Le portillon

Weer een lieflijk woord: un portillon. Nee, het is niet het onwettig poortje bij mijn huis, maar het tuinpoortje van het station van Vinça. Dat station is overigens niet bemand, wel bewoond. Er huist een smid, die in de vroegere wachtzaal van het station hekken en trapleuningen smeedt.

Vanmorgen stond ik fout geparkeerd voor zijn portillon. Dat riep hij me toe vanop zijn smeedijzeren balkon, toen ik wat slaperig op de trein naar Perpignan stond te wachten. Ik was meteen klaarwakker en haastte me om me te verontschuldigen en de trap naar de parking op te lopen.

Mijn huurautootje was snel verplaatst, maar terwijl ik de trap weer afliep, hoorde ik de trein al op het perron. Ik zag het al gebeuren: weg trein, dan maar naar de latere bus.

Maar de dingen gaan hier anders dan in België: de trein wachtte! Hij werd staande gehouden door een meneer die mij de trap op had zien lopen. Kom maar! riep hij, ik houd hem tegen. En hij niet alleen, want niemand van de passagiers die met mij in de kou hadden staan wachten, was opgestapt. Ze wachtten tot ik over de sporen was.

Pas toen ik een voet op het trapje van de trein zette, stapte iedereen op. Er werden wat grapjes gemaakt, die ik niet verstond. Misschien maar beter zo.

Hard

Op een berg wonen is niet alle dagen rozengeur, maneschijn en everzwijnen, dat wist ik op voorhand. Soms is het hard werken en soms is het gewoon hard. Gisteren had ik een moeilijke dag. Op de planning stond boodschappen doen en de gasfles omwisselen in Prades en dat zijn niet bepaald mijn favoriete karweitjes. Om mezelf wat aan te moedigen, kleedde ik me wat stadser dan gewoonlijk en liep ik gezwind naar mijn gehuurde cinquecento. Ik wou vlotjes uit mijn eigen parkinkje naast de kerk rijden en reed daarbij een gemeentemuurtje aan. Aie, lelijke krassen in mijn mooie autootje en het gemeentemuurtje kapot. En daar stond dan nog mijn buurman op te kijken. Ik weet niet wat ik het ergste vond: de onvoorziene kosten of de deuk in mijn al wankele reputatie.

Wat volgde was een vlaag van neerslachtigheid, en het werd er niet beter op tijdens het winkelen in de ongezellige super-U. Bij mijn thuiskomst had ik veel zin om een vroege aperitief te nemen of in mijn bed te kruipen. Maar gelukkig was ik zo flink om de boodschappen uit te pakken, de keuken op te ruimen en nog een korte wandeling te maken. Vooral dat laatste hielp. De natuur verandert nu in sneltempo van kleur. Groen wordt geel en oranje. Bij het parc à moutons vond ik nog een late coulemelle, waarvan ik een heerlijk voorgerechtje maakte. Daarna een lekkere gegratineerde ajuinsoep en het leed was al bijna vergeten.

De foto is wat donker, maar het loont de moeite om er even op te klikken.

Wild

Gisterenochtend moest ik vroeg uit bed want er was niemand in het dorp die mij een lift kon geven en dus moest ik te voet de berg af. Tot Vinça is het twee uur flink doorstappen. Ik vertrok om kwart voor zeven want ik wou de bus van negen uur halen.  Om zeven uur kwam ik een loper tegen. Hij liep de berg op en had er al minstens acht kilometer opzitten als hij vanuit het dichtstbijzijnde gehucht vertrokken was. Hij liep gezwind en had zelfs nog genoeg adem om mij te groeten en nog verder de berg op te lopen.

Ik bracht de hele dag door in Perpignan en Cabestany en ’s avonds kwam ik terug met een huurauto. Een keer per maand doe ik mezelf een weekje auto cadeau. Ik reed traag de berg op want het was al donker. Halfweg kwam ik opnieuw een loper tegen. Hij groette niet, maar ging voorzichtig tegen de kant lopen en ik probeerde hem nog voorzichtiger te passeren. Jammer genoeg had ik geen fototoestel bij. Maar ik vond wel een prentje op het internet van eentje die er erg op leek. Mooi dier.

Hout!

Vandaag heb ik de kachel uit laten gaan. Ik kon me verwarmen aan de vijf stères hout die de vriendelijke man uit Prades in mijn straat had gestort. Hij leverde om kwart voor acht en om acht uur begon ik aan het helse karwei om alles gestapeld te krijgen. Ik begon met een paar handschoenen en een mand, maar om tien uur bracht mijn linker buurman mij een kruiwagen. Une brouette, weer een mooi woord geleerd. Dat was de enige hulp die ik kreeg, en gelukkig maar. Ik wou geen hulp en ik had al een paar mooie Franse zinnen in gedachten waarmee ik de eventueel aangeboden hulp vriendelijk maar kordaat zou weigeren. Maar het was niet nodig.

Le bois, ça chauffe plusieurs fois, grapte de burgemeester, terwijl hij met zijn handen in zijn zakken toekeek hoe ik mij uit de naad werkte om de straat weer vrij te krijgen. Er was nochtans geen haast bij. Ik hoefde het niet allemaal vandaag te doen, zei hij.  Er is namelijk maar één straat in het dorp en in die straat staat maar één huis en dat is het mijne. Rue de l’ église, zonder huisnummer dus. Face porte staat er soms bij, recht tegenover de kerkdeur.

Maar ik wou het hout in één keer binnenkrijgen en dat is me gelukt. Om zes uur was ik klaar, de straat schoongeveegd en al. En dit berichtje kan er nog net bij, maar daarna kruip ik in bed met een op de kachel opgewarmde baksteen tegen mijn stijve rug.

Autonomie?

Autonomie is een illusie en illusies hebben we nodig om onze beperkingen te ervaren en nederig te blijven. Dat heb ik zomaar uit mijn eigen mouw geschud tijdens een boswandeling die ik al even hard nodig had om te bekomen van een slopende dag.

Zo ben ik afhankelijk van de houtleverancier die hopelijk morgen of overmorgen komt en nog meer afhankelijk van la ERDF, Electricité Réseau Distribution France.

Het verbaasde me al dat ik nog steeds geen elektriciteitsrekening had gekregen, hoewel de vorige eigenares van het huis mij had verzekerd dat die wel zou komen. In plaats daarvan kreeg ik afgelopen zaterdag een brief dat de elektriciteit vandaag zou worden afgesloten als ik niet snel een contract zou nemen bij een leverancier. Ik ging meteen aan de slag en ik nam via internet -waar ik nog een graad afhankelijker van ben- een contract bij een groene maatschappij.

Vanmorgen belde ik voor alle zekerheid de ERDF en zij vroegen mij telefonisch contact te nemen met de leverancier, zodat deze op zijn beurt zou bevestigen dat ik klant was.

Bij het groene bedrijf hadden ze het blijkbaar erg druk want ik moest drie keer bellen en ik kreeg telkens het antwoord dat ze het veel te druk hadden en dat ze mij zouden terugbellen, eerst binnen het uur, daarna binnen de tien minuten.  Anderhalf uur later, kreeg ik eindelijk iemand te pakken. Na veel vijven en zessen bleek dat de jonge dame mij niet kon helpen omdat ik mij ingeschreven had op een zaterdag. Mijn gegevens waren nog niet beschikbaar en ik zou een paar dagen geduld moeten hebben. Hoe ik ook in mijn beste Frans probeerde uit te leggen dat ik zo meteen afgesneden zou worden en dat ik dan niet eens meer zou kunnen bellen, laat staan mailen, de getrainde dame van de klantendienst bleef haar boodschap herhalen tot ik de telefoon kwaad neergooide.

Ik belde weer naar de ERDF om uit te leggen dat ik alles gedaan had wat in mijn bereik lag, maar dat ik geen gehoor vond. De dame van la ERDF begon al even vriendelijk haar eigen bandje af te spelen. Ze kon niets beloven voor ze de nodige informatie van de leverancier had gekregen. Omdat ik me wat schaamde over mijn boze reactie bij de leverancier probeerde ik vriendelijk te blijven en toch aan te dringen. Maar mijn ongeduld en woede zochten een andere uitweg en tot mijn nog diepere schaamte barstte ik in tranen uit. Ik schaam me nu nog, maar het hielp.

De dame veranderde plotseling van toon. Allons, allons, ne vous mettez pas dans un tel état! Vous ne devez pas pleurer pour ça! Ik zal eens kijken wat ik kan doen.  Ze bleef een paar minuten weg en toen bleek dat ze intussen mijn gegevens van de leverancier ontvangen had! Ik vroeg maar niet hoe dat mogelijk was. Volgens haar was alles in orde, ik zou eerstdaags via mail een contract ontvangen en dat moest ik dan maar meteen in orde brengen. En neen, ze sluiten me vandaag niet af, en neen, ik hoef ook niet meer te bellen naar de leverancier.  Ik bedankte haar uitgebreid en zette meteen de wasmachine aan.

Daarna maakte ik in de kelder plaats voor het hout dat hopelijk morgen komt en ging ik voor alle zekerheid nog wat sprokkelen in het bos.

Bij mijn thuiskomst was de mail met het contract er al. Ik moet het printen, ondertekenen en terugsturen met de post. Alleen heb ik geen printer. En ook geen auto om een printer te gaan kopen.  Maar praktische problemen, daar zijn altijd oplossingen voor.

Traag

Ik houd niet van clichés en als ik de kans heb om er eentje te ontkrachten, doe ik dat. Maar vandaag kon ik er even niet omheen: in het zuiden gaat alles trager, vooral als je een vakman nodig hebt.

Ik belde naar het bedrijf dat mijn kachel leverde met de vraag of hun e-mailadres nog altijd geldig was. Ik had al drie mailtjes gestuurd en nog nergens antwoord op gekregen.

Mijn e-mail met de foto’s van de kachel –die ze gevraagd hadden- hadden ze gekregen. Dankjewel, zei die lieve eco-jongen.  En die mail met mijn vraag of ze weet hebben van een systeem dat via een periscoop meer licht in het huis brengt, hadden ze ook gekregen. Maar daar moeten ze nog even met de baas over praten.

En ja, ze zijn voor mij op zoek naar een fornuis op hout. Maar nee, tot nu hebben ze nog niets gevonden. Had u dat fornuis misschien nog deze winter gewild? vraagt hij, hoorbaar verwonderd.

Ik lach een beetje groen. Ik vertel maar niet dat we in België hoogst verontwaardigd zijn als we onze bestellingen niet binnen de week geleverd krijgen. Er wordt van mij geduld gevraagd. Ik heb geduld, zeg ik, alsof hij daar nu heel blij mee moet zijn.

Blind vertrouwen

Gisteren heb ik ongegeneerd zeven soorten paddenstoelen afgesneden en ze mee naar huis genomen. Mijn zus Helga was mee op pad en keek goedkeurend toe. Voor de wetenschap moeten soms offers gebracht worden.

De tocht was heerlijk. Het bos rook naar herfst en op een bepaalde plaats naar frangipane. Helga zag een glimp van een hert, maar ik was te laat. Mijn ogen zijn meestal op de bodem gericht.

De rivier was niet oversteekbaar en we zagen geen pad naar de andere kant van het dorp. Daarom namen we de weg gewoon terug. En dat was niet erg want de weg terug is hier meestal even mooi en interessant dan de weg heen.

Thuis ging ik aan de slag met mijn Guide Hachette 100 espèces, maar alleen de felpaarse Laccaire améthyste (amethistzwam) kon ik identificeren. Niet moeilijk met zo’n kleur. De rest had ik het raden naar. Twee mensen in het dorp verwezen me naar madame C, een dame die alles weet over paddenstoelen, planten en dieren.

Madame C woont samen met mijnheer C in een peperkoeken huisje, iets hoger op de berg. Ze hebben een “vue imprenable” op de helft van het massief van de Canigou, waar ik een beetje jaloers op ben.

Ik klopte aan en stelde me voor. Oh ja, zei ze, ik heb al over je gehoord. Ik vroeg maar niet naar wat er over mij verteld wordt. Waarschijnlijk zoiets als: ze heeft ocharme geen hout en ze gaat elke dag in het bos sprokkelen.

Ik toonde mijn paddenstoelen en hoopte op een uitgebreide wetenschappelijke uitleg, maar alles wat ze deed was een paar specimen eruit gooien. De rest mag je opeten, zei ze. Als dank gaf ik er haar een paar.

Thuis selecteerde ik er drie. Daarna twee, want de paarse was wel eetbaar, maar ik vond dat ik niet mocht overdrijven met mijn overmoed.

Dus braadde ik er eentje in de pan, waarvan ik dacht dat het een jonge cèpe de bordeaux was, maar madame C dacht het niet. Te bleek, was haar oordeel. Ik denk dat ze gelijk had, want hij was niet slecht, wat knapperig, maar hij smaakte niet naar eekhoorntjesbrood.

Daarna deed ik een voor mij -en voor de Guide Hachette 100 espèces- onbekende boleet in de pan. Ik bakte de stukjes aan weerszijden bruin en liet ze daarna nog even nagaren in de oven. Zonder look en peterselie, zelfs zonder zout en peper, proefde ik iets dat me nog lang zal heugen: mijn eerste zelf afgesneden en bereide boleet. Heerlijk.