Na de brand

Ook vandaag woeden er op een tiental plaatsen in Frankrijk nog altijd branden. In onze streek zijn er op dit moment gelukkig geen meldingen. Soms ruik ik nog een brandgeur. Dan maak ik een ommetje rond de kerk en speur ik naar rookpluimen op de hellingen. Volgens de brandweer is die geur afkomstig van asdeeltjes die nog in de lucht zweven.

De grote dreiging en de evacuatie liggen inmiddels twee weken achter ons. Iedereen is weer thuis. Na onze terugkeer moesten we eerst de diepvriezers en koelkasten leegmaken en de inhoud in een container deponeren. Er was immers een week geen elektriciteit geweest in het dorp. Omwille van de warmte werd de container dezelfde dag nog opgehaald door de departementale diensten.

De volgende dag hebben we het dorp opgeruimd. Takken, bladeren en droog gras werden op kritieke plaatsen verwijderd. De factrice kwam voor het eerst opnieuw post brengen. Ze verbaasde zich erover dat bijna alle dorpelingen met bosmaaiers, harken en straatkeerders in de weer waren. Het gaf ons het gevoel dat we zelf iets konden doen. Verder moeten en mogen we vertrouwen op de brandweer en op de officiële controlemechanismen.

Behalve de lichte brandgeur lijkt alles weer normaal. Maar al op de weg die naar het dal leidt herinneren de zwartgeblakerde hellingen ons er telkens weer aan hoe dicht het vuur is gekomen. Wat verderop, richting Perpignan, snijdt de route nationale een verkoold landschap door.

Om jullie een idee te geven post ik hieronder een foto. De natuur zal zich herstellen, al zal dat jaren duren. Voor de gezinnen en bedrijven die hun huis of inkomen verloren, begint het herstel nu pas.

(foto: 20 minutes)

Vuur

Zaterdag 4 juli reisde ik van Perpignan naar België om de verjaardag van mijn zus in Gent te vieren. Ik zou een kleine week wegblijven. Zoals altijd zouden de buren voor mijn poes zorgen.

Rond die tijd moet in Trevillach een brand zijn ontstaan. Een achteloos weggegooide sigaret? Een slijpschijf? Een barbecue? Misschien iets heel anders. We zullen het wellicht nooit weten.

Trevillach ligt op ongeveer 25 km van ons dorp. Het vuur breidde zich uit en bereikte Montalba Le Chateau. Het kwam onze richting uit en ‘s nachts was de gloed vanuit ons dorp te zien. Een buurmeisje postte de eerste verontrustende foto op onze Whatsapp-groep.

Ik was intussen in België en begon met een bang hart de berichten en het nieuws te volgen. Ik was veilig, en blij dat ik op afstand was, tegelijk was ik liever bij mijn vrienden gebleven.

Zondag bereikte het vuur het stadje Ille-sur-Têt. Verschillende dorpen rondom het onze werden geëvacueerd. Voor ons dorp gold eerst de instructie om in de huizen te blijven tot de brandweer de bewoners zou ophalen. Maar om 19.40 u besloot onze burgemeester, Celine, dat iedereen onmiddellijk op eigen kracht moest vertrekken. Gelukkig waren er niet veel dorpelingen aanwezig. Met een viertal auto’s reden ze de berg af. Ze vonden onderdak in naburige dorpen, maar moesten een dag later ook daar weg want het vuur bleef oprukken.

Vanaf dan bleef Celine ons op de hoogte houden met foto’s en filmpjes. Het bleef dagenlang branden in het dorpje Rigarda aan de voet van onze berg. De brandweer probeerde met alle macht te verhinderen dat het vuur de berg zou bereiken want de vrees was dat de brand via ons dorp naar de achterliggende bergketen zou overslaan.

Het werden spannende dagen. Een keer per dag mochten de boeren en de burgemeester onder toezicht van de brandweer naar boven om de koeien, schapen en huisdieren te verzorgen.

Pas vrijdag 10 juli was de brand officieel gefixeerd en mocht iedereen terug naar huis. Diezelfde dag was ook ik onderweg naar huis.

Uiteindelijk werd bijna 5.000 hectare natuur verwoest. Tientallen gezinnen verloren hun huis. Zo’n 850 brandweerlieden, negen blusvliegtuigen en hulp uit verschillende landen waren nodig om de brand onder controle te krijgen.

Ons dorp is gespaard gebleven. Er hangt een lichte brandgeur, maar iedereen is terug thuis.

Alleen mijn lieve oude kat, Cacahuète heeft het niet gehaald. De buren vonden hem en brachten hem nog naar de dierenkliniek, maar de extreme warmte werd hem fataal.

We zijn allemaal onder de indruk en lief voor elkaar.

De eerste foto, gezien vanaf de weg naar ons dorp.

Intussen in het dorp

Vorig jaar richtte ik de stalruimte onder mijn huisje in als schrijfruimte en daar geniet ik nu van. Buiten 32 graden, hierbinnen 22. En eindelijk tijd om even terug te blikken op de afgelopen weken.

In ons dorp is het een hele tijd erg stil geweest. Geleidelijk komt er weer wat beweging. In april hadden we een filmavond met News Of The World, een hartverwarmende film met Tom Hanks. Gelukkig had ik de film al een paar keer in de originele versie gezien zodat ik me niet al te erg stoorde aan de gedubde versie.

Begin mei kocht ik een voorraad brandhout aan en kreeg ik hulp van het halve dorp om het netjes naast mijn huisje te stapelen. Die hulp heb ik moeten leren vragen. Achteraf heel blij dat ik dat gedaan had. Want ik was ermee geholpen, maar het was ook echt gezellig om het samen te doen.

En opeens, van de ene op de andere dag, werd het zomer en lieten de slangen zich zien.

Onze dorpsoudste houdt een ringslang in bedwang. Ringslangen of couleuvres zijn ongevaarlijk, maar ik schrik er toch van als ik er eentje zie. René is een grote dierenvriend en ik acht hem in staat om die slang onderdak in de schuur te geven.

Vorige week hadden we het jaarlijkse kersenfeest. In ons dorp staan heel wat kersenbomen, maar voor het derde jaar op rij viel de oogst dik tegen. Dan maar kersenfeest zonder kersen. Het was er niet minder gezellig om.

Bij het kersenfeest hoort een petanque tornooi.

Ik won samen met Andrej de eerste reeks, maar verloor de tweede met een beschamende 13-0.

Mijn lidmaatschap bij de gemeenteraad brengt ook praktische klussen mee. De gemeente heeft geen personeel in dienst, we doen alles zelf. Vorige week moest de chateau d’eau, het waterreservoir, gereinigd worden. Ik was mee om foto’s te maken en ik ben ook even afgedaald in die plek waarvan het bestaan van het hele dorp afhangt.

Burgemeester (rechts) en adjoint poetsen de bodem van het waterreservoir.

Momenteel bestuderen we de mogelijkheid om een nieuwe waterbel aan te boren. Een technisch dossier waar ik nog niet alles van begrepen heb. Maar dat komt. Ik heb nog bijna zes jaar tijd om me in te werken. En eigenlijk is het best boeiend.

Conseil Municipal

Intussen is de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. De installatievergadering was formeel en informatief. Er werd een charter voorgelezen met een aantal regels waaraan de raadsleden zich te houden hebben. Daarna werden de burgemeester en de adjoints herkozen. Ze hielden alle drie een korte, ontroerende toespraak. Van de vier overige leden zijn mijn buurman en ik de nieuwelingen.

Een paar dorpelingen en sympathisanten woonden de zitting bij. Na de zitting was er een kleine receptie.

Alles in het klein dus. Maar de stemming was goed. Ik heb er zin in. Al betekent dit qua taal best een uitdaging. Ik moet wennen aan de administratieve terminologie en aan het radde Frans van mijn collega’s.

Een burgemeester, twee adjoints en vier gemeenteraadsleden

Lente

Als ik in dit blog terugblader naar de vorige jaren vallen me vooral de alarmerende berichten over de droogte op. En misschien ook de lange stiltes.
Laat ik beginnen bij het weer: de situatie is nu helemaal omgekeerd. Voor de derde keer dit jaar viel onlangs de regen dagenlang onafgebroken op onze daken. In elk huis in ons dorp stond ten minste één emmer om lekken op te vangen, ook in het mijne. Langs de wandelwegen stromen nu nog steeds riviertjes met kleine watervallen en overal is het ruisen van de grotere rivieren te horen. Tijdens die regens raakte de weg naar het dorp geblokkeerd door aardverschuivingen. Gelukkig worden deze ‘éboulements’ meestal snel opgeruimd door de bijzonder goed werkende wegenwerkenorganisatie van de regio. Het beste nieuws is dat de dorpsbron opnieuw volop stroomt. Tot nu klaagt niemand. We zijn maar al te blij met al dat water, de ongemakken nemen we erbij.

De stiltes hadden te maken met een periode waarin veel tijd naar mijn familie ging, daarna met een schrijf-inhaalbeweging. In januari leek alles weer op rolletjes te lopen en net toen ik een nieuwjaarbericht voor dit blog wilde schrijven, gebeurde een drama in ons dorp, waarbij een kind het leven verloor. Ik kon en wilde er niet over schrijven. Ik vond er de woorden niet voor. In een kleine gemeenschap als de onze slaat zoiets hard in. Twee maanden later kan er nog steeds niet hardop over worden gesproken.

Het gebeuren en de bedrukte sfeer nadien zetten me aan het denken. We hadden het drama niet kunnen voorkomen. Misschien kunnen we in de toekomst wat meer naar elkaar omkijken? Zou een gemeenschappelijk project daarbij kunnen helpen? Ik vroeg me af hoe ik zoiets zou kunnen aanmoedigen en stelde me uiteindelijk kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik raakte min of meer automatisch verkozen, want er was maar één lijst en die was te nemen of te laten. Vanavond wordt de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd.

Vorig jaar las ik het essay Optimisme zonder hoop van Tommy Wieringa. Dit boekje gaat vooral over het klimaat, maar de gedachte dat het zinvol is om optimistisch en ondernemend te blijven als er weinig hoop meer is, heb ik meegenomen. Intussen is de dorpstuin opnieuw een gemeenschappelijke tuin geworden. De laatste jaren was ik de enige die hem nog bewerkte. Een aantal buren hebben nu geholpen met de heraanleg. De oogst gaan we delen. Misschien is dat een begin.

Water

Bijna twee jaar lang was het verontrustend droog in deze streek. Heel wat bomen overleefden de droogte niet, in de lente kwam de bloei moeizaam op gang, sommige planten verdwenen uit het landschap, andere namen de overhand, op veel plaatsen was de grond zanderig droog. De dorp zag er stoffig uit, de moestuinen pover.
In het najaar van 2024 leek het tij te keren. We kregen af en toe een bui, maar het regende te weinig om de bronnen weer voluit te laten stromen. De hoofdbron die ons dorp van water voorziet, gaf steeds minder.

In februari kwam er opeens geen water meer uit de kraan. Niet omdat de bron opgedroogd was, maar omdat er twee lekken in de hoofdleiding waren. Het duurde vier dagen eer die hersteld waren. Het was een harde les want voorheen realiseerde ik me niet hoe dikwijls op een dag ik de kraan opendraai. Gelukkig heb ik in 2023 twee regentonnen laten installeren, handig om het toilet door te spoelen, maar niet drinkbaar.

En nu heeft het twee dagen onophoudelijk hard geregend. Een heel ander soort ongemak: niet naar buiten kunnen, want binnen de kortste tijd ben je drijfnat, èn lekkende daken. Met emmers en dweilen is het binnenhuisleed min of meer verholpen en intussen is het opgehouden met regenen. De doorhangende takken van de cipressen schudden het water van zich af, het dorp hult zich in een witte damp en we horen de rivieren weer de berg afstromen. Een geluid dat ik bijna vergeten was. Ik probeerde het op te nemen, maar in de opname overschreeuwen de vogels het stromen.

Vanmiddag ben ik het opgefriste bos gaan verkennen: beddingen die al meer dan twee jaar geen water meer gezien hebben zijn veranderd in kolkende beekjes. En op de terugweg liep ik ook even langs de moestuin. Tot mijn vreugde stond er voor het eerst water in de wadi.

Bosbeekje
De wadi die ik in augustus 2022 aanlegde houdt voor het eerst water vast.
Het water stroomde vanaf de straatkant de tuin in.

Veerkracht

Ze zijn er weer, de paddenstoelen. En dat is niet vanzelfsprekend. Na twee jaar extreme droogte in de streek hadden we bijna de hoop opgegeven om nog eens een paddenstoelenherfst of-voorjaar mee te maken.

Eind april tot half mei kreeg de begroeiing op de berg wat water, maar de zomer was opnieuw keihard. Heel wat bomen zijn gesneuveld.

Sinds half oktober regent het. Nu en dan stormt het en krijgt de aarde meer water dan ze kan slikken, maar het valt op dat niemand klaagt.

Vandaag was er weer even wat zon. Lang genoeg om een wandeling te maken en wat foto’s te maken. Paddenstoelen zijn erg gevoelig aan de weersomstandigheden, het lijkt bijna op een soort eigenzinnigheid. Ze komen alleen als de grond voldoende vochtig is, als de lucht niet te koud is en de wind zich gedeisd houdt.

Maar ze zijn er. En voor mij staan ze voor veerkracht en hoop.

Komkommertijd

In mijn tuin, wegens de droogte, geen komkommers, maar de groenteboer in het dal kan ze aan de straatstenen niet kwijt. Het is dus echt wel komkommertijd en het is hier stil. Een paar dorpsgenoten zijn op reis en de weinigen die overblijven wachten gelaten op regen. Het rommelt in de verte maar het ziet ernaar uit dat de bui ons dorp weer zal overslaan.

In huis is het ook stil, want hier wordt hard geschreven aan een nieuw verhaal.

En toch kwam er dit weekend een nieuwtje. Mijn zus, inmiddels 65, liep haar tiende marathon, de ‘marathon for all’ in Parijs.

Ze liep hem uit in 4.51 u. Ik ben een en al bewondering en ik post trots een fotootje van haar.

Parijs, zaterdagnacht om 3.40 u.

Stemmen in een klein Frans dorp

Twee weken geleden kreeg ik als Belg in het buitenland een kiesbrief voor de federale en regionale verkiezingen toegestuurd. Ik heb een rood potlood gevonden, mijn plicht vervuld en de brief verstuurd.

Voor Europa kon ik hier in het dorp stemmen. Er was nog een administratief akkefietje, ik stond niet op een van de lijsten, maar dat werd na het nodige heen en weer bellen manueel opgelost. Ik ben ook een paar uur gaan “zitten” in het gemeentehuis.

In ons dorp zijn meer kiesgerechtigden dan inwoners. Dat komt omdat ook eigenaars van gronden hier mogen komen stemmen. In sommige families worden gronden aan de kinderen toegewezen opdat ze in het dorp van hun ouders zouden gaan stemmen. Van de drieëntwintig kiesgerechtigden zijn er negentien komen opdagen. Voor een land waar geen stemplicht is, lijkt me dat een heel hoge opkomst.

Er waren achtendertig kandidaten en die worden vertegenwoordigd door een stapeltje pamfletachtige kiesbrieven. De stapeltjes worden op een lange tafel klaargelegd en de kiezer neemt een paar briefjes mee in het stemhokje. Daar maakt hij zijn definitieve keuze en stopt hij één brief in een kleine bruine envelop. De envelop wordt in een doorzichtig doos gedeponeerd en daarbij wordt door de voorzitter van dienst luid en duidelijk gezegd: à voté.

Het gemeentehuis blijft de hele dag open en elke twee uur wisselt de wacht. Om zes uur ’s avonds worden de stemmen geteld. Dat heet le dépouillement.

Om kwart over zes wist ik al hoe de resultaten van de Europese verkiezingen er ongeveer zouden uitzien. Dat is al elke keer zo geweest. Dit dorp is echt de wereld in het klein.

Regen!

Het regent al drie dagen ononderbroken. Voor mijn vrienden in het noorden is dit waarschijnlijk flauw nieuws, maar voor ons is het een wonder. Na bijna twee jaar aanhoudende droogte smaakt deze regen als een ijsje op een warme zomerdag.

In maart waren hier en daar al eens wat druppels gevallen en dat had meteen effect op de natuur. Maar toen alles groen begon te worden, werd pas duidelijk hoeveel bomen afgestorven waren. De hellingen zijn voor een vierde bruin. Zelfs een groot aantal wintereiken hebben het niet gered. Acacia’s deden hun best om wat magere bloemen te geven, maar de blaadjes bleven achterwege.

Ons dorp en de mooie weg erheen zagen er gehavend en droevig uit. En nu regent het. We maken foto’s van voorbijdrijvende wolken en van diepe plassen, en genieten van het uitzicht op druppels die van de ramen glijden. Volgens de voorspellingen zal de regen nog minstens twee weken aanhouden. Gelukkig wonen we op een berg en kan het hier niet overstromen. En de lekken in onze oude daken, die nemen we erbij.