Glorianes ligt op 800 m hoogte, omgeven door een kring van iets hogere bergkammen. Het dorp lijkt daardoor in een soort kom te liggen. Ik ben al een paar keer naar de rand van de kom geklommen en ik ben er zelfs al over geweest, maar ik had nog nooit het plateau op de rand afgewandeld.
Dat hebben we gisteren gedaan. We klommen langs de noordkant naar boven en we kwamen langs de westkant naar beneden.
We, dat was een groepje van vijf, waarvan twee dorpsgenoten en ik, een dochter van een dorpsgenoot en een vriend van een andere dorpsgenoot.
Het klimmen was taai. Mijn conditie nog iets te zwak. Niemand zei wat van mijn gehijg. Maar eens boven was de beloning groot. In de kom lag Glorianes nog kleiner dan klein. Aan de andere kant lagen de naburige dorpen als speelgoed verspreid tussen de hellingen. Op de kam liepen we kilometers lang over een vlakte, terwijl naast ons het massief van de Canigou imposant oprees.
De afdaling was nog lastiger dan de klim. Op een steil, smal, rotsig pad werden mijn knieën zwaar op de proef gesteld. Het oversteken van de rivier in het dal deed ik met trillende benen. Na zeven uur stappen stonden we bij de Mas d’ Avall, de laagst gelegen boerderij, waar we opgehaald werden door père Cosse, de oudste van het dorp. Hij bespaarde ons met zijn auto de laatste klim over een bochtige asfaltweg.

Het was een prachtige dag, we hadden geluk gehad met het weer, we zagen indrukwekkende landschappen. Maar wat me evenveel zal bijblijven was de stille gezelligheid, het omkijken als iemand wat achterbleef, het elkaar de hand reiken bij het oversteken van een rivier, het delen van de picknick, het zacht vertellen, of het zwijgend naast elkaar lopen.
DSCN5107

DSCN5113

DSCN5122

DSCN5127