C’est parti! Mijn jaarlijkse mindfulness-, kracht- en conditietraining is begonnen. Er zijn tot nu 184 lammetjes geboren, waarvan er een twintigtal een flesje krijgen.

‘J’ai plus envie de vomir que de voter,’ zei een van mijn dorpsgenoten toen ik hem op weg naar het stemhokje tegenkwam. Voor een keer was ik blij dat ik niet hoefde te stemmen. Ik mocht wel bij le dépouillement, het tellen, aanwezig zijn. We telden 6 blanco’s, 7 Marine en 8 Macron. Om kwart over zeven hadden we al een sterk idee van de uitslag.

Het regent, eindelijk, gelukkig … en hier is mijn vriendje weer. Vandaag liet hij zich wat gewilliger fotograferen.

20170426_092824

Verrassende ontmoeting tijdens de jaarlijkse poetsbeurt van ons kerkje.

20170420_113221

Voor wie zich afvraagt waar ik uithang: in mijn reuzegrote perma-moestuin. Helemaal in de geest van Ruth Stout is hij al voor driekwart bedekt met mulch. De aardappelen groeien enthousiast, en ik kan al radijsjes, spinazie, prei, en af en toe een asperge oogsten.

Gardening without work is de titel van een boek van Ruth Stout. Ik hoef dan wel niet te spitten, helemaal ‘without work’ is het niet, maar wel leuk. Het voelt nog steeds als in een grote zandbak spelen.

20170419_131726

 

‘Stoort die boom je niet?’ vroeg iemand. ‘Hij neemt het licht weg. En ook het zicht op de tegenoverliggende berg.’
Het is waar. De cipres staat op een paar meter van het enige raam dat daglicht in mijn woonkamer moet brengen. Als ik iets zou willen veranderen aan mijn huis, dan zou het wel de lichtinval in de woonkamer zijn. Maar de boom, die moet blijven.

In het eerste jaar dat ik hier woonde, wist ik niet eens dat het een cipres was. Zo beperkt was mijn boomkennis. Nu ken ik tenminste het verschil tussen een cipres en een ceder. Naast de cipres staat een enorme atlasceder. Hij wordt bewoond door een paar bosuilen, die ik nog nooit heb gezien, maar die ik wel hoor.

Tot vorig jaar was de cipres in mijn ogen niets meer dan een stam met een rafelige kruin erboven. Na een tijdje vielen mij de ronde kegeltjes op en merkte ik kleurveranderingen in de kruin. In de lente wordt de boom gelig en als er een vogel op een tak springt, stuift er een wolkje uit.

Vorig jaar, eind maart, zag ik voor het eerst een vogel die met het kopje naar beneden van de stam liep. Ik googelde: een boomklever. Het roodborstje kende ik al. Daar hield het ongeveer op.

Daarna leerde ik de koolmeesjes herkennen. Heel gemakkelijk: gele buik met zwarte verticale streep. Ik hing vetbollen in de bomen, zette schaaltjes met pinda’s en zonnebloempitten op de vensterbank en een bord met broodkruimels op het muurtje. Het eetbord heb ik inmiddels weggenomen, want ik ben bang dat de vogels tijdens het eten aangevallen worden door Cacahuette, de altijd rondsluipende, dikke, dorpskat.

Bij het vogelvoer dat ik bestelde, kreeg ik een plaatje met afbeeldingen en namen van tuinvogels. Het hangt in het raam en het neemt nog een beetje meer licht weg. Van de drieëntwintig vogels die erop afgebeeld staan, heb ik er al negen herkend. Vanmorgen zag ik voor het eerst een witte kwikstaart, een elegant zwart-grijs-wit vogeltje. Koolmeesjes en boomklevers komen graag op de vensterbank eten, zelfs als ik achter het raam op mijn laptop zit te tokkelen. Maar zo gauw ik mijn fototoestel bovenhaal, zijn ze weg.

Behalve de boomklevers en de koolmeesjes, strijkt er een enkele keer een bonte specht neer op de vensterbank. De andere vogels blijven liever op afstand.

Ik krijg meer en meer plezier in het kijken naar al dat leven in de boom. Niet alleen kan ik al een paar soorten herkennen, ik begin ook de onderlinge verschillen te zien. Het ene koolmeesje is het andere niet. Zo is er eentje met een grappig pluizig kopje. Ik zou hem Pluisje kunnen noemen. Ik zou hen allemaal namen kunnen geven zoals Len Howard in Het vogelhuis.

Maar wat ik deze week plots besefte, was dat er iets gebeurd is met mijn waarneming. Niet alleen zie en herken ik de vogels, ik ben in staat om verschillende vogels tegelijk te zien. De boom die vroeger een wazige groene vlek was, is nu een soort poppenhuis met verschillende kamers. Terwijl hier vlak voor mijn neus een boomklever nootjes komt halen, hangt er een groenling in de bijna leeggegeten kokosnoot met vet, zit er een heggenmus op het muurtje en springen drie koolmezen rond in de takken. Aan de achterkant van de boom huppen twee merels achter elkaar aan.

Er wordt beweerd dat wij, mensen, maar een klein deel van onze hersencapaciteit gebruiken. Daar is discussie over. Maar ik heb nu wel geleerd dat ik maar een klein deel van mijn waarnemingsvermogen gebruik. De wereld lijkt opeens een onmetelijk oefenterrein. Na het zien, zou ik nu ook beter willen horen. Ik kan alleen het liedje van de botvink en het geroep van de bosuil herkennen. Dit wordt moeilijk. Op youtube kun je dat allemaal beluisteren, maar ik kan maar niet onthouden welk wijsje bij welke vogel hoort. Iemand een tip?

PS Een mooie lijst van tuinvogels vind je bij Menck.

20170304_092544

20170304_092528

20170228_163715

De allereerste. Geplant volgens de Ruth-Stoutmethode, dat is zonder spitten, maar met een dikke laag mulch. Als ik er dit jaar nog een paar vind in mijn aspergeperceeltje, zal het al heel mooi zijn, want asperges hebben een paar jaar tijd nodig eer ze beginnen op te brengen. Maar ik mag toch al een beetje fier zijn, vind ik.

20170222_093607

Na de slakken, de dassen en de everzwijnen, kwam de storm ‘Marcel’, en na hem de zondvloed. Ik restaureer nog maar eens de groentebedden, de basislaag mulch heeft gelukkig stand gehouden. De eerste patatjes, Bonnotte de Noirmoutier en Jeannette, zijn al geïnstalleerd onder hun mulchdekentjes. Laat de lente nu maar komen.

20170220_101942

Een merkwaardig dorp, schreef ik in het bericht over En. Ik heb er nog niet alles gezien en ik ga zeker nog eens terug, maar dit kan ik al vertellen:

Er wonen ongeveer 180 mensen en de huizen liggen in een soort lint rond een brugje over de rivier Le Mantet gedrapeerd. Volgende keer wil ik de huizen wat beter gaan bekijken want er zijn er een aantal bij die daar al honderden jaren moeten staan. Gisteren hadden Sue en ik er onze auto geparkeerd om van daaruit naar het gehucht En te kunnen wandelen. Bij onze terugkeer van de wandeling wilden we snel nog even naar het kasteel gaan kijken. Dat is voor deze streek nogal ongewoon, in renaissancestijl, met een romantisch balkon aan de zijgevel. Er stonden tafeltjes op het terras en er hing een menu aan de deur, het bleek een soort eetgelegenheid te zijn. Omdat we zin hadden in koffie ging ik kijken of het open was. Een dame wees ons de weg naar de eetzaal. Daarvoor moesten we een gang door en daar zaten een zevental oudjes in fauteuils wat voor zich uit te staren. Een dametje vroeg of we de kamers wilden zien. Ze wees naar de trap.

‘We willen alleen maar een kopje koffie,’ zei ik. Ze wuifde met haar hand in de richting van de eetzaal. We bestelden koffie en vroegen wat uitleg aan de serveuse. Bleek dat deze mensen in het kasteel wonen. Het kasteel is restaurant, chambre d’hôte èn maison de retraite. Er is plaats voor dertien oudjes. Je moet maar op het idee komen. Eigenlijk een heel, heel goed idee, vind ik. Alleen jammer dat de inrichting wat ongezellig was.

Bij het naar buiten gaan maakten we nog een praatje met de kasteelbewoners. Op een leren bank zat een stevige mijnheer de krant te lezen en twee dames hingen zowat tegen hem aan. Toen we hen aanspraken, veerden ze recht. Ze vroegen waar we vandaan kwamen en ze vertelden ons waar zij vroeger gewoond hadden en ze wilden weten of we hun dorp kenden. Ze waren in hun nopjes dat une Belge et une Anglaise meteen wisten waar Olette, Thuir en Trouillas lagen. Ik stel me zo voor dat er die avond nog over werd nagepraat .

Le hameau d’En is een gehucht dat op een uurtje stappen, zeg maar klimmen, van het merkwaardige dorp Nyer ligt.

Het is een van de vele verlaten gehuchten en dorpen, waar de muzen wachten op iemand die verzonnen leven in de smalle straten brengt.

En toch is hier iemand aan het werk geweest. Iemand die van dieren houdt en die het gehucht voor hen herinricht. Er staan bijenkasten, er hangen vogelhuisjes in de bomen en rond de wasplaats van het dorp is een afsluiting gebouwd, zodat kleine rondzwervende dieren er niet kunnen verdrinken. Met een steigertje nog wel, zodat de dieren die er toch invallen er weer uit kunnen.

‘En’ spreek je uit als enne. ‘Nyer’ als ni-eire.

Bijenkasten en afsluiting met steigertje bij het wasbekken.

PETRA SPARK

SCHRIJVERSBLOG

Menck Weserhütte

Georganiseerde spontaneïteit.

de Fruitberg

Ecologisch fruit uit eigen tuin

Eigenzinnig

Wonen, klussen & Lifestyle

Darling Doormat

It’s nothing anyone would ever take seriously, but it amuses me.

enerziek

Mijn burn-out-verhaal

Perdebytjie se nes

'n Blog oor die natuur en allerdaagse gebeure,wat die lewe interessant maak

annaknijptertussenuit

na een burn-out

DE RODE VALIES

VERHALEN UIT BRUSSEL

La Casa de las Mariposas

La Casa de las Mariposas

En ze leefden nog groen en gelukkig

[ verhalen uit het leven zoals het is ]

evamaaktschoon

op zoek naar datgene waar het echt om gaat

Ask the Akasha

Wisdom at Your Fingertips