Gevaar

Sinds ik in Glorianes woon, ben ik me bewuster geworden van mijn kwetsbaarheid en leef ik veel voorzichtiger. Een arm of een been breken, een enkel verstuiken in het bos, ik mag er niet aan denken dat het mij zou overkomen. Ik neem een voorbeeld aan Sapphir en zet mijn voeten wat aandachtiger neer en ik gebruik mijn handen waar nodig.

Gisteravond heb ik een heerlijke toast met heksenboleet gegeten, maar niet nadat ik de paddenstoel in drie naslagwerken gedetermineerd had. Ik ben niet bang om dood te gaan, maar liefst toch niet door een groene knolamaniet of een satansboleet, want de manier waarop is gegarandeerd afschuwelijk. Eerst verga je van de misselijkheid en de krampen en na zes dagen gaat je lever eraan.

Alvorens te plukken onderwerp ik de zwam of de boleet trouwens al aan een onderzoek. Daarvoor heb ik mijn uitrusting, die al bestond uit een speciaal paddenstoelenmes en een veldgids, aangevuld met een loep en een spiegeltje. Daar was ik omstandig mee bezig, toen ik een geweldige tik kreeg van een elektrisch geladen omheining. Het is me al vaker overkomen, maar de tik van gisteren was er eentje van groot kaliber. Ik hoorde een luide “doef” in mijn oren en kreeg een schok waarvan ik achteruit viel. Mogelijk raakte ik verschillende draden tegelijk en was ik extra geleidend omdat ik op de grond zat. Ik weet heel weinig van fysica, maar ik heb mijn lesje wel geleerd.

Toen ik tenslotte met mijn haar een beetje rechtop, en in mijn rugzak enkel een kleine heksenboleet naar het dorp terugkeerde, kwam ik de boer tegen. Hij reed in zijn 4X4 richting bos, het stuk waar ik net vandaan kwam en stapte uit om een hek te openen. Hij droeg een fluorescerend oranje T-shirt en ik dacht daar een grapje over te maken, maar hij zei dat ze (de jagers) allemaal zoiets droegen en dat hij op weg was naar een everzwijn. Na hem kwamen er meer stoere auto’s richting bos met daarin nog van die felle oranje kledingstukken.

Een half uur later hoorde ik vanop het terras schoten en hoorde ik de honden blaffen en de jagers schreeuwen. Ik was al lang blij dat ik zo verstandig was geweest om voor het invallen van het donker naar huis te komen. Want jagers, daar ben ik echt bang van.

DSCN3847

Groene knolamaniet, verantwoordelijk voor 90% van de sterfgevallen door het eten van paddenstoelen.

Keizer

In zekere zin is het paddenstoelenseizoen voor mij nu al geslaagd met de vondst van een keizeramaniet. Niet alleen is het een zeer gegeerde soort, het exemplaar dat ik vond, was er eentje uit de boekskes. Helemaal gaaf, met een prachtige gouden hoed en de ei-resten er nog aan. En hij smaakte heerlijk.

Nu zou ik dus tevreden moeten zijn, maar een mens is hebberig en ik hoop er natuurlijk nog te vinden.

DSCN3842

Collioure

In Collioure wil je niet zijn als de zon schijnt. Te veel volk. Elke keer als ik er ben, verbaas ik er mij over dat het stadje nauwelijks sporen draagt van de toeloop in de zomer.

En geloof me, Collioure is bij een bewolkte hemel even mooi als op een zonnige dag. Misschien wel mooier, omdat je er rustig kan wandelen en alles veel aandachtiger kan bekijken.

Gisteren werd ik meegetroond naar de zuidkant van de stad, de heuvels op, tot het fort Saint Elme, vanwaar je zowel Collioure als Port-Vendres kan zien, en ook heel ver op zee.

Daarna gingen we thee drinken in Hotel Les Templiers, waar de muren vol kleine schilderijen hangen van beroemdheden die er vaak over de vloer kwamen en betaalden met hun werk. Picasso en Mucha zouden er goede klanten zijn geweest. Of er nog werk van hen hangt, en of die schilderijen dan echt zijn, is een vraag waarvoor ik nog een keertje terug moet gaan.

DSCN3803 DSCN3805 DSCN3811 DSCN3824

Mist

Met de herfst komt de mist. Op de weg naar het dorp zie ik de flarden al hangen. Boven zit alles dicht. Ik woon in een wolk. Ik zit op het terras en en kijk naar de witte wand rond mijn huis en ik bedenk dat ik daar evenveel van geniet als van een zonnige dag. Net als de zon, de wind en de regen zal hij niet blijven. Daarom kan je er maar beter het mooie van zien.

DSCN3799

DSCN2102

Brood

Sinds een paar dagen heb ik een nieuwe buur. We zijn nu met drie huishoudens in het centrum van het dorp. Le bébé de Glorianes is intussen ook geboren. Ik heb haar nog niet gezien, maar dat zal niet lang meer duren. Het dorp groeit. We zijn nu al met tweeëntwintig. Het is nog wat wachten op een café en een bakkerij, maar we kopen in groep bier aan in de micro-brouwerij van Bouleternerre, dat is een begin. En in afwachting van de bakkerij, ben ik zelf begonnen met brood bakken. Van de eerste twee broden heb ik maar geen foto gemaakt, maar het derde is al min of meer gelukt.

DSCN3778

Zohra

Zo gaat dat met huisdieren. Ze lopen een eindje in je leven mee, maar op een dag –en dat is altijd te vroeg- houdt hun hartje op met kloppen.

Ik had Zohra graag mee naar Glorianes genomen, ze had hier muizen en salamanders kunnen vangen, maar ze was zo graag bij Els. En dus skypten we met elkaar en ging ik haar af en toe bezoeken.

Ze was een oud besje geworden, klein en elegant, lief en aanhankelijk, eigenzinnig en dominant. Het was ons monstertje, ons schatje.

Els heeft haar tot de laatste dag schandalig verwend en liefdevol verzorgd. We zullen haar allebei erg missen.

DSCN3544

Boeken

Kort na de oprichting van de vereniging in ons dorp, zorgde het bestuur voor een bibliotheek. Deze bestaat uit een rode plastic bak met een dertigtal boeken en dvd’s die regelmatig omgewisseld worden in de bibliotheek van Ille-sur-Têt. We kunnen online bestellingen doen en we mogen boeken en dvd’s drie maanden houden. Glorianes, dat dertig jaar geleden nog zo goed als verlaten was, komt duidelijk in een ontwikkelingsfase. Ik hoop stilletjes op een café en een bakker, maar dat kan nog wel een tijdje duren.

Mevrouw X, de welgestelde, wat bazige dame van respectabele leeftijd, die mij in Vinça een garage verhuurt, reageerde enthousiast op het nieuws over de bibliotheek. Een jaar geleden lachte ze mij nog uit omdat ik in dat gat (un cul-de-sac!) ging wonen, maar nu volgt ze de ontwikkelingen in het dorp op de voet. Af en toe belt ze mij op om te vragen welk weer het is in Glorianes en elk gesprek eindigt met een bijna teder “Je vous embrasse”.  Op een of andere manier heb ik haar hart gestolen. Misschien omdat ik een goede huurster ben, die volgens haar strenge richtlijnen elke eerste werkdag van de maand contant betaal.

“Ik zal voor boeken zorgen!” riep ze uit. Ik probeerde haar te zeggen dat we niet zoveel plaats hebben in onze plastic bak, maar ik zag haar al hard nadenken en als ze nadenkt, luistert ze niet.

Begin augustus ging ik mijn huur betalen. Ze had drie kisten boeken klaar staan. “Er zijn er ook voor kinderen” zei ze trots. Kinderen zijn de toekomst, we hebben er al twee in het dorp en binnenkort komt er nog eentje. Ik zette de boeken in mijn garage, want het bestuur had geen interesse voor de boeken van madame X. Eerlijk gezegd, ik ook niet, het zijn voornamelijk stukgelezen pockets van Danielle Steel.

Ik overwoog nog even om ze te verkopen op de vide grenier van Vinça, maar ik durfde niet, bang dat madame X een bezoek aan de rommelmarkt zou brengen en ik in ongenade zou vallen.

Aan die rommelmarkt, die gisteren plaatsvond, heb ik trouwens wel deelgenomen. Dat is een ander verhaal dat ik kort zal houden: ik stond met mijn kraampje de hele dag in de volle zon en de winst was niet in verhouding tot de geleverde inspanningen.

Toen ik gisteravond volkomen uitgeput, met in mijn auto nog meer dan de helft van de rommel, de berg opsjokte, kwam er een  tegenligger aan. Ook dat nog. De auto bleef resoluut naar beneden rijden en liet het onterecht aan mij over om achteruit te bollen naar een plek waar hij kon passeren. Toen we op gelijke hoogte waren, ging het raampje naar beneden. Aan het stuur zat een knappe onbekende die mij vriendelijk toeknikte. Naast haar zat madame X. Ze kon gelukkig niet uit de auto, want die stond helemaal tegen de bergwand gemanoeuvreerd, anders was ze mij vast komen kussen. “Christine!” riep ze, “we hebben boeken gebracht!” “Maar we hebben geen plaats meer”, piepte ik. Ze hoorde me niet. Ze was duidelijk dolgelukkig over haar goede daad.

Thuis was de toegang tot mijn binnenkoer versperd door een enorme kartonnen doos die ik in mijn eentje niet eens kon verplaatsen. Jammer dat er vuurverbod is, anders zou ik met plezier een rituele boekverbranding organiseren op het gemeenteplein van Glorianes.

Mission bois

Met gezamenlijke karwijen gaat het in het dorp net als bij feestjes: twee dagen op voorhand een sms-je met plaats, datum en uur. Een dag op voorhand: laatste instructies en vooral dat je op tijd moet zijn, of eerder moet komen als je koffie wil. Ik kreeg goede punten want ik stond er vanmorgen stipt om 8 u en had mijn koffie al op.

We waren met zijn vieren en ik trok samen met Cédric een kleine kilometer het bos in, want daar was het te doen. De anderen kwamen met de gammele en volgeladen auto van de “patron”, langs de verharde weg.

De missie was een omgevallen boom in stukken hakken en zagen. Ik veronderstelde dat mijn taak vooral rapen en stapelen zou zijn. Maar toen we ter plaatse kwamen zag ik geen boom. De patron wees een grote plek dichtbegroeide bramen aan. Daaronder lagen de dikste takken van de boom. Oeps. Mijn taak werd het vrijmaken van die takken met een machete. Het was even slikken, maar ik heb al voor hetere vuren gestaan. Na een dik uur lagen de takken vrij en konden we beginnen hakken en zagen. Eindelijk kon ik rapen en stapelen, en af en toe hulpje zijn bij het zagen.

Het weer was prachtig, zonnig en niet te warm en de omgeving mooi. Het was supergezellig, maar ik ben nu wel geradbraakt. Mijn beloning ligt daar nog: twee stères netjes op maat gezaagd hout en nog een heleboel sprokkelhout. Van het naar hier verslepen, krijg ik het vast ook nog warm.

DSCN3707

Voor

DSCN3714

na

DSCN3724

Cédric leert klieven

DSCN3729

Picnick met de future maman van le bébé de Glorianes

DSCN3731

Siësta

DSCN3736

Een deel van de beloning