Vanmorgen zag ik oranje bewegende stippen aan de overkant van de vallei. Even later hoorde ik geweerschoten en blaffende honden. Ik heb er altijd een dubbel gevoel bij. Er zijn te veel everzwijnen in de streek, dat kan ik zelfs zien. Aan de grond die omgewoeld is in het bos, in de weiden, soms in tuinen. Maar jagen en jagers vind ik akelig. En een oplossing voor die overbevolking, weet ik ook niet meteen.

De jagers zijn zo attent om bordjes te hangen rond het gebied waar ze jagen. Daarop staat dat ze vandaag jagen en dat we met zijn allen voorzichtig moeten zijn: soyons prudent. Maar vandaag zaten ze aan de overkant en kon ik met een gerust hart hout gaan halen van de stapel die ik afgelopen zomer verdiend heb (mission bois). Dat hout ligt in een hoger gelegen weide. Elke dag haal ik wat en zo heb ik de stapel eik al bijna helemaal naar mijn huis versleept. Er ligt nu nog een hoop kastanjehout. Elke dag een beetje, dat werkt goed, voor vele dingen.

Die weide is een fijne plek om even te gaan zitten en naar de overkant van de vallei te kijken. Je kunt er de besneeuwde toppen van het Canigou-massief zien en meestal is het er doodstil. Maar vandaag niet. De jagers gaven van katoen, er was blijkbaar veel wild.

Toen ik mijn rugzak volgeladen had en naar beneden wou gaan, hoorde ik plots geritsel en gestamp. Er loopt een weg van de kam naar deze weide en daarop zag ik een everzwijn komen aanstuiven. Het dier zag er onrustig en angstig uit. Zijn pels was zo zwart als mijn trui en even dacht ik aan het fluo vestje in mijn rugzak, maar het leek mij veiliger om stil te blijven staan en te kijken wat hij zou doen.

Hij kwam in mijn richting en vreemd genoeg was ik niet bang, terwijl ik toch besefte dat ik in een onveilige positie stond. Instinctief keek ik naar de rand van de weide op zoek naar een schuilplaats.

Het everzwijn wou naar beneden lopen, maar toen zag hij mij. Het was meteen duidelijk dat hij veel banger was dan ik. Hij remde af, zwenkte naar rechts en stoof de helling op, door het struikgewas. Ik had niet eens de tijd om mijn fototoestel uit mijn broekzak te halen.

Onderweg naar huis hoorde ik nog steeds schoten en geblaf. Ik vroeg me af wat ik zou doen als ze mij zouden vragen of ik soms een everzwijn had gezien. Niets zeggen, natuurlijk. Ik hoop toch dat mijn everzwijn het gered heeft.

DSCN4100