Vervoer

Over de praktische gevolgen van de aankoop van het huisje heb ik eerlijk gezegd niet veel nagedacht. Voor praktische problemen bestaan er meestal oplossingen. Mijn belangrijkste zorg was het geld bij elkaar krijgen en daar moesten offers voor gebracht worden en niet alleen door mij. Maar de aantrekking van de plek was zo sterk, dat ik ondanks de bezwaren die me vanuit verschillende hoeken voorgehouden werden toch maar doorzette.

Vervoer is zo’n praktisch probleem. De eenvoudigste oplossing is een auto kopen. Maar na acht jaar autovrij leven is dat voor mij geen evidente beslissing. Ik maakte een studie van het openbaar vervoer en ik werd aangenaam verrast. De lokale bussen en treinen rijden voor 1 euro per traject. In de week zijn er voldoende ritten, ’s zondags wat minder. Maar alles stopt in Vinça. Over de elf kilometer tussen Vinça en het dorp rijdt geen enkele bus.

Ik probeer me te redden zonder auto, zeg ik tegen de buren, in de hoop dat ze mij af en toe een lift zullen aanbieden. Een paar dagen per maand huur ik een auto en doe ik boodschappen. En daarna red ik me -tot nu toe- prima. Als ik echt in het dal moet zijn, ga ik te voet de berg af, krijg soms een lift, en als ik geladen ben of als het donker is, neem ik een taxi om terug te komen.

Maar een elektrische fiets zou wel leuk zijn. Zeker zo eentje die zichzelf oplaadt tijdens het dalen. De vraag is alleen waar ik die fiets ga parkeren want in het station van Vinça, waar zelfs geen loket meer is, is geen bewaakte parking.

Dus moet ik een garage huren, zeker als ik voor langere tijd wegblijf. En als ik een garage heb, dan zou ik daar ook een auto in kunnen parkeren als ik een paar weken naar België ga…

Dan toch een tweedehandse auto? Of een fiets? Of allebei? Wordt vervolgd.

Madame X

Met het oog op de aanschaf van een voertuig (een elektrische fiets of een tweedehandsauto? ) heb ik contact gezocht met een dame in Vinça, die volgens de loketbediende in het gemeentehuis, garages verhuurt.

Mevrouw N heeft een X in haar naam en dat dwingt respect af. Een X is een veel voorkomende letter in het Catalaans, zij stamt mogelijk af van een oud Catalaans geslacht.

De gepensioneerde en -aan haar huis te zien- welgestelde dame kan me vanaf 2013 een garage verhuren, maar ze wil toch graag weten met wie ze te doen heeft. Tijdens mijn eerste bezoek, vertelde ik dat ik een huis gekocht had op de berg en ze lachte me vierkant uit. Wat zoek je daar? Rust? Stilte? Haha, wacht maar tot je ziek wordt! Geen enkele dokter komt daar op huisbezoek. Vous allez crever la haut!

Erg sympathiek vond ik haar niet, maar er is qua garages niet veel keus in Vinça.

Toen ik haar een paar weken later een voorschot op de huur kwam brengen, was ze milder gestemd. Het dorp is erg veranderd, zei ze. Ze had aan een vriendin gevraagd om haar naar boven te brengen en ze waren samen rond de kerk gewandeld. Ze vroeg of ik een tafel en drie stoelen op mijn terras had staan. Ze hadden blijkbaar het poortje geopend en hadden mijn persoonlijke chemin publique betreden.

Het dorp is erg veranderd, zei ze weer, veel mooier dan twintig jaar geleden. En dat huis, dat was van monsieur Xatard, de vroegere gemeentesecretaris van Vinça. Dankzij mijnheer Xatard was ik blijkbaar een beetje in haar achting gestegen.

Vanaf januari heb ik een garage in Vinça. Nu nog een electrische fiets. Of een auto?

Water

Volgens het nieuwsbericht op radio 1 staat de grot van Maria in Lourdes onder water en dat verbaast me niets. Hier op de berg regent het al drie dagen. Nu kan je de lekken in je huis opsporen, zei mijn zus, die blijkbaar, net als ik, de kunst verstaat om overal een voordeel in te zien. Lekken zijn er niet, dacht ik, want het dak is nieuw.

Maar na drie dagen pijpenstelen, geeft zelfs mijn nieuwe dak het een beetje op. In de keuken toch. Het is maar één druppel, elke 10 seconden. Dat valt mee als ik vergelijk met de stromen water die langs het raam passeren.

Op het binnenkoertje is genoeg water gevallen om de aanleg van een zwembad te overwegen. En het meer van Vinça, waarvan het waterpeil deze zomer verontrustend gedaald was, is vast ook al bijgevuld.

Overmorgen wordt het beter, zegt de météo. Oké, één dagje regen kan ik nog wel aan.

Conseil municipal

Het verslag van de gemeenteraad hangt in een vitrine aan de gevel van het gemeentehuis. Er waren zeven van de negen gemeenteraadsleden aanwezig, waaronder de burgemeester en zijn vrouw.

De twee afwezigen zijn inmiddels teruggekeerd naar Engeland en zullen niet meer in de gemeenteraad zetelen.

Er waren drie agendapunten: het verbeteren van de watertoevoer van het huis van de burgemeester, de vervanging van de printer van het gemeentehuis en de staat van de gedeclasseerde openbare wegen. Ik vraag me af of mijn stukje openbare weg daarbij hoort.

Er zal verder worden over nagedacht, is het besluit.

Ik zal mijn openbare weg-kruidentuintje maar goed onderhouden.

Bergdruiven

De afgelopen weken was ik in A, druk bezig met verhuizen en overleven tussen dozen en zakken. Als ik al tijd had om weg te dromen, probeerde ik niet aan Can Xatard te denken. Het contrast was te groot, de stad te druk, de verhuis te slecht voorbereid (door mij) en de nieuwe plek te interessant. En dan was er ook nog de kroniek van een aangekondigde teleurstelling: de gemeenteraadsverkiezingen. Het contrast tussen A en het dorp kan wat dat betreft niet groter zijn.

Een enkele keer vroeg ik me wel eens af hoe het met de druiven zou zijn. Over mijn terrasje groeit een wijnstok die als voornaamste verdienste schaduw levert. Want de druiven zijn nauwelijks het vernoemen waard. Toch ben ik er een beetje trots op. Vlak voor ik naar A vertrok, waren ze nog niet echt eetbaar, want een beetje zuur, maar wel al fotogeniek. Ik liet ze hangen, in de hoop dat ze nog wat zouden groeien en zoeter worden in de oktoberzon.

Ze waren niet gegroeid, maar wel een klein beetje zoeter. Dat vonden de vogels ook. Of misschien de vleermuizen. Wie dan ook van mijn druiven at, liet er nog een beetje voor mij over. Lief, toch?

Le portail

Toen ik nog onbeslist was en nog een keertje kwam kijken, ontmoette ik de burgemeester voor het eerst. Hij vertelde meteen zijn hele leven, maar omdat ik te veel aan een mogelijke aankoop dacht, was ik weinig geconcentreerd. Het enige wat ik onthouden heb, is dat hij in het dorp geboren en getogen is en dat zijn tante Thérèse en hij gedurende lange tijd de enige bewoners van het dorp waren. Thérèse ligt nu op het kerkhof aan de ingang van het dorp. Ze overleed toen de zomer van 1997 net begonnen was.

De burgervader was zeer ernstig. Het in toom houden van negentien dorpelingen, waarvan het merendeel immigranten, viel hem blijkbaar zwaar. Hij drukte me op het hart om me vooral goed te informeren, vooraleer ik tot de aankoop over ging. Hij klonk alsof hij het in mijn plaats zeker niet zou doen.

Er was om te beginnen een probleem met de beerput, waar ik op termijn zeker kosten zou aan hebben. Ten tweede bevond er zich een poortje bij mijn huis dat daar door de huidige eigenaars onrechtmatig was geplaatst. Het weggetje naast dat huis is namelijk chemin publique, lichtte hij toe. Ik durfde niet zeggen dat ik het poortje eigenlijk wel chique staan vond. Ik heb nog nooit in een huis met een toegangspoortje gewoond. Ik knikte en zei dat ik nog niets beslist had en dat ik me zeker zou informeren.

Nadat ik in het huisje ingetrokken was, ging ik tijdens de eerste (maandelijkse) zitdag van de burgemeester in het gemeentehuis mijn opwachting maken. Ik stelde me voor, maar hij kende me nog. Echt hartelijk ging het er niet aan toe. Blijkbaar was ik niet de nieuwe dorpelinge waar hij al die tijd op gewacht had. Ik bleef glimlachen en probeerde een gesprek aan te knopen over het aantal inwoners en het feit dat ik nummer twintig was, maar hij begon opnieuw over de beerput en het poortje.

Eerlijk gezegd, zei ik, vind ik dat poortje wel fijn. Het geeft me een gevoel van veiligheid.

Daar kon hij zo niet meteen iets op bedenken. De secretaris kwam hem, maar ook mij, te hulp. Het is uw schuld niet, zei hij, u zit er voor niets tussen. De burgemeester gaf dat tegen zijn zin toe.

En het is toch niet op slot, probeerde ik nog. Iedereen die dat weggetje wil nemen, kan het poortje opendoen. Al zag ik niet meteen wie van de negentien dorpelingen zo nodig langs mijn huis moest passeren.

De burgemeester rammelde met een bos sleutels en mompelde wat. Het was duidelijk dat hij mij liever de deur uit zag gaan. Dat deed ik dan maar. Van het gemeentehuis naar mijn poortje is het ongeveer dertig passen. Ik sloot het poortje achter mij. Geen denken aan dat ik het open laat staan.

Délice du Jardinier

Gisteren vond ik op het terras een zakje met seizoenfruit: pruimen, druiven en appels. Ik raadde meteen waar ze vandaan kwamen: van de buren aan de rechterkant.  Zij hebben in het dal een grote jardin potager omdat groenten en fruit op de berg veel trager groeien en soms zelfs niet tot rijpheid komen.

Vandaag bracht de andere buurvrouw, samen met dochtertje Natacha, mij een mandje met tomaten. Hier op de berg gekweekt, vertelde ze trots. Het waren tomaten met namen. De enige naam die ik onthouden heb, is Délice du Jardinier. Het zijn de kleine exemplaren. Te groot om ze kerstomaten te noemen. Wat mij betreft mogen ze allemaal Délice du Jardinier heten, want hoewel ze te mooi zijn om op te eten, ze zullen ongetwijfeld lekker smaken.

Zelf ben ik bezig om van het stukje openbare weg naast mijn huis, dat eerder op een wildernis lijkt, een kleine jardin potager te maken. Ik heb er al munt, tijm en kruiprozemarijn geplant. Benieuwd of dat mag van de burgemeester.