Nieuwe blog

Wees gerust, deze blog blijft nog een tijdje lopen. Er komen nog gemeenteraden, culturele evenementen, feestjes en apéros, petanquetoernooien, avonturen in de bossen, paddestoelen, onderlinge geschillen, grote en kleine beslissingen en mogelijk een invasie van een hotelconcern in ons geliefde dorp. Voorlopig ben ik niet uitgeblogd.

Af en toe schrijf ik ook andere dingen: kortverhalen, flitsverhalen, zeer korte verhalen, L-verhalen en gedichten. Die ben ik nu aan het verzamelen op een aparte blog om ze netjes bij elkaar te hebben, om er mee bij uitgevers te gaan leuren en voor wie het leuk vindt om af en toe wat nieuwe proza en poëzie van mij te lezen.

Er staat al wat recent werk op. De komende weken zal ik verder aanvullen met teksten die ik dit jaar geschreven heb en hopelijk blijft de inspiratie stromen en kan ik in 2015 aanvullen met spiksplinternieuw werk.

Abonneren kan al, reageren ook. Ontdek hem hier.

La Fabrica

Wie denkt dat ik op mijn berg verstoken blijf van cultuur, vergist zich. Ik geef toe dat ik het overweldigende Antwerpse aanbod wel eens mis. Het aanbod mis ik, het overweldigende wat minder.
Hier in het dorp gebeurt ook al eens wat en als secretaresse van onze vereniging, ben ik al aan het nadenken over de programmering van 2015. Wat ik alvast ga voorstellen: een presentatie van het beroep van ‘éleveur’ door onze schapenhoudster of de koeienboer, een informatieavond over de jacht, een initiatie in de Catalaanse taal.
De mogelijkheden zijn beperkt, maar in Ille-sur-Têt, op ongeveer 15 km bochten van hier, heb ik een heus cultureel centrum ontdekt, geleid door de zeer dynamische Vlaamse Chantal. La Fabrica is gevestigd in een prachtig gerestaureerd gedeelte van de oude stadswallen, heeft een mooi theaterzaaltje en een gezellige ontvangstruimte. Er lopen verschillende ateliers voor kinderen en volwassenen. Helaas is het aanbod wat uitgedund als gevolg van besparingen, verlaagde subsidies en verminderde koopkracht.
Zo is het ‘atelier de chant’ tot mijn grote spijt afgeschaft en zit er nu niets anders op dan het ‘atelier de danse’ te volgen. Nooit gedacht dat ik daar nog zou mee beginnen. Maar het valt best mee, ik ben niet te stijf na een avondje springen en rekken.
La Fabrica organiseert bovendien regelmatig muziek- en theatervoorstellingen. Binnenkort is er zelfs een dîner spectacle. Een cabaret waarvan ik waarschijnlijk maar de helft zal verstaan. Maar ik ga er toch naartoe.

panorama_zoom

Extinction

Bij wijze van luisteroefening ben ik gisteravond nog eens naar de gemeenteraad geweest. Mijn Frans is intussen goed genoeg om mijn weg te vinden in de administratie, om boodschappen te doen, inlichtingen te vragen, telefoontjes te plegen, mails te sturen en een redelijk gesprek te voeren. Maar soms kost het moeite om alles te verstaan. Vooral als er snel gepraat wordt, met een sterk Catalaans accent en zeker als de toon wat plat wordt. Daarvoor moet je dus in het gemeentehuis zijn, waar de gemeenteraadsleden, vooral boeren en tuinders, onder leiding van onderwijzeres Céline, het dorp erop vooruit willen doen gaan.
Het punt dat gisteravond voor de heftigste discussie zorgde, stond niet eens op de agenda. Het viel onder ‘questions divers’. Het ging over de dorpsverlichting (zestien lantaarnpalen) die de hele nacht blijft branden. Er gaan stemmen op om de lampen te doven tussen 23.00u en 06.00u (of 24.00u en 05.00u). Een schriftelijke bevraging van de bevolking brengt de verdeeldheid daarover aan het licht:
11 stemmen voor de uitdoving
4 stemmen tegen
3 onbeantwoorde formulieren.

De discussie bracht de volgende uiteenlopende voorstellen op tafel:
1. Dit is een democratie, de meerderheid is voor de uitdoving, dus we doen dat gewoon.
2. Laten we het hele project van tafel vegen om verdeeldheid in het dorp te vermijden.
3. Laten we een compromis zoeken, bijvoorbeeld 2 of 3 lampen aanlaten en de rest uit.
4. Laten we een jaar testen.

Het was wonderlijk om te horen hoe mensen draaien en keren, hoe sommigen eerst voor en dan tegen waren en omgekeerd.

Tot mijn opluchting sloot de burgemeester de discussie af met de belofte dat ze een of meerdere compromisvoorstellen zou becijferen en dat de beslissing pas genomen zal worden na uitgebreide studie en overleg. Dat lijkt me in ieder geval beter dan een eenzijdige beslissing door de burgemeester, zoals dat in een naburig dorp gebeurde. Hij zet het dorp gewoon een jaar in het donker en daarna wordt er geëvalueerd.

DSCN2128

Cimetière

In dit dorp
Slapen de mensen diep

In vele lagen
Boven onder
Naast elkaar

Ze hebben een bed
Een steen
Een kruis

Of ze hebben niets
Dan koele aarde
Vergeten namen

Hier ligt de vrouw
Die met geen mens sprak

Wat verder de burgemeester
Van zeven dorpelingen
Een hond
Een kudde schapen

Geef mij een plek
Waar niemand ligt

Aan de kant daar misschien
Onder die boom
Ik houd me vast aan zijn wortels
In de zoete grond

En daar is uitzicht op een berg

DSCN4764
DSCN4757

Goudkoorts

Mensen zijn hebberig en ik ben een mens. Als ik in een bos vol prachtige paddenstoelen sta, voel ik de hebberigheid in mij omhoog kruipen. Ik moet dan even gaan zitten en nadenken. Hoeveel kan ik er vandaag en morgen opeten? Wie kan ik eventueel een plezier doen met een mandje eekhoorntjesbrood of heksenboleet? Mijn buurvrouw durft alleen gekochte paddenstoelen eten en mijn buurman gaat zelf op jacht. En als je op de grond gaat zitten in een bos, dan zie je ze pas echt. Ze zijn overal dit jaar.

DSCN4737

Pest

Het moet zoiets als Ebola geweest zijn. De helft van het dorp stierf. Wie overleefde, verhuisde naar de andere kant van het dorp. In de omgeving zijn nog dorpen waar in de achttiende of de negentiende eeuw hetzelfde gebeurde. De gemeente verplaatste zich naar de andere kant van de berg, soms amper een kilometer verder. Mogelijk uit bijgeloof. De ziekte was een vloek of een kwade geest.

Van het oude dorp blijven nog wat muren over van huizen die dicht op elkaar gebouwd waren. De plek heeft iets magisch. Ik wou dat ik een teletijdmachine had.

DSCN4695 DSCN4699 DSCN4700

La Patrie

Sinds vorige week hebben we nu ook een monument voor de gesneuvelden in de eerste wereldoorlog. Daarvoor werd door de jachtvereniging een lauze, een grote platte steen, van de berg naar het dorp gebracht. Er werd een ijzeren plaat met de namen van de gesneuvelden van het dorp besteld, en de steen en de plaat werden tegen de gevel van het gemeentehuis bevestigd door de vader van de tweede adjoint. De burgemeester en de tweede adjoint werkten het geheel af met vernis en een roestwerende laag.

Het monument moest ook officieel ingewijd worden. Daarvoor kwamen heel wat prominenten, een groep vaandeldragers en een speciaal daartoe opgerichte organisatie de berg op. Het was een kleurrijke bedoening, met uiteraard veel rood, wit en blauw, en hoeden, petten en witte handschoenen. Er werd een gedicht voorgelezen, drie mensen mochten een discours houden, en de namen van de gesneuvelden werden voorgelezen, telkens gevolgd door de uitroep ‘Mort Pour La France!’ Daarna werd de Marseillaise gespeeld.

Het viel me op dat die door iedereen meegezongen werd, maar niet uit volle borst. Door sommigen zelfs met samengeknepen lippen. Hoe dat juist zit, daar probeer ik nog achter te komen.

DSCN4645 DSCN4655 DSCN4678

Amitié

Het was weer tijd voor een bezoekje aan madame X, de bejaarde maar nog straffe Catalaanse die me twee jaar geleden voor gek verklaarde omdat ik in Glorianes kwam wonen. Elke eerste dag van de maand ging ik op haar verzoek de huur van mijn garagebox in Vinça contant betalen. Met de tijd werd ze milder, ze stelde vragen over het leven in het dorp, ze overlaadde mij met boeken voor onze bibliotheek en ze liet zich zelfs een keer de berg opbrengen door haar broer. Ze eiste niet langer dat ik haar in de ogen keek als ik met haar sprak. Ik bleef het toch proberen hoewel dat niet altijd gemakkelijk is want haar ene oog kijkt meestal de andere kant op.

Het was de laatste dag van de vorige maand. Ik had haar laten weten dat ik de garage niet langer nodig had en ik hoopte dat ze intussen een nieuwe huurder had gevonden. Dat was blijkbaar geen probleem geweest. Ze schreef een cheque uit – dat doen ze hier nog- ter waarde van de waarborg die ik had betaald. Haar man zat in zijn rolstoel aan dezelfde tafel, hij vulde een kruiswoordraadsel in.

‘Christine’, zei ze terwijl ze de cheque naar mij toe schoof, ‘Als je ooit iets of iemand nodig hebt, als we ooit iets voor je kunnen doen, weet dan dat wij hier voor jou zijn. Wij kennen het hier.’ Haar man richtte zich op van zijn puzzelboekje en knikte instemmend. ‘Sachez, que vous avez des amis ici.’

Twee oude mensen, hij in een rolstoel, zij slecht ter been en halfblind, en dat boden ze me uitdrukkelijk aan: hun vriendschap en hulp. Het enige wat ik voor hen heb gedaan is naar hun verhalen luisteren.

Fa Temps

Primeur in het dorp: het eerste culturele evenement van onze vereniging. ‘Glorianes Fa Temps’ is Catalaans en wil zoveel zeggen als ‘Glorianes Toen’. Een vertelnamiddag met drie mensen die een deel van hun jeugd in Glorianes doorbrachten in de tijd dat de mensen hier nog leefden van veeteelt en landbouw. Met meer dan honderd waren ze toen. Pas in 1968 werd er elektriciteit naar het dorp gebracht. Te laat, want de leegloop was al begonnen. In de jaren ’80 woonde er één man en één vrouw in het dorp. En niet eens samen.

Nog een primeur: de eerste keer dat het mooie kerkje gebruikt werd voor iets anders dan de jaarlijkse mis.

Daarna hebben we het clublokaal van onze vereniging ingewijd: een ruime zaal op het gelijkvloers van het gemeentehuis, helemaal zoals het hoort ingericht met oude zetels waar je diep inzakt, versleten stoelen, twee koelkasten en een verouderde muziekinstallatie. We hebben nog lang nagepraat, een beetje teveel gedronken en nog mooie plannen gemaakt.

DSCN4647