Regagner ses pénates

Langzaam maar zeker groeit mijn Franse vocabulaire. Ik praat niet alle dagen Frans, maar ik luister wel regelmatig naar radio France Inter en er zijn periodes waarin ik wat meer contact heb met mijn dorpsgenoten.
Conversaties in groep zijn altijd lastig: iedereen praat door elkaar, er worden grappen gemaakt, er wordt jargon gebruikt en bij sommigen zit ook het accent in de weg. Maar ik doe mijn best en als de ambiance het toelaat, durf ik al eens om uitleg vragen.
Zo heb ik iemand zijn hoofd doen breken over de vraag of het voltooid deelwoord van dissoudre ‘dissous’ of ‘dissolu’ is. Het ging over de bladeren die zich oplossen in het water van de dorpsfontein. Het is dissous, maar dissolu bestaat ook en betekent iets heel anders, nl. losbandig, losgeslagen.
Het gebeurt ook dat de hele groep in een lach schiet als ik naar de betekenis vraag van woorden die ik vroeger niet op school heb geleerd. Deze week leerde ik ‘une bite’ (een piemel) en ‘une putarasse’ (putain in het kwadraat).

Toen ik gisteravond na een gezellige en wat uitgelopen vergadering opstond om naar huis te gaan, vroeg iemand : tu vas regagner tes pénates?
Pénates? vroeg ik achterdochtig. Bleek dat bijna niemand wist wat pénates eigenlijk betekent, terwijl het een uitdrukking is die regelmatig wordt gebruikt.

Penaten waren de Romeinse huisgoden die werden vereerd bij de haard. Ze staan voor eten, drinken en gezelligheid. Regagner ses penates betekent dus terugkeren naar huis, naar de gezelligheid daar, naar de huisgoden die de kachel brandend hebben gehouden en de voorraad hebben bewaakt.

Nadat dit dankzij Google uitgebreid uitgeklaard en besproken was, kon ik eindelijk naar huis. En de gedachte dat ik thuis opgewacht werd door een paar penaten deed me min of meer naar huis huppelen door ons donkere dorp.

Burgemeester-kapper

Neen, het gaat niet over Céline, onze huidige burgemeester, die veel talenten heeft en misschien ook wel haar kan knippen.
Het gaat over een van de vorige burgemeesters met wie ik deze week een praatje sloeg en die me –omdat het over ons haar ging- plots voorstelde dat ze mijn haar zou knippen. Daar had ik wel oren naar want ik heb er een hekel aan om naar een kapper te gaan.

Ze had er zin in, zei ze, want dat deed haar denken aan de goede oude tijd toen zij nog burgemeester was. Een van haar gemeenteraadsleden was kapper en tijdens de lange zondagen waarop het gemeentehuis voor de verkiezingen de hele dag open moest zijn, coiffeerde hij het hele dorp.

Mijn haar is intussen netjes ‘en carré’ geknipt. Morgen is het gemeentehuis weer de hele dag open voor de tweede ronde van de regionale verkiezingen. Ik mag niet stemmen, maar ik hoop dat er wat meer mensen komen stemmen en dat dit het overwicht van het FN –ja, ook in Glorianes- terugdringt. Al zie ik het wat somber in, en niet alleen voor ons pietluttig dorp.

 

DSCN5989

Universum

In tegenstelling tot mijn dorpsgenoten die zich pure atheïsten verklaren, ben ik eerder iemand die de mogelijkheden openhoudt. Ik heb geen strak geloof, zeker niet in iets of iemand die aan de touwtjes trekt, maar ik vind het wel een prettige gedachte dat er misschien wat meer samenhang is dan we in ons dagelijkse leven merken.

Deze week las ik in Eat Pray Love hoe Elisabeth Gilbert zich tot haar God/Liefde wendt en hem zelfs durft te vragen om haar scheiding te regelen. Tja, waarom niet, dacht ik. Baat het niet dan schaadt het niet. En toen dacht ik aan één van de raadselachtige adviezen van mijn grootmoeder: ‘Spreek en uw mond gaat open’. Ik interpreteer dat als : ‘Vraag en ge zult krijgen’.

Dus vroeg ik gisteren een beetje meer betaald werk. Met de nadruk op betaald. Want werk heb ik genoeg en het is plezierig werk, maar betaald worden zou nog plezieriger zijn. Er kwam niet -zoals in Eat Pray Love- binnen de tien minuten een antwoord, maar het werd een zonnige dag en als je werkloos bent, is dat meegenomen.

Ik maakte een ommetje in het dorp, ging even naar de jardins familiaux kijken en keerde dan terug. Bij het kerkhof stonden twee mensen die ik niet kende. Ik vroeg of ze de kerk wilden bezichtigen en stelde voor dat ik de sleutel zou halen. Zoals alle weekendtoeristen waren ze meteen geïnteresseerd en misschien wel opgelucht dat ze toch iets te zien zouden krijgen dat de lastige weg naar Glorianes de moeite waard zou maken.

De dame was een artiste peintre die afkomstig was uit het noorden, maar al dertig jaar in de streek woonde en de heer was een rasechte Catalaan die, nu hij met pensioen is, de streek waarin hij opgegroeide, begint te verkennen.

Ze waren zoals iedereen aangenaam verrast door het prachtige interieur van de kerk en we hadden een prettig gesprek over hoe verschillend stedelingen en plaatselijke bewoners naar de dorpen kijken.

De dame praatte veel, de man was stil en leek onder de indruk van het kerkje. Ik kon me daar iets bij voorstellen, dat was bij mij ook zo, toen ik er de eerste keer binnenkwam.

Bij het naar buitengaan drukte hij me plots een stuk van twee euro in de handen. Ik was te verbaasd om het te weigeren. Het muntstuk was warm, hij had het blijkbaar al een tijdje in zijn handen. Misschien had hij een offerblok gezocht en niet gevonden want hij zei: ‘Koop er iets mee voor de kerk, kaarsen of zo.’

Ik heb het geld in een bokaaltje gestoken dat ik bij de sleutel bewaar. Het universum heeft zijn goede wil getoond. Misschien moet ik iets specifieker zijn als ik nog eens wat vraag.

DSCN5570

Zegening

Voor zover ik heb kunnen waarnemen, is er maar één familie in Glorianes die gelovig is. Ze gaan in ieder geval regelmatig naar de kerk zeggen ze.

Tijdens gesprekken met de andere dorpsgenoten over dit soort dingen, verklaren de meesten zich pure atheïsten.

De kerk van Glorianes is de afgelopen jaren in onbruik geraakt. Er wordt maar een keer per jaar, de eerste zondag van augustus, een mis gelezen. Die ene gelovige familie moet ’s zondags dus ergens anders naar de kerk.

Maar omdat het een mooi gebouw is, hebben wij, de bestuursleden van de dorpsvereniging, de kerk al twee keer voor iets anders ingenomen: een vertelnamiddag en een theatervoorstelling. Bij elk van die gelegenheden zat de kerk bomvol.

De gelovige familie had hier blijkbaar geen bezwaar tegen. Toch kwam er kritiek op het gebruik van de kerk voor niet-religieuze doeleinden. En wel van twee families die niet in het dorp wonen, maar hier een buitenhuis hebben. Samen met nog een paar mensen uit een naburig dorp verzorgen zij die ene jaarlijkse eredienst. En blijkbaar maken ze zich zorgen over het gebrek aan religiositeit in het dorp.

Want uit die hoek kwam gisteren een uitnodiging tot het bijwonen van de zegening van de graven op het kerkhof door een van de vrome familievaders. Het is bij mijn weten de eerste keer dat dit gebeurt sinds ik hier woon.

De zegening zou deze morgen om negen uur plaatsvinden en voor de gelegenheid heb ik om acht uur nog gauw de blaadjes op het kerkhofpad weggeveegd. Naar de zegening ben ik niet gegaan. Ik ben wel even om de hoek gaan gluren. Om negen uur stond er welgeteld één auto bij het kerkhof. Om tien over negen reed hij weg. Het was lichtjes beginnen regenen. Misschien lag het daaraan.

DSCN5798

Wat ik zoal vind tussen de blaadjes.

Extinction 2

De beslissing om de dorpslampen ’s nachts uit te doven is inmiddels al bijna een jaar geleden genomen. Er werd voor een compromis gekozen, waar achteraf niemand tevreden over is: dertien lampen worden tijdens de nacht gedoofd, de drie lantaarns bij het gemeentehuis blijven branden. Maar er werd een elektricien aangesteld en de installatie werd aangepast. Er kwam een bord bij de ingang van het dorp met een waarschuwing voor toevallige passanten. En er werden hier en daar vlakjes fluorescerende verf aangebracht op muren, rotsen en verhoogde stoepen om ongevallen te voorkomen.

Er kwam geen officiële inhulding van de installatie en dus ook geen receptie, daarvoor ligt het onderwerp te gevoelig.
Maar alles is voorzien, alleen werkt het systeem niet. Of toch, het werkt wel, maar dan omgekeerd. De lichten zouden moet uitgaan om 22 u, maar ze beginnen dan pas te branden, en ze gaan weer uit om 6 u. Tenminste, zo was het de afgelopen dagen. Vandaag sprongen ze plots aan om 16 u. Het geraakt blijkbaar niet opgelost. Wordt vervolgd.

DSCN5779

Zandbak

Mijn perceel in de ‘jardins familiaux’ begint er al uit te zien als een permacultuurtuin. De aanhangers van permacultuur hebben het over schijnbare chaos. Dat zeg ik dan ook maar over mijn tuin, al is het vooral chaos en niet alleen schijn.

Ik lees over permacultuur op het net en in boeken, maar eigenlijk volg ik vooral mijn neus en mijn hart. Hier zijn alvast een aantal technieken die ik toepas. ‘Technieken’ dat klinkt technisch en als hard werken, maar dat is het juist niet.

1. Niet spitten. Mijn dorpsgenoten en leden van de Patate Glorieuse vonden dat de grond, die jarenlang platgetrapt is door schapen, toch minstens een keer omgespit moest worden. Maar ik vond het idee van niet-spitten best aantrekkelijk en ook goed gemotiveerd door de perma-aanhangers. Daarom ben ik maar gewoon beginnen planten in de harde grond. De laatste tijd is de grond trouwens veel zachter geworden, omdat het af en toe geregend heeft, maar ook omdat de mollen de grond gratis omwoelen. In hun ijver duwen ze wel al eens een kool of een prei omhoog, maar dat is gauw rechtgezet. Het leuke is dat ze mooie donkere, korrelige grond naar boven brengen en die gebruik ik als zaaigrond of om oneffenheden aan te vullen.

2. Onkruid mag blijven. De grond moet immers bedekt blijven. Hier en daar moet het wat ingetoomd worden en op de plekjes waar geplant of gezaaid wordt, moet het natuurlijk weg. Ik heb zelfs wat nieuw ‘onkruid’ toegevoegd: vogelmuur en wilde roquette, want het zijn goede bodembedekkers en nog lekker ook.

3. Mulchen. Van elke boswandeling breng ik wat mulch mee: dennennaalden, varens, eikenbladeren, schors. Daarmee bedek ik de aarde rond de groenten en met de stukken schors leg ik paadjes tussen de perken aan.

4. Najaarperkjes: daarin staan spruitjes, savooien, bloemkolen, snijbieten, rucola, sla, venkel, prei en selder, wat rommelig maar gezellig door elkaar.

5. Voorjaarperkjes: perceeltjes die ik heb afgedekt met karton en mulch zodat het ondergronds gedierte de grond kan klaarmaken voor de lente.

6. Tenslotte verzamel ik planten en kruiden die hier overal in het wild staan en geef ik ze een plekje in de tuin: tijm, oregano, goudsbloemen, valeriaan, vlinderlavendel.

Ik werk niet in de tuin, ik speel als een kind in een zandbak. Het is mijn dagelijkse halfuurtje mindfulness. Als er niks te doen is, ga ik gewoon kijken hoe alles groeit.
De oogst is voor later, maar ik heb toch al twee mini-courgettes en een paar blaadjes roquette gegeten.

DSCN5702

DSCN5703

DSCN5705

DSCN5708

DSCN5709

DSCN5710