Eindelijk weet ik wat mij zo ziek heeft gemaakt: het eten van gerookte leverworst, figatellu, meegebracht door een paar sympathieke dorpsgenoten van hun vakantie in Corsica. Het laatste stukje heb ik met smaak verorberd op 21 november 2017. Vijfendertig dagen later, de gemiddelde incubatietijd, had ik prijs: hepatitis E. Het goede nieuws is dat mijn lichaam in een paar weken tijd zichzelf zal herstellen.

En op deze verloren maandag vernam ik dat mijn gestolen portefeuille werd gevonden en binnengebracht in het maison des objets trouvés in Perpignan. Ik wist niet eens dat zoiets bestond. Het klinkt romantisch, vind ik. Ik kreeg een aardige mijnheer aan de lijn die me wist te vertellen dat mijn rijbewijs, carte vitale (soort gezondheidspas) en ID-card erin zaten. De ID-card hadden ze al naar de ambassade in Parijs gestuurd. Maar dat geeft niet, die komt wel terug en er is me een hoop administratieve rompslomp bespaard.

 

 

Jij bent een dief, er is geen ander woord voor. Voor het eerst in mijn leven heb ik een dief in de ogen gekeken. We hebben zelfs even geglimlacht naar elkaar. Ik dacht dat je me wilde troosten omdat ik zat te huilen, daar op een brancard van de urgentiedienst van het hospitaal in Perpignan. Ik dacht dat jij net als ik een patiënt was, of dat je een familielid begeleidde. En op de urgentiedienst is medeleven niet ongewoon. Iedereen zit er in een ongemakkelijk schuitje en sommigen kunnen in al hun miserie nog aandacht voor de andere opbrengen. Want een urgentiedienst, daar wil je niet zijn. Zeker niet bij het begin van het oudjaar/nieuwjaar-weekend. Zeker niet als de weekend-ongevallen beginnen binnen te komen en het personeel het nog drukker krijgt en de wachttijden voor verder onderzoek alsmaar langer worden.

Ondanks de drukte waren veel mensen lief en aandachtig voor elkaar. En ook de verplegers en de verzorgers deden hun best. Jij stond daar, leunend tegen de muur, een jonge man met donker haar, tokkelend op een oud telefoontoestelletje. Je knikte me vriendelijk toe, je wees naar mijn laarsjes die ik probeerde aan te trekken omdat ik naar de wc moest. Je duim omhoog alsof je wou zeggen: leuke laarsjes! Ik dacht dat je me wilde opmonteren.

En dus vroeg ik aan jou en aan de oudere dame naast jou, die net als jij tegen de muur leunde omdat er niet genoeg stoelen waren, of jullie even op mijn spullen wilden passen terwijl ik naar de wc ging. Want met een infuus in je arm is het al lastig genoeg om je broek naar beneden te krijgen. Het leek me onhandig om ook nog eens mijn tas mee naar binnen te nemen.

Toen ik terugkwam was jij weg. Met mijn portefeuille en mijn telefoon. De oudere dame zat bij haar man, jij had haar afgeleid en gezegd dat haar man haar wenkte.

Ik heb de aanschaf van een smartphone lang uitgesteld, maar toen ik hem eenmaal had, zag ik er toch de handigheid van in. Ik stopte er alles in: alle adressen en telefoonnummers, en foto’s en filmpjes die ik te pas en te onpas maakte. Hij gaf me rechtstreeks toegang tot de bank, handig toch?
Alles wat niet in de smartphone kon, zat in mijn portefeuille: id-card, rijbewijs, bankkaarten.

Die dag was ik om halfacht ‘s ochtends aangekomen in het ziekenhuis. Om halfzeven ’s avonds zat ik nog steeds op een brancard, met een infuus in mijn arm. Murw, ik voelde me onthand.

‘Bel de politie!’ beet een verpleegster me toe.
‘Waarmee?’ vroeg ik.
Toen gaf ze me de wind van voren, ik had maar niet zo stom moeten zijn om een ‘gitan’ te vertrouwen.

Rond tien uur werd ik naar een kamer gebracht. De hele nacht, dacht ik aan jou, dief. Waar ben je heengegaan? Je zal wel teleurgesteld geweest zijn omdat er geen geld in mijn portefeuille zat. Heb je mijn kaarten proberen te gebruiken? En de rest weggegooid?
Heb je mijn smartphone al verkocht? Of heb je hem voor jezelf gehouden? Heb je hem doorzocht? Heb je naar mijn foto’s gekeken? Zag je die goed gelukte foto van een zwartkopje bij mijn raam? Die foto van een met klimop begroeid graf op het Schoonselhof? De selfies samen met mijn liefste op het strand van Leucate?

Heb je die foto gezien die ik van mezelf heb genomen in mijn ziekenhuishemd en met een mondmasker voor?
‘Gek oud wijf,’ zul je misschien gedacht hebben.

Ik moet toegeven dat ik die eerste nacht gewenst heb dat het jou ook ooit zou overkomen. Dat je ooit, al was het maar voor korte tijd, zou ervaren hoe het voelt om alles kwijt te zijn: je gezondheid, je vrijheid, je papieren, je betaalmogelijkheden en vooral de telefoonnummers van je vrienden die je op zo’n moment hadden kunnen troosten.

Maar ik wens je iets anders toe. Ik wens je toe dat je ooit iemand tegenkomt die je een spiegel voorhoudt.
Want zo iemand ben ik ook tegengekomen. Na de boze verpleegster kwam er een andere aan mijn bed.

‘Wat ben ik toch dom geweest, wat ben ik toch stom geweest,’ zei ik.
‘Nee, helemaal niet!’ zei ze. ‘Je bent niet stom geweest! Je hebt vertrouwen gegeven. En dat moeten we blijven doen, ook al weten we dat sommigen mensen niet te vertrouwen zijn. Als we niemand meer durven vertrouwen, dan gaat het pas goed fout.’
Ze heette Amanda, die verpleegster, en ik denk aan haar terug als aan een engel die aan mij verscheen.

Ik heb je vertrouwen gegeven, dief, ook al verdiende je het niet. Je hebt nog een lange weg te gaan en ergens op die weg, wens ik jou een Amanda toe.

Het is 31 december, halftien. Ik heb het licht al uitgedaan en me op mijn minder gevoelige linkerzijde gedraaid. Met een beetje geluk, mag ik over een paar dagen naar huis. Laat het nu maar snel 2018 zijn.

Christine

Naschrift: Intussen ben ik thuis en aan de beterhand. Alles komt goed.

Het is niet te geloven, ik eet nog steeds verse tomaten uit de tuin. Ze hangen dan wel niet meer aan de intussen bevroren struiken, maar ze zijn nog steeds vers. Ik heb namelijk een deel van de groen gebleven délice du jardinier in bakjes in de woonkamer onder de sofa gelegd. Langzaam maar zeker worden ze rood. Natuurlijk zijn ze niet zo zoet en smaakvol als hun zongerijpte zusjes, maar ze zijn goed genoeg voor saus of soep of om geparfumeerd met tijm en look in de oven te bakken.

Délice du jardinier of Gardeners delight heeft haar naam niet gestolen. Het is een fantastische kleine tomaat die zowel rauw als gekookt of gebakken heel lekker is. Zij wordt als eerste rood en ze blijft als laatste vruchten dragen. De opbrengst van een enkele struik is zeker meer dan tien kilo.

Sinds ik groenten en fruit kweek verbaas ik me meer en meer over dit soort wondertjes van de natuur. Een zaadje van een tomaat is nauwelijks een speldeknop groot. Je stopt het in maart in een potje aarde en er groeit een plantje uit. Je brengt dat plantje in mei over naar de tuin, graaft het diep genoeg in, en je bedekt de aarde met een dikke laag mulch (stro of hooi of ander organisch materiaal). Je geeft dat jonge plantje na het planten een of twee keer water et c’est parti. Tomaten hoeven namelijk geen water meer als ze eenmaal in de (min of meer normale) grond staan. Als de bodem goed bedekt is, gaan ze met hun wortels zelf op zoek naar het water in de dieper gelegen lagen van de aarde. Het is zelfs zo dat tomaten lui worden als je ze te veel water geeft. Ze hoeven dan niet zelf op zoek te gaan. Hoe zou je zelf zijn als je alles in je schoot geworpen krijgt?

 

Net als vorig jaar heb ik kokosnotenschelpen gevuld met vet in de bomen gehangen en schalen met zonnebloempitten op de vensterbank gezet.

Dit jaar zijn ze met meer, vooral de koolmeesjes, daar zijn heel wat kleintjes bij. Ze vliegen bijna de hele dag heen en weer tussen de cipres en de vensterbank. Soms kibbelen ze of verdringen ze elkaar.

En ze zijn minder schuw, ze laten zich iets gemakkelijker fotograferen.

20171206_105127

De herfst begint eindelijk op herfst te lijken. De blaadjes kleuren en vallen, het wordt frisser en in het dorp ruikt het naar houtvuur. De zon toont haar zachtste kant, het is ideaal weer om blaadjes te gaan vegen op het kerkhof.

Een van de graven heeft blijkbaar dit weekend bezoek gekregen. Het is het graf van La Picote. Het graf van Thérèse is mooi versierd met verse bloemen, hulst en een levende chrysant.

Mijn hoop dat de mensen door mijn actie minder plastic bloemen naar het kerkhof zouden brengen is met deze al een eerste keer vervuld. Een hoop die ik tijdens de gemeenteraad had uitgesproken en die door ten minste één dorpeling werd opgepikt.

Meer dan dit overweldigende succes durf ik dit jaar niet te verwachten. Maar het is een begin.

20171023_101119

Op het kerkhofje van Glorianes staan hoofdzakelijk verweesde kruisen, waarvan niemand weet voor wie ze ooit geplaatst zijn. Veel valt er niet aan te restaureren, ik kan alleen hier en daar een scheefgezakt kruis recht wringen en met wat stenen en plantjes er opnieuw een waardig graf van maken.

Er zijn ook drie parkjes, graven van familieleden die bij elkaar mogen liggen en met een soort omheininkje afgezonderd zijn van de rest. Het zijn de graven die ik als laatste heb opgeruimd omdat ik ze niet mooi vond en niet goed wist hoe ik ze aantrekkelijker kon maken. Ik heb me dan maar beperkt tot het verwijderen van droog gras en rotte bladeren. De lege plastic bloempotten heb ik weggehaald en de kunststof bloemen heb ik rechtgezet en bij elkaar geschikt.

Het werd er niet echt mooier op, maar terwijl ik ermee bezig was, las ik de namen en de data op de geëmailleerde hartjes die met ijzerdraad aan de kruisen bevestigd zijn. Er kwamen allerlei vragen in me op: Waaraan is Paulette Soler, zo jong, amper twintig, gestorven? Was Jean Soler haar vader? En is er een verband tussen zijn en haar dood? Nee, waarschijnlijk niet, het kan geen besmettelijke ziekte geweest zijn, want hij was al meer dan anderhalf jaar eerder overleden. En wie was Eloi Coste? Een aangetrouwde oom? Of misschien Paulettes grootvader van moederskant? Maar waar is de moeder dan? Van Joseph Pierre Soler is de sterfdatum niet te ontcijferen. Ik weet alleen dat hij 46 jaar geworden is.

Zoveel vragen, waarop ik nooit een antwoord zal krijgen. Maar terwijl ik hun laatste rustplaats in de mate van het mogelijke opknap, word ik mij er sterk van bewust dat het ooit levende mensen waren. Mensen die pijn en verdriet, vreugde en geluk hebben gekend. Verliefd zijn geweest. Afgewezen of getrouwd, vader of moeder zijn geweest.

Het enige wat ik bijna zeker weet is dat deze mensen in Glorianes hebben gewoond. En daardoor zijn ze nu ook een beetje familie van mij.

Dit heb ik niet zelf bedacht. Het bestaat! In Nederland en ook in België kun je graven adopteren. Meestal zijn het monumenten of graven van oorlogsslachtoffers die ter adoptie aangeboden worden. Toen ik jaren geleden nog lid was van Epitaaf, een organisatie die onder meer rondleidingen op de Brusselse begraafplaatsen organiseert, was er al sprake van. En nu kan het bijvoorbeeld ook in Waregem of in Gent.

Zelf heb ik onlangs een heel kerkhof, met maar liefst dertig graven, geadopteerd. Er is geen stichting of een ingewikkelde procedure bij te pas gekomen. Ik heb me gewoon tot moeder van ons verkommerde kerkhofje uitgeroepen.

Hoe knap je nu dertig graven op? Wel, gewoon eentje per dag. Elke dag kies ik er eentje uit, ik knip het droge gras wat bij en ik plant er een of meer nieuwe plantjes op. Die plantjes haal ik gewoon uit het bos of langs de kant van de weg. Heel wat vetplantjes laten zich zonder weerstand verplaatsen. Gewoon een deel van het plantje oprapen en neerleggen op een nieuwe plek. Het moederplantje groeit snel weer aan en het dochterplantje nestelt zich op de nieuwe plek. Planten die zich diep inwortelen zoals tijm of lavendel, vragen wat meer graafwerk, maar je kunt natuurlijk ook een bloeiend plantje kopen in een bloemen- of plantenwinkel. Als je het plantje maar in de aarde plant en bij langdurige droogte af en toe wat water geeft. Elk jaar gaan duizenden chrysanten kapot omdat er na Allerheiligen niet meer naar omgekeken wordt.

Natuurlijk hoeft niemand meteen een heel kerkhof te restaureren, maar één graf, dat moet toch kunnen? Als elke lezer van dit bericht een klein plantje op een graf plant, dan heeft de natuur alweer wat aan terrein gewonnen. Want daar gaat het om: een kerkhof is een lap grond met heel wat mogelijkheden.

Je kunt daarbij het nuttige aan het aangename en het zorgzame koppelen. Nuttig: je bewijst de gemeente een dienst. Aangenaam: het is best prettig om op een mooie herfstdag bij een graf – zelfs al is het van een onbekende – te knielen. Zorgzaam: je zorgt voor dat plekje aarde, je brengt eer aan iemand die er niet meer is, en je zorgt ook een beetje voor jezelf.

Hoe kies je een graf? Maak het jezelf gemakkelijk en kies een graf op het dichtsbijzijnde kerkhof. Kies een graf dat er een beetje verwaarloosd uitziet, dan zie je snel resultaat. En maak geen onderscheid. Vraag je niet af of de overledene een belangrijk of een interessant persoon was, of het al of niet een goed mens was. De dood zelf maakt dat onderscheid ook niet.

20171010_145146

 

 

Een paar jaar geleden stuurde een vriend mij dit filmpje en het is me altijd bijgebleven. Het is een animatiefilm naar een verhaal uit 1953 van Jean Giono. De tekeningen zijn prachtig en de tekst wordt ingelezen door niemand minder dan Philippe Noiret. Toen ik het onlangs opnieuw bekeek, besefte ik dat het exact dezelfde boodschap uitdraagt als The Salt of the Earth: door de aarde te herstellen, herstelt men de mens, en niet het minst zichzelf.

Lange tijd heb ik gedacht dat het om een waargebeurd verhaal ging, maar het blijkt een sprookje te zijn. Toch blijft het de moeite waard. Alleen al om de tekeningen te zien en om dat mooie Frans en die krachtige, warme stem van Philippe Noiret te beluisteren.

Er bestaat trouwens ook een heel leuke  door kinderen gemaakte en ingelezen versie van.

De originele versie duurt maar een half uurtje en is vrij te bekijken op youtube.

20170609_120320

Glorianes is niet bepaald een toeristische trekpleister. Er passeren wel eens een paar doorwinterde wandelaars en af toe strijkt er een gezelschap autotoeristen neer. Dat zijn meestal gepensioneerden die zelf in de streek wonen en die nu eindelijk tijd hebben om afgelegen dorpen zoals Glorianes te verkennen. Lang blijven ze niet hangen, want behalve de kerk en het kerkhofje is er niet veel te zien.

De kerk kreeg onlangs een nieuwe deur en er zijn nog meer restauratieplannen. Momenteel krijgt het 17e-eeuwse retabel in afwachting van een heuse restauratie een behandeling om verdere aftakeling tegen te gaan.

Ook het kerkhof is aan restauratie toe. Ik was eerlijk gezegd een beetje gewend geraakt aan de wat kale aanblik van het veldje en aan de scheefgezakte kruisen. Maar deze zomer maakte een vriendin mij attent op de mogelijkheden om dit stille hofje wat op te fleuren. Er ging meteen een soort lichtje bij mij branden en kort daarna begon ik met hier en daar wat droog gras te verwijderen, en natuurlijke vetplantjes, heide en mossen in de plaats te planten.

Ik vertelde aarzelend aan een paar dorpsgenoten wat ik aan het doen was en iedereen reageerde enthousiast. Mijn plan groeide en ik diende een voorstel in bij het gemeentebestuur. En gisteravond kreeg ik groen licht om het kerkhof op te knappen. Mijn onkosten worden vergoed en ik mag een pakket struiken bestellen bij een pépinière die lokale planten kweekt.

Ik kan mijn geluk niet op. Niet alleen ga ik me de komende maanden mogen uitleven op dit stukje grond, de nieuwe bloemrijke begroeiing zal bovendien ten goede komen aan het voedselbos aan de overkant van de straat. Vlinders en bijen zullen hun hartje kunnen ophalen en ‘en passant’ het voedselbos bevruchten.

Dat is wat ik in het vorig bericht bedoelde met ‘over de omheining lonken’. Het voedselbos zou immers maar een zeer beperkte impact hebben als het binnen de omheining moet blijven. En na het kerkhof kom er misschien nog iets anders, maar voorlopig weet ik wat te doen.

Niet alleen bestaat canxatard.blog vijf jaar, ik woon ook al zolang, zelfs een paar weken langer, in dit huis, in dit dorp, op een berg.

In die vijf jaar zijn er in het dorp twee huwelijken gesloten, is er een kind geboren, heeft een gezin het dorp verlaten, en is een van de gehuwde koppels alweer aan het scheiden. Het is hier niet anders dan op andere plaatsen, alleen is het toch erg voelbaar als we plots maar met zestien zijn in plaats van met negentien.

Mijn directe buren zijn verhuisd en mijn andere buurman gaat in 2018 wwoofen in Japan, zodat ik volgend jaar waarschijnlijk helemaal alleen in de dorpskern woon. Ik moet wennen aan het idee. Maar neen, dat is geen reden om zelf ook weg te gaan. Ik wil hier heel graag zo lang mogelijk blijven.

In de voorbije vijf jaar zijn er zeker momenten geweest dat ik het wat moeilijk had. Loskomen van het land waar ik mijn hele leven had gewoond was lastig. Soms voelde het als verraad, soms voelde het als alle zekerheden verliezen. Bij tijden voelde ik me alleen, een beetje in de steek gelaten door vrienden die steeds minder e-mailden of belden. Terwijl ik het was die weggegaan was.

Waar ik het meest mee worstelde was de vraag of ik dit wel mocht doen, me afzonderen van de wereld en volop genieten van stilte en rust. Ik was me zo erg bewust van de luxe van het alleen zijn dat ik me bijna schuldig voelde. Bezwaard is misschien een beter woord. Ik voelde me bezwaard: mocht ik dit kluizenaarsbestaan wel leiden? Moest ik niet deelnemen aan het maatschappelijk leven? Moest ik me niet engageren in allerlei trendy bewegingen? Het zal wellicht aan mijn katholieke opvoeding liggen dat ik niet onbekommerd kon genieten. Ik dacht een tijdje dat ik door te schrijven een steentje kon bijdragen, iets aan de wereld kon tonen, de mildheid die ik hier ervoer kon uitdragen. Maar mijn inspiratie droogde op en ik voelde me meer en meer nutteloos.

Tot ik deze zomer deze film zag: The Salt Of The Earth, een documentaire van Wim Wenders en Juliano Ribeiro Salgado over de vader van Juliano, Sebastian Salgado, een Braziliaanse fotograaf. De man werd zielsziek van alle ellende in de wereld die hij te zien kreeg en vond uiteindelijk genezing in het herstellen van de leeg gekapte plantage van zijn familie. Zowel het werk van de fotograaf als de film over hem zijn adembenemend mooi, maar bij mij blijft vooral de boodschap hangen: door de aarde te herstellen kunnen we de mens, in de eerste plaats onszelf, genezen.

Vanaf dan kon ik mezelf groen licht geven om in dit kleine dorp, op dit stukje aarde, het herstel van een geleend lapje grond op mij te nemen. Plots wist ik wat mij te doen stond en voelde ik mij niet langer nutteloos. Met de aanleg van het voedselbos ben ik al een jaar bezig, maar nu kan ik voluit gaan en versnellen. En ik lonk al over de omheining, naar wat ik erbij kan nemen.

Dit is de zachte bocht die Canxatard.blog gaat nemen. Ik wil jullie laten delen in mijn vorderingen, ik wil jullie mijn kleine succesjes laten zien. De smaragdhagedis was er al eentje van, want volgens Wikipedia voelt hij zich prima in rommelige tuinen en boomgaarden. Ik ben dus op de goede weg.

PS De Salt Of The Earth werd deze zomer in ons dorpje in openlucht getoond. Hier een kiekje van onze cinemazaal.

20170819_191923

PETRA SPARK

SCHRIJVERSBLOG

Darling Doormat

Wit and Sh*t on Crete. It’s nothing anyone would ever take seriously, but it amuses me.

enerziek

Mijn burn-out-verhaal

Perdebytjie se nes

'n Blog oor die natuur en allerdaagse gebeure,wat die lewe interessant maak

annaknijptertussenuit

na een burn-out

DE RODE VALIES

VERHALEN UIT BRUSSEL

La Casa de las Mariposas

La Casa de las Mariposas

evamaaktschoon

op zoek naar datgene waar het echt om gaat

Ask the Akasha

Wisdom at Your Fingertips

Bitterkoekjes

Gedichten die ik tegenkwam, die me aanspraken, raakten, boeiden en niet meer loslieten...

Leen Huet

Leen Huets blog

Alles uit de kast

a little blog of love

Elisabeth Khan's Blog

A Writer's Journey On Three Continents