Creatieve uitwisseling

Er zijn duizenden mooie projecten in de wereld die onze aandacht en steun verdienen, maar niet iedereen kan of wil geld missen. Zich financieel veilig en verzekerd voelen is belangrijk. En zoals ons tijdens de veiligheidsdemonstratie in het vliegtuig geleerd wordt: trek het zuurstofmasker en het reddingsvest eerst zelf aan vooraleer je anderen gaat helpen.

Een aantal lieve mensen zijn ingegaan op mijn uitnodiging om de Sambhavna-kliniek financieel te steunen. Die steun is op dit moment hard nodig. Maar er zijn ook andere manieren dan geld geven om een organisatie te helpen.

Ik denk zelfs dat het nog meer zin heeft om na te denken over de vraag hoe we een organisatie kunnen helpen om zelfredzaam te worden. En dat denk ik niet alleen. Hulporganisaties denken meer en meer in die richting, testen allerlei strategieën uit, vallen en staan weer op. Net zoals we dat zelf ook doen. We denken soms iets goeds te doen, maar we krijgen een heel ander en soms ongewenst effect.

Laat ik vooral voor mezelf spreken. Mijn reis naar India heeft me over allerlei dingen aan het denken gezet. Hier zijn er een paar:

Het is in India niet allemaal kommer en kwel. Daar beloof ik nog minstens een bericht over te schrijven. Wat we in de media horen en zien zijn vooral dingen die flink fout zijn gegaan en die zijn er, we kunnen er niet omheen. Soms ziet het er zo hopeloos uit dat ik de armen laat zakken en ik me liever afsluit. Er zijn dichter bij huis misschien ook mensen die hulp nodig hebben, denk ik dan. 

Maar toevallig ben ik geraakt door dat ene kleine, wat verkommerde gasrampmuseum en de daaraan verbonden kliniek. En ik kies ervoor om daar iets voor te doen. 

Ik kan geld geven. Dat is nodig en het is gemakkelijk. Niets op tegen. 

Ik kan nadenken over andere manieren om te helpen. En nog beter, ik kan hardop nadenken daarover. En ik kan er schrijvend over nadenken. Elisabeth, haar dochter Shirin, en ik hebben samen hardop nagedacht over het museum. En daar kwam het volgende uit: Bij het onthaal was nauwelijks iets te koop, alleen een paar onaantrekkelijke mokken. Er lag maar één beduimeld foldertje over het museum. Als we nu eens mensen zochten die nuttige, duurzame gadgets willen ontwerpen, die we in India kunnen laten vervaardigen en die we bij het onthaal kunnen laten verkopen. We zouden zelfs een kleine museumshop kunnen inrichten. 

We blijven nog even in het denkstadium daarover. Want laat ik een kleine omweg maken. 

Ik kan mijn vaardigheden gebruiken. Schrijven is een vaardigheid. Over het gasrampmuseum schrijven is helpen. 

En laat ik eerlijk zijn: ik ben geen altruïst. Ik geloof niet eens in altruïsme, maar nogmaals, ik spreek voor mezelf. Ik doe graag iets voor iemand anders èn ik krijg graag iets terug. Dat hoeft niet rechtstreeks van die ander te komen, maar het kan komen uit de handeling van het geven zelf. Elk schrijven is namelijk oefenen en leren en hopen dat het schrijven alsmaar beter wordt. Ik schrijf over het gasrampmuseum en over mijn denken daarover en tegelijk oefen ik mijn schrijfvaardigheid. Dit noem ik creatieve uitwisseling en dat klinkt helemaal anders dan ‘liefdadigheid’. 

Heeft niet iedereen minstens één vaardigheid die je graag wilt ontwikkelen? Waarom die vaardigheid niet even inzetten voor een interessant doel en er tegelijk van leren en vaardiger worden?

Heeft iemand ideeën over wat je zelf in een museumwinkel zou willen kopen? 

Is er iemand die een nuttig en duurzaam voorwerp in bijvoorbeeld een gebatikte Indiase stof of in andere materialen wil ontwerpen?

Kan iemand een label voor die voorwerpen ontwerpen? 

Wil iemand bruikbare citaten zoeken of zelf een leuke tekst verzinnen om op mokken of T-shirts te drukken?

Dit zijn maar een paar voor de hand liggende voorbeelden. Ik ben er zeker van dat veel creativiteit onderbenut is en ligt te wachten op ontwikkeling en concrete toepassing.

Ik kijk uit naar jullie originele ideeën en/of naar jullie mening daarover. 

IMG_2098

 

 

 

 

 

Women With Weels

Het was vrijdag 7 februari, een paar minuten voor middernacht, toen ik in New Delhi aankwam. En het was tien jaar geleden dat ik in India was. In die tien jaar waren er een paar akelige nieuwsberichten over India gepasseerd, en hoe graag ik mijn zus, die een groot deel van het jaar in Bhopal woont, ook wilde gaan bezoeken, ik zag er een beetje tegenop. Ik was bang geworden om in mijn eentje in India te reizen.

Het was nacht en ik zou mijn zus ontmoeten in een luchthavenhotel, en vandaar zouden we samen verder reizen. De reis van Perpignan, over Barcelona en Munchen, naar New Delhi was vlot verlopen, maar dat ene kleine stukje van de aankomsthal naar het hotel baarde me zorgen.

‘Er kan je niets gebeuren,’ zei mijn zus, ‘neem een prepaid cab, dan kunnen ze je al niet oplichten en de ritten worden geregistreerd.’ Ik geloofde haar, dat het veilig was, maar angst is een raar beestje dat niet voor rede vatbaar is.

Op de valreep stuurde ze mij nog een artikel op de website van The Indian EXPRESS met als titel: Delhi-airport has an all women cab service now. Ik vond er de website van de Women With Weels en probeerde een rit te boeken, maar het was te laat om een antwoord te verwachten. Ik vertrok dan maar zonder reservatie, met het voornemen mijn angst de baas te blijven en me met gespeelde zelfzekerheid door de mensenmassa in de luchthaven te werken.

‘Laat in ieder geval niemand je bagage van je overnemen,’ whatsappte mijn zus nog. Tja.

Oké, ik was op alles voorbereid. Ik marcheerde naar de uitgang en negeerde elk aanbod voor hulp om mijn koffer te dragen of een taxi te zoeken. Prepaid taxi was het toverwoord en de wegwijzers waren gelukkig tweetalig èn duidelijk. In de verte zag ik de stand van Mega Cabs en daarnaast – halleluja!-  de stand van Women With Weels.

Opgetogen sprak ik de receptionist/dispatcher aan en in no time had ik een ticket vast en werd ik meegetroond naar een auto waarvan ik het merk niet meteen kon achterhalen, en werd ik voorgesteld aan de chauffeur, een wat frêle uitziende jonge vrouw. Ze bleek nog niet lang in dienst te zijn en had wat moeite om het hotel in de Aerocity te vinden, maar ik voelde me helemaal op mijn gemak. Mijn angst lag in een hoekje van de taxi weg te smelten onder de warme lucht van New Delhi en mijn blijdschap dat ik de Women With Weels gevonden had. Een halfuurtje later viel ik mijn zus om de hals.

Het is erg jammer dat dit soort initiatieven nodig zijn, maar het is een begin van verandering. Het soort verandering waarin ik absoluut wil geloven. Ik was nog graag een keer teruggekeerd naar de stand van WWW voor een gesprekje en wat meer foto’s, maar voorlopig moet ik het hiermee doen:

 

Een bezoekje aan hun website is de moeite waard: http://sakhaconsultingwings.com

“Safety and comfort

With cars equipped with GPS and panic button, our drivers are also trained to ensure your safety. Our drivers undergo rigorous self-defence and other related training to tackle any situation. When you choose a Sakha cab for your children or elderly, or you go to your own office or simply travel around the city, you are choosing a comfortable and stress-free ride for yourself and your loved ones.”

Iqbals familieverhalen

In december 1984 woonde ik in Halle bij Brussel. Mijn zus, Elisabeth, en haar Indiase man, Iqbal, woonden in Merchtem. Zij hoorden het nieuws over de ramp in Bhopal via radio en tv. Iqbal begon meteen doodongerust zijn familie te bellen, maar er was geen doorkomen aan, de lijnen waren overbelast. Pas uren later kon hij een ver familielid bereiken die hem verzekerde dat iedereen veilig was. De meesten waren naar de familieboerderij op het platteland gevlucht.

Samen met Iqbal haalden wij opgelucht adem en volgden verder het nieuws. Het klonk allemaal verschrikkelijk, maar in ‘onze’ familie was iedereen gered. De nieuwsberichten over Bhopal namen na een tijdje af in dramagehalte, duur en frequentie. Het leven ging verder. Voor ons toch.

Pas onlangs hoorde ik het verhaal over Iqbals vader, die kort na de ramp met een motorfiets over een hobbelige weg van het dorp naar de stad reed om naar achtergebleven familieleden te gaan zoeken. De rit moet minstens vijf à zes uur geduurd hebben. (Wij legden een paar dagen geleden dezelfde weg met de auto af, over een inmiddels gedeeltelijk geasfalteerde baan in twee en een half uur.)

Toen hij aankwam in de stad dacht hij dat Qayamat, de ‘dag des oordeels’ aangebroken was. Mensen en dieren (de koeien, geiten en honden die hier gewoon op straat lopen) lagen dood in de straten. De overlevenden waren al begonnen met de lijken te verbranden. Overal stonden lange rijen mensen met ernstige oogletsels of acute longaaandoeningen aan te schuiven voor eerste hulp.

Intussen sprak ik met Sarah, een nichtje in Iqbals erg grote familie. Ze heeft net haar studie biotechnologie afgerond en droomt ervan om in Duitsland immunologie te gaan studeren. Zij vertelde me dat haar grootvader haar verteld had hoe hij zand had opgegooid om te zien vanwaar de wind kwam, want hij wilde in de tegengestelde richting vluchten. Zijn vrouw weigerde het huis te verlaten. ‘Als ik moet sterven, sterf ik liever thuis,’ had ze gezegd. Ze sloten de luiken en wachtten af. En dat was hun redding, want heel wat mensen kwamen juist tijdens hun vlucht in aanraking met het gas.

Iqbals familie woont in een hoger gelegen en min of meer comfortabele (naar Indiase normen) wijk van de stad. De meeste slachtoffers vielen in de krottenwijken rond de fabrieken van Union Carbide. Zij hadden geen deuren, geen luiken in hun huizen. Zij konden zich niet afschermen en stierven ter plaatse of in hun vlucht.

Er zijn nog steeds verschillende grote krottenwijken in de stad. Daar wonen de kinderen en kleinkinderen van de slachtoffers. De kans op een leven buiten de slums is sowieso al heel klein, voor wie chronisch ziek is of een beperking heeft, is die kans nul.

Misschien zijn we individueel niet bij machte om een arme uit de sloppenwijk te halen en een nieuw leven te geven. Maar we kunnen wel de hulpverleners helpen om het lijden en ongemak van slachtoffers en kinderen van slachtoffers te verzachten. Dat is het minste dat we kunnen doen. Vele beetjes helpen. De verschillende mogelijkheden om een eenmalige of een maandelijkse kleine bijdrage te storten vind je hier: https://www.bhopal.org/donate/

Gratitude attitude

In de nieuwjaarsperiode van 2015 stuurde ik een wens de wereld in, die ik ik elke jaar zou willen herhalen, en misschien zelfs elke dag aan iedereen:

Wat ik alle mensen wens
Mijzelf inbegrepen

Sterke benen
Een helder hoofd
Een kalm hart

Zuiver water uit de kraan
Alle dagen eten
Warme kleren

Een verend bed
Genoeg dekens
Licht en vuur

Oog voor de wereld
Mildheid voor de mensen
Dagelijkse scheppingsdrang

Ik vermoed dat ik me in 2014 bewust werd van mijn welvaart en dat ik dat wilde delen. Een tijdje later merkte ik in de media meer en meer aandacht voor dankbaarheid, het was een trend die graag volgde. Ik bestelde zelfs het Dankboek van De Correspondent en noteerde gedurende een paar weken elke dag drie dingen waarvoor ik dankbaar was. Ik zeg nog steeds elke avond een soort dankwoordje voor ik in slaap val.

Maar het woord dankbaarheid vond ik niet ideaal. Het suggereert namelijk dat iets of iemand je iets geeft waarvoor je dan dankbaarheid kan voelen. Maar wie is die iets of iemand als je niet gelooft in goden of bovennatuurlijke krachten?

In veel gevallen kun je je dankbaarheid wel uiten aan iemand die iets voor je doet, of die gewoon vriendelijk of lief voor je is. Iemand doet de deur voor je open, of geeft je een glas water, of luistert naar je als je je verhaal kwijt wilt.

In mijn avonddankwoordje richt ik mijn dankbaarheid soms naar de mensen die ooit mijn huisje bouwden en zij die het later restaureerden en naar alle mensen die voor mijn bed gezorgd hebben: zij die het kader hebben gemaakt, de matras hebben ontworpen of vervaardigd, de lakens hebben genaaid enz.

Ik las ooit een verhaal over een man die een tocht ondernam om alle mensen die er mee voor zorgden dat hij ‘s morgens koffie bij het ontbijt had, persoonlijk te gaan bedanken. Ik geloof dat hij een jaar onderweg was.

Maar voor sommige dingen kun je de weldoener niet achterhalen. Soms heb je gewoon geluk, mazzel, chance.

Voor dat soort dingen vind ik het woord dankbaarheid minder geschikt. Mijn zus en ik hebben vanmorgen naar een alternatief gezocht. We vertelden elkaar hoe blij we zijn dat we in België werden geboren. Wat een enorme voorsprong ons dat ene feit gegeven heeft tegenover mensen die bijvoorbeeld in India werden geboren.

We zijn blij, maar ook het woord ‘blijdschap’ is niet toereikend. Voorlopig hou ik het bij het woord gratitude dat in meerdere talen bestaat en in het Nederlands ook niet misstaat. Het lijkt ook een beetje op attitude en die twee woorden gaan mooi samen. Gratitude in je denken en in je woordenschat opnemen is een attitude aannemen. Namelijk jezelf er voortdurend aan herinneren dat niet alles vanzelfsprekend is. In India hebben heel wat mensen:

Geen zuiver water uit de kraan

Niet alle dagen eten

Soms geen warme kleren.

Het helpt niet om ons daar slecht over te voelen. Maar gratitude attitude helpt wel. Als we ons bewust willen blijven zijn van hoe goed we het wel hebben, dan kijk je met andere ogen naar zij die minder meevallers in hun leven hebben. En de rest volgt vanzelf. Een beetje vriendelijkheid kost niets. Een beetje geld delen voelen we niet eens. En vele beetjes kunnen een groot verschil maken voor mensen die het met weinig moeten doen.

De gasramp van 1984 heeft de toekomst van verschillende generaties mensen uit Bhopal volledig verknald. Mensen verloren niet alleen hun geliefden. Zij die overleefden moesten verder met akelige ziektes en beperkingen. Er worden nog steeds kinderen met afwijkingen geboren.

Met 15 euro krijgt een kind een maand lang spraaktherapie. Meer voorbeelden: https://www.bhopal.org/donate/

De afdeling gynecologie, van de kliniek voor de gasrampslachtoffers, opgericht met de steun van de Franse journalist Dominique Lapierre, de auteur van o.a. City Of Joy en Five Past Midnight in Bhopal.

Bhopal 1984

In de nacht van twee op drie december 1984, kort na middernacht lekte meer dan veertig ton giftig gas uit een tank in een fabriek van pesticiden in Bhopal.

In de eerste uren en dagen stierven achtduizend mensen een akelige dood. Hun longen vulden zich met lichaamsvocht tot ze stikten.

Een zachte wind voerde het gas dat zwaarder was dan lucht en laag bij de grond hing, naar de dichtbevolkte oude stad. Een half miljoen mensen werden blootgesteld aan het gas.

De woorden die door de straten echoden waren: Run! Run!

Maar velen, mannen, vrouwen, kinderen waren al blind voor ze konden vluchten.

In de daaropvolgende jaren stierven meer dan vijfentwintigduizend mensen aan de rechtstreekse gevolgen van de ramp. Want niet alleen het gas was dodelijk, de site die de dag na de ramp halsoverkop verlaten werd door de directie van Union Carbide, werd niet opgeruimd en de vrijgekomen chemische stoffen vervuilden het drinkwater van dertigduizend mensen.

Vijfendertig jaar later worden nog steeds slachtoffers en kinderen van slachtoffers behandeld in klinieken die louter kunnen bestaan door giften van particulieren en door vrijwilligerswerk.

De overheid kijkt de andere kant op, en nog erger, ze blokkeren het geld dat vrijgemaakt werd voor de slachtoffers. Geld dat intussen devalueerde en te laat komt.

Er lopen al jaren rechtszaken tegen Dow Chemicals en Union Carbide, maar zij hebben nooit hun verantwoordelijkheid opgenomen, ze zijn nooit voor het Indiase gerecht verschenen en ze zeggen dat de zaak verjaard is.

Voor wie meer wil weten: https://www.bhopal.org/what-happened/union-carbides-disaster/

Voor wie de kliniek die ik vandaag bezocht wil steunen: https://www.bhopal.org/donate/

Het geld komt rechtstreeks bij hen terecht. De nood is hoog. Vandaag 19 februari was er nog niet genoeg geld voorhanden om het januariloon van de vaste medewerkers te betalen.

De ingang van het ziekenhuis, waar slachtoffers en kinderen van slachtoffers gratis behandeld worden met Ayurvedische geneesmethodes.
De wachtgangen
De bibliotheek
Het lab waar de medicijnen vervaardigd worden.
De tuin waar medicinale kruiden worden gekweekt en waar zonnepanelen de stroomonderbrekingen opvangen.

Smeltwater

Na de storm
Stroomt het overal

Beekjes zwellen
Tot ruisende rivieren

Er is nu meer dan genoeg
Onze zonden vloeien naar het dal

En in dit warme vochtige huis
Kijken wij door gewassen ramen

Naar de bleke zon

We horen vogels aarzelend piepen
In schijnbaar schone bomen

Rond de plassen wacht het gras
Op onze voorzichtige voeten

(Na Gloria, januari 2020)

Gloria in Glorianes

Na Spanje heeft de storm Gloria ook Glorianes bereikt. We zijn er min of meer onvoorbereid ingerold. We, dat zijn Els en ik, want ze kwam zondag met me mee (na mijn weekje Antwerpen) om hier haar vakantie door te brengen. Het plan was om maandagochtend meteen boodschappen te gaan doen om de lege gasfles in te wisselen voor een volle, de voorraden aan te vullen en wat lekkere extra’s te kopen om haar verjaardag te vieren.

Maar maandag begon het te sneeuwen en stelden we de boodschappen uit tot de volgende dag. Dinsdag lag er een halve meter sneeuw voor de deur en was de weg nog niet geruimd. Het begon heel hard te regenen en de sneeuwlaag veranderde is een sorbetachtige brij. Het regent nog steeds. Hier en daar begint het naar binnen te sijpelen, maar we hebben nog geen ‘piscines’ zoals bij sommige buren.

Vandaag zouden we in het gemeentehuis de jaarlijkse Galette vieren, een soort driekoningenfeest, waar bij ritueel amandeltaart, met een boon erin, en cider genuttigd worden: afgelast.

Bij de buren staat het kippenhok onder water, op de vensterbank moeten de vogels de zonnebloempitten uit het water vissen en Cacahuète doet een soort winterslaap op de sofa, of kruipt eronder als het dondert.

Voor Els is het best vervelend. We kunnen niet gaan wandelen, op het internet (dat er voorlopig gelukkig nog is) raakt ze uitgekeken en haar sudokuboekje is bijna vol.

Zelf hou ik wel van een beetje uitdaging: de voorraad inspecteren, improviseren met wat er nog is en koken op de houtkachel. Vanavond eten we Indiase daal met kleefrijst. En delen we het laatste restje wijn.

20200121_081057

 

img-20200122-wa0000

Nog even wachten eer we de baan nemen…

Dode dieren

Gisteren hoorde ik nog net de laatste tien minuten van Touché met Stephan Vanfleteren. Die tien minuten waren genoeg om me weer eens te inspireren. Dank u, Radio 1. Vanfleteren had het over zijn foto’s van dode dieren.

Het kijken naar de dood, zei hij, doet ons beseffen hoe bijzonder het leven is.

Ik dacht meteen aan de dode vos die ik de vorige dag in het bos vond. Hij zag er zo mager uit. Hij had geen wonden, waarschijnlijk was hij ziek. Ik vroeg me af hoe zijn laatste uren waren geweest. Ik liep verder en keerde op mijn passen terug. Ik maakte twee foto’s. Ik wist niet waarom ik dat deed.

Nu weet ik het wel.