Mijn perceel in de ‘jardins familiaux’ begint er al uit te zien als een permacultuurtuin. De aanhangers van permacultuur hebben het over schijnbare chaos. Dat zeg ik dan ook maar over mijn tuin, al is het vooral chaos en niet alleen schijn.

Ik lees over permacultuur op het net en in boeken, maar eigenlijk volg ik vooral mijn neus en mijn hart. Hier zijn alvast een aantal technieken die ik toepas. ‘Technieken’ dat klinkt technisch en als hard werken, maar dat is het juist niet.

1. Niet spitten. Mijn dorpsgenoten en leden van de Patate Glorieuse vonden dat de grond, die jarenlang platgetrapt is door schapen, toch minstens een keer omgespit moest worden. Maar ik vond het idee van niet-spitten best aantrekkelijk en ook goed gemotiveerd door de perma-aanhangers. Daarom ben ik maar gewoon beginnen planten in de harde grond. De laatste tijd is de grond trouwens veel zachter geworden, omdat het af en toe geregend heeft, maar ook omdat de mollen de grond gratis omwoelen. In hun ijver duwen ze wel al eens een kool of een prei omhoog, maar dat is gauw rechtgezet. Het leuke is dat ze mooie donkere, korrelige grond naar boven brengen en die gebruik ik als zaaigrond of om oneffenheden aan te vullen.

2. Onkruid mag blijven. De grond moet immers bedekt blijven. Hier en daar moet het wat ingetoomd worden en op de plekjes waar geplant of gezaaid wordt, moet het natuurlijk weg. Ik heb zelfs wat nieuw ‘onkruid’ toegevoegd: vogelmuur en wilde roquette, want het zijn goede bodembedekkers en nog lekker ook.

3. Mulchen. Van elke boswandeling breng ik wat mulch mee: dennennaalden, varens, eikenbladeren, schors. Daarmee bedek ik de aarde rond de groenten en met de stukken schors leg ik paadjes tussen de perken aan.

4. Najaarperkjes: daarin staan spruitjes, savooien, bloemkolen, snijbieten, rucola, sla, venkel, prei en selder, wat rommelig maar gezellig door elkaar.

5. Voorjaarperkjes: perceeltjes die ik heb afgedekt met karton en mulch zodat het ondergronds gedierte de grond kan klaarmaken voor de lente.

6. Tenslotte verzamel ik planten en kruiden die hier overal in het wild staan en geef ik ze een plekje in de tuin: tijm, oregano, goudsbloemen, valeriaan, vlinderlavendel.

Ik werk niet in de tuin, ik speel als een kind in een zandbak. Het is mijn dagelijkse halfuurtje mindfulness. Als er niks te doen is, ga ik gewoon kijken hoe alles groeit.
De oogst is voor later, maar ik heb toch al twee mini-courgettes en een paar blaadjes roquette gegeten.

DSCN5702

DSCN5703

DSCN5705

DSCN5708

DSCN5709

DSCN5710