Intussen in Frankrijk… 29

… lijken de Fransen er nog vrij gerust in. Ze blijven ‘se faire la bise’ alsof er niets aan de hand is. Mij niet gezien.

… kreeg ik bezoek uit België en werd mijn huis aan de buitenkant door hen helemaal opgefrist.

… en ging ik na weken zona/sofa, met de hulp van Els en Lydia, terug aan de slag in de moestuin.

… durf ik niet meer te gaan zwemmen in het meer van Vinça, te veel zonners, te veel zwemmers.

… werkte ik met illustratrice Gerd in onze gemeentelijke gîte aan een prentenboek.

… ging ik naar een c-proof miniconcert in de ‘grange’ van onze burgemeester.

… ga ik nu elke zaterdag gemaskerd naar de markt in Prades.

… maar blijf ik verder zoveel mogelijk op de berg.

… werd mijn moestuin uitgeroepen tot ‘le plus beau jardin, un vrai jardin de curé!’ door onze lieftallige factrice, die dagelijks heel wat tuinen ziet.

… hebben we sinds twee weken een officiële petanquebaan.

… hoop ik dat de dertigste ‘intussen’ de laatste mag zijn.

20200801_181034

 

20200729_194753

20200729_195007

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -28

Sinds het begin van de déconfinement (het afbouwen van de lock down) heb ik al drie keer bezoek gehad en ben ik al een paar keer op stap geweest:

Twee keer naar de apotheker in Vinça gecombineerd met een blitzbezoek aan de supermarkt.

Twee keer naar mijn favoriete biowinkel waar ik me eens flink heb laten gaan.

Een keer naar de papierwinkel om kopies te maken.

Een keer naar het postkantoor.

Een keer naar een verjaardagsfeestje in een bubbel van acht mensen.

En vandaag ben ik naar de tandarts geweest.

Ik mocht geen handtas meenemen, enkel een betaalkaart en mijn ‘carte vitale’. De secretaresse liet me een paar plastieken slofjes aantrekken en twee keer mijn handen ontsmetten. De tandarts kwam me ophalen in het secretariaat en vroeg of ik hem herkende. Hij droeg een bril, daarover een soort mini-verrekijker, daaronder een mondmasker, en dan nog een face shield over het geheel. Ik vroeg of hij wel kon zien met al die dingen aan zijn hoofd.

‘Dat gaat wel,’ zei hij, ‘maar het is warm.’

Het is een aangename en erg toegewijde man, ik ben al acht jaar in behandeling bij hem en zijn vriendelijkheid compenseert ruimschoots het onvermijdelijke ongemak van een rondje aanslag verwijderen of een afgebroken tand repareren.

Hij klaagde een beetje en verontschuldigde zich ook nog eens omdat hij klaagde. Te lang moeten wachten op fatsoenlijk beschermend materiaal en patiënten aan hun lot moeten overlaten. Hij schudde zijn ingepakte hoofd.

En hij vreest de zomer, de hitte die eraan komt, en de airco mag niet aan. Maar die zomer, die laat hier op zich wachten. En als het de komende weken zo fris en regenachtig blijft als het tot nu was, zal hij daar tenminste geen last van hebben.

 

 

 

 

Mieren en munt

Een jaar geleden ontdekte ik in het voedselbos een enorme mierenhoop. Het was op een plekje waar ik een tomaat had willen planten, maar zodra ik maar in de buurt kwam met een plantschopje liepen de mieren over mijn handen. Ik overwoog om de kolonie te verdrinken, maar ik ging eerst even raad vragen aan mevrouw Google. Zij stelde voor om op die plek munt te planten. Toevallig had ik een paar stekjes van een heel krachtige muntsoort in een glas water staan en ik besloot de proef op de som te nemen. Het resultaat mag er zijn: de mieren zijn verhuisd en ik heb nu een prachtig perkje met donkergroene, sterk geurende munt (Mentha spicata var. crispa ‘Moroccan’).

Een klein miertje op het aanrecht, hoe schattig, dacht ik een paar dagen geleden. Maar algauw waren ze met zeven, even later met dertig en de volgende dag leek de rand van het aanrecht op een autosnelweg richting kust. Via mevrouw Google vernam ik dat de kunst erin bestaat om de plek te vinden waar de mieren naar binnen komen en dan aan de buitenkant van het huis met wat suiker een wegomlegging te forceren. Ik was bereid om dat te doen, maar waar en hoe de mieren naar binnen kwamen, leek me een raadsel.

Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik er toen de stofzuiger bij heb gehaald. Ik heb ze een voor een pijnloos opgezogen. De eerste keer is zoiets hard, maar na een tijdje ging het beter. Geloof me, moorden went. Ik ging met de stofzuiger over het aanrecht en vandaar in alle hoeken en kanten van mijn keukentje, maar de mieren bleven komen. Opeens zag ik een rijtje mieren naar boven marcheren. En terug. Het was een komen en gaan vanuit het dak. De moed zonk me in de schoenen, want ik zag me niet het dak opgaan om daar een zoete wegomlegging te plaatsen.

En toen dacht ik aan de munt. Ik ging naar de tuin en plukte een bosje munt. Ik maakte een tuiltje en plaatste het in een vaas, in de hoek waar het verkeer het drukste was. Ik merkte wat aarzeling bij de nieuwkomers, maar niet zo dat ze rechtsomkeert maakten. Ik besloot om de grote middelen in te zetten. Ik ging terug naar de tuin, plukte een flinke bos munt, haalde de blaadjes van de stelen en legde ze op schalen te drogen. Het hele huis rook fris en na een uur waren de mieren verdwenen. Geweldloze communicatie werkt.

20200610_125250

Intussen in Frankrijk -27

Het goede nieuws is dat er in het departement Pyrénées Orientales geen covidpatienten meer gehospitaliseerd zijn. Niemand, nergens. Ook in de wijdere omgeving  (Occitanië) blijven de cijfers rond nul.

Een paar dagen geleden ben ik, voor het eerst sinds begin maart, boodschappen gaan doen in Prades. Ondanks de goede cijfers blijven de mensen voorzichtig: mondmaskers op straat en alcoholgel in de winkels.

Het is nu afwachten wat het toeristisch seizoen zal brengen. De Fransen uit de noordelijke departementen mogen al komen, over een paar weken misschien ook al de buitenlanders. De horeca kijkt daar wellicht naar uit, de anderen maken zich zorgen.

Zelf blijf ik ‘confinée’. Niet uit angst voor corona, maar nog steeds beperkt in mijn doen en laten door zona. Het duurt lang, maar het went. En zelfs aan dit nadeel is een voordeel: ik leer de tijd te nemen. En eigenlijk is dat fijn.

Intussen in Frankrijk -26

Ook dit wordt weer een kort bericht.

Nu de Fransen met mondjesmaat van hun herwonnen vrijheid beginnen te genieten, zit ik nog steeds met zona aan de sofa gekluisterd.

Dat een autorit naar het dal te moeilijk is, vind ik niet eens erg. Maar dat ik niet op pad kan gaan om paddenstoelen te spotten, valt me tegen.

Toen ik gisteren ging kijken of er post was, vond ik een zakje met girolles aan het hek. De tranen sprongen me in de ogen.

Alleen jammer dat de weldoener/weldoenster niet even kwam groeten. Misschien toch beter zo, want ik zou het niet hebben kunnen laten om hem of haar om de hals te vallen.

20200518_094225

 

20200518_094522

Intussen in Frankrijk -25

Ik vrees dat de verslagen van jullie correspondent in Frankrijk wat saai beginnen worden. Er gebeurt hier namelijk niet veel.

Naar het schijnt zijn in het dal de winkels open. Voor mij geen reden om in de auto te springen. Marie brengt nog steeds de boodschappen en dat vind ik prima.

Het is half mei en het lijkt herfst. Gelukkig hou ik van alle weer, en nog het meest van afwisseling.

Ik onderga het zona-virus als een noodzakelijk kwaad. Van een halve kluizenaar evolueer ik naar een driekwart kluizenaar en ook dat vind ik prima. Want ik krijg meer en meer tijd, zoveel tijd, dat ik er genoeg van neem om me af en toe over een gedicht te buigen.

Vanmorgen brak de zon door de dichte mist en het regengordijn, in de vorm van een bericht van Creatief Schrijven. Mijn gedicht Vliegen is de tip van de week. Het gedicht staat op mijn poëzie- en prozablog. De bespreking door Moya De Feyter staat op Azeryfactor.be.

Deze herfstige meidag kan niet meer stuk. Ik ben in de wolken.

20200513_063418

 

Intussen in Frankrijk -24

Gisteren heb ik een heleboel mensen gezien.

Om halftien zag ik de factrice. Ik had een brief om mee te geven en ook een doosje paaseieren voor haar. Dat was eigenlijk een verlaat nieuwjaarscadeautje dat een paascadeautje werd en uiteindelijk zijn het zelfs vijgen na pasen. Maar ze was er toch blij mee.

Om kwart over elf zag ik mijn huisarts. Ik kreeg een video-consultatie en dat ging vrij vlot. Diagnose was snel gesteld. Een virus! Niet het nieuwe, maar een heel oud dat zich blijkbaar al meer dan vijftig jaar in mijn lichaam schuilhoudt en nu plots uitbreekt.

Na de middag mocht ik de voorgeschreven en doorgestuurde medicatie ophalen in de apotheek in Vinça. Het was zeven weken geleden dat ik met de auto gereden had.

In de apotheek waren drie gemaskerde verkoopsters en drie ongemaskerde klanten. Het was geen probleem om afstand te houden.

Daarna heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om in de supermarkt wat diepvriesproducten in te slaan. Daar waren ook ongeveer evenveel klanten als personeel. De meesten gemaskerd. Bij de kassa kon ik me de code van mijn bankkaart niet meer herinneren, ik gokte dan maar en had het meteen juist.

Er waren heel weinig auto’s op de weg. Ik had mijn attest met reden van verplaatsing en vertrekuur bij me, maar ik kreeg nergens controle.

Het ziet er naar uit dat het voorlopig bij dat ene uitstapje zal blijven. Eerst dat virus verslaan. Het dwingt me tot stilstand. En de medicatie heeft aangename bijwerkingen. Hopelijk is deze tekst wat samenhangend.