Slang

Geen paradijs zonder slang. De slang in ons dorp is dezelfde als die van Adam en Eva. Onenigheid heet ze. Al heel snel nadat ik het huis gekocht had, ontdekte ik haar. Hoe is het mogelijk, dacht ik, maar 19 inwoners en toch zijn ze niet in staat om in vrede samen te leven. Ik nam me meteen voor om overal buiten te blijven en op alle achterklap zo neutraal mogelijk te reageren.

Dat lukt min of meer. Ik heb met iedereen hoffelijk contact. Zelfs de burgemeester is sympathieker geworden. Ik werd al een keertje te eten gevraagd bij mijn buur, de (moderne) schaapherder, en gisteren werd ik op de koffie gevraagd bij de linker buurvrouw. Daar kwam de ergernis alweer op tafel, maar ik knikte wat en ging er niet op in.

Toen vertelde ze dat een aantal mensen van het ene kamp bedisseld hebben dat ik een stukje gemeentegrond mag gebruiken om groenten te kweken. Een heel mooi stukje grond dat op natuurlijke wijze geïrrigeerd wordt door een bron. Wel pal in het midden van het dorp zodat iedereen zal kunnen zien hoe ik als stadsmens mijn eerste stappen in de kunst van het groenten kweken zet. Euh.

En wat zal het andere kamp daarvan zeggen? Ik kijk de kat nog maar even uit de boom. En ik vind het helemaal niet erg om voorlopig kerstomaatjes in bloempotten te kweken. We zien wel.

Het was overigens vandaag een heel zonnige dag. Ik kreeg zowaar zin om in de tuin te werken. Maar bij gebrek aan tuin, heb ik de chemin publique aangepakt. Brandnetels, klimop en druivenbladeren verwijderd. Best plezierig.

Warm

Ik werd wakker in een warm bed, moest zelfs de helft van mijn stapel dekens eraf gooien. Blijkbaar was het huis wat doorgewarmd of anders was de buitentemperatuur gestegen. Of allebei. Het was in ieder geval een fijn gevoel. En dat heb je nu met comfort: als je het mist, is het onprettig, als je het terugkrijgt, waardeer je het. Zo was het deze warme zomer ook, toen ik nog geen koelkast had. Toen ik er eindelijk eentje in de keuken had, voelde ik mij een luxemadam. En o wee als het internet uitvalt, en oef als het weer werkt.

Met de auto heb ik het nog niet zo. Natuurlijk zal het lastig zijn als hij uitvalt, maar ik voel hem (nog) niet aan als comfort. Eerder een gebruiksvoorwerp waar je minstens evenveel last mee hebt. Morgen kan ik alweer naar de garage, want terwijl ik in de Super-U ronddwaalde op zoek naar een lampje voor de koelkast (want dat is al kapot!), heeft iemand het linker achterlicht vernield. Dat moet meteen gemaakt worden, want als niet-Française wordt bij de minste overtreding mijn Belgisch rijbewijs ingetrokken. En dan moet ik een moeilijk en vooral duur rij-examen gaan afleggen. Ik mag er niet aan denken.

Maar laat ik bij de leuke dingen blijven. Vandaag had ik een fijn gesprek met de vrouw van de groenteboer. We hebben allebei even snel ons leven aan elkaar verteld en we kwamen erachter dat we dezelfde kijk op de dingen hadden. Op het eerste gezicht toch. Ze had wel een blauw oog en ik durfde niet te vragen hoe dat kwam. Hopelijk niet van de groenteboer. Lijkt me toch onwaarschijnlijk, het is ook al zo’n vriendelijke meneer.

En toen ik thuis kwam, scheen de zon op het terras. Ik begin te leren om zulke kansen niet te missen en ik installeerde me meteen om een klusje te doen. Anderhalf uur kon ik in het zonnetje zitten. En toen werd het weer fris.

DSCN2686

Koud

Het is net zo koud als een maand geleden. Misschien nog een tikkeltje kouder en het duurt ook wat langer. De afgelopen week had ik er weinig last van, want ik was in A, waar het ook al niet meer zo warm was. Maar gisteravond kwam ik aan in een door en door koud huis. De buurman was zo lief geweest om een uurtje voor mijn aankomst de kachel aan te steken, maar dat mocht weinig baten. De dikke muren waren alle opgespaarde warmte kwijt. Ik stookte de hele avond, de droogste en de dikste stukken hout, ik warmde een baksteen op de kachel en nam hem gewikkeld in een handdoek mee naar bed, maar ik kreeg het niet warm. Ook vandaag niet. Alleen tijdens het hout naar boven zeulen, kreeg ik het warm. De burgemeester had gelijk: le bois, ça chauffe plusieurs fois. En tijdens het eten, ging het ook wat beter. Ik had pittig Indiaas gekookt.

Maar de rest van de dag zat ik me af te vragen of ik toch niet een heel klein beetje masochistisch ben. Om hier te komen kou lijden in plaats van in A te blijven, in een appartement met gaskachels èn centrale verwarming en waar ik me aan Els en Zohra kan warmen.

Dat noemen ze dan “jezelf tegenkomen”, denk ik. Ben benieuwd of mezelf er morgen ook zal zijn.

Twee werelden

Het is nu wel even genoeg geweest met die paddenstoelen, hoor ik hier en daar. Oké, ik laat ze even rusten. Ik ben nu toch in A. Hoewel, vanmorgen liep ik langs het park en voelde ik een lichte drang om onder de gevallen bladeren te gaan kijken of er niet een paar mooie exemplaren stonden.

Maar in A is er op ooghoogte ook veel te zien. Mensen, in alle kleuren en modellen. Het viel me al op, toen ik, na de tgv van Perpignan naar Brussel, de trein naar Antwerpen nam. Ik weet niet hoeveel talen er op de trein gesproken werden, maar er waren er verschillende die ik niet kon plaatsen. De vreemdste combinatie vond ik Italiaanssprekende Afrikanen. Ik vond al die mensen plots zo boeiend dat ik veel zin kreeg om mijn fototoestelletje uit mijn tas te halen en iedereen uitgebreid te fotograferen. Zoals ik met de paddenstoelen doe. Maar ik durfde niet. Of ik was te moe om het te durven. En ook een beetje aangedaan. Het was vreemd om Antwerpen binnen te rijden als bezoeker of half-inwoner. Het duurde een beetje eer ik weer thuis was. En het zal wellicht nog een paar maanden duren om te wennen aan het idee dat ik nu in twee werelden woon.

Er zijn er nog

Mama, papa en kindje, muisgrijze ridderzwam

Keizeramaniet (denk ik) en zou heel lekker zijn

Mama, broertje en zusje, bruine bundelridderzwam

Twijfelgeval. Ofwel narcisridderzwam (giftig) ofwel gele ridderzwam (alleen giftig voor sommige mensen), bevat een stof die in combinatie met alcohol vervelende effecten geeft. Daar maken ze Antabuse mee. Beter afblijven, denk ik.

Nog niet gevonden wat het is. Maar zo mooi, je zou er zo in bijten.

Panteramaniet, zeer giftig

Café de France

Je kunt er een menu du jour eten voor 10 euro, of een glas rouge of muscat drinken en zelfs een Leffe de Noël in augustus. In gedachten noem ik het mijn stamcafé, maar daar is misschien iets meer voor nodig dan een wekelijks bezoek. Het is het enige fatsoenlijke café in Vinça. Het andere is nogal groezelig.

De mevrouw die de dagschotels bereidt, kent mij al en de juffrouw die bedient -haar dochter, denk ik- ook. Maar de gasten kijken nog steeds vreemd op als ik het café binnenstap. Soms heb ik het gevoel dat ik op de set van een western kom. Hoe onopvallend ik ook probeer op één van de kunstleren banken te schuiven, alle ogen zijn op mij gericht en het is gedurende een paar minuten akelig stil.

Misschien moet ik volgende keer wat kordater de deur opendoen en luid en duidelijk groeten. Dat doen de andere gasten ook.

Gisteren heb ik er overigens erg lekkere en mooi geserveerde Boles de Picolat gegeten. Maar ik durfde er geen foto van te nemen.