Intussen in het dorp

Vorig jaar richtte ik de stalruimte onder mijn huisje in als schrijfruimte en daar geniet ik nu van. Buiten 32 graden, hierbinnen 22. En eindelijk tijd om even terug te blikken op de afgelopen weken.

In ons dorp is het een hele tijd erg stil geweest. Geleidelijk komt er weer wat beweging. In april hadden we een filmavond met News Of The World, een hartverwarmende film met Tom Hanks. Gelukkig had ik de film al een paar keer in de originele versie gezien zodat ik me niet al te erg stoorde aan de gedubde versie.

Begin mei kocht ik een voorraad brandhout aan en kreeg ik hulp van het halve dorp om het netjes naast mijn huisje te stapelen. Die hulp heb ik moeten leren vragen. Achteraf heel blij dat ik dat gedaan had. Want ik was ermee geholpen, maar het was ook echt gezellig om het samen te doen.

En opeens, van de ene op de andere dag, werd het zomer en lieten de slangen zich zien.

Onze dorpsoudste houdt een ringslang in bedwang. Ringslangen of couleuvres zijn ongevaarlijk, maar ik schrik er toch van als ik er eentje zie. René is een grote dierenvriend en ik acht hem in staat om die slang onderdak in de schuur te geven.

Vorige week hadden we het jaarlijkse kersenfeest. In ons dorp staan heel wat kersenbomen, maar voor het derde jaar op rij viel de oogst dik tegen. Dan maar kersenfeest zonder kersen. Het was er niet minder gezellig om.

Bij het kersenfeest hoort een petanque tornooi.

Ik won samen met Andrej de eerste reeks, maar verloor de tweede met een beschamende 13-0.

Mijn lidmaatschap bij de gemeenteraad brengt ook praktische klussen mee. De gemeente heeft geen personeel in dienst, we doen alles zelf. Vorige week moest de chateau d’eau, het waterreservoir, gereinigd worden. Ik was mee om foto’s te maken en ik ben ook even afgedaald in die plek waarvan het bestaan van het hele dorp afhangt.

Burgemeester (rechts) en adjoint poetsen de bodem van het waterreservoir.

Momenteel bestuderen we de mogelijkheid om een nieuwe waterbel aan te boren. Een technisch dossier waar ik nog niet alles van begrepen heb. Maar dat komt. Ik heb nog bijna zes jaar tijd om me in te werken. En eigenlijk is het best boeiend.

Conseil Municipal

Intussen is de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. De installatievergadering was formeel en informatief. Er werd een charter voorgelezen met een aantal regels waaraan de raadsleden zich te houden hebben. Daarna werden de burgemeester en de adjoints herkozen. Ze hielden alle drie een korte, ontroerende toespraak. Van de vier overige leden zijn mijn buurman en ik de nieuwelingen.

Een paar dorpelingen en sympathisanten woonden de zitting bij. Na de zitting was er een kleine receptie.

Alles in het klein dus. Maar de stemming was goed. Ik heb er zin in. Al betekent dit qua taal best een uitdaging. Ik moet wennen aan de administratieve terminologie en aan het radde Frans van mijn collega’s.

Een burgemeester, twee adjoints en vier gemeenteraadsleden

Lente

Als ik in dit blog terugblader naar de vorige jaren vallen me vooral de alarmerende berichten over de droogte op. En misschien ook de lange stiltes.
Laat ik beginnen bij het weer: de situatie is nu helemaal omgekeerd. Voor de derde keer dit jaar viel onlangs de regen dagenlang onafgebroken op onze daken. In elk huis in ons dorp stond ten minste één emmer om lekken op te vangen, ook in het mijne. Langs de wandelwegen stromen nu nog steeds riviertjes met kleine watervallen en overal is het ruisen van de grotere rivieren te horen. Tijdens die regens raakte de weg naar het dorp geblokkeerd door aardverschuivingen. Gelukkig worden deze ‘éboulements’ meestal snel opgeruimd door de bijzonder goed werkende wegenwerkenorganisatie van de regio. Het beste nieuws is dat de dorpsbron opnieuw volop stroomt. Tot nu klaagt niemand. We zijn maar al te blij met al dat water, de ongemakken nemen we erbij.

De stiltes hadden te maken met een periode waarin veel tijd naar mijn familie ging, daarna met een schrijf-inhaalbeweging. In januari leek alles weer op rolletjes te lopen en net toen ik een nieuwjaarbericht voor dit blog wilde schrijven, gebeurde een drama in ons dorp, waarbij een kind het leven verloor. Ik kon en wilde er niet over schrijven. Ik vond er de woorden niet voor. In een kleine gemeenschap als de onze slaat zoiets hard in. Twee maanden later kan er nog steeds niet hardop over worden gesproken.

Het gebeuren en de bedrukte sfeer nadien zetten me aan het denken. We hadden het drama niet kunnen voorkomen. Misschien kunnen we in de toekomst wat meer naar elkaar omkijken? Zou een gemeenschappelijk project daarbij kunnen helpen? Ik vroeg me af hoe ik zoiets zou kunnen aanmoedigen en stelde me uiteindelijk kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik raakte min of meer automatisch verkozen, want er was maar één lijst en die was te nemen of te laten. Vanavond wordt de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd.

Vorig jaar las ik het essay Optimisme zonder hoop van Tommy Wieringa. Dit boekje gaat vooral over het klimaat, maar de gedachte dat het zinvol is om optimistisch en ondernemend te blijven als er weinig hoop meer is, heb ik meegenomen. Intussen is de dorpstuin opnieuw een gemeenschappelijke tuin geworden. De laatste jaren was ik de enige die hem nog bewerkte. Een aantal buren hebben nu geholpen met de heraanleg. De oogst gaan we delen. Misschien is dat een begin.

Extinction

Bij wijze van luisteroefening ben ik gisteravond nog eens naar de gemeenteraad geweest. Mijn Frans is intussen goed genoeg om mijn weg te vinden in de administratie, om boodschappen te doen, inlichtingen te vragen, telefoontjes te plegen, mails te sturen en een redelijk gesprek te voeren. Maar soms kost het moeite om alles te verstaan. Vooral als er snel gepraat wordt, met een sterk Catalaans accent en zeker als de toon wat plat wordt. Daarvoor moet je dus in het gemeentehuis zijn, waar de gemeenteraadsleden, vooral boeren en tuinders, onder leiding van onderwijzeres Céline, het dorp erop vooruit willen doen gaan.
Het punt dat gisteravond voor de heftigste discussie zorgde, stond niet eens op de agenda. Het viel onder ‘questions divers’. Het ging over de dorpsverlichting (zestien lantaarnpalen) die de hele nacht blijft branden. Er gaan stemmen op om de lampen te doven tussen 23.00u en 06.00u (of 24.00u en 05.00u). Een schriftelijke bevraging van de bevolking brengt de verdeeldheid daarover aan het licht:
11 stemmen voor de uitdoving
4 stemmen tegen
3 onbeantwoorde formulieren.

De discussie bracht de volgende uiteenlopende voorstellen op tafel:
1. Dit is een democratie, de meerderheid is voor de uitdoving, dus we doen dat gewoon.
2. Laten we het hele project van tafel vegen om verdeeldheid in het dorp te vermijden.
3. Laten we een compromis zoeken, bijvoorbeeld 2 of 3 lampen aanlaten en de rest uit.
4. Laten we een jaar testen.

Het was wonderlijk om te horen hoe mensen draaien en keren, hoe sommigen eerst voor en dan tegen waren en omgekeerd.

Tot mijn opluchting sloot de burgemeester de discussie af met de belofte dat ze een of meerdere compromisvoorstellen zou becijferen en dat de beslissing pas genomen zal worden na uitgebreide studie en overleg. Dat lijkt me in ieder geval beter dan een eenzijdige beslissing door de burgemeester, zoals dat in een naburig dorp gebeurde. Hij zet het dorp gewoon een jaar in het donker en daarna wordt er geëvalueerd.

DSCN2128