Intussen in Frankrijk -3

Gisteren heb ik op de hele dag maar twee dorpsgenoten gezien. Het zijn de enige mensen waarvan ik met plezier wat afstand houd. Ik wens hen alle goeds toe, maar ik heb ze liever niet in de buurt.

Nog meer dan anders maak ik tijd voor mensen die goed nieuws verspreiden. Zo luister ik af en toe naar De wereld van Sofie op Radio één, dat voorlopig tot We zullen doorgaan omgedoopt werd. En gisteren hoorde ik daar een interview met De man met de microfoon, een Nederlandse man die al een paar jaar een podcast maakt met en over gewone mensen, en die het thema van de dag heel mooi aanpakt. Wie er oren naar heeft, moet hier maar eens gaan luisteren. Dit is  namelijk de aflevering van 17 maart en daarin geeft de moeder van de presentator haar dagelijkse tip (vanaf min. 2.25). En die klinkt ongeveer zo: ‘Nu we voorlopig niet met vakantie kunnen gaan: kijk om je heen, naar je omgeving, naar je stad, je dorp, je straat, je huis en de huizen om je heen, alsof je er met vakantie bent.’

Wat vind ik dat een prachtige tip en die mevrouw brengt dat zo schattig. Ik merk dat ik er af en toe aan denk, en ik merk ook dat ik vanzelf al anders naar de dingen kijk.

Zo kijk ik helemaal anders naar mijn huisje. Ik kijk niet meer met de vraag: wat kan ik veranderen, verbeteren, vernieuwen?, maar meer met de vaststelling: alles is er er al, en het werkt. Elke keer als ik de aan-knop van mijn twintig jaar oude wasmachine indruk, en het water begint te stromen, spring ik een gat in de lucht. Ze werkt nog!

Op dezelfde manier kijk ik naar de na-winterse moestuin. Niet met de vraag: welke planten en zaden kan ik nog kopen? Maar: Wat staat er nog van vorig jaar? Welke wilde planten ken ik nog niet en zijn misschien ook eetbaar?  Zal ik die laatste gekiemde aardappeltjes die ik wou weggooien toch ook maar poten? Heb ik nog zaden liggen? Wat kan ik in bloempotten zaaien?

Dan denk ik aan mijn ouders en grootouders en hun verhalen over de oorlog, hoe ze ze zich uit de slag trokken met wat voorhanden was. Zij kunnen het niet meer vertellen, maar vanmorgen las ik dit mooie verhaal bij De Letterkoek:

‘Vandaag belde ik met mijn grootmoeder.
Zoals verwacht, stelt ze het goed. Oma klaagt niet. Oma klaagt nooit. Ze vertelde me dat ze de komende twee weken niet zal verhongeren, dat het huis spic en span is en dat ze de tuin onder handen neemt. Als ze moe wordt en de woonkamer is te stil, kijkt ze naar PlattelandsTV. Ze vertelde me ook dat ze viooltjes heeft gekocht voor de bloembak op de vensterbank. Want ‘daar fleurt een mens van op’. Ze benadrukte dat ik mij om haar geen zorgen moet maken. Ik moet vooral goed voor mezelf en mijn gezin zorgen, want zij heeft al een mooie tijd gehad in die 85-plus jaar. Daar is ze dankbaar voor, altijd al geweest. Dankbaarheid is een mooie eigenschap, oma. Tot snel. x’

Wat ik van deze mevrouw leer: ‘Door goed voor mezelf te zorgen, zorg ik ook voor anderen, want zij hoeven zich tenminste geen zorgen over mij te maken.’

 

 

Tot mijn vreugde heeft deze erg frisse muntsoort zich eindelijk in de moestuin geïnstalleerd.

De blaadjes en de bloemblaadjes van de goudbloemen zijn eetbaar. Ik strooi ze op slaatjes en op rijst, maar wellicht zijn er nog meer leuke ideeën.

Onaffe verhalen

Eerst was er de vrouw bij de bushalte in Vinça. Ze was een verhaal op zich, met haar witte kunstbontmuts onder haar kin geknoopt en haar nylon handtas die openhing. Ze bleef mij maar vele mooie dingen toewensen omdat dat geluk bracht. Veel geluk had ze nog niet gehad, maar voor ze de details kon geven, was de bus daar.
Mijn bus, want zij nam de volgende. Misschien maar beter zo, want er kwam die dag nog heel wat op mij af.
Mijn moeder had een moeilijke dag. Ze had geen zin om te gaan lunchen en ze vond dat ik maar in haar plaats, aan haar tafel in het restaurant moest gaan eten. Bij madame F en madame J, en madame V die soms het karafje wijn van mijn moeder aan haar lippen zet.
Ik kon haar toch overhalen om met mij naar het aparte zaaltje te gaan, waar bezoekers en residenten samen kunnen eten. Daar zaten nog een paar mensen die uitgenodigd waren door hun dochter of nichtje. Aan elke tafel werd hard gepraat, want de hoorapparaten werken vaak niet goed, zodat ik de gesprekken kon volgen. Maar mijn moeder had ook wat te vertellen.
Over haar oom, mijn peter, die een lief had. Dat meisje werkte in Brussel in een winkel en werd zwanger van haar baas. Toen het kind geboren werd, stopte ze het onder haar hoofdkussen. Het kind stierf, maar of het meisje daarvoor in de gevangenis terecht kwam, wist ze niet. En wat nonkel Louis toen gedaan heeft ook niet. Ze was nog klein.
Een paar jaar later had ze op zijn kamer in de laden van zijn commode gerommeld en had ze een kaart gevonden. ‘Duizend kussen, uw Maria’ stond erop. Of Maria dan het winkelmeisje was, wist ze niet. Wel had ze die avond aan tafel ‘Duizend kussen, uw Maria’ geciteerd. Wat haar bijna een oorveeg van nonkel Louis had gekost.

Mijn moeder is leverancier van onaffe verhalen, maar zij niet alleen. Al die mensen bij de bushaltes, op de bus, in het station, langs de straten. Ze vertellen een beetje aan de hand van hun kleren, hun schoenen, hun tassen, hun haardracht, de uitdrukking op hun gezichten. En ik ben zo nieuwsgierig als mijn moeder, die in de kamer van haar oom rommelde. Ik zou alles willen weten: wat voor werk ze doen, hoe ze thuis komen, of ze een hond of een kat hebben.

Ik vraag nooit iets. De mensen komen het mij zelf vertellen. Op bus 6 kwam een vrouw naast mij zitten die eerst vertelde dat ze ruzie had gemaakt met haar huisdokter omdat hij haar geen spuitje met antibiotica wou geven. Daarna zei ze dat ze een hekel aan de feestdagen had omdat haar dochter een paar jaar geleden in de kerstnacht door het raam was gevallen. Of gesprongen of geduwd. Ze zou het nooit te weten komen.
Ik wenste haar geen Bonnes Fêtes, maar wel Bon Courage. Sommige verhalen moeten elke keer opnieuw verteld worden, opdat de verteller ze zelf leert geloven.

Al die drama’s nam ik mee naar huis en ik dacht in mijn warme bed aan nog veel meer zichtbaar en onzichtbaar mensenverdriet. En toch was ik niet ongelukkig.