Sneeuw

Alles gaat voorbij. Zelfs tandpijn, zelfs de naweeën van een stom auto-ongeluk. Voorlopig zit ik er nog in, zowel in de tandpijn als in de naweeën, maar het einde is in zicht.
Leven zonder auto in Glorianes is niet praktisch, maar ook niet onmogelijk.
Voor vandaag werd hevige sneeuwval aangekondigd. Mijn buurman informeerde of ik genoeg voorraad in huis heb. Ja hoor, zaterdag heb ik boodschappen gedaan met de andere buurvrouw. Voorraad aanleggen en koken uit de kast kan ik ondertussen goed.
Het sneeuwen is begonnen. Het heeft al een paar keer gesneeuwd, maar vandaag hangt er een fijn gordijn van continu vallende, kleine maar stevige sneeuwvlokjes. Het is het soort sneeuw dat van plan is om een tijdje door te gaan en daarna te blijven liggen. Het is mooi om te zien. Ik heb alles in huis en vandaag is een auto zelfs nutteloos. Het sneeuwt namelijk ook in het dal. En als er beneden sneeuw geruimd moet worden, komen de bergdorpjes pas later aan bod. Het kan zelfs een paar dagen duren eer de weg vrij gemaakt wordt.
Alles gaat voorbij. Ook deze sneeuw. Van mij mag hij een paar dagen blijven liggen, maar vrijdag moet hij weg zijn. Zodat ik naar de tandarts kan en ik eindelijk verlost word van mijn kwelduivel.

DSCN4962

DSCN4964

DSCN4977

Collision

Na een poging tot diefstal met schade, een panne met complicaties, viel mij nu ook een botsing te beurt. Iemand reed te hard door de bocht en de weg was te smal. Gelukkig gooide hij zich tegen de rots, anders had ik hier niet eens gezeten. Niemand gewond, wel veel schade. Mijn auto is voor de derde keer opgehaald door mijnheer Chapelle met zijn speelgoedtakelwagen. Ik denk niet dat ik hem nog terugzie.

Ik was onderweg naar het vliegveld, alles netjes ingepakt en helemaal opgetut, met het leuke vooruitzicht om morgen de verjaardag van mijn liefste vieren.

Het is de eerste keer dat ik liever ergens anders was dan in Glorianes.
 
DSCN4951

La voiture maudite.

La Galette Des Rois

Het nieuwe jaar werd in ons dorp gisteren officieel ingezet met een Galette Des Rois, een driekoningentaart met een boon, une fève, die geen boon meer is maar een porseleinen miniatuurtje. Ik kende het gebruik van horen zeggen, ook in België, maar in onze familie werd het niet gedaan.
Voor mij was het een kennismaking met deze mooie traditie. We verzamelden in het clublokaal op de benedenverdieping van de mairie. Er waren vijf taarten en dus vijf potentiele koningen of koninginnen. De taarten met amandelvulling worden opgewarmd en dan in gelijke stukken aangesneden. De jongste aanwezige, meestal is dat een kind, moet onder de tafel gaan zitten. Elk stuk wordt aan het kind getoond en hij of zij moet dan zeggen aan wie het stuk gegeven mag worden.
Als iedereen zijn stuk taart heeft, mag er gebeten worden. We hadden al gauw vier koninginnen en een koning. Die krijgen een kroon op hun hoofd. Vervolgens wordt er getoost op het nieuwe jaar met een glas cider. De koningen en koninginnen mogen een halfuurtje van hun koningschap genieten, maar moeten daarna een wederhelft kiezen en hun kroon afstaan. Het kronen van een wederhelft is een blijk van sympathie voor deze persoon.
Vooral dat laatste stukje vond ik ontroerend want in zo’n kleine dorpsgemeenschap is het niet altijd gemakkelijk samenleven en frustraties en teleurstellingen krijgen soms meer aandacht dan appreciatie. Een paar dorpelingen zijn niet komen opdagen. In zo’n kleine groep valt dat op. In 2015 mag onze burgemeester alvast beginnen met wat verzoeningswerk.

DSCN4933

Een achtergebleven fève.

Après

Een week geleden luisterde ik met verbazing naar de life-verslagen over de manifestatie in Parijs. Ik voelde een vage hoop op verandering. Het woord eenheid klonk mooi. Zeker als je die kleurrijke massa zag. Zouden mensen echt andere mensen de hand reiken, waar ze dat voorheen niet hadden gedaan? Ik was ook gecharmeerd door die rij wereldleiders die elkaar de arm gaven. Ik schaam me niet dat ik heel even meegesleept werd in de euforie. Euforie is soms een korte fase in een daarna langdurig rouwproces.

De volgende dagen kwamen de second thoughts uit alle hoeken. Wat deden die wereldleiders daar, die in hun eigen land mensen soms zelfs hardhandig de mond snoeren? Waarom zoveel volk op straat voor twaalf doden in Frankrijk terwijl in het Midden-Oosten en in Afrika hele dorpen afgeslacht worden? Het was een harde confrontatie met de manier waarop ik zelf door het nieuws scroll.

Op de radio hoorde ik deze week verschillende interviews met leerkrachten in Franse scholen over hun onmacht tegenover leerlingen die misschien nog niet aan het radicaliseren zijn, maar allerminst gelukkig met de gang van zaken en uitdrukkelijk te kennen geven dat ze niet Charlie zijn.

Hoe akelig, verontrustend, zelfs beangstigend al dat nieuws is, ik vind het ook boeiend en leerrijk. Ik voel mij wakker geschud, ik probeer nog meer dan vroeger te luisteren en te lezen. Ik proef. Nuance past mij. Vrije meningsuiting zal ik mee verdedigen, overal, ook al kan ik niet elke vorm daarvan smaken. Ik hou meer van vriendelijke, respectvolle dialoog.

Daarom heb ik de wat flower-powerachtige verdraagzaamheidspetitie van Avaaz getekend. Want de enige persoon die ik bij machte ben te veranderen, ben ikzelf.

Espoir

Waar was ik op 11 januari 2015? Niet in Parijs, niet in Perpignan, zelfs niet op het dorpsplein van Glorianes. Ik lag op bed, murw van de tandpijn, suf van de pijnstillers, maar min of meer afgeleid door Radio France Inter.
Radio Inter is een heerlijke zender. Hun slogan is ‘La voix est libre’ en ze nemen inderdaad geen blad voor de mond, niet als het over politiek gaat, ook niet als het over seks gaat. Tijdens het autorijden –dan staat hij altijd aan- krijg ik wel eens rode oortjes.

Zou ik zonder tandpijn wel in Parijs geweest zijn? In Perpignan? Of op het dorpsplein, in mijn eentje met een bordje ‘je suis Ahmed’?
Waarschijnlijk niet. Ik voelde me ruim vertegenwoordigd door die massa mensen. Ik had het gevoel dat er beweging was. Dat er iets zal veranderen. Iets, maar wat? En in welke richting? Gisteren had ik nog het gevoel dat het alle richtingen uit kon. Wat ik vreemd vond, en misschien wel een goed teken, was dat er nauwelijks nieuws gebracht werd uit Beaucaire, waar Marine Le Pen haar eigen manifestatie hield.

Vanmorgen hoorde ik Ronny Van Gastel, Frankrijkkenner, op Radio 1 zeggen dat hij niet gelooft dat Marine Le Pen in 2017 president zal worden. En na gisteren durf ik dat ook hopen.

Om negen uur deze ochtend stond ik al in de pharmacie van Vinça. Maar de medicijnen die de tandarts mij via de telefoon voorgesteld had, kreeg ik niet zonder voorschrift. Tot mijn schaamte barstte ik in tranen uit, maar het hielp niet. Dan maar naar de tandarts gereden. Twintig km heen en twintig km terug. Aan zijn deur hing nog een verzameloproep voor de betoging van gisteren. Ik veronderstel dat ze vanuit Saint Feliù naar Perpignan getrokken zijn. Ik vind mijn tandarts nu nog sympathieker dan vroeger. De apotheker heb ik intussen met enige moeite vergeven. Hij heeft misschien nog nooit tandpijn gehad.
 
DSCN4926

Conseil Communal 2

Beter dan film en theater want levensecht, en nog gratis ook: le conseil communal.

Gisteren zag ik er een beetje tegenop. Er stonden negen punten op de agenda, het zou een lange vergadering worden. Maar het laatste punt over de dorpsverlichting wou ik toch graag volgen.

In de vergaderzaal van het gemeentehuis was het behaaglijk warm. Zoals in alle huizen in Glorianes wordt er met hout gestookt. Rond de tafel zaten de zeven gemeenteraadsleden. Op de tweede rij -want het lokaal is niet zo groot- de drie toeschouwers.

Ik vind het altijd heel bijzonder om zo dicht op de gesprekken te zitten en niet mee te mogen doen. Je wordt dan een soort supertoeschouwer. Je ziet en hoort veel meer dan de mensen die deelnemen aan de discussie. In de loop van de avond zag ik de gemoederen oplaaien, werden er drastische beslissingen genomen (Ik neem hier en nu ontslag!) en werden tegen het einde de plooien weer gladgestreken.

De uitkomst van de discussie over de dorpsverlichting was verrassend. Waar het aanvankelijk ging over het al of niet doven van de lantaarns tussen 01.00 en 05.00 u, kwamen we uit bij de beslissing om alles te doven tussen 20.00 u en 06.00 u, behalve twee lampen bij de gevel van het gemeentehuis. Dat betekent dat we voortaan slechts dorpsverlichting hebben van zes tot acht uur ’s avonds en ’s morgens pas vanaf zes uur. Ik vond het een vreemde wending, maar ik vind het best zo.

De moeilijkste discussie was over het aanlaten van de twee lampen bij het gemeentehuis. Vier stemden voor, drie tegen. Tijdens het discussiëren vielen de dreigingen met ontslag en verloor iemand uit het driekoppige publiek zijn geduld en zelfbeheersing.

Toen de burgemeester op het einde van de vergadering vroeg of de beslissingen om ontslag te nemen gehandhaafd bleven, heb ik even mijn vinger opgestoken. Ik kreeg het woord en ik zei dat ik ook voor dit gemeentebestuur gestemd had, en dat ik niet verwacht had dat er na een half jaar en bij het eerste meningsverschil al ontslagen zouden vallen. En dat meningsverschillen nu eenmaal bij hun rol horen. Ik zal het wel niet perfect uitgedrukt hebben, maar ze begrepen het. De ontslagen werden ingetrokken. Zonder mijn tussenkomst was dat waarschijnlijk ook gebeurd. Maar het was toch spannend om even mijn civiele stem te laten horen.
 
DSCN2121

Incendie

Laat ik het maar meteen bekennen: ik heb brand gesticht. Een paar dagen geleden heb ik mijn asemmer leeggegooid aan de rand van een paadje vlakbij mijn huis. Maar op een plek die ik niet zie vanuit het raam. In de as moeten nog sintels gezeten hebben.

Ik kwam erachter omdat mijn buren gemerkt hadden dat tijdens hun oudejaarsvakantie het waterpeil in een grote zinken teil in hun tuin sterk gedaald was. Zij gingen op onderzoek uit en ontdekten de brandplek. Ze veronderstelden dat iemand de brand had geblust met het water uit hun teil. Mijn buurvrouw toonde mij de plek.

Très gênant. Ik werd helemaal rood van schaamte. Bij de gedachte dat de brand had kunnen uitslaan voelde ik mij duizelig worden. En wie had die brand dan geblust? En wanneer zou hij/zij mij dat komen vertellen? Ik zag me al op het matje geroepen worden bij de burgemeester.

Gelukkig had ik het vandaag erg druk met het bereiden van een Indiase lunch voor mijn buren. Ik had hen al een tijdje geleden uitgenodigd en ik vroeg me af of ze er weer over zouden beginnen.

Natuurlijk wel. Maar al gauw bleek dat ze hun theorie over het blussen hadden herzien. Hoe het water uit die teil verdwenen was, wisten ze nog altijd niet. Maar ze achtten het onwaarschijnlijk dat iemand met een gieter heen en weer had gelopen tussen de teil en de brandplek.
‘Het vuur zal wel vanzelf uitgegaan zijn’, besloot mijn buurman.

Dat was al een zorg minder, maar ik bleef me schamen omdat ik zo onvoorzichtig was geweest.
‘O’, zei mijn buurman, ‘je bent echt niet de enige, hoor. Iedereen in het dorp heeft het al een keertje meegemaakt.’ En met ‘iedereen’ bedoelde hij blijkbaar ook zichzelf.

Hij legde me nog uit hoe je zo’n beginnende brand moet blussen: vanachter aanvallen en best met een spade uitkloppen. Daarna werd het onderwerp afgesloten.

Vandaag brandde de kachel niet. We aten buiten op het terras. De zon gaf van katoen, het was 19° in de schaduw.

DSCN4919

Voor alle duidelijkheid: dit is niet de brand die ik heb aangestoken. Het is gecontroleerd afbranden van de overwoekerde graaslanden op de helling.

DSCN4923

En dit is ‘mijn’ brandplek.

Voor 2015

Wat ik alle mensen wens
Mijzelf inbegrepen

Sterke benen
Een helder hoofd
Een kalm hart

Zuiver water uit de kraan
Alle dagen eten
Warme kleren

Een verend bed
Genoeg dekens
Licht en vuur

Oog voor de wereld
Mildheid voor de mensen
Dagelijkse scheppingsdrang

***

De afgelopen dagen zijn er in Frankrijk zeven mensen gestorven van de koude. Deze nieuwjaarswens bedacht ik in mijn bed, met een wollen dekbed, een quilt, een slaapzak en de kat bovenop mij. De laatste drie wensen zijn maar mogelijk als je al het voorgaande al hebt.

Meer proza en poëzie op https://christinevandenhove.wordpress.com

Doorgeefboom

Als ik een jongen was geweest, was ik waarschijnlijk garagist geworden, of mecanicien, of misschien wel manager van een sjieke Mercedes-garage. Maar vijftig jaar geleden werden meisjes niet verondersteld om interesse op te brengen voor het vakmanschap en nog minder om in een garage rond te hangen. Want daar waren jongens!
Mijn vader had graag een zoon gehad om hem op te volgen, maar hij kreeg zeven dochters.
Er zijn woorden uit mijn jeugd die ik onthouden heb: pare-choc, bougie, batterie, joint de culasse en zelfs cardan-as. Ik wist dat een cardan-as een soort stok of arm is die onderaan je auto zit. Nu weet ik zelfs nog meer: hier noemen ze het l’arbre de transmission. Is dat niet mooi? De doorgeefboom. Hij verbindt het differentieel met de boîte de vitesse.
Daar zat dus het probleem. De boom wou niet in de boîte blijven zitten. En dus hebben ze een nieuwe boom geplaatst. Nu hopen we maar dat hij blijft zitten, want anders ligt het aan de boîte. En dan zijn we nog verder van huis.
Ik heb nu weer een auto en ik rijd nog voorzichtiger dan ervoor, les doigts croisés, zoals de garagist liet zien.
Ik had hem willen zeggen: mijn vader was ook garagist. Maar ik weet niet of het indruk zou gemaakt hebben. Het is iets dat soms nog op mijn lippen ligt, en laat ik eerlijk zijn, een beetje pijn doet.