Maandag

Sinds een paar weken slaag ik er in om zes van de zeven weekdagen op de berg te blijven. Op maandag probeer ik dan alles wat beneden moet gebeuren in één dag te proppen. Zo ben ik vandaag eerst naar de groenteboer geweest en daarna naar een bakker die lekker en lang houdbaar brood verkoopt. De voormiddag heb ik doorgebracht in Perpignan, waar ik een paar uurtjes per week wat klusjes doe en na de middag heb ik mijn ouders bezocht.

Mijn vader en mijn moeder zijn nu een jaar in het rusthuis in Cabestany. Gelukkig heb ik maar één paar ouders en hoef ik die overgangsperiode nooit meer mee te maken. Zij hebben het erg moeilijk gehad. Er was veel verdriet, soms ongeloof en woede. En bij mij onmacht want ik kon het begrijpen, maar ik kon er niets aan veranderen.

Nu pas, na een lang jaar, krijg ik de indruk dat ze vrede hebben met de situatie. Ze zijn aan de verzorging gewend geraakt en de verzorgers zijn aan hen gewend geraakt. Vooral dat laatste viel me vandaag op. Ze kennen de lichamelijke gevoeligheid van mijn vader en ze stoppen hem in zoals hij dat graag heeft. Ze kennen de afhankelijkheid van mijn moeder en ze geven haar op een gecontroleerde manier wat ze nodig heeft. Ze zijn in goede handen.

Dus kon ik met een gerust hart naar huis rijden. Ik had onderweg nog wat lekkers kunnen inslaan in de grote Carrefour van Ille, maar ik ben doorgereden. Meteen de berg op. Ik was nieuwsgierig naar mijn nieuwe kweek paddestoelen. En ja, na een hele dag weg, zijn ze weer zichtbaar gegroeid.

La Picote

Aan de rand van het dorp woonde vroeger een oud vrouwtje, “La Picote”. Waarom ze zo genoemd werd, heb ik nog niet kunnen achterhalen. Picoter betekent prikkelen en naar wat ik hoor was het niet bepaald een prikkelende dame.

Thérèse, La Picote, woonde heel alleen en leefde van Gods genade en van wat ze in het bos vond. Als ze in de zestiende eeuw had geleefd was dat waarschijnlijk reden genoeg geweest om haar te martelen en vervolgens op de brandstapel te gooien.

Volgens de mensen die haar gekend hebben, zag ze er ook uit als een heks. Ze had een bleke huid, grove mannelijke trekken, een dikke neus en ze was altijd in het zwart gekleed. Op het einde van haar leven droeg ze een grote zonnebril die ze aan een man van een naburig dorp had gevraagd, want ze kon niet meer tegen de zon. In haar huis stond nauwelijks meubilair. In haar woonkamer was enkel een grote haard. De rest van de ruimte werd benomen door sprokkelhout, waaronder lange stronken die ze langs één kant in het vuur legde en steeds verder opschoof tot de hele stam opgebrand was. Dit eigenaardige gebruik heb ik onlangs bij andere, “normale” mensen ook gezien.

Ze was mensenschuw en praatte enkel tegen haar katten. Op een dag kwamen er wandelaars langs, die dachten dat het huis verlaten was. Ze installeerden zich met hun picknick voor de deur. Thérèse had duidelijk geen zin om hen aan te spreken of weg te jagen, want ze sloop zelf door de achterdeur naar buiten en weer naar binnen om hout te halen.

Toen de dorpelingen het vreemd begonnen te vinden dat er al een week geen rook meer uit de schouw kwam, zijn ze met de moed in hun schoenen binnengebroken. Ze vonden er La Picote, al een tijdje overleden en half opgegeten door haar katten …

Haar huis is intussen geërfd en opgeknapt, en heet nu Mas Picote. Dan toch liever Can Xatard.

Brandstof

Het kan hier in huis erg knus zijn. De kachel die van katoen geeft en de sneeuw die langs het raam dwarrelt. De hele dag. Vanmiddag had ik plots genoeg sneeuwvlokken gezien en ben ik naar buiten gegaan. Het was niet eens erg koud, er was even geen wind. Nu steekt hij weer op. Ik had wat lucht en wat licht nodig en ik trok het bos in. Zonder rugzak en boodschappentassen deze keer. Maar dan vond ik dat ene stronkje dat zijn armpjes naar mij uitstak. Ach, ik heb het toch maar meegenomen

.DSCN3003

Météo

In België zijn ze al heel wat gewoon wat sneeuw en koude betreft. Veel spectaculairs heb ik dus niet te vertellen, behalve dat door de wind het acht graden kouder aanvoelt dan het in werkelijkheid is. Buitentemperatuur is 2°, “ressentie” -6°. Mijn brievenbus voelt dat ook, want ze wil niet open. Het slot is blijkbaar bevroren. Ik zou ze mee naar binnen kunnen nemen en bij de kachel zetten, als ik ze niet verzwaard had met drie dikke keien binnenin. Er zit niets anders op dan mijn nieuwsgierigheid een paar dagen te bedwingen. Ik vraag me trouwens af of de factrice met dit weer wel de berg op komt.

DSCN2955

Buurvrouw Lyn en dochterje Natacha halen hout binnen.

DSCN2958 DSCN2961

Naïef

Ben ik naïef? vroeg ik me vandaag af. Soms wel. In veel gevallen ga ik ervan uit dat de mensen het beste met mij voor hebben. Dat ze mij behandelen zoals ze zelf behandeld willen worden. En in nog eens veel van die veel gevallen, valt dat tegen.

Me terugtrekken in een huis in een dorp op een berg, het helpt niet eens. Want ook hier ben ik afhankelijk van andere mensen die mij hun dingen en hun werk veel te duur verkopen.

Ik denk dat ik met de jaren al wat minder goedgelovig geworden ben, maar op één of andere manier moet ik er naïef en goedgelovig uitzien, want ze blijven mij in de luren leggen. Dat proberen ze toch.

“Ze” dat is bijvoorbeeld de houtleverancier uit Prades die mij slechte kwaliteit geleverd heeft. Bij hem ben ik niet gaan klagen. Ik koop er gewoon niets meer.  “Ze” is de loodgieter die me aan mijn lot overliet met een hemeltergende constructie naast mijn huis, waar zelfs de burgemeester niet goed van was. Diezelfde loodgieter stuurt mij een factuur waar ik op mijn beurt niet goed van werd. Meer dan het driedubbele van wat ik in gedachten had.

Gelukkig had ik vanmorgen mijn handen vol aan hout dat mijn buur gisteren onaangekondigd op de straat gestort had. Laat ik toch maar dankbaar zijn. Van hem krijg ik mooi op maat gesneden eik, tegen vier zevenden van de prijs die ik aan de Pradien betaalde. Tijdens het stapelen bedacht ik Franse volzinnen waarmee ik de loodgieter op zijn inhaligheid zou kunnen wijzen.

Uiteindelijk reed ik naar Vinça om hem te vragen of hij zich soms niet vergist had en wat dan wel zijn uurtarief was. Hij verminderde de rekening spontaan met 130 euro, wat  mijn overtuiging versterkte dat hij er met zijn klak naar gegooid had.

Het blijft een dikke streep door mijn rekening, maar ik ben gelukkig niet voor niets van mijn berg gekomen. Bij mijn thuiskomst heb ik nog snel mijn wandelschoenen aangetrokken om nog maar eens toe te geven aan mijn sprokkelverslaving. Je zou voor minder.

Mier

Gisteren was het een prachtige dag. Het was zo mooi en warm dat ik niet aan de verleiding kon weerstaan om de eerste kruiden te zaaien. Nu maar hopen dat ze niet kapotvriezen.

Vandaag was het wat minder, nog zachte temperaturen maar af en toe bewolkt. Daarom begon ik aan een vertaalwerkje waar ik niet rijk van zal worden, maar dat erg plezierig is om te doen. Af en toe keek ik naar buiten om te kijken of de zon toch niet wou schijnen, maar ze bleef weg. Na de middag kwam mijn buurman kloppen. Of ik zin had in wat buitenwerk?  Hij had me door het venster zien zitten aan mijn laptop. Ik liep met hem mee naar zijn “gare à foin” (hooischuur) waar een stapel versgezaagd eikenhout lag. Dat mocht ik in de laadbak van de tractor gooien en honderd meter verder, langs de zijkant van mijn huis, opnieuw stapelen. Het eerste deel van mijn houtvoorraad voor volgende winter. Het is prettig om te weten dat ik al wat heb tegen de koude die nog ver in de toekomst ligt, maar zeker weer zal komen.

Na die klus vond ik dat ik vandaag dan maar niet moest gaan sprokkelen. Maar … sprokkelen blijkt verslavend, zeker nu ik weet dat er op een bepaalde plek heel veel hout ligt. Dus trok ik rond vijf uur maar weer het bos in. De komende dagen gaat het regenen, ik kon maar beter nog een keertje gaan. Ik raapte twee zakken hout en een zak stenen. Keien heb ik nodig om het putje te vullen waar mijn afvoerwater in de grond gaat. (Ooit krijg ik misschien toch nog een beetje technisch inzicht.) Hout sprokkelen en zelfs keien rapen vind ik echt leuk. Een kilometer stappen met een zak stenen in mijn rugzak en aan elke hand een draagtas met hout, vraagt wat meer inspanning. Maar dat reken ik dan tot de dagelijkse conditietraining. Onderweg kwam ik een paar dorpsgenoten tegen, ik voelde me nog meer mier dan gisteren.

En zo kan ik terugkijken op een vruchtbare dag: ik heb een kleine stère nieuwe houtvoorraad, mijn afvoerputje is voor een derde gevuld met keien en op de binnenkoer ligt een stapel aanmaakhout. Morgen, als het regent, vertaal ik wel verder.

Vuur

De wind is niet alleen vervelend. Hij doet ook goede dingen. Zo ruimt hij het bos op en schudt het dorre hout van de bomen. Dat ligt daar dan in stookklare brokjes op mij te wachten. Gisteren en vandaag heb ik zes zakken naar huis gesleurd. Ik voel me soms net een mier. Na het rapen keek ik op en zag ik de hemel in brand staan. In werkelijkheid natuurlijk nog veel mooier dan op deze foto’s.

DSCN2903 DSCN2904

Eau courante

Niet verwikkeld geraken in de onderlinge twisten in het dorp, het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een stom afvoerprobleem heeft me al in een lastig parket gebracht. Gelukkig is het snel opgelost geraakt. Ik heb braaf alle partijen op de hoogte gebracht van mijn verstopte afvoer. De loodgieter had er namelijk niets beters op gevonden dan een nieuwe afvoerbuis over de openbare weg te leggen. Doe de was best zonder wasmiddel, zei hij nog, want dan krijg je schuim. En dan reed hij de berg af, mij achterlatend met een afzichtelijk buizenwerk op de chemin public naast mijn huis. Ik bracht de burgemeester op de hoogte, die me meteen waarschuwde voor aangetekende brieven vanwege andere dorpsgenoten. Dus bracht ik die partij ook maar op de hoogte. En in plaats van een aangetekende brief kreeg ik spontaan hulp bij het opsporen van de ware verstopping. Het euvel is bijna opgelost, na over- en weerbezoekjes en moeilijk verstaanbare insinuaties van beide partijen. Enfin.

Niemand vindt het blijkbaar eigenaardig dat het afvoerwater zomaar ergens de natuur invloeit. Minder zichtbaar dan via de constructie van de loodgieter, maar ergens wat verderweg komt er toch schuim uit een buis. Van een biologisch afbreekbaar wasproduct hoor, dat ik dan nog met minimale hoeveelheden gebruik. Nee, dit afvoersysteem was al een hele vooruitgang. Want stel je voor, mijnheer en mevrouw Xatard, die tot voor 1989 in dit huis woonden hadden niet eens lopend water. Dat moesten ze gaan halen bij de gemeentelijke wasplaats in het midden van het dorp, ongeveer 100 meter ver. En het afwaswater, dat werd door een gat in de muur gewoon naar buiten gekiept. Recht op de chemin public. Ben ik blij, met mijn comfort.

DSCN2026

Onderaan dit rekje zit de oude spoelbak, uitgehouwen in steen, met een gat naar de straatkant.

DSCN2105

De gemeentelijke wasplaats, met ijskoud bronwater dat van de berg geleid wordt.