Het plan was om iets lekkers te koken en de rest van de avond bij de kachel door te brengen, lezend of breiend, al naargelang er iets moois op de radio zou zijn. Ik zou maar niet te laat gaan slapen, want ik wou 2014 fris beginnen. De val van mijn moeder dreigde roet in het eten te gooien (ik had trek in rode kool), maar ze doorstond haar operatie met glans en ik kon gisterennamiddag met een gerust hart weer naar Glorianes rijden.

Er kwam nog iets anders op de proppen: een sms’je met een uitnodiging om tegen kwart voor twaalf naar het gemeenteplein te komen voor een “petit apéritif”. Ik was al excuses aan het bedenken, maar de burgemeester, die gisteren nog zitdag had in de mairie, verwittigde mij dat om middernacht de kerklokken geluid zouden worden. Het is eigenlijk maar één kerkklok, maar die hangt op ongeveer acht meter van mijn slaapkamerraam.

Ik hoefde mijn plan niet al te drastisch te wijzigen, maar ik moest wel wakker blijven. Voor een ochtendmens als ik is dat een opgave. Ik begon met een grote ketel soep te koken om mee te nemen. Daarna beantwoordde ik een paar e-mails, en las ik de heerlijke verhalen van Alice Munro. Rond elf uur kreeg ik het kwaad en begon ik op te ruimen. Om halftwaalf warmde ik de soep op, zette de ketel in een mand en trok ik er mee naar het gemeenteplein, letterlijk om de hoek.

We waren met zes. Een paar anderen die beloofd hadden te komen, hadden middernacht niet gehaald. We verzamelden ons rond een tafeltje met flessen wijn, bier, slivovitsj en chartreuse, maar iedereen koos voor de glühwein die in een keteltje op een fonduestel werd warm gehouden. Ondanks de volle magen, had mijn soep ook aftrek. Het was bijtend koud, maar gelukkig waaide het niet.

Om een minuut voor twaalf trokken we naar de achterkant van het kerkje waar het klokkentouw gewoon naar buiten hangt. Vanop het kerkterrasje hadden we een prachtig zicht op een heldere sterrenhemel. Andrej trok aan het touw en wij telden mee. Twee keer achter elkaar. We wensten elkaar bonne année, maar er werd niet gezoend.

Ik hoopte dat ik nu snel naar binnen kon, naar mijn kachel en naar de baksteen op mijn kachel waarmee ik mijn bed alvast kon verwarmen. Maar dat was buiten de Fransen gerekend, want die hadden een mand met ballen meegebracht.

Als er ergens met een bal wordt gespeeld, een grote of een kleine, maakt niet uit, probeer ik meestal stilletjes te verdwijnen. Maar deze keer kon ik er niet onderuit. We vormden twee ploegen: een Franse en een internationale. De Franse ploeg, met de burgemeester, Céline en Cédric, leek aanvankelijk de sterkste, maar de twee Slovaken en ik haalden snel onze achterstand in. Het was af en toe zoeken naar de groene cochonnet. Onder het licht van de lantarens was een rode vast zichtbaarder geweest. Het geaccidenteerde asfalt was ook niet ideaal, maar het plezier nam toe naarmate de warme wijn opgeraakte.

Om halftwee wonnen de internationalen met elf tegen tien. We waren allemaal verkleumd en uitgeteld, maar toch tevreden over ons spannend spel. Om kwart voor twee kon ik naar mijn warme bed, maar eerst heb ik toch nog “petanque spelen” aan mijn 2014-lijstje toegevoegd.