L’homme qui plantait des arbres

 

Een paar jaar geleden stuurde een vriend mij dit filmpje en het is me altijd bijgebleven. Het is een animatiefilm naar een verhaal uit 1953 van Jean Giono. De tekeningen zijn prachtig en de tekst wordt ingelezen door niemand minder dan Philippe Noiret. Toen ik het onlangs opnieuw bekeek, besefte ik dat het exact dezelfde boodschap uitdraagt als The Salt of the Earth: door de aarde te herstellen, herstelt men de mens, en niet het minst zichzelf.

Lange tijd heb ik gedacht dat het om een waargebeurd verhaal ging, maar het blijkt een sprookje te zijn. Toch blijft het de moeite waard. Alleen al om de tekeningen te zien en om dat mooie Frans en die krachtige, warme stem van Philippe Noiret te beluisteren.

Er bestaat trouwens ook een heel leuke  door kinderen gemaakte en ingelezen versie van.

De originele versie duurt maar een half uurtje en is vrij te bekijken op youtube.

20170609_120320

Het kerkhofplan

Glorianes is niet bepaald een toeristische trekpleister. Er passeren wel eens een paar doorwinterde wandelaars en af toe strijkt er een gezelschap autotoeristen neer. Dat zijn meestal gepensioneerden die zelf in de streek wonen en die nu eindelijk tijd hebben om afgelegen dorpen zoals Glorianes te verkennen. Lang blijven ze niet hangen, want behalve de kerk en het kerkhofje is er niet veel te zien.

De kerk kreeg onlangs een nieuwe deur en er zijn nog meer restauratieplannen. Momenteel krijgt het 17e-eeuwse retabel in afwachting van een heuse restauratie een behandeling om verdere aftakeling tegen te gaan.

Ook het kerkhof is aan restauratie toe. Ik was eerlijk gezegd een beetje gewend geraakt aan de wat kale aanblik van het veldje en aan de scheefgezakte kruisen. Maar deze zomer maakte een vriendin mij attent op de mogelijkheden om dit stille hofje wat op te fleuren. Er ging meteen een soort lichtje bij mij branden en kort daarna begon ik met hier en daar wat droog gras te verwijderen, en natuurlijke vetplantjes, heide en mossen in de plaats te planten.

Ik vertelde aarzelend aan een paar dorpsgenoten wat ik aan het doen was en iedereen reageerde enthousiast. Mijn plan groeide en ik diende een voorstel in bij het gemeentebestuur. En gisteravond kreeg ik groen licht om het kerkhof op te knappen. Mijn onkosten worden vergoed en ik mag een pakket struiken bestellen bij een pépinière die lokale planten kweekt.

Ik kan mijn geluk niet op. Niet alleen ga ik me de komende maanden mogen uitleven op dit stukje grond, de nieuwe bloemrijke begroeiing zal bovendien ten goede komen aan het voedselbos aan de overkant van de straat. Vlinders en bijen zullen hun hartje kunnen ophalen en ‘en passant’ het voedselbos bevruchten.

Dat is wat ik in het vorig bericht bedoelde met ‘over de omheining lonken’. Het voedselbos zou immers maar een zeer beperkte impact hebben als het binnen de omheining moet blijven. En na het kerkhof kom er misschien nog iets anders, maar voorlopig weet ik wat te doen.

Gardening with(out) work

Voor wie zich afvraagt waar ik uithang: in mijn reuzegrote perma-moestuin. Helemaal in de geest van Ruth Stout is hij al voor driekwart bedekt met mulch. De aardappelen groeien enthousiast, en ik kan al radijsjes, spinazie, prei, en af en toe een asperge oogsten.

Gardening without work is de titel van een boek van Ruth Stout. Ik hoef dan wel niet te spitten, helemaal ‘without work’ is het niet, maar wel leuk. Het voelt nog steeds als in een grote zandbak spelen.

20170419_131726

 

Jardin privé

Het project ‘Jardins Familiaux’ is samen met het jaar 2016 ter ziele gegaan. Van de vijf percelen grond werd er maar eentje bewerkt: het mijne. Ondanks geduchte tegenstanders als slakken, dassen en everzwijnen ben ik er toch in geslaagd een aanzienlijk hoeveelheid aardappelen en tomaten te kweken. Ik heb vorig jaar ook pompoenen, courgettes, wortelen, uien, snijbiet en aardbeien van eigen kweek gegeten.

Het gemeentebestuur heeft me nu het hele perceel, hetzij 350 m2, toegewezen. Ik mag het gratis huren, maar ik moet het wel zelf netjes houden. Bon. Ik heb meteen een paar balen hooi laten leveren en ik ben al volop aan het mulchen. Nu nog de everzwijnen op afstand houden.

20170106_155941

Wildernis

In permacultuurkringen spreekt men van schijnbare chaos, maar ik moet toegeven dat de chaos in mijn tuin letterlijk te nemen is. Door het warme en vochtige weer groeiden de grassen en wilde kruiden veel harder dan ik kon bijhouden en een paar dagen afwezigheid eisten hun tol. En toch heb ik prachtige aardappelen, mooie rucola, snijbieten, worteltjes, aardbeien, uien en sjalotten en een veelbelovend parc à tomates. Je moet er alleen een beetje naar zoeken.

 

 

En behalve een kruiwagen om hooi aan te voeren is dit het enige tuingerief dat ik tot nu gebruikte.

(Achter mij het hoge gras.)

Primeurs

DSCN6422

Jeanette, Carolus, Blanche en Bleu d’Artois.

Aardappelplanten hebben prachtige bloemen en de kleur geeft de soort aan. Zo hebben de Blanches witte bloemen, de Jeannettes rozige bloemen en de Bleus d’Artois blauwige bloemen. Voorlopig heb ik enkel nog maar de knollen van de kleine en aangevreten planten geoogst. Benieuwd naar de rest. En dat allemaal zonder spitten. Ik heb de pootaardappelen volgens de Ruth Stout-methode gewoon op de grond gelegd en bedekt met hooi.

Pommes de terre

‘We hadden eigenlijk niet anders verwacht van onze Belge locale,’ zegt een van mijn dorpsgenoten, als ik vertel dat ik vooral veel aardappelen heb geplant.
‘Goed idee,’ zegt de taxichauffeuse die elke dag het buurmeisje komt halen en brengen. ‘Dat bereidt de grond voor op volgend jaar.’

Ze hebben allebei gelijk. Aardappelen planten leek mij de beste manier om de grond te testen en alvast te mulchen voor volgend jaar. Maar ik eet ook heel graag aardappelen, en niet alleen frieten. Ik heb wel al half beloofd dat, als de oogst lukt, ik voor het hele dorp frieten ga bakken. Maar daar zullen ze nog even op moeten wachten. Hier en daar komen de planten al piepen. Zou het woord piepers daarvan komen? Het is echt grappig om die kleine blaadjes hun kopjes door het stro te zien steken.

Ik heb verschillende soorten en op verschillende tijdstippen gepoot. De Cerisa-aardappelen die ik half februari al in mijn vierkante bak op het terras heb geplant, zijn het grootst. Verder heb ik nog Mona Lisa-, Bleu d’Artoise-, Pompadour-, Carolus-, Agria- , Jeannette- en Blanche-aardappeltjes geplant. Ze staan zowat overal. In de jardins familiaux, maar ook rond mijn huis op onofficiële plaatsen.

Hieronder een paar fotootjes van de permacultuurtuin, die er nog altijd wat chaotisch uitziet, maar toch stilaan vorm krijgt. En ook nog een kiekje van mijn kameraardappel Jeannette, van wie het twijfelachtig is of ze volgende maand aardappelen zal geven, maar intussen toch dienst doet als frêle kamerplant.

DSCN6219