Wadi

Mijn verwachting dat deze zomer lang en heet zou zijn is uitgekomen. De eerste weken hield ik me stil bezig met het schrijfwerk dat ik gepland had. Half juli herontdekte ik het meer van Vinça en voerde ik regelmatige zwembeurten in. Ik vond ook wat afwisseling, beweging en plezier in het bijna dagelijks water geven aan de moestuin en het kerkhof. Maar tegelijk groeide de ongerustheid over de droogte. Wat als de dorpsbron zou droogvallen?
Ik herinnerde mij verhalen over hele beschavingen die uitstierven als gevolg van het opdrogen van bronnen. Ik zag me al wegtrekken met achter mij de barstende grond en de instortende huizen.

De moestuin, het voedselbos in spe, lag er dor en verwaarloosd bij. Het was te warm om te wieden en ik vroeg me af of wieden wel een goed idee was. Ik begon ook te twijfelen of dagelijks gieten wel goed voor de planten was. Ik bedacht dat ik mijn werkwijze moest herzien en richtte me tot Google. Daar leerde ik dat je beter een paar keer per week royaal water geeft dan dagelijks te gieten. Ik dacht al dat ik verkeerd bezig was.

Verder zoekend naar inspirerende ideeën, vond ik de wadi. De wadi is een plek in je tuin waar je het regenwater opvangt en dat langzaam laat infiltreren in de bodem. Ik vond een paar handleidingen en het leek me niet eens moeilijk: ik zou een soort vijvertje graven, de bodem bedekken met stenen en een greppel maken vanaf de hoger gelegen straat, zodat bij plensbuien of nog beter, langdurige regens zoals we die vorige winter hadden, het water naar de wadi kan stromen.

Nog dezelfde avond begon ik eraan. Het gebied waar de wadi zou komen was snel afgebakend: de plek waar ik net de aardappelen had gerooid. Ik zou ook al eens proberen of ik de grond tegen de helling gemakkelijk los kon krabben om er een greppel te maken. Dat ging onverwacht vlot en nog voor het donker werd had ik een kanaaltje.

Vanmorgen vroeg ben ik begonnen met de grond in de wadi uit te steken. Ik geef mezelf alle tijd want het zal nog even duren eer het gaat regenen. Tegelijk geef ik de hele moestuin een opknapbeurt. Ik bekijk hem nu immers met andere ogen. Ik verplaats de vierkante bakken die niet in gebruik zijn, naar plekken dichter bij de wadi en vul ze met de uitgegraven grond. Daarin ga ik wintergroenten en kruiden zaaien en planten.

Ik weet niet of de wadi een succes gaat worden, maar ik wil het graag proberen, al was het maar om de energie en de hoop die vrijkomt als je een nieuw project hebt.

Vanuit de tuin, de plek waar de wadi moet komen
Vanaf de straatkant

Zomerblues

Toen ik hier tien jaar geleden kwam wonen was ik een soort natuurbarbaar: ik kon geen cipres van een ceder onderscheiden en de enige vogelzang die ik herkende was de roep van een koekoek. Dat is intussen vanzelf veranderd, al ben ik nog steeds geen specialist.

De eerste jaren legde ik me toe op bospaddenstoelen, vooral de eetbare. Daarna op kruiden en bessen. Ik begon me stilaan voor bomen en veldbloemen te interesseren en de laatste jaren meer en meer voor de vogels die in de winter op mijn vensterbankje zonnebloempitten komen eten. 

Er bestaan apps (*) waarmee je flora en fauna kan identificeren en daar maak ik graag gebruik van. Dit jaar heb ik al veel plezier gehad van birdnet, waarmee je de zang van vogels kan opnemen en analyseren. Wanneer ik in mei en juni dan om zes uur wakker gekwetterd word, kan ik er al een paar herkennen.

Vandaag is het 1 juli en dat weten de vogels blijkbaar ook. Vanmorgen bleef het stil. Geen zwarte roodstaart of Europese kanarie, geen cirlgors, alleen wat zwak gepiep van een bergfluiter. Het overkomt me elk jaar opnieuw, ergens begin juli, dat ik op een dag wakker word en besef dat de vogels ermee opgehouden zijn. Het broedseizoen is dan voorbij, er is geen reden meer om te zingen en bovendien hebben de vogels energie nodig om te ruien, lees ik op een vogelwebsite.

Dat is allemaal heel begrijpelijk, maar toch word ik er elke keer weer door verrast en begin ik de dag dan met een sombere bui. Als ik niet uitkijk zit er een seizoensdepressie aan te komen. Er staan twee lange zomermaanden voor de deur, ze duren allebei 31 dagen. Pas in september kan ik naar de herfst beginnen uitkijken en met een beetje geluk, na de regens, op zoek gaan naar eekhoorntjesbrood, heksenboleten en parasolzwammen. Tot dan moet ik de zomer uitzitten, met hittegolven, droogte en muggenbeten. Daarom heb ik mijzelf de komende maanden heel veel werk gegeven, zodat ik overdag lekker kan binnenblijven. En de vogelzang, die zoek ik dan tijdens de avondwandeling op.

(*) Birdnet, Plantnet, iNaturalist e.a.

De onvermoeibare cirlgors – foto Jan Hendriks

Politiek voor beginners

Deze dagen zijn we in ons dorp met zijn twintigen. Heel zeker weet ik het nooit, want er zijn mensen die hier wonen maar elders geregistreerd zijn en omgekeerd.

Onze bevolking bestaat uit:
Een paar grootgrondbezitters
Een paar boeren
Een paar onderwijzers
Een paar tuiniers/klussers
Een paar gepensioneerden
Een muzikant en een schrijver

En dan zijn er nog een paar mensen die hier niet wonen, maar hier wel een lapje grond hebben. Zij mogen ook komen stemmen.

Inwijkelingen die de Franse nationaliteit (nog) niet hebben, mogen niet voor de president en het nationaal en regionaal bestuur kiezen, wel voor het gemeentebestuur.

Laten we even naar de uitslag van de eerste verkiezingsronde kijken. Die waren niet helemaal representatief voor het nationale kiesgedrag. Maar je kunt wel wat verbanden zien met de samenstelling van de bevolking van het dorp. Zo is bijvoorbeeld Jean Lasalle populair bij de boeren.

Uitslag eerste ronde

In de tweede ronde krijgen we wel een afspiegeling van het land: 8 stemmen voor Emanuel Macron, 6 blanco’s, en 5 stemmen voor Marine Le Pen.

Je hoeft geen politiek analist te zijn om te zien dat de mensen hier vooral tegen hebben gestemd: tegen Le Pen, tegen Macron, tegen de huidige politiek. (Anders zouden ze in de eerste ronde al voor Macron en Le Pen hebben gestemd.)

Gisteravond hoorde ik op de radio een analist zeggen: de politiekers hebben geen achterban meer, ze hebben alleen nog followers. Zelfs een leek als ik begrijpt wat hij bedoelt. En het stemt me tot nadenken over mijn eigen (wat lauwe) engagement.

En nu maar hopen dat er ook in de politiek lessen getrokken worden.

Demografische verschuivingen

Ook in ons mini-dorp beweegt er soms wat.

Toen ik een paar dagen geleden, na (uitzonderlijk) drie weken in het noorden te zijn geweest, de berg op reed en wat later bij ons dorp aankwam, kreeg ik een lichte schok. Het mooie huis bij het begin van het dorp staat te koop. Ik wist dat er iets gaande was, maar ergens had ik gehoopt dat de zaken nog zouden keren.

De mensen die het huis tien jaar geleden kochten, arriveerden net als ik in augustus 2012 in het dorp. Het was een mooi jong paar, ze kregen een kind en ze trouwden zoals dat soms gaat. Ze scheidden, kregen nieuwe partners, maar ze bleven in het dorp wonen op een straat van elkaar. Nu staat het huis te koop.

Het zal wellicht nog een klein jaar duren vooraleer zij het dorp verlaten, we nemen ons voor om deze zomer toch samen een tien-jaren-feest te geven.

Gisteravond ging ik eitjes halen bij de burgemeester. Ze bood me een plaatselijk biertje aan en dat sloeg ik niet af. We deelden onze spijt over het vertrek van haar buren, en ook onze hoop dat er fijne mensen zouden komen wonen.

En toen kwam ze met verrassend nieuws. Een ander huis, wat verder buiten het dorp, werd onlangs verkocht aan een jong paar met een kindje. Celine was gaan kennismaken en was in de wolken. Leuke mensen!, zei ze. Van ons soort! (Wat dat ook moge zijn.) Ze willen varkens kweken!

Binnenkort hebben we dus koeien, schapen, kippen en varkens op de berg. Vegetariër worden is hier best lastig.

Bevingen

De pennen in het glazen potje op mijn nachtkastje begonnen te rammelen. Ik hoorde een doffe dreun en het leek alsof mijn bed een stapje opzij deed.

Een lichte aardbeving, stelde ik mezelf gerust, het is hier al vaker gebeurd. Maar het was de eerste keer dat ik het voelde.

En als het nu eens een bom was, dacht ik meteen daarop.

Ik ging niet naar het nieuws kijken, belde mijn buren niet om te vragen of ze het ook gevoeld hadden, ik ging niet naar buiten.

Ik legde mijn boek weg, gleed onder de dekens en dacht aan beelden van mensen in schuilkelders en ziekenhuizen, of ergens onder puin.

Dat ik daarvan weer niet kon slapen, is in vergelijking met een oorlog ter plekke meemaken, een kleinigheid.

Lalagè las Het huwelijk

Na Colombe las Lalagè nu ook Het huwelijk.

Haar bespreking maakt me blij. Ze vat het verhaal heel goed samen, haalt precies naar voren wat ik wilde benadrukken: de onmacht en het verdriet van Justine, de zorg van Gaspard. En ze vraagt zich af of Gaspard omwille van de (klein)kinderen in het gezin gebleven is. Haar vraag overrompelt me. Want ja, wellicht bleef hij niet alleen voor Adèle, maar ook voor de kleinkinderen. Voor ons dus. En wellicht waren er nog andere redenen.

Dat het een klein boekje geworden is, vindt ze niet erg:

“… en toch heb ik aan het einde het gevoel dat ik een flink verhaal heb gelezen.”

Haar besluit ontroert me:

“Christine Van den Hove heeft zich hiermee toegevoegd aan het selecte groepje schrijvers waar ik alles van wil lezen.”

Grote dank, Lalagè. Ik lees ook alles van jou.