Een paar dagen geleden kregen we de préfet van de Pyrénées-Orientales op bezoek. De prefect is de hoogste vertegenwoordiger van de Franse staat in het departement. Als kleinste dorp van de streek viel ons die eer te beurt.
Het zou een informeel bezoek worden, een ontmoeting met de burgemeester en een paar gemeenteraadsleden met het doel een paar dossiers te bespreken en vooral om geld voor onze lopende projecten te vragen. Zo onderzoeken we onder meer de mogelijkheid om een tweede bron voor drinkwater aan te boren, iets wat onze dorpskas niet zelf kan bekostigen.
Die ochtend hadden we nog snel met vereende krachten het gemeentehuis gepoetst, want daar hebben we geen personeel voor. We zouden de préfet én de sous-préfet én nog een andere belangrijke meneer eerst ontvangen in ons clublokaal en daarna de vergadering verderzetten in het kantoor van de burgemeester.
Het clublokaal is de vroegere garage van het gemeentehuis die we opgeknapt en ingericht hebben als feest- en filmzaal. De burgemeester had een thermos koffie meegebracht en schudde wat koekjes op een schaal. De poort van het lokaal geeft uit op het gemeenteplein en stond wijd open. Het was een zonnige en gelukkig niet al te warme dag en iedereen was in opperbeste stemming. Dankzij de parate dossierkennis van Celine, onze onovertroffen burgemeester, verliepen de gesprekken vlot en zag het ernaar uit dat we de buit zouden binnenhalen.
Opeens kwam er een auto het dorpsplein opgereden. Het was niet de chauffeur van de prefect, ook niet die van de sous-prefect. Die stonden buiten het zicht van het gezelschap op hun telefoon te kijken of de dienstauto te poetsen. Het was mijn buurman Samy, dorpsgenoot sinds een jaar of twee, en net als ik nog onervaren gemeenteraadslid. Hij reed gezwind het plein op en stapte met evenveel zwier uit. Hij kwam naar ons toegelopen maar leek dan af te remmen toen hij de drie mannen in blauw maatpak zag. Blijkbaar was hij het hele bezoek vergeten.
Een moment stond hij in het deurgat van de poort wat verwonderd naar het gezelschap te kijken en dan groette hij ons. Wij keken al even verbaasd naar hem. Op zijn gitzwarte T-shirt stond in witte en rode letters: FUCK YOU!
De prefect stond op, groette hem terug en zei toen heel kalm: ‘Wat een vreemde manier om mij te verwelkomen.’ Zijn ogen waren strak op Samy’s borst gericht.
‘O, dat!’ zei Samy. ‘Euh, ik ben muzikant en we gaan zo meteen met de groep wat foto’s maken.’ Hij legde zijn hand voor de tekst.
‘Welk instrument bespeel je dan?’ vroeg de prefect.
‘Basgitaar,’ antwoordde Samy. De prefect ging weer zitten. Het was even stil. Zelfs Celine leek sprakeloos.
Het was de prefect die het gesprek weer op gang bracht. Het T-shirt kwam niet meer ter sprake. De toezeggingen waarop we gehoopt hadden, kregen we zonder veel bezwaren.






















