In tegenstelling tot mijn dorpsgenoten die zich pure atheïsten verklaren, ben ik eerder iemand die de mogelijkheden openhoudt. Ik heb geen strak geloof, zeker niet in iets of iemand die aan de touwtjes trekt, maar ik vind het wel een prettige gedachte dat er misschien wat meer samenhang is dan we in ons dagelijkse leven merken.

Deze week las ik in Eat Pray Love hoe Elisabeth Gilbert zich tot haar God/Liefde wendt en hem zelfs durft te vragen om haar scheiding te regelen. Tja, waarom niet, dacht ik. Baat het niet dan schaadt het niet. En toen dacht ik aan één van de raadselachtige adviezen van mijn grootmoeder: ‘Spreek en uw mond gaat open’. Ik interpreteer dat als : ‘Vraag en ge zult krijgen’.

Dus vroeg ik gisteren een beetje meer betaald werk. Met de nadruk op betaald. Want werk heb ik genoeg en het is plezierig werk, maar betaald worden zou nog plezieriger zijn. Er kwam niet -zoals in Eat Pray Love- binnen de tien minuten een antwoord, maar het werd een zonnige dag en als je werkloos bent, is dat meegenomen.

Ik maakte een ommetje in het dorp, ging even naar de jardins familiaux kijken en keerde dan terug. Bij het kerkhof stonden twee mensen die ik niet kende. Ik vroeg of ze de kerk wilden bezichtigen en stelde voor dat ik de sleutel zou halen. Zoals alle weekendtoeristen waren ze meteen geïnteresseerd en misschien wel opgelucht dat ze toch iets te zien zouden krijgen dat de lastige weg naar Glorianes de moeite waard zou maken.

De dame was een artiste peintre die afkomstig was uit het noorden, maar al dertig jaar in de streek woonde en de heer was een rasechte Catalaan die, nu hij met pensioen is, de streek waarin hij opgegroeide, begint te verkennen.

Ze waren zoals iedereen aangenaam verrast door het prachtige interieur van de kerk en we hadden een prettig gesprek over hoe verschillend stedelingen en plaatselijke bewoners naar de dorpen kijken.

De dame praatte veel, de man was stil en leek onder de indruk van het kerkje. Ik kon me daar iets bij voorstellen, dat was bij mij ook zo, toen ik er de eerste keer binnenkwam.

Bij het naar buitengaan drukte hij me plots een stuk van twee euro in de handen. Ik was te verbaasd om het te weigeren. Het muntstuk was warm, hij had het blijkbaar al een tijdje in zijn handen. Misschien had hij een offerblok gezocht en niet gevonden want hij zei: ‘Koop er iets mee voor de kerk, kaarsen of zo.’

Ik heb het geld in een bokaaltje gestoken dat ik bij de sleutel bewaar. Het universum heeft zijn goede wil getoond. Misschien moet ik iets specifieker zijn als ik nog eens wat vraag.

DSCN5570