Nieuw leven 2

Deze slideshow vereist JavaScript.

Een beetje toelichting:

Op de eerste foto ligt de aanstaande moeder rechts vooraan met contracties.

Daarna heeft ze zich verplaatst en begint het persen.

Na het eerste lammetje volgt algauw een tweede. Maar terwijl het tweede nog half in haar zit, staat ze al recht en begint het eerste te likken. (De boerin is intussen even komen helpen en heeft het tweede eruit getrokken.)

Als de tweeling schoongelikt is, verhuizen ze naar een apart kamertje. Daar krabbelen de lammetjes recht en beginnen ze naar de uier te zoeken.

Pommes de terre

‘We hadden eigenlijk niet anders verwacht van onze Belge locale,’ zegt een van mijn dorpsgenoten, als ik vertel dat ik vooral veel aardappelen heb geplant.
‘Goed idee,’ zegt de taxichauffeuse die elke dag het buurmeisje komt halen en brengen. ‘Dat bereidt de grond voor op volgend jaar.’

Ze hebben allebei gelijk. Aardappelen planten leek mij de beste manier om de grond te testen en alvast te mulchen voor volgend jaar. Maar ik eet ook heel graag aardappelen, en niet alleen frieten. Ik heb wel al half beloofd dat, als de oogst lukt, ik voor het hele dorp frieten ga bakken. Maar daar zullen ze nog even op moeten wachten. Hier en daar komen de planten al piepen. Zou het woord piepers daarvan komen? Het is echt grappig om die kleine blaadjes hun kopjes door het stro te zien steken.

Ik heb verschillende soorten en op verschillende tijdstippen gepoot. De Cerisa-aardappelen die ik half februari al in mijn vierkante bak op het terras heb geplant, zijn het grootst. Verder heb ik nog Mona Lisa-, Bleu d’Artoise-, Pompadour-, Carolus-, Agria- , Jeannette- en Blanche-aardappeltjes geplant. Ze staan zowat overal. In de jardins familiaux, maar ook rond mijn huis op onofficiële plaatsen.

Hieronder een paar fotootjes van de permacultuurtuin, die er nog altijd wat chaotisch uitziet, maar toch stilaan vorm krijgt. En ook nog een kiekje van mijn kameraardappel Jeannette, van wie het twijfelachtig is of ze volgende maand aardappelen zal geven, maar intussen toch dienst doet als frêle kamerplant.

DSCN6219

 

Zonder woorden

Zo zeker als de zon opkomt
Zo zeker weet ik dat je naast me zit
Hier aan het raam
Ik zet het op een kier
Zodat we het briesje voelen
Het schrapen van de keeltjes horen
Het aarzelend inzetten van het liedje van de dag

Terwijl het donker lichter wordt
Stel ik mijn vragen
Droog ik mijn tranen
Want het antwoord is -zeg jij- in hun gezang

 

(Dit gedicht staat ook op mijn proza- en poëzieblog)

22 maart 2016

Om acht uur ging ik de deur uit, met een veel te zware tas en een zwaar hart. De roltrappen en liften aan de achterkant van het station waren wegens werken gesloten en ik moest rennen naar de voorkant. Ik was nog maar tien minuten onderweg en had al spijt van te veel boeken en chocolade in mijn reistas zonder wieltjes.
Om acht uur vijfentwintig gingen de deuren van de trein toe. Half buiten adem installeerde ik me tegenover een meisje dat de Metro las. Rechts van mij keek een man op van zijn smartphone en zei iets over Zaventem.
‘Wat zegt u?’ vroeg ik. Hij zei opnieuw iets over Zaventem, maar ik verstond hem niet. Ik keek naar de lichtkrant en vergewiste mij ervan dat ik op de trein naar Charleroi zat. ‘Deze trein stopt toch niet in Zaventem?’ vroeg ik. De man schudde zijn hoofd en boog zich terug over zijn telefoon.

Ik nam mijn boek. Ik was zo verdiept in het verhaal dat ik niet merkte dat we in Mechelen en Vilvoorde stopten. Ook in Brussel Noord, Centraal en Zuid las ik verder. Voorbij Brussel Zuid kreeg ik een berichtje van Marie, een dorpsgenote. Of ik oké was en of ik vandaag nog naar huis kwam. Ik belde Els. Terwijl ze mij het nieuws vertelde, besefte ik dat ik nog alleen in de treinwagon was.
Nog een berichtje. Nu van een vriend met wie ik toevallig tijdens mijn heenreis op de trein had gezeten. Hij kwam net van het Schumann metrostation.
Vlak voor mijn aankomst in Charleroi belde mijn zus. Daarna belde ik haar terug met de vraag of ze nieuws had van onze zus die in het Brusselse woont.

De bus naar de luchthaven kwam niet. Een meisje sprak me aan. Ze was van Singapore, was Erasmusstudente in Gent, en nu onderweg naar Griekenland. We keken naar de andere reizigers die op dezelfde bus wachtten. Toen iemand wist te vertellen dat de bus niet zou komen, verplaatste de groep zich naar de taxistandplaats. Er was maar één taxi en iedereen wou erin.

Na een tijdje kwamen er nog een paar taxi’s. Ik deelde mijn taxi met een jongen. Het meisje uit Singapore wou niet mee. Ze ging kijken of ze haar buskaartje terugbetaald kreeg. Ze heette Adora, zei ze nog.

De taxichauffeur zag er Arabisch uit.
‘C’est grave’, zei hij.
‘C’est le bordel’, zei mijn medepassagier.
‘C’est triste’, zei ik.
Op anderhalve kilometer van de luchthaven stond het verkeer stil.
‘U kunt best te voet verder gaan’, zei de taxichauffeur.
‘Mijn tas is te zwaar’, zei ik, hopend dat het verkeer weer op gang zou komen. De jongen naast mij zei dat hij mijn tas zou dragen. We stapten uit, wisselden van tas, maar zijn tas bleek al even zwaar. Hij nam ze weer van me over.
‘Het gaat wel,’ zei hij, ‘ik studeer lichamelijke opvoeding.’
Hij had erg lange benen en zette grote stappen en zelfs zonder tas kon ik hem nauwelijks bijhouden.

Tijdens het lopen sprak hij me moed in.
‘We halen het wel’, zei hij. We liepen alsof ons leven ervan afhing. Maar we waren veilig. We wilden alleen maar naar huis.
We haalden de vlucht. Hij heette James. Ik dankte James duizendmaal. Hij moest zijn flesje water afgeven bij de controle. Mijn tas werd helemaal uitgeladen. De boosdoener was een kookwekker. Ik mocht hem houden. Ik kocht een nieuw flesje water voor James.

Na mijn aankomst in Perpignan, ging ik mijn moeder bezoeken. Ze wist gelukkig nog niets, ze was niet ongerust geweest.

Daarna reed ik naar huis. Dankbaar.

De kat deed alsof ze boos was, maar daarna kroop ze op mijn schoot. We luisterden samen naar de radio. Ik dacht aan alle mensen die ik kende en ik hoopte dat iedereen veilig was. Ik dacht ook aan de mensen die ik niet kende. Hun ontreddering.

Ik ging vroeg naar bed, met een warme kruik aan mijn voeten en met De Overgave van Arthur Japin. Ik las nog een paar hoofdstukken. Over wat mensen mensen aandoen. Toen in 1836, daar in Texas. Uiteindelijk zullen ze elkaar vergeven, staat op de flap. Maar zo ver ben ik nog niet.

Vitrine

Vorige zomer werd het licht op groen gezet voor een volkstuin in Glorianes. Het was eind juli toen ik mijn eerste stappen zette op het terrein. Ik probeerde nog gauw wat groenten te installeren, maar de oogst was mager. Het was te laat op het jaar. Toch heb ik deze winter wat spinazie, rucola, snijbiet, radijsjes en prei van eigen kweek kunnen eten.

Maar dit jaar gaat het gebeuren. Ik heb zelfs een goeroe gekozen en me een methode eigen gemaakt. Het wordt een Ruth Stout-tuin. Ruth Stout leefde van 1884 tot 1980 in de VS en experimenteerde vanaf 1944 met een no-work garden. No Work betekent: niet omploegen, niet graven, niet bewerken, niet behandelen, niet wieden, zelfs niet bevloeien. Het enige werk bestaat uit het bedekken van de tuin met een dikke laag mulch (organisch materiaal), liefst hooi als dat voorhanden is. En ook planten en zaaien natuurlijk.

Met wat moeite heb ik een baal luzerne (grassoort) van onze plaatselijke boeren los gekregen en zo gauw hij op het terrein stond ben ik beginnen mulchen. Ik had al wat perceeltjes aangelegd en die heb ik uitgebreid met meer en grotere percelen. Behalve een paar tuinbonen, groeit er voorlopig nog niets. En dus ziet mijn deel van de Jardins Familiaux er nu zo uit:

DSCN6125

Mijn buurvrouw zegt: ‘Je suis sceptique’. De andere zeggen niets, maar kijken wat bedenkelijk naar mijn constructie. De burgemeester heeft via de president van onze mini-vereniging die het tuinproject in goede banen moet leiden, laten weten dat ze hoopt dat de tuin de vitrine wordt van Glorianes. Ik zal proberen om haar niet teleur te stellen, maar ze zal wel wat geduld moeten hebben.

Vandaag kan ik helaas niets doen, en wel om deze reden:

DSCN6133

 

Zonlicht in het donker

Vanmorgen vroeg was er een algemene elektriciteitspanne. Het was nog pikkedonker, en eindelijk kwam dit cadeautje aan mezelf van pas:

DSCN6100

Het is een lichtbron op zonne-energie, een liter zon in een bokaal. Het geeft net genoeg licht om bij te lezen en te schrijven. De Solar Jar wordt in Zuid-Afrika gemaakt en met de aankoop steun je een project dat 25 mensen werk verschaft.

Maar alleen het idee dat je de zon zonder stroom in huis brengt, vind ik al verlichtend.

Om de Solar Jar op te laden, zet je hem een uurtje in de zon.

Jeannette

Dit jaar, het eerste jaar dat ik voluit met permacultuur kan experimenteren, ga ik een paar testen met aardappelen doen. In mijn kelder liggen een zestal verschillende soorten aardappelen te kiemen en die ga ik met tussenpozen, op verschillende plaatsen, maar wel allemaal permacultuurgewijs, planten. Dat wil zeggen: boven de grond, onder een dikke laag mulch.

Het is eigenlijk nog te vroeg om te planten, maar experimenteren mag en ik heb stiekem al een paar aardappeltjes onder een laag stro gelegd. Je weet maar nooit. En ik heb er ook eentje in een pot in de keuken geplant. Het is een Jeannette.

Jeannette kwam al heel snel boven de aarde piepen en voelt zich prima in de keuken.

DSCN6093