
De hoeveelheid viel wat tegen, maar de stronkjes zijn toch mooi. Nu heb ik de techniek beet. Volgende keer meer…

De hoeveelheid viel wat tegen, maar de stronkjes zijn toch mooi. Nu heb ik de techniek beet. Volgende keer meer…
Om acht uur ging ik de deur uit, met een veel te zware tas en een zwaar hart. De roltrappen en liften aan de achterkant van het station waren wegens werken gesloten en ik moest rennen naar de voorkant. Ik was nog maar tien minuten onderweg en had al spijt van te veel boeken en chocolade in mijn reistas zonder wieltjes.
Om acht uur vijfentwintig gingen de deuren van de trein toe. Half buiten adem installeerde ik me tegenover een meisje dat de Metro las. Rechts van mij keek een man op van zijn smartphone en zei iets over Zaventem.
‘Wat zegt u?’ vroeg ik. Hij zei opnieuw iets over Zaventem, maar ik verstond hem niet. Ik keek naar de lichtkrant en vergewiste mij ervan dat ik op de trein naar Charleroi zat. ‘Deze trein stopt toch niet in Zaventem?’ vroeg ik. De man schudde zijn hoofd en boog zich terug over zijn telefoon.
Ik nam mijn boek. Ik was zo verdiept in het verhaal dat ik niet merkte dat we in Mechelen en Vilvoorde stopten. Ook in Brussel Noord, Centraal en Zuid las ik verder. Voorbij Brussel Zuid kreeg ik een berichtje van Marie, een dorpsgenote. Of ik oké was en of ik vandaag nog naar huis kwam. Ik belde Els. Terwijl ze mij het nieuws vertelde, besefte ik dat ik nog alleen in de treinwagon was.
Nog een berichtje. Nu van een vriend met wie ik toevallig tijdens mijn heenreis op de trein had gezeten. Hij kwam net van het Schumann metrostation.
Vlak voor mijn aankomst in Charleroi belde mijn zus. Daarna belde ik haar terug met de vraag of ze nieuws had van onze zus die in het Brusselse woont.
De bus naar de luchthaven kwam niet. Een meisje sprak me aan. Ze was van Singapore, was Erasmusstudente in Gent, en nu onderweg naar Griekenland. We keken naar de andere reizigers die op dezelfde bus wachtten. Toen iemand wist te vertellen dat de bus niet zou komen, verplaatste de groep zich naar de taxistandplaats. Er was maar één taxi en iedereen wou erin.
Na een tijdje kwamen er nog een paar taxi’s. Ik deelde mijn taxi met een jongen. Het meisje uit Singapore wou niet mee. Ze ging kijken of ze haar buskaartje terugbetaald kreeg. Ze heette Adora, zei ze nog.
De taxichauffeur zag er Arabisch uit.
‘C’est grave’, zei hij.
‘C’est le bordel’, zei mijn medepassagier.
‘C’est triste’, zei ik.
Op anderhalve kilometer van de luchthaven stond het verkeer stil.
‘U kunt best te voet verder gaan’, zei de taxichauffeur.
‘Mijn tas is te zwaar’, zei ik, hopend dat het verkeer weer op gang zou komen. De jongen naast mij zei dat hij mijn tas zou dragen. We stapten uit, wisselden van tas, maar zijn tas bleek al even zwaar. Hij nam ze weer van me over.
‘Het gaat wel,’ zei hij, ‘ik studeer lichamelijke opvoeding.’
Hij had erg lange benen en zette grote stappen en zelfs zonder tas kon ik hem nauwelijks bijhouden.
Tijdens het lopen sprak hij me moed in.
‘We halen het wel’, zei hij. We liepen alsof ons leven ervan afhing. Maar we waren veilig. We wilden alleen maar naar huis.
We haalden de vlucht. Hij heette James. Ik dankte James duizendmaal. Hij moest zijn flesje water afgeven bij de controle. Mijn tas werd helemaal uitgeladen. De boosdoener was een kookwekker. Ik mocht hem houden. Ik kocht een nieuw flesje water voor James.
Na mijn aankomst in Perpignan, ging ik mijn moeder bezoeken. Ze wist gelukkig nog niets, ze was niet ongerust geweest.
Daarna reed ik naar huis. Dankbaar.
De kat deed alsof ze boos was, maar daarna kroop ze op mijn schoot. We luisterden samen naar de radio. Ik dacht aan alle mensen die ik kende en ik hoopte dat iedereen veilig was. Ik dacht ook aan de mensen die ik niet kende. Hun ontreddering.
Ik ging vroeg naar bed, met een warme kruik aan mijn voeten en met De Overgave van Arthur Japin. Ik las nog een paar hoofdstukken. Over wat mensen mensen aandoen. Toen in 1836, daar in Texas. Uiteindelijk zullen ze elkaar vergeven, staat op de flap. Maar zo ver ben ik nog niet.

Zelfde tuin, een dag later …
Vorige zomer werd het licht op groen gezet voor een volkstuin in Glorianes. Het was eind juli toen ik mijn eerste stappen zette op het terrein. Ik probeerde nog gauw wat groenten te installeren, maar de oogst was mager. Het was te laat op het jaar. Toch heb ik deze winter wat spinazie, rucola, snijbiet, radijsjes en prei van eigen kweek kunnen eten.
Maar dit jaar gaat het gebeuren. Ik heb zelfs een goeroe gekozen en me een methode eigen gemaakt. Het wordt een Ruth Stout-tuin. Ruth Stout leefde van 1884 tot 1980 in de VS en experimenteerde vanaf 1944 met een no-work garden. No Work betekent: niet omploegen, niet graven, niet bewerken, niet behandelen, niet wieden, zelfs niet bevloeien. Het enige werk bestaat uit het bedekken van de tuin met een dikke laag mulch (organisch materiaal), liefst hooi als dat voorhanden is. En ook planten en zaaien natuurlijk.
Met wat moeite heb ik een baal luzerne (grassoort) van onze plaatselijke boeren los gekregen en zo gauw hij op het terrein stond ben ik beginnen mulchen. Ik had al wat perceeltjes aangelegd en die heb ik uitgebreid met meer en grotere percelen. Behalve een paar tuinbonen, groeit er voorlopig nog niets. En dus ziet mijn deel van de Jardins Familiaux er nu zo uit:

Mijn buurvrouw zegt: ‘Je suis sceptique’. De andere zeggen niets, maar kijken wat bedenkelijk naar mijn constructie. De burgemeester heeft via de president van onze mini-vereniging die het tuinproject in goede banen moet leiden, laten weten dat ze hoopt dat de tuin de vitrine wordt van Glorianes. Ik zal proberen om haar niet teleur te stellen, maar ze zal wel wat geduld moeten hebben.
Vandaag kan ik helaas niets doen, en wel om deze reden:

Vanmorgen vroeg was er een algemene elektriciteitspanne. Het was nog pikkedonker, en eindelijk kwam dit cadeautje aan mezelf van pas:

Het is een lichtbron op zonne-energie, een liter zon in een bokaal. Het geeft net genoeg licht om bij te lezen en te schrijven. De Solar Jar wordt in Zuid-Afrika gemaakt en met de aankoop steun je een project dat 25 mensen werk verschaft.
Maar alleen het idee dat je de zon zonder stroom in huis brengt, vind ik al verlichtend.
Om de Solar Jar op te laden, zet je hem een uurtje in de zon.
Dit jaar, het eerste jaar dat ik voluit met permacultuur kan experimenteren, ga ik een paar testen met aardappelen doen. In mijn kelder liggen een zestal verschillende soorten aardappelen te kiemen en die ga ik met tussenpozen, op verschillende plaatsen, maar wel allemaal permacultuurgewijs, planten. Dat wil zeggen: boven de grond, onder een dikke laag mulch.
Het is eigenlijk nog te vroeg om te planten, maar experimenteren mag en ik heb stiekem al een paar aardappeltjes onder een laag stro gelegd. Je weet maar nooit. En ik heb er ook eentje in een pot in de keuken geplant. Het is een Jeannette.
Jeannette kwam al heel snel boven de aarde piepen en voelt zich prima in de keuken.

Weer een belangrijke stap in mijn inburgeringsparcours gezet: stokbrood gebakken! Het recept staat hier.

Eindelijk sta ik eens in een boek. En wel in deze sjieke uitgave ‘Le Pays Catalan’. En samen met mij, alle dorpelingen. Blijkbaar is Glorianes het dorp met het kleinste aantal inwoners van het departement.
Onze burgemeester was zo lief om elk gezin een boek te schenken. We kregen het vorige zondag op de dag van ‘les voeux du maire’ en ‘la galette des rois‘. Ik beet dit jaar op een boon.



Het zijn dezelfde wensen als vorig jaar, want nog altijd geldig en nodig, maar nu in een kleurtje.

Het kaartje werd gemaakt door Lief De Kock voor de Wijkverpleging Sint-Andries in Antwerpen.
Bloesem van de wilde kerselaar, in december.
