Er zijn er nog

Mama, papa en kindje, muisgrijze ridderzwam

Keizeramaniet (denk ik) en zou heel lekker zijn

Mama, broertje en zusje, bruine bundelridderzwam

Twijfelgeval. Ofwel narcisridderzwam (giftig) ofwel gele ridderzwam (alleen giftig voor sommige mensen), bevat een stof die in combinatie met alcohol vervelende effecten geeft. Daar maken ze Antabuse mee. Beter afblijven, denk ik.

Nog niet gevonden wat het is. Maar zo mooi, je zou er zo in bijten.

Panteramaniet, zeer giftig

Café de France

Je kunt er een menu du jour eten voor 10 euro, of een glas rouge of muscat drinken en zelfs een Leffe de Noël in augustus. In gedachten noem ik het mijn stamcafé, maar daar is misschien iets meer voor nodig dan een wekelijks bezoek. Het is het enige fatsoenlijke café in Vinça. Het andere is nogal groezelig.

De mevrouw die de dagschotels bereidt, kent mij al en de juffrouw die bedient -haar dochter, denk ik- ook. Maar de gasten kijken nog steeds vreemd op als ik het café binnenstap. Soms heb ik het gevoel dat ik op de set van een western kom. Hoe onopvallend ik ook probeer op één van de kunstleren banken te schuiven, alle ogen zijn op mij gericht en het is gedurende een paar minuten akelig stil.

Misschien moet ik volgende keer wat kordater de deur opendoen en luid en duidelijk groeten. Dat doen de andere gasten ook.

Gisteren heb ik er overigens erg lekkere en mooi geserveerde Boles de Picolat gegeten. Maar ik durfde er geen foto van te nemen.

Le portillon

Weer een lieflijk woord: un portillon. Nee, het is niet het onwettig poortje bij mijn huis, maar het tuinpoortje van het station van Vinça. Dat station is overigens niet bemand, wel bewoond. Er huist een smid, die in de vroegere wachtzaal van het station hekken en trapleuningen smeedt.

Vanmorgen stond ik fout geparkeerd voor zijn portillon. Dat riep hij me toe vanop zijn smeedijzeren balkon, toen ik wat slaperig op de trein naar Perpignan stond te wachten. Ik was meteen klaarwakker en haastte me om me te verontschuldigen en de trap naar de parking op te lopen.

Mijn huurautootje was snel verplaatst, maar terwijl ik de trap weer afliep, hoorde ik de trein al op het perron. Ik zag het al gebeuren: weg trein, dan maar naar de latere bus.

Maar de dingen gaan hier anders dan in België: de trein wachtte! Hij werd staande gehouden door een meneer die mij de trap op had zien lopen. Kom maar! riep hij, ik houd hem tegen. En hij niet alleen, want niemand van de passagiers die met mij in de kou hadden staan wachten, was opgestapt. Ze wachtten tot ik over de sporen was.

Pas toen ik een voet op het trapje van de trein zette, stapte iedereen op. Er werden wat grapjes gemaakt, die ik niet verstond. Misschien maar beter zo.

Hard

Op een berg wonen is niet alle dagen rozengeur, maneschijn en everzwijnen, dat wist ik op voorhand. Soms is het hard werken en soms is het gewoon hard. Gisteren had ik een moeilijke dag. Op de planning stond boodschappen doen en de gasfles omwisselen in Prades en dat zijn niet bepaald mijn favoriete karweitjes. Om mezelf wat aan te moedigen, kleedde ik me wat stadser dan gewoonlijk en liep ik gezwind naar mijn gehuurde cinquecento. Ik wou vlotjes uit mijn eigen parkinkje naast de kerk rijden en reed daarbij een gemeentemuurtje aan. Aie, lelijke krassen in mijn mooie autootje en het gemeentemuurtje kapot. En daar stond dan nog mijn buurman op te kijken. Ik weet niet wat ik het ergste vond: de onvoorziene kosten of de deuk in mijn al wankele reputatie.

Wat volgde was een vlaag van neerslachtigheid, en het werd er niet beter op tijdens het winkelen in de ongezellige super-U. Bij mijn thuiskomst had ik veel zin om een vroege aperitief te nemen of in mijn bed te kruipen. Maar gelukkig was ik zo flink om de boodschappen uit te pakken, de keuken op te ruimen en nog een korte wandeling te maken. Vooral dat laatste hielp. De natuur verandert nu in sneltempo van kleur. Groen wordt geel en oranje. Bij het parc à moutons vond ik nog een late coulemelle, waarvan ik een heerlijk voorgerechtje maakte. Daarna een lekkere gegratineerde ajuinsoep en het leed was al bijna vergeten.

De foto is wat donker, maar het loont de moeite om er even op te klikken.

Wild

Gisterenochtend moest ik vroeg uit bed want er was niemand in het dorp die mij een lift kon geven en dus moest ik te voet de berg af. Tot Vinça is het twee uur flink doorstappen. Ik vertrok om kwart voor zeven want ik wou de bus van negen uur halen.  Om zeven uur kwam ik een loper tegen. Hij liep de berg op en had er al minstens acht kilometer opzitten als hij vanuit het dichtstbijzijnde gehucht vertrokken was. Hij liep gezwind en had zelfs nog genoeg adem om mij te groeten en nog verder de berg op te lopen.

Ik bracht de hele dag door in Perpignan en Cabestany en ’s avonds kwam ik terug met een huurauto. Een keer per maand doe ik mezelf een weekje auto cadeau. Ik reed traag de berg op want het was al donker. Halfweg kwam ik opnieuw een loper tegen. Hij groette niet, maar ging voorzichtig tegen de kant lopen en ik probeerde hem nog voorzichtiger te passeren. Jammer genoeg had ik geen fototoestel bij. Maar ik vond wel een prentje op het internet van eentje die er erg op leek. Mooi dier.

Hout!

Vandaag heb ik de kachel uit laten gaan. Ik kon me verwarmen aan de vijf stères hout die de vriendelijke man uit Prades in mijn straat had gestort. Hij leverde om kwart voor acht en om acht uur begon ik aan het helse karwei om alles gestapeld te krijgen. Ik begon met een paar handschoenen en een mand, maar om tien uur bracht mijn linker buurman mij een kruiwagen. Une brouette, weer een mooi woord geleerd. Dat was de enige hulp die ik kreeg, en gelukkig maar. Ik wou geen hulp en ik had al een paar mooie Franse zinnen in gedachten waarmee ik de eventueel aangeboden hulp vriendelijk maar kordaat zou weigeren. Maar het was niet nodig.

Le bois, ça chauffe plusieurs fois, grapte de burgemeester, terwijl hij met zijn handen in zijn zakken toekeek hoe ik mij uit de naad werkte om de straat weer vrij te krijgen. Er was nochtans geen haast bij. Ik hoefde het niet allemaal vandaag te doen, zei hij.  Er is namelijk maar één straat in het dorp en in die straat staat maar één huis en dat is het mijne. Rue de l’ église, zonder huisnummer dus. Face porte staat er soms bij, recht tegenover de kerkdeur.

Maar ik wou het hout in één keer binnenkrijgen en dat is me gelukt. Om zes uur was ik klaar, de straat schoongeveegd en al. En dit berichtje kan er nog net bij, maar daarna kruip ik in bed met een op de kachel opgewarmde baksteen tegen mijn stijve rug.