Hij loopt met korte pasjes door de gang, een boekentas in de hand of onder zijn arm geklemd. Zijn korte lichaam is recht, alleen zijn schouders zijn gebogen. Zijn haar is donkergrijs, en plat tegen zijn hoofd gekamd.

‘Hij kwam naar me toe,’ zei mijn moeder.
‘Vous êtes encore plus belle, comme ça,’ had hij gezegd, nadat ze een goedaardig gezwelletje van haar neus had laten verwijderen.

Ik was er niet bij, ik stelde het me voor. Mijn moeder en mijnheer Joly tegen over elkaar in de gang, haar looprekje tussen hen in. Mijn moeder wat schaapachtig knikkend en dan makend dat ze wegkwam. Mijnheer Joly die haar teder nakijkt.

Ze vertelde het lichtjes geamuseerd en misschien ook wel geflatteerd. Ik probeerde haar lachje te lezen, maar ik kreeg er geen hoogte van.

***

Mijnheer Joly is de weg kwijt. In zijn kamer wordt de vloerbedekking vernieuwd en hij kan maar niet wennen aan zijn tijdelijk verblijf in een andere kamer. Hij dwaalt door de gang zonder boekentas. Af en toe kijkt hij schichtig de kamer van mijn moeder in.

Ik ga naar hem toe.
‘Comment va-t-elle ?’ vraagt hij.
‘Elle est très fatiguée,’ zeg ik.
‘Mais, ça va s’arranger, non ?’ Hij kijkt me recht aan.
Ik schud langzaam mijn hoofd.
‘C’est la fin!’ roept hij uit.
Hij pakt even mijn hand vast, draait zich om en loopt de verkeerde richting uit, naar zijn tijdelijk onbewoonbare kamer. Zijn schouders schokken.

Een paar dagen later ga ik het hem zeggen.
Zijn neus wordt rood, hij haalt een witte zakdoek uit zijn broekzak, dept zijn ogen, poetst zijn bril.
‘Elle était adorable ! J’aimais tellement votre maman…’
Hij draait zich om en gaat zijn kamer in. Die is inmiddels klaar, ik ben blij dat hij weer in zijn vertrouwde omgeving kan zijn.

Ze zouden een mooi paar geweest zijn, mijn moeder en mijnheer Joly.

 

 

(Dit verhaal staat ook op mijn Proza- & Poëzie-blog.)

Vandaag om 8.45 u is Léna geboren. Om 13.10 u is Suzanne, haar overgrootmoeder, mijn moedertje, ingeslapen.

Sapphir is nu op het dierenkerkhof achteraan in de tuin van de familie C. Vader René (81) had een mooie put gegraven. Ze ligt naast Félicie, de kat van Marie en Josette.

Vanmiddag ben ik nog even gaan kijken. Vader René was net met de kippen op wandel. Hij drukte mij op het hart dat ik altijd op bezoek mag komen. Ook als ze niet thuis zijn.

 

 

Omdat je mij geleerd hebt om door jouw ogen naar mieren, slakken en hagedissen te kijken
Omdat je mij vaak vroeg op de ochtend wakker hebt gemaakt, zodat ik van de mooiste uren van de dag heb leren genieten

Dank je voor je streken die mij aan het lachen maakten
Dank je voor je doordringende blikken en je duidelijke vragen
Dank je voor het wachten en het berispen als ik laat was

Dank je voor de tedere momenten, de laatste dagen meer en meer
Dank je omdat ik door jou liefde heb gevoeld
En nog voel

Wat is het hier leeg, mijn kleintje
Mijn oud vrouwtje
Mijn meisje
Mijn Sapphir

_MG_0144

Het heeft een paar jaar trial and error gevraagd, maar eindelijk hebben we pompoenen van formaat.

20181022_161311Courge de nice, Butternut, Buttercup en Groene Hokkaido.

 

 

 

Ze heet Isabel.

20181014_084759

20181011_152355

20181003_102158

 

In de afgelopen zes jaar is me al honderden keren gevraagd waar ik vandaan kom.

‘D’où vient ce petit accent?’ vragen ze dan.  En soms ergert me dat en zou ik willen dat ik accentloos Frans praatte, als dat tenminste bestaat. Want accenten hoor je overal, ook op Radio France Inter, waar de Belgische Charline Vanhoenacker een vedette is, waar je regelmatig Canadezen Frans hoort praten en waar luisteraars uit alle windstreken aan het woord mogen komen.

Gisteravond hoorde ik op de Belgische radio 1 een interview met Thomas Dutronc. Hij praatte heel mooi Frans. Maar de journalist die hem interviewde, praatte met een Vlaams accent. Zijn Frans klonk zoals ik denk dat het mijne klinkt.  Dat deed me denken aan de Russische vrouw die ik eerder die dag ontmoette.

Ze zat aan de balie van het Musée Hyacinthe Rigaud in Perpignan. Ze tikte mijn naam en adres in, nam een foto van mij en gaf me mijn jaarkaart. Ze praatte uitstekend Frans met een rollende tong-r. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg waar ze vandaan kwam.

‘Uit Rusland,’ zei ze, ‘maar ik woon hier al heel lang.’

‘Mijn accent ben ik nooit kwijtgeraakt,’ voegde ze er glimlachend aan toe.

‘Ik ook niet,’ zei ik.

‘Waar komt u vandaan?’

‘Uit België.’

‘Ik vind mijn accent niet erg,’ zei ze, alsof ze mijn gedachten en mijn gène raadde, ‘dat maakt mij anders en het is goed dat er verschillen -des différences- zijn.’

Ik werd op slag een beetje verliefd, op haar accent. En voortaan zal ik me niet meer ergeren als iemand iets over mijn ‘petit accent’ zegt, maar dat juist beschouwen als een blijk van interesse en een uitnodiging tot een gesprek.