meer gaan buitenspelen?

Lalagè las Het huwelijk

Na Colombe las Lalagè nu ook Het huwelijk.

Haar bespreking maakt me blij. Ze vat het verhaal heel goed samen, haalt precies naar voren wat ik wilde benadrukken: de onmacht en het verdriet van Justine, de zorg van Gaspard. En ze vraagt zich af of Gaspard omwille van de (klein)kinderen in het gezin gebleven is. Haar vraag overrompelt me. Want ja, wellicht bleef hij niet alleen voor Adèle, maar ook voor de kleinkinderen. Voor ons dus. En wellicht waren er nog andere redenen.

Dat het een klein boekje geworden is, vindt ze niet erg:

“… en toch heb ik aan het einde het gevoel dat ik een flink verhaal heb gelezen.”

Haar besluit ontroert me:

“Christine Van den Hove heeft zich hiermee toegevoegd aan het selecte groepje schrijvers waar ik alles van wil lezen.”

Grote dank, Lalagè. Ik lees ook alles van jou.

Lalagè las Colombe

Er zijn heel wat boekenblogs op het net te vinden. Bij sommige bloggers ligt de frequentie zo hoog dat ik me moeilijk kan voorstellen dat je zo snel, zo veel kan lezen en dan ook nog eens een bespreking schrijven. Want een boek samenvatten en er een zinnige commentaar bijschrijven is toch wel intensief werk. 

Een paar goede boekbesprekers hebben het intussen tot mijn spijt opgegeven, maar ik begrijp het. Af en toe vind ik er dan weer eentje om te volgen en zo vond ik een half jaar geleden Lalagè leest.

Lalagè heeft een interessante boekenkast en toen ik onlangs aan het grasduinen was in haar afdeling ‘Vrouwen in de twintigste eeuw’, zag ik daar De thuiswacht van Dola de Jong staan, een heruitgave van uitgeverij Cossée waarvan ik, net als Lalagè, onder de indruk was. Deze roman houd ik altijd binnen handbereik omdat ik graag de taal in dit boek observeer, het Nederlands van de jaren vijftig, dat helemaal niet verouderd klinkt, juist erg helder.

Aangemoedigd door deze vondst, vroeg ik aan Lalagè of ze Colombe wilde lezen. Ik hoefde haar het boek niet op te sturen want het was gewoon in haar geliefde bibliotheek, in Amersfoort, te vinden. Dat alleen al deed me heel veel plezier. De rubriek bibliotheken op haar blog is overigens ook het bezoeken waard. 

Een paar weken later schreef ze deze bespreking. Ik vind het fijn dat ze de wending in het verhaal niet prijsgeeft en natuurlijk ben ik ook heel blij dat ze van Colombe heeft genoten. Ik stel me graag de lezers voor die Colombe in een Nederlandse bibliotheek uit de rekken nemen. Dank je wel, Lalagè, en ik blijf je volgen want jouw keuzes trekken elke keer mijn aandacht. 

Intussen in Frankrijk… -31

… is het meer dan een maand later en is de sneeuw gesmolten. Er hangt zelfs al lente in de lucht en er komt ook lente uit de grond: maartse viooltjes (en het is nog maar februari!), wilde bieslook, wilde preitjes, vogelmuur en brandnetels en munt, en ook de gekweekte kruiden, peterselie, koriander en bieslook strekken zich al richting zon. 

Maartse viooltjes, ze zijn vroeg en met velen…

We leven nog steeds in een halfslachtige ‘confinement’, waarover ik persoonlijk niet te klagen heb. Ik vind het echt niet erg om voor zes uur thuis te moeten zijn. Overdag zijn de winkels en ook de kappers nog open. Het is alleen wachten op het opengaan van cafés en restaurants, en natuurlijk op het mogen reizen. Maar ik berust, en oefen geduld, en ook dat valt me niet zwaar.

Ik wandel veel, ik begin de moestuin aan te leggen en sprokkel de takken die door wind en sneeuwval overal in het dorp liggen. 

Verder schrijf ik, soms samen met anderen, soms in mijn eentje, of dwaal ik op het internet en ontdek ik mogelijkheden waar ik een jaar geleden niet aan gedacht zou hebben. 

Het leven lijkt langzamer en zelfs wat saaier, maar dat klopt niet helemaal, want het afgelopen jaar heb ik meer mensen leren kennen dan in de vorige acht jaar samen. En ik had me eerder nooit kunnen voorstellen dat vriendschap ook online kan groeien. 

Nog eens, niets te klagen. Maar ook geen ophefmakende dingen te melden. Daarom misschien dat de blogberichten wat langer wegblijven…

Maar kijk, er is veel moois te lezen in blogland, en in afwachting van mijn terugkerende inspiratie, verwijs ik jullie graag door naar deze jonge belofte: Ruby Elisabeth.

Ik volg haar iets meer dan een jaar, denk ik, en haar berichten lezen is elke keer genieten. Ruby, een jonge Nederlandse, woont samen met Fieke, Thibault en Tigrou in La Vachette (het koetje!) in de buurt van Briançon, in de Franse zuidelijke Alpen. Ruby heeft al heel wat meegemaakt èn ze heeft grote dromen. En ik droom met haar mee. Want dat berggids-diploma zàl ze halen. En het ski-examen ook. En dat boek van haar komt er ook ooit. Want Ruby heeft een heel mooie pen, een ontwapenende stijl en veel te vertellen. Ga zelf maar eens kijken, er is voor elk wat wils. 

Over skieën

Over Tigrou

Leuke verzonnen verhaaltjes

Bijzondere kunst

En meer…

Het ware verhaal van Colombe

Bij mijn huisje staat een poortje dat het weggetje langs mijn huis met de straat, de rue de l’église, verbindt. Dat poortje doet dienst als deurbel, want bezoekers moeten er zo hard aan rukken om het open te krijgen, dat ik aan het morrelen èn het morren hoor dat er iemand op het erf komt. Maar gisteren, nadat ik even naar de moestuin was geweest, had ik het open laten staan. En, ik had het kunnen weten, het was zondag, er waren wandelaars in het dorp. Ik hoorde stemmen bij de kerk en even later zag ik door het open raam van mijn woonkamer een dame langs mijn huis lopen. 

‘Doe dat niet!’ hoor ik iemand roepen, ‘dat is een woonhuis!’

De dame kijkt een paar tellen naar het achterste gedeelte van mijn huis en keert dan terug naar de straatkant. 

‘Ik denk dat het gerestaureerd wordt,’ zegt ze. 

Ik hoor de stemmen wegsterven en sla verder geen acht op deze zondagse toeristen.

Even later, wanneer ik een paar flessen naar de glasbak breng, zie ik hen picknicken bij de fontein en een uur later hangen ze nog steeds rond in het dorp. Als ik een paar tomaten uit de moestuin wil gaan halen, spreekt de dame mij aan. 

‘Woont u hier?’ vraagt ze. Ik knik. 

‘Het hele jaar door?’

‘Ja.’

‘Al lang?’

‘Deze week, precies acht jaar,’ zeg ik.

‘Mijn vriend heeft hier familie op het kerkhof liggen,’ zegt ze. 

Ze wijst naar de kerkhofmuur en ik zie er het hoofd van een oudere man bovenuit steken. Hij kijkt in onze richting en komt vervolgens naar ons toe. 

‘Mijn vader heeft hier gewoond,’ zegt hij, ‘hij heette Garrigue’. Ik knik opnieuw want toevallig ken ik alle namen op de zerken van ons kleine kerkhof. 

‘Ooit ben ik met mijn vader op zoek gegaan naar zijn geboortehuis, Mas Nou, het ligt aan de andere kant van de berg. Er woonde toen een Belg. Hij wilde ons niet binnenlaten.’ 

‘Jullie hadden maar niet moeten weggaan,’ had de toenmalige eigenaar gezegd.

Het klinkt bitter en ik schaam me een beetje voor die onhoffelijke landgenoot. 

‘En mijn moeder,’ gaat hij verder, ‘heette Trabis.’

Mijn hart maakt een sprongetje.

‘Colombe Trabis?’ vraag ik.

‘Dat was haar grootmoeder.’

‘Oh,’ zeg ik, ‘het graf van Michel en Colombe, dat ken ik goed. Ik heb er een boek over geschreven… Ik bedoel, ik werd geïnspireerd door hun namen en door het leeftijdsverschil,’ stamel ik. 

Dat ik een boek heb geschreven lijkt niet veel indruk te maken, we gaan nog even door over het leeftijdsverschil. 

‘Colombe is heel oud geworden,’ zegt de man. ‘Nochtans heeft ze tyfus gehad. Want haar dochter, mijn grootmoeder is toen teruggekeerd naar Glorianes om voor haar moeder te zorgen. Helaas werd ze zelf besmet en stierf ze eraan. Ze was amper veertig. Terwijl Colombe zesentachtig is geworden. Ze woonde achter de kerk.’

Mijn mond valt open. 

‘Achter de kerk?’

‘Ja, we zijn er even gaan kijken, maar we durfden er niet binnen te gaan.’

‘Maar… dat is waar ik woon,’ zeg ik.

‘Er waren twee huisjes, zij woonde in het laatste.’

‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘mijn huis bestaat uit twee piepkleine huisjes. Colombe woonde dus in mijn keuken.’

Helemaal van slag, vraag ik of ze misschien de binnenkant van de kerk willen zien. Dat willen ze graag en ik haal de sleutel. Ze vinden de kerk heel mooi, maar een beetje vuil. 

‘Heb je geen stofzuiger?’ vraagt de man. 

‘Jawel, zeg ik, maar het is er dit jaar nog niet van gekomen om de kerk te poetsen. Dat doen we gewoonlijk een keer per jaar.’

‘Ik wil je wel komen helpen,’ zegt de vrouw. Zij is Spaanse, vertelt ze me. Ze heet Angela, en niet Amparo, zoals ik een ogenblik fantaseerde. 

Ze bedanken mij en nemen afscheid. 

Met knikkende knieën ga ik terug naar mijn huis. Het huis waar Colombe en Michel hebben gewoond. In mijn keuken. Na een tijdje besef ik dat ik die mensen niet eens heb uitgenodigd om naar mijn huis te komen kijken. Ik haast me naar de plaats waar hun auto stond, maar ze zijn al weg. 

In de witte gids vind ik een Angela C. die in Ria-Sirach woont. Ze heeft nog een vast nummer. Ze klinkt blij verrast als ze mijn naam hoort. Ja, ze komen graag nog een keertje terug.  En ze zullen het familieboekje, met alle geboorte- en sterfdata erin, meebrengen.

De gedenkplaat op het graf van Colombe en Michel op het kerkhof van Glorianes

De achterkant van mijn huisje, waar Colombe nog lang na de dood van Michel heeft gewoond.

Intussen in Frankrijk -25

Ik vrees dat de verslagen van jullie correspondent in Frankrijk wat saai beginnen worden. Er gebeurt hier namelijk niet veel.

Naar het schijnt zijn in het dal de winkels open. Voor mij geen reden om in de auto te springen. Marie brengt nog steeds de boodschappen en dat vind ik prima.

Het is half mei en het lijkt herfst. Gelukkig hou ik van alle weer, en nog het meest van afwisseling.

Ik onderga het zona-virus als een noodzakelijk kwaad. Van een halve kluizenaar evolueer ik naar een driekwart kluizenaar en ook dat vind ik prima. Want ik krijg meer en meer tijd, zoveel tijd, dat ik er genoeg van neem om me af en toe over een gedicht te buigen.

Vanmorgen brak de zon door de dichte mist en het regengordijn, in de vorm van een bericht van Creatief Schrijven. Mijn gedicht Vliegen is de tip van de week. Het gedicht staat op mijn poëzie- en prozablog. De bespreking door Moya De Feyter staat op Azeryfactor.be.

Deze herfstige meidag kan niet meer stuk. Ik ben in de wolken.

20200513_063418