Verhalen uit de materniteit

Schapen lijken heel gemakkelijk te lammeren. Als je even niet kijkt, ligt er een vers lammetje op de stalvloer. En omdat ze met velen zijn, is het niet altijd meteen duidelijk wie de mama is.

Er ligt een boreling en alle vermoedelijk drachtige ooien staan er omheen. De boerin tilt het lammetje bij de achterpoten op en zwaait ermee naar de schapen.
‘À qui est cet agneau?’ vraagt ze. Maar de ooien verroeren zich niet. Dan gooit ze het -naar mijn gevoel- wat bruut op de grond. Onmiddellijk schiet er een ooi naar voor. Ze wordt samen met haar lam naar een apart hokje geleid. Daarna legt de boerin uit dat dit de truc is om de moeder te identificeren.

Er ligt weer een piepklein lammetje en deze keer staan er twee ooien bij die allebei het moederschap opeisen. Blijkbaar is de ene bevallen terwijl haar buurvrouw net ook contracties had. Als de buurvrouw het lammetje ziet liggen, snuffelt ze eraan en denkt ze dat het van haar is. Door een hormonale reactie houden haar contracties op. Ze is ervan overtuigd dat ze bevallen is. Onder luid protest wordt de buurvrouw weggebracht en ze bevalt pas de volgende dag van haar eigen lam.

De afgelopen weken zijn er 141 lammetjes geboren. De lammetjes hebben een apart verblijf in de stal, dat stilaan te klein wordt. De boer en de boerin herschikken de indeling van de stal zodat de lammetjes meer ruimte krijgen. De volgende ochtend blijken de schapen de stal zelf te hebben verbouwd en loopt iedereen door elkaar: mama’s, toekomstige mama’s en lammeren. Er zit niets anders op dan ze uit elkaar te halen aan de hand van de nummers in hun oren. Uren werk. Probeer maar eens de nummers in de bewegende oren te lezen en probeer maar eens een schaap te vangen. Ik mocht de lammetjes vangen, maar ik kreeg er maar twee te pakken.

DSCN5178

Stalfilosofie

Van het ene kwam het andere. Van het bezoek aan de boerderij kwam een halve dag immersion. De dag erna ging ik terug, en nu ga ik elke dag een paar uurtjes helpen.

Ik had nooit gedacht dat het bezig zijn met dieren en het uitvoeren van schijnbaar eenvoudige, maar erg noodzakelijke taken zo rustgevend kon zijn.

Onder de indruk van het contact met de jonge en de oudere dieren, vroeg ik me de eerste dagen af of ik over een paar maanden -als het zo ver is- nog wel lamsvlees zou kunnen eten.

Maar als ik zie hoe de dieren hier verzorgd worden, voel ik me daar iets meer gerustgesteld bij. De volwassen dieren gaan elke dag een paar uur grazen. Het scheiden van ooien en lammeren is geen sinecure, maar er wordt geen dag overgeslagen. Voederbakken en drinkbakken worden elke dag schoongemaakt. De stalvloer wordt om de andere dag met vers stro bedekt.

Maar wat mij het meeste raakt, is hoe de dieren nauwlettend in het oog gehouden worden. Hoe de boerin over hun verschillende karakters praat. Hoe ze hen toespreekt, soms bestraffend, soms troostend. Dat er zelden geschreeuwd wordt, enkel aangemaand. Dat de herdersstok alleen dient om op de grond te slaan.

De dieren van Mas D’Avall hebben een goed leven, ook al is het voor de jonge bokjes wat kort. Ik denk dat ik er bewust en dankbaar zal van eten.

DSCN5198

Puur geluk

Op een knie in de stal, een lammetje over de andere knie. Het snokt aan het flesje, terwijl een ouder neefje zachtjes in mijn vrije hand bijt en mijn vingers likt. Een mama blaast haar warme adem in mijn nek. Een andere knabbelt aan mijn broek. Naast mij staat het agneau mystique dat alles rustig observeert.

Ik geloof niet zo in duurzaam geluk. Ik geloof in van die kleine momenten, waar je nog dagen van nageniet. De kunst is om veel van die momenten te verzamelen.

DSCN5193DSCN5180

Martine à la ferme*

Gisteren is het er eindelijk van gekomen: ik heb de schapenstal bezocht. Ik stelde het steeds weer uit, bang om de boeren, die het de laatste weken erg druk hebben, te storen.
Op de weg naar beneden kruiste ik de boerin op haar quad, onderweg naar een ooi die volgens de buren vreemd gedrag vertoonde. ‘Ga maar naar de bergerie,’ zei ze, ‘ik kom zo.’

Even later kreeg ik een rondleiding en wat uitleg en kon ik foto’s nemen. Het licht in de stal viel tegen, maar nu ik er de eerste keer geweest was, en ik blijkbaar niet stoorde, kon ik misschien nog eens op een ander moment terugkomen.

Of … kon ze misschien wat hulp gebruiken, vroeg ik aan de boerin, met weinig hoop op een positief antwoord. Maar ik moest de vraag maar één keer stellen. Ze wees me een kruiwagen en een baal stro aan en ik mocht meteen de vloer van de stal met stro bedekken.

Blijkbaar zag ze een samenwerking wel zitten en vanmorgen haalde ze me op voor een heuse initiatie. Voor we naar de lager gelegen bergerie reden, bakenden we met sneldraad het terrein af waar vandaag gegraasd zou worden. Aangekomen in de stal kreeg ik twee papflesjes in handen en mocht ik de sukkeltjes die niet of niet genoeg melk van hun moeder krijgen voeden.

Daarna werden de ooien van de lammetjes gescheiden en brachten we de jonge moeders naar een hoger gelegen frisgroene wei. Een hele klim, in een hoog tempo, maar een erg leuk gevoel om met zo’n kudde schapen achter je aan te lopen.

Weer in de stal was het voederbakken schoonmaken, waterbakken vullen, de laatst geborenen merken en een gehandicapt lammetje vertroetelen. De ooien die nog moeten lammeren brachten we naar een dichterbij gelegen weide.

Dan weer de berg op om de andere schapen te verhuizen naar een nieuwe graasplek. Om ze terug te brengen had de boerin geen hulp meer nodig, want dat gaat vanzelf, zei ze. De ooien rennen naar beneden om weer bij hun kindjes te zijn.

Mijn eerste halve dag zat erop. Ik was moe, bezweet en ik rook helemaal naar schaap. Maar ik voelde me zalig. Eindelijk weet ik wat ik later –als ik groot ben- wil worden: boerin.

DSCN5176

*Tiny op de boerderij

Frelon-killer

Af en toe komt hij de berg op gefietst, Roger. Hij stelt zichzelf telkens opnieuw voor als Roger le fou.

Ik heb Roger nog nooit anders gezien dan in een nauwsluitend fietspakje. Daarin zit zijn niet meer zo jonge, maar gespierde lijf, gehard van het fietsen en het lopen.

Eens hij boven is, keert hij niet terug voor hij in het dorp iemand gevonden heeft aan wie hij zijn verhaal kwijt kan. Roger le fou moet fietsen, lopen en vertellen in hoog tempo. Altijd vriendelijk, altijd gehaast, altijd onrustig.

Wie hem in de verte ziet naderen, overweegt om rechtsomkeert te maken of een zijweg te nemen. Want als Roger begint, houdt hij niet op.

Een paar dagen geleden zag ik hem bij de groenteboer in het dal. Het was middag en de groenteboer probeerde hem de winkel uit te werken. Ik rekende af en troonde Roger mee naar het erf. Daar toonde hij mij een bokaal met wel twintig hoornaar-koninginnen, die hij blijkbaar overal meeneemt op de fiets.

Ik wist niet goed wat ik ervan moest denken en ik vroeg of die wespen dan geen functie hadden in de natuur.

‘Nee,’ zei de groenteboer, die natuurlijk alles over de natuur weet, ‘want ze zijn niet van hier. Het zijn Aziatische frelons.’

Daarmee moest ik het doen, want de groenteboer maakte dat hij weg kwam. Roger rekende vervolgens in sneltempo uit hoeveel koninginnen hij al had gevangen en hoeveel hoornaars hij daardoor al voorkomen had.

Doe de groeten in het dorp, zei hij, toen ik mijn rugzak aantrok en me in de richting van de straat probeerde te verplaatsen. Zeg maar dat je Roger hebt gezien, le frelon-killer.

Later zocht ik informatie over de Aziatische frelon op en leerde ik dat de eerste koningin waarschijnlijk in 2004 met een schip vanuit de Chinese provincie Yunan in Bordeaux is aangekomen en zich van daaruit over heel Frankrijk heeft verspreid. De Aziatische frelons zouden een bedreiging vormen voor de honingbijen.

Toen ik hier en daar over mijn ontmoeting met Roger vertelde, werd er met bewondering gereageerd. ‘Hoe doet hij dat? Hij is een held,’ zeggen ze. Roger le fou is nu Roger, le héros.

timthumb.php

La dalle gravée

Sinds zaterdag weet ik waar hij is, de gegraveerde steen van Glorianes. Nu ik er wat meer informatie over heb, zal ik er met plezier nog eens naartoe klimmen.
Hij ligt op 1044 m hoogte, langs de weg ‘camp de l’homme mort’. Mogelijk ben ik er al langs gelopen zonder te weten dat daar een schat lag.
Het is een steen van ongeveer 2m op 3,5 m, gericht op het zuiden en hellend in een hoek van 45°. Er zijn zowat 70 tekeningen in gebeiteld of gekrast, waarvan sommigen zouden dateren van 6000 v.C. De laatste figuren zouden in de negentiende eeuw aangebracht zijn. Er staan vooral veel kruisjes op, waarschijnlijk aangebracht door herders die het onheil wilden afzweren. Maar ook twee spiralen in tegengestelde richting, een vogel, een grenadier, twee veelarmige menselijke gedaanten en een paar dieren met hoorns.
De gedachte dat daar duizenden jaren geleden een jager, een plukker, een herder, een man of een vrouw in die rots heeft staan krassen of kappen is onwezenlijk en ontroerend.

Op deze leuke webpagina staat meer uitleg en zijn de tekeningen overgedaan met een stift.

DSCN5108 DSCN5109 DSCN5110

La crête

Glorianes ligt op 800 m hoogte, omgeven door een kring van iets hogere bergkammen. Het dorp lijkt daardoor in een soort kom te liggen. Ik ben al een paar keer naar de rand van de kom geklommen en ik ben er zelfs al over geweest, maar ik had nog nooit het plateau op de rand afgewandeld.
Dat hebben we gisteren gedaan. We klommen langs de noordkant naar boven en we kwamen langs de westkant naar beneden.
We, dat was een groepje van vijf, waarvan twee dorpsgenoten en ik, een dochter van een dorpsgenoot en een vriend van een andere dorpsgenoot.
Het klimmen was taai. Mijn conditie nog iets te zwak. Niemand zei wat van mijn gehijg. Maar eens boven was de beloning groot. In de kom lag Glorianes nog kleiner dan klein. Aan de andere kant lagen de naburige dorpen als speelgoed verspreid tussen de hellingen. Op de kam liepen we kilometers lang over een vlakte, terwijl naast ons het massief van de Canigou imposant oprees.
De afdaling was nog lastiger dan de klim. Op een steil, smal, rotsig pad werden mijn knieën zwaar op de proef gesteld. Het oversteken van de rivier in het dal deed ik met trillende benen. Na zeven uur stappen stonden we bij de Mas d’ Avall, de laagst gelegen boerderij, waar we opgehaald werden door père Cosse, de oudste van het dorp. Hij bespaarde ons met zijn auto de laatste klim over een bochtige asfaltweg.

Het was een prachtige dag, we hadden geluk gehad met het weer, we zagen indrukwekkende landschappen. Maar wat me evenveel zal bijblijven was de stille gezelligheid, het omkijken als iemand wat achterbleef, het elkaar de hand reiken bij het oversteken van een rivier, het delen van de picknick, het zacht vertellen, of het zwijgend naast elkaar lopen.
DSCN5107

DSCN5113

DSCN5122

DSCN5127

Zoete herinnering

De Zwartkoptuinfluiter

Eigenlijk al van mijn kindertijd af
denk ik aan mijn uitvaart.
Ik zou willen dat iedereen dan
gelukkig was, dat vreemde geluk
om iets wat te mooi is, wat pijn doet.
Ik heb me daarbij muziek voorgesteld,
een klagende hobo van Albinoni,
of dat ik op een bandje voor jullie
een stoïsch, dankbaar gedicht voorlas;
maar eigenlijk hoop ik dat het mei zal zijn
onder hoge beuken, en heel stil,
en dat dan opeens twee zwartkopjes
gaan zingen
tegen elkaar in.
Laat dan niemand spreken,
want iets mooiers, iets ontroerenders
bestaat er niet op aarde.

Hans Warren (1921-2001)