Intussen in Frankrijk – 6

Vanmorgen heb ik de voorraadkasten wat grondiger geïnspecteerd. Aanleiding was het bericht dat we ons nu niet verder dan een kilometer van huis mogen verplaatsen. En voor de dichtsbijzijnde winkel moet ik ongeveer 11 km ver.

Gisteren bood Marie, een dorpsgenote, nog aan om wat boodschappen voor me mee te brengen als ze donderdag naar het dal zou gaan, maar de kans dat ze naar de supermarkt in Prades (21 km) geraakt lijkt me erg klein. In het beste geval kunnen we misschien onze burgemeester naar het kleine supermarktje in Vinça (11 km) sturen, waar ze vooral huismerken verkopen en de andere producten de helft meer kosten dan ergens anders.

En dus ging ik maar weer eens in de kasten kijken. Ik heb ook foto’s gemaakt zodat ik over een paar weken kan vergelijken. Want ik kan zeker nog een aantal weken overleven. En misschien wel langer. Ik heb voldoende pasta, rijst en andere koolhydraten in huis, genoeg vetten (olijf- en andere olie, en nog een heel klein beetje boter), nog wat vis- en groentenconserven, veel te veel suiker, honing, konfituur en gedroogde vruchten. Twee pakjes chocolade, een pakje ‘cent wafers’ en een paar versuikerde karamellen. Een interessante voorraad wal- en hazelnoten. En een halfvolle diepvriezer met vlees (lamsvlees, rundvlees en vier duifjes die ik van een dorpsgenoot kreeg).

Ik zal dus zeker niet van honger omkomen. In de tuin groeit ook nog van alles en hopelijk wachten de kippen van de burgemeester niet te lang met het leggen van hun eerste ei.

Gisteren vernam ik dat mijn dichtstbij wonende buurman vandaag via Parijs terugkeert uit de VS. Hij zal twee weken in quarantaine moeten, maar dat zijn we inmiddels allemaal.

Met hem is inmiddels in ons dorp bijna iedereen terug van weggeweest. Het goede moment om een volkstelling te houden. Daar ga ik me ‘un de ces quatre’ eens mee bezig houden.

 

Intussen in Frankrijk – 5

Wanneer ik op vakantie ben geweest, doe ik meestal de volgende dag boodschappen. Even naar de biowinkel en naar de supermarkt in Prades, de koelkast en de voorraadkast aanvullen en hup, ik kan weer een weekje op de berg blijven.

Dat was ik ook van plan nadat ik vorige maandag halsoverkop vanuit België terug naar huis was gereisd. Maar de dag erna ging de ‘confinement’ in en ik besloot nog een paar dagen te wachten. Ik had geen zin om me tussen de hamsteraars te begeven. Ik keek rond in de keuken, inspecteerde de diepvriezer en onderzocht de moestuin op oud en nieuw groen en ik besloot dat ik nog kon wachten tot na het weekend om boodschappen te doen.

En nu is het zondagavond, ik zou morgen gaan winkelen, maar ik vond het creatief koken deze week zo fijn, dat ik ga proberen om het tot 1 april uit te houden. En echt moeilijk zal dat niet zijn: in de diepvriezer heb ik lams- en rundsvlees van de dorpsboerderij, in mijn voorraadkast ontdek ik allerlei dingen waarvan ik het bestaan vergeten was en die nog niet over de houdbaarheidsdatum zijn, en in de tuin staan nog prei en selder die ik in het najaar geplant heb en schieten jonge plantjes op van uitgezaaide sla en snijbiet.

De enige dingen waarover ik twijfelde waren boter, eieren, melk en kaas. Ik heb nog een dobbelsteen boter, vier eieren, twee halve liters melk, een stukje parmezaan en een stukje emmentaler. Een paar dagen geleden dacht ik nog dat ik die zuivelproducten echt nodig had, maar nu denk ik: als ik met alles heel zuinig omga, haal ik 1 april wel en anders moet het maar zonder. Ik vind het zelfs grappig om te merken hoe sommige dingen na een tijdje minder onmisbaar blijken te zijn dan eerst gedacht.

Ik heb ook geen vers fruit in huis, maar wel rozijnen, abrikozen, walnoten en hazelnoten en ook nog vijgen in de diepvriezer.

Vanmorgen heb ik een brood gebakken en ik heb nog genoeg bloem voor een tweede brood later op de week. Onze burgemeester vroeg me trouwens mijn recept van brood-zonder-kneden. Ze liet me ook weten dat ze drie legkippen heeft gekocht en dat ik over een paar weken eieren bij haar mag halen. Allemaal via WhatsApp want zij houdt zich voorbeeldig aan de regels.

Ze stuurde ook een filmpje rond waarin ze laat zien dat ze eigenhandig een das heeft gevangen. Ze heeft hem in een kooi gezet en hem een paar kilometer buiten het dorp weer vrijgelaten. Goed van haar, voor onze moestuinen, en ook voor de das. Want hij zou de eerste niet zijn die door de buurman doodgeschoten wordt.

Vanavond heb ik risotto gemaakt zonder witte wijn en boter, en toch was hij lekker. Ik denk erover om mijn kookblog nieuw leven in te blazen. Want nu is het echt koken uit de kast.

20200319_132333

Wildplukslaatje met vogelmuur, navelkruid, rucola, walnoten en goudsbloemblaadjes.

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk – 4

Vanmorgen zag ik in ons dorp twee mannen die de gebroken telefoonpalen kwamen repareren. Ik weet niet of er in ons dorp nog iemand een vaste telefoon heeft, maar ik heb de mannen toch maar vriendelijk bedankt.

Daarna hoorde ik ergens een bosmaaier, maar er was niemand te zien.

Tegen de avond kon ik mijn buurman, die ik liever op afstand houd, niet ontwijken en heb ik een tijdje naar zijn gefoeter op de ongedisciplineerde Fransen geluisterd.

Voorlopig ga ik maar geen boodschappen doen. In de supermarkten schijnen heuse vechtpartijen te ontstaan. Ik spreek de voorraad aan, daar dient het voor. En ik vind het eigenlijk wel fijn dat er wat ruimte in de kasten komt.

Vandaag was het de internationale dag van het geluk. Wat een geluksvogel ben ik toch.

Ik keek naar het Belgische journaal en ik kreeg de tranen in de ogen.

 

Boek of Bon?

Lieve lezers

Velen van jullie hebben het verschijnen van mijn debuut ‘Colombe’ eind november 2019 van ver of van dichtbij meegemaakt.

Sinds die tijd krijg ik nog wekelijks e-mailtjes of sms’jes van mensen die Colombe intussen gelezen hebben, berichtjes die mij elke keer weer blij maken en waarvan je er een deel hier kunt lezen.

Daarom durf ik jullie mijn boek warm aanbevelen. Heb je het nog niet gelezen? Ga met Colombe op zoek naar Amparo, ik beloof je een verrassend einde.

Samen met Colombe kun je een paar uur verdwijnen in het Zuid-Frankrijk van de negentiende eeuw, in een streek waar, zoals overal, influenza kon uitbreken, en mensen in hun dorp moesten blijven als dat gebeurde, en waar berichten te voet of te paard werden overgebracht.

Heb je het boek intussen wel al gelezen? Dan ken je vast iemand die er net als jij zou van genieten.

Bestel Colombe bij boekhandel Kartonnen Dozen en maak meerdere mensen blij: jouw vriend of vriendin, het team van boekhandel Kartonnen Dozen, èn mij.

Bestel gauw, nu het nog kan.

Dank je wel!

Christine

PS Wil je nu geen boek kopen, maar toch boekhandel Kartonnen Dozen steunen? Koop dan een aankoopbon van 10 euro, en maak jezelf of iemand anders blij als we weer de straat op mogen. Stort 10 euro of een bedrag naar keuze op het rekeningnummer: BE04 3200 3922 2931 van boekhandel Kartonnen Dozen en stuur een mailtje naar info@kartonnendozenlgbt.be.  Zij sturen jou dan een unieke code waarmee je later een boek, een film of een spel kan kopen.

PPS Het hoofdstuk waarin Colombe met een influenza-epidemie te maken krijgt, kun je hier lezen.

 

Intussen in Frankrijk -3

Gisteren heb ik op de hele dag maar twee dorpsgenoten gezien. Het zijn de enige mensen waarvan ik met plezier wat afstand houd. Ik wens hen alle goeds toe, maar ik heb ze liever niet in de buurt.

Nog meer dan anders maak ik tijd voor mensen die goed nieuws verspreiden. Zo luister ik af en toe naar De wereld van Sofie op Radio één, dat voorlopig tot We zullen doorgaan omgedoopt werd. En gisteren hoorde ik daar een interview met De man met de microfoon, een Nederlandse man die al een paar jaar een podcast maakt met en over gewone mensen, en die het thema van de dag heel mooi aanpakt. Wie er oren naar heeft, moet hier maar eens gaan luisteren. Dit is  namelijk de aflevering van 17 maart en daarin geeft de moeder van de presentator haar dagelijkse tip (vanaf min. 2.25). En die klinkt ongeveer zo: ‘Nu we voorlopig niet met vakantie kunnen gaan: kijk om je heen, naar je omgeving, naar je stad, je dorp, je straat, je huis en de huizen om je heen, alsof je er met vakantie bent.’

Wat vind ik dat een prachtige tip en die mevrouw brengt dat zo schattig. Ik merk dat ik er af en toe aan denk, en ik merk ook dat ik vanzelf al anders naar de dingen kijk.

Zo kijk ik helemaal anders naar mijn huisje. Ik kijk niet meer met de vraag: wat kan ik veranderen, verbeteren, vernieuwen?, maar meer met de vaststelling: alles is er er al, en het werkt. Elke keer als ik de aan-knop van mijn twintig jaar oude wasmachine indruk, en het water begint te stromen, spring ik een gat in de lucht. Ze werkt nog!

Op dezelfde manier kijk ik naar de na-winterse moestuin. Niet met de vraag: welke planten en zaden kan ik nog kopen? Maar: Wat staat er nog van vorig jaar? Welke wilde planten ken ik nog niet en zijn misschien ook eetbaar?  Zal ik die laatste gekiemde aardappeltjes die ik wou weggooien toch ook maar poten? Heb ik nog zaden liggen? Wat kan ik in bloempotten zaaien?

Dan denk ik aan mijn ouders en grootouders en hun verhalen over de oorlog, hoe ze ze zich uit de slag trokken met wat voorhanden was. Zij kunnen het niet meer vertellen, maar vanmorgen las ik dit mooie verhaal bij De Letterkoek:

‘Vandaag belde ik met mijn grootmoeder.
Zoals verwacht, stelt ze het goed. Oma klaagt niet. Oma klaagt nooit. Ze vertelde me dat ze de komende twee weken niet zal verhongeren, dat het huis spic en span is en dat ze de tuin onder handen neemt. Als ze moe wordt en de woonkamer is te stil, kijkt ze naar PlattelandsTV. Ze vertelde me ook dat ze viooltjes heeft gekocht voor de bloembak op de vensterbank. Want ‘daar fleurt een mens van op’. Ze benadrukte dat ik mij om haar geen zorgen moet maken. Ik moet vooral goed voor mezelf en mijn gezin zorgen, want zij heeft al een mooie tijd gehad in die 85-plus jaar. Daar is ze dankbaar voor, altijd al geweest. Dankbaarheid is een mooie eigenschap, oma. Tot snel. x’

Wat ik van deze mevrouw leer: ‘Door goed voor mezelf te zorgen, zorg ik ook voor anderen, want zij hoeven zich tenminste geen zorgen over mij te maken.’

 

 

Tot mijn vreugde heeft deze erg frisse muntsoort zich eindelijk in de moestuin geïnstalleerd.

De blaadjes en de bloemblaadjes van de goudbloemen zijn eetbaar. Ik strooi ze op slaatjes en op rijst, maar wellicht zijn er nog meer leuke ideeën.

Intussen in Frankrijk – 2

Dinsdag 17 maart 2020

12.00 u. De lockdown gaat in.

12.01 u. Onze vorige/nieuwe burgemeester stuurt een attest rond dat we zelf moeten invullen: een verklaring dat we boodschappen gaan doen, naar het werk of het ziekenhuis gaan, of de hond gaan uitlaten. Dit attest moeten we kunnen voorleggen bij controle als we naar het dal gaan.

14.00 u. Een dorpsgenote belt me om te vertellen dat haar hoogbejaarde zus na een slepende ziekte is overleden en dat ze niet naar de crematie mogen. Ze vraagt ook om voorlopig niet op bezoek te komen.

15.00 u. De burgemeester stuurt een sms’je rond om te vragen of we het attest ontvangen hebben en biedt haar diensten aan.  Zou ik haar om een kilo appelen en een bos wortelen sturen?

16.00 u. Ik sta in de winterse moestuin te speuren naar iets eetbaars als ik schrik van de stem van de burgemeester.

‘Heb je je attest bij?’ vraagt ze streng.

‘Heu, nee,’ zeg ik. ‘Hier is toch geen politie?’

‘Maar ik ben hier,’ zegt ze, en ze schiet in een lach.

17.00 u. Ik ga wat houtsprokkelen en ik kom een buurvrouw tegen. Ze heeft al en hele tijd ernstige gezondheidsproblemen en is dus extra kwetsbaar. Van op afstand wisselen we wat algemeenheden uit.

18.00 u. Ik pook het vuur in de kachel op want buiten is het mistig, vochtig en koud.

18.30 u. Ik bestel het boek Vriendschap in tijden van eenzaamheid en laat het naar een zus sturen. Ik weet dat ze haar koffiemomentjes in de stad mist.

 

Vriendschap-in-tijden-van-eenzaamheid

Intussen in Frankrijk (en België)

Eigenlijk had ik me voorgenomen om de komende tijd wat minder te bloggen. Vooral om organisatorische redenen. En dan waren er ook nog die vele berichten over hetzelfde thema waar ik -vond ik- niets aan toe te voegen had.

Maar toen kwamen de kronieken uit Spanje en begon ik me af te vragen hoe het intussen in Zwitserland en Kreta zou zijn. Laat ik dan toch ook maar af en toe een stand van zaken geven over het leven in een dorp op een berg, in vreemde tijden.

Wat vooraf ging: Tien dagen geleden reisde ik naar België om er een maand in een boekhandel te gaan werken. Ik zou van de gelegenheid gebruikmaken om een hele rij vrienden en familie te zien, om mijn museumkaart eindelijk een keer te gebruiken, een paar bioscoopfilms in te halen, af en toe een Westmalle te gaan drinken en eens lekker uit eten te gaan.

Die plannen moest ik al na een paar dagen beginnen opbergen, en na het lezen van Kathleens wedervaren in Spanje, en vervolgens een paar uur twijfelen, besloot ik uiteindelijk zo snel mogelijk terug te keren naar de berg.

Gisterenmiddag nam ik de trein naar Perpignan, gelukkig maar, want vandaag of morgen zou dat misschien al niet meer mogelijk zijn geweest, en gisteravond haalde een vriendin me af van het station. In de auto luisterden we naar de toespraak van de president en begreep ik dat Kathleens verhaal nu wel snel het onze zou worden.

In het dorp aangekomen was het -zoals gewoonlijk- donker en doodstil. Wellicht zal hier weinig veranderen want ik kan me niet voorstellen dat hier opeens politie zal komen patrouilleren om te kijken of we wel in onze huizen blijven. Maar ik ben benieuwd of we met elkaar nieuwe communicatiemiddelen gaan uitproberen en of we het boodschappen doen gaan regelen. Ik wacht nog even af en geef het kersverse (sinds eergisteren) gemeentebestuur de kans om zich meteen nuttig te maken. Maar als ik zelf naar het dal moet om de voorraden aan te vullen -al probeer ik dat zo lang mogelijk uit te stellen- zal ik wel eerst even rondvragen of ik iets kan meebrengen. Tot zover mijn Franse burgerzin.

Want als ik heel eerlijk ben, gaan mijn gedachten vandaag nog vooral naar België, naar mijn vrienden en familieleden die wellicht wekenlang zullen moeten binnenblijven. En naar de boekhandel waar ik maar amper een paar dagen in de winkel kon staan. Net lang genoeg om te merken dat ik -na de stress van het inwerken- dit echt heel leuk zou hebben gevonden, en net lang genoeg om kennis te maken met een enthousiast team dat er alles aan doet om de klanten zo goed mogelijk te helpen en zo de boot drijvend te houden. Want kleine boekhandels hebben het tegenwoordig al moeilijk, maar deze boekhandel is extra kwetsbaar.

De winkel is tot nader order nog open op donderdag en vrijdag, maar wellicht niet lang meer. Maar de online-shop blijft open. En kijk eens wat voor kansen dit biedt!

Niet alleen kan iedereen zich nog boeken laten sturen, want nu hebben velen van ons lekker meer tijd om te lezen, je kunt nu ook een dubbele goede daad stellen.

Bestel een boek voor iemand anders. Nu je niet op bezoek kunt gaan bij mensen waarvan je denkt dat ze het extra moeilijk hebben, kun je wel iets anders doen. Geef blijk van je bekommernis en je vriendschap door hen te verrassen met een pakje van KaDo. Zo verblijd je iemand en tegelijk houd je in deze woelige tijden dit mooie schip drijvend.

Boekhandel Kartonnen Dozen is gespecialiseerd in LGBTQ-thema’s, maar het assortiment reikt een heel eind daarbuiten. Bovendien kun je om het even welk boek bij hen bestellen. Ze hebben ook films, prachtige kinderboeken en spellen.

Verras eens een ander en/of verras jezelf!

 

PS En ze verzenden je pakje gratis vanaf 25 euro.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verliefde buschauffeur

‘Gaat u wel naar Perpignan?’ vroeg ik, ‘De bus stopt anders altijd aan de overkant.’

‘Dat hangt af van de chauffeur,’ zei de chauffeur, ‘ik stop altijd op de officiële stopplaats en die is hier, aan deze kant van de straat.’

Hij beantwoordde mijn vraag geduldig en zelfs vriendelijk.

‘Leg uw koffer maar op een zitplaats,’ zei hij nog en hij vertrok richting Prades. Bij de hoofdweg keerde hij gelukkig naar rechts, richting Perpignan.

Enigszins gerustgesteld liet ik me achterover zakken in mijn stoel, maar na een tijdje toog mijn fantasie aan het werk. Vanop mijn plaats kon ik de man observeren, hij had een fijn gezicht, hij droeg een bril op zijn spitse neus en hij glimlachte. Hij glimlachte door de grote voorruit van de bus, naar niemand, naar de straat. Hij glimlachte gewoon voor zich uit.

Alsof hij iets in gedachten had. Alsof hij iets van plan was, begon ik te denken. En ik zag me al samen met de andere passagiers ontvoerd en gegijzeld in een van de dorpen tussen Vinça en Perpignan.

Hij reed het eerste dorp in. Toen herinnerde ik mij dat de laatste bus op vrijdagavond geen expressbus is. Hij zou alle twaalf dorpen tussen Vinça en Perpignan aandoen. En dat deed hij. Hij stopte overal. En alle mensen die opstapten kregen een vriendelijk ‘bonsoir’ en soms nog een paar woordjes daarbovenop.

‘Koud hé? Oui, ça caille. Installez-vous, il fait bien chaud ici.’

In het vijfde dorp zette hij de bus aan de kant en stond op. Hij wendde zich tot het gezinnetje achter mij, een moeder met drie kinderen.

‘Il est malade le petit ? Il a vomi ?’

Hij opende een koffer boven één van de stoelen, haalde uit een rugzak een plastic zakje en gaf het aan het kind.

‘Tiens, mon petit, als je nog moet overgeven, doe het dan in dit zakje.’

En tot de moeder: ‘Dat mag u altijd vragen, mevrouw, als er eentje ziek is. N’hésitez pas.’

 

We reden verder. Het bleef stil achter mij. De chauffeur glimlachte verder de nacht in. Hij bleef glimlachen tot de eindhalte.

‘Terminus!’ riep hij vrolijk.

Hij stopte de bus, opende de deuren en riep de reizigers die vooraan wilden uitstappen een halt toe.

‘Eerst even de koffer van deze mevrouw naar beneden brengen.’ En hij tilde mijn zware koffer van de stoel en bracht hem naar de straat.

Terwijl ik controleerde of ik niets vergeten had, stapten de anderen af. Ik keek op naar de bus en zag de chauffeur door de middengang lopen en de plaats waar het zieke jongetje gezeten had, schoonmaken. Daarna ging hij weer in de chauffeursstoel zitten. Hij glimlachte nog steeds.

Voor ik het station inliep, ging ik nog even bij de deur van de bus staan.

‘Monsieur, vous êtes très gentil,’ zei ik wat onhandig.

Hij glimlachte.

‘Bonne soirée,’ zei hij.

De rest van de avond bleef ik aan hem denken. Die man was ronduit gelukkig, dacht ik. Misschien had hij net een nieuwe baan en genoot hij van zijn eerste ritten.

Of misschien is hij verliefd. Ik stelde me voor hoe hij zijn bus naar de standplaats zou brengen en vandaar naar huis zou gaan, waar iemand op hem wachtte. Dat moest het zijn.

Of zouden sommige mensen gewoon heel vriendelijk van nature zijn?

 

 

 

 

Mooi India

Ik ben geen India-kenner. Dit was pas mijn tweede India-reis in tien jaar en deze keer ben ik onvoorbereid en onbevangen vertrokken. Ik zou een reisje in het zuiden maken met mijn zus, mijn schoonbroer en hun dochter en ik zou de rest van de tijd bij hen thuis doorbrengen. Ik hoefde dus niets te organiseren en dat was pure luxe, ik kon me tijdens het reizen achterover laten zakken en rustig observeren. Laat ik beginnen met iets te schrijven over al het moois dat ik zag.

De mensen zijn er mooi. Ik houd van het Indiase type, hun lichtbruine huid, grote donkerbruine ogen, prachtige zwarte haar. De mooiste mensen (maar dat is een kwestie van smaak) zag ik lang geleden in Mombassa, Kenia, waar je mensen ziet die Afrikaanse en Indiase trekken samen hebben.

De mensen zijn er elegant. Vrouwen kleden zich in sari of in een shalwar kameez, een lange tuniek met een bijpassende broek en een elegante dupatta, een sjaal die losjes over een schouder hangt of naargelang het weer en de gelegenheid rond het bovenlichaam wordt gedrapeerd. Deze kledingwijze is van zichzelf al elegant, maar de kleuren zijn erg uitgesproken en altijd uitgekiend gecombineerd. Nergens zie je vloekende kleuren. De sari’s hebben een bijpassend bloesje, de stoffen van de tuniek, de broek en de dupatta zijn variaties op hetzelfde thema. Die elegantie zie je bij alle lagen van de bevolking. Hoe rijker de mensen hoe sjieker de stoffen, maar ook arme vrouwen, vrouwen die in dienst zijn of die op het veld of in de bouw werken, en in de sloppenwijken wonen, dragen een sari met een bloesje in de bijpassende kleur. Ook de mannen dragen hun kleding met zorg. Meestal broeken met hemd of tuniek, soms een lungi. Een lungi is een lendendoek die als een soort rok rond de heupen wordt gedrapeerd, in het zuiden wordt die rok naar boven gevouwen en vastgeknoopt zodat hij meer op een soort korte pofbroek gaat lijken.

Waar we ook kwamen, ik kon niet ophouden met kijken naar de prachtige stoffen en de wijze van dragen.

IMG_6142

Familiekiekje: mijn nichtje Shirin, met haar Indiase nichtjes.

***

De natuur is er mooi. De steden zijn vervuild en daar wordt inmiddels werk van gemaakt, maar je hoeft niet ver te gaan om mooie landschappen te zien.

 

20200212_064844

Zonsopgang in Allepey, Kerala

 

img_2840

Theeplantages in Munnar, Kerala

***

Het culturele erfgoed is oneindig en onbeschrijflijk, en soms verwaarloosd wegens te veel en te duur, en andere prioriteiten, soms met zorg gerestaureerd en prachtig gepresenteerd. Er zijn pareltjes van musea, om er maar een paar te noemen: het elegante historische museum in Mumbai, het museum van de mens en het erfgoedmuseum in Bhopal, het Mattancherry Palace in Kochi. De historische architectuur is overal aanwezig, in de steden en de dorpen. Van de imposante art deco gebouwen in Mumbai tot de tempels en paleizen in alle steden en de traditionele huisjes op het platteland.

prince-of-wales

Het historische museum in Mumbai (foto: Incredible India)

ART-DECO-MUMBAI-3-e1498737766545

Art Deco appartementsgebouwen in Mumbai (foto Lonely Planet)

 

We kennen India de laatste jaren via de media als een land met grote problemen en schrijnende situaties, maar de schoonheid, de elegantie en de waardigheid hebben op mij minstens evenveel indruk gemaakt.

Alleen jammer dat ik geen goed foto-apparaat meegenomen had. Dat staat al op mijn lijstje voor een volgende keer.

 

 

 

Creatieve uitwisseling

Er zijn duizenden mooie projecten in de wereld die onze aandacht en steun verdienen, maar niet iedereen kan of wil geld missen. Zich financieel veilig en verzekerd voelen is belangrijk. En zoals ons tijdens de veiligheidsdemonstratie in het vliegtuig geleerd wordt: trek het zuurstofmasker en het reddingsvest eerst zelf aan vooraleer je anderen gaat helpen.

Een aantal lieve mensen zijn ingegaan op mijn uitnodiging om de Sambhavna-kliniek financieel te steunen. Die steun is op dit moment hard nodig. Maar er zijn ook andere manieren dan geld geven om een organisatie te helpen.

Ik denk zelfs dat het nog meer zin heeft om na te denken over de vraag hoe we een organisatie kunnen helpen om zelfredzaam te worden. En dat denk ik niet alleen. Hulporganisaties denken meer en meer in die richting, testen allerlei strategieën uit, vallen en staan weer op. Net zoals we dat zelf ook doen. We denken soms iets goeds te doen, maar we krijgen een heel ander en soms ongewenst effect.

Laat ik vooral voor mezelf spreken. Mijn reis naar India heeft me over allerlei dingen aan het denken gezet. Hier zijn er een paar:

Het is in India niet allemaal kommer en kwel. Daar beloof ik nog minstens een bericht over te schrijven. Wat we in de media horen en zien zijn vooral dingen die flink fout zijn gegaan en die zijn er, we kunnen er niet omheen. Soms ziet het er zo hopeloos uit dat ik de armen laat zakken en ik me liever afsluit. Er zijn dichter bij huis misschien ook mensen die hulp nodig hebben, denk ik dan. 

Maar toevallig ben ik geraakt door dat ene kleine, wat verkommerde gasrampmuseum en de daaraan verbonden kliniek. En ik kies ervoor om daar iets voor te doen. 

Ik kan geld geven. Dat is nodig en het is gemakkelijk. Niets op tegen. 

Ik kan nadenken over andere manieren om te helpen. En nog beter, ik kan hardop nadenken daarover. En ik kan er schrijvend over nadenken. Elisabeth, haar dochter Shirin, en ik hebben samen hardop nagedacht over het museum. En daar kwam het volgende uit: Bij het onthaal was nauwelijks iets te koop, alleen een paar onaantrekkelijke mokken. Er lag maar één beduimeld foldertje over het museum. Als we nu eens mensen zochten die nuttige, duurzame gadgets willen ontwerpen, die we in India kunnen laten vervaardigen en die we bij het onthaal kunnen laten verkopen. We zouden zelfs een kleine museumshop kunnen inrichten. 

We blijven nog even in het denkstadium daarover. Want laat ik een kleine omweg maken. 

Ik kan mijn vaardigheden gebruiken. Schrijven is een vaardigheid. Over het gasrampmuseum schrijven is helpen. 

En laat ik eerlijk zijn: ik ben geen altruïst. Ik geloof niet eens in altruïsme, maar nogmaals, ik spreek voor mezelf. Ik doe graag iets voor iemand anders èn ik krijg graag iets terug. Dat hoeft niet rechtstreeks van die ander te komen, maar het kan komen uit de handeling van het geven zelf. Elk schrijven is namelijk oefenen en leren en hopen dat het schrijven alsmaar beter wordt. Ik schrijf over het gasrampmuseum en over mijn denken daarover en tegelijk oefen ik mijn schrijfvaardigheid. Dit noem ik creatieve uitwisseling en dat klinkt helemaal anders dan ‘liefdadigheid’. 

Heeft niet iedereen minstens één vaardigheid die je graag wilt ontwikkelen? Waarom die vaardigheid niet even inzetten voor een interessant doel en er tegelijk van leren en vaardiger worden?

Heeft iemand ideeën over wat je zelf in een museumwinkel zou willen kopen? 

Is er iemand die een nuttig en duurzaam voorwerp in bijvoorbeeld een gebatikte Indiase stof of in andere materialen wil ontwerpen?

Kan iemand een label voor die voorwerpen ontwerpen? 

Wil iemand bruikbare citaten zoeken of zelf een leuke tekst verzinnen om op mokken of T-shirts te drukken?

Dit zijn maar een paar voor de hand liggende voorbeelden. Ik ben er zeker van dat veel creativiteit onderbenut is en ligt te wachten op ontwikkeling en concrete toepassing.

Ik kijk uit naar jullie originele ideeën en/of naar jullie mening daarover. 

IMG_2098