Ben ik naïef? vroeg ik me vandaag af. Soms wel. In veel gevallen ga ik ervan uit dat de mensen het beste met mij voor hebben. Dat ze mij behandelen zoals ze zelf behandeld willen worden. En in nog eens veel van die veel gevallen, valt dat tegen.

Me terugtrekken in een huis in een dorp op een berg, het helpt niet eens. Want ook hier ben ik afhankelijk van andere mensen die mij hun dingen en hun werk veel te duur verkopen.

Ik denk dat ik met de jaren al wat minder goedgelovig geworden ben, maar op één of andere manier moet ik er naïef en goedgelovig uitzien, want ze blijven mij in de luren leggen. Dat proberen ze toch.

“Ze” dat is bijvoorbeeld de houtleverancier uit Prades die mij slechte kwaliteit geleverd heeft. Bij hem ben ik niet gaan klagen. Ik koop er gewoon niets meer.  “Ze” is de loodgieter die me aan mijn lot overliet met een hemeltergende constructie naast mijn huis, waar zelfs de burgemeester niet goed van was. Diezelfde loodgieter stuurt mij een factuur waar ik op mijn beurt niet goed van werd. Meer dan het driedubbele van wat ik in gedachten had.

Gelukkig had ik vanmorgen mijn handen vol aan hout dat mijn buur gisteren onaangekondigd op de straat gestort had. Laat ik toch maar dankbaar zijn. Van hem krijg ik mooi op maat gesneden eik, tegen vier zevenden van de prijs die ik aan de Pradien betaalde. Tijdens het stapelen bedacht ik Franse volzinnen waarmee ik de loodgieter op zijn inhaligheid zou kunnen wijzen.

Uiteindelijk reed ik naar Vinça om hem te vragen of hij zich soms niet vergist had en wat dan wel zijn uurtarief was. Hij verminderde de rekening spontaan met 130 euro, wat  mijn overtuiging versterkte dat hij er met zijn klak naar gegooid had.

Het blijft een dikke streep door mijn rekening, maar ik ben gelukkig niet voor niets van mijn berg gekomen. Bij mijn thuiskomst heb ik nog snel mijn wandelschoenen aangetrokken om nog maar eens toe te geven aan mijn sprokkelverslaving. Je zou voor minder.