Religie en metaal

Voor de dorpswandeling van gisteren waren we maar met twee. Niet erg. We kozen een bestemming dichterbij en kortten het programma wat in.
Mijn buurman, gedreven wandelaar, bracht mij naar de ruïne van het vroegere kerkje van Glorianes, la chapelle Saint-Estève. Toch bijzonder, zo twee bijna intacte gevels in het midden van nergens.

In de buurt van deze kapel vonden we de overblijfselen van een oude mijn: ruïnes, terrils en verroeste wagonnetjes. Volgens de kaart is dit een oude ijzermijn, maar in het dorp weten ze wel beter. De ingang van de mijn hebben we niet gevonden. Waarschijnlijk is hij dichtgemaakt en verstopt om ongelukken te voorkomen. Maar goed ook, nieuwsgierig als ik ben.

DSCN5280

DSCN5273

DSCN5283

DSCN5286

DSCN5288

Rapport

Mijn stage op de boerderij begint naar het einde te lopen. De boerin vindt het nog steeds prima dat ik elke dag een paar uurtjes kom helpen. Daaruit leid ik af dat ik het nog zo slecht niet doe.

In haar plaats heb ik een evaluatierapport opgesteld:

Motivatie: de studente heeft zich spontaan aangeboden en is de afgelopen drie weken elke dag (behalve twee dagen) vrijwillig een paar uur komen werken.

Leerbereidheid: De studente stelde veel vragen en observeerde de stageleidster als voorbeeld.

Initiatief: De studente nam regelmatig initiatief, soms iets te voorbarig.

Aandacht, oplettendheid, waakzaamheid: Nog te verbeteren: de studente liet al eens ooien of lammeren ontsnappen tijdens het verzamelen of tijdens de tocht naar de graasweide. De studente kon niet verhinderen dat een paar ooien de omheining omverliepen. De studente slaagde er zelden in om de kudde te tellen. Bij het voeden gaf ze eens twee keer een flesje aan het zelfde lammetje.

Handigheid: In de loop van de stage heeft de studente iets meer vaardigheid verworven in het vangen van lammeren, maar hier is nog oefening nodig.

Omgang: De studente was vriendelijk en beleefd, toonde belangstelling voor het bedrijf en voor de dieren. Ging misschien iets te vriendschappelijk om met de pupillen: liet zich besnuffelen en beknabbelen en liet zelfs toe dat de lammeren tegen haar opsprongen.

Ik ben niet zeker of mijn stageleidster het met dit rapport eens zal zijn. Maar zoals ik het zelf zie, lijkt het een beetje op mijn vroegere schoolrapporten. Aandacht was altijd mijn zwakke kant. Te snel afgeleid door de dingen die buiten de les gebeurden, of nog erger, door de eigen gedachten.

Deze ervaring was een lange oefening in ‘aandacht erbij houden’ of zgn. mindfulness. En wat mij betreft een pak effectiever dan een dure cursus.

DSCN5263

Mijn papkindjes zijn in ieder geval elke morgen blij als ze me zien.

Épine

De autopsie op het ene schaap heeft nog niets aangetoond. De ervaren herderin en de boerin hebben de organen van het dier ingevroren en de veearts zal verder weefselonderzoek doen. De andere ooi blijft voorlopig in de ziekenboeg. Het goede nieuws is dat er geen nieuwe zieken zijn. De kans dat het iets besmettelijks is, verkleint.

Vanmorgen liep er wel eentje te manken. Ik vind het altijd verbazend: we zijn nog maar net in de stal en de boerin heeft het al gezien. Maar ze ziet ook meteen dat het niet om pootstijfheid gaat. Een doorn, denkt ze.

We voeden de weesjes en scheiden daarna ooien en lammeren. Nu de lammetjes wat groter zijn, laten de moeders zich met minder tegenzin bijeendrijven. De kudde wordt voor de stal in een soort sas verzameld. Het mankende schaap wordt eruit gehaald en gevloerd. Gewoonlijk doet de boerin dit in haar eentje. Nu hou ik de ooi tegen de grond en schraapt zij met een mes de hoef af. Als de oppervlakte van de hoef helemaal schoon geschraapt is, wordt er een donker plekje zichtbaar. Er komen vliegen op af. De boerin kerft erin, het schaap spartelt een beetje. Ze haalt er een lange doorn uit, het schaap kalmeert. Ze reinigt de wond verder met het mes, tot er bloed vloeit. Ze toont me hoe ik het schaap, dat half op zijn rug ligt, in bedwang moet houden: tussen mijn knieën, haar voorpoten stevig vasthoudend. De boerin haalt ontsmettingsmiddel en een spuitje. Na de behandeling krijgt de ooi nog een rode streep op haar kop. Zo is ze gemakkelijker in het oog te houden.

‘Dat voelt beter, hé’, zegt ze tegen de ooi. Ik kan me de opluchting van het dier levendig voorstellen.

Vautours

Nu ik nog niet alle, maar toch vele hoeken en kanten van het boerenleven heb verkend, wil ik al lang geen boerin meer worden. Mijn lichaam zou het niet eens aankunnen. Na een paar uur werken (omheiningen verplaatsen, papflesjes geven, ooien en lammeren scheiden, ooien wegbrengen, hoeden, voederbakken uitvegen, stalvloer met stro bedekken, lammeren tillen …) ben ik geradbraakt. Ik begrijp niet hoe de boerin het volhoudt. Ze doet het vier-, vijfdubbele van wat ik doe en draagt dan nog eens alle verantwoordelijkheid.
Er zijn conflicten met andere veetelers die tijd en energie vreten. Er is de ingewikkelde en strenge administratie. Er is de dreiging dat het bedrijf het niet redt. Elke dag moet er rekening gehouden worden met het weer, moeten planningen aangepast worden, duiken er -meestal onaangename- verrassingen op.

De laatste dagen cirkelen er gieren (vautours) boven het dorp. Het zijn prima opruimers. Ze eten enkel kadavers. Maar ze brengen vooral slecht nieuws want ze zijn in staat om zieke dieren te detecteren. Ze cirkelen rond en wachten geduldig tot de prooi doodvalt.

Het is geen loos alarm. Deze morgen heb ik samen met de boerin twee zieke schapen in de laadbak getild. Ze worden niet naar de veearts maar naar de moeder van de boer gebracht. Zij weet alles af van schapen, uit ervaring en uit boeken. Zij zal de dieren afmaken en een autopsie uitvoeren. Ze zullen foto’s maken van alle organen en ermee naar de veearts gaan.

Welke diagnose er ook valt, het zal slecht nieuws zijn. Iets ergers dan een adderbeet. Iets besmettelijks, dat dure en tijdrovende behandelingen zal vragen, iets dat fataal kan zijn voor dieren en bedrijf.

En de boer hij ploegde voort … En de boerin zij werkte voort.

Haar bewegingen zijn wat bruusker, haar gezicht staat wat strakker, maar ze speelt nog met de honden, ze praat nog met de lammetjes. Er kan soms zelfs een grapje af. In de papfles-afdeling staan twee nieuwe weesjes. Terwijl ik ze voed staat het huilen mij nader dan het lachen. Nee, ik zou geen goede boerin zijn.

L’estive (*)

Een paar dagen gelden is de eerste lichting ooien met hun lammeren naar het zomerverblijf vertrokken. Ze worden in het dorp opweg gezet en trekken dan zonder begeleiding steeds hoger de berg op, langs paden die ze nog kennen van de vorige jaren. Vandaag zijn we ze met de 4×4 gaan zoeken. We vonden ze op 1000 m hoogte, rustig grazend, alsof ze geen last hadden van de koude wind.

(*) De term ‘estive’ doelt zowel op de periode waarin, als de plaats waar de schapen in de zomer in de bergen verblijven.

DSCN5225DSCN5253DSCN5252

Infirmerie

Nadat de ooien naar de weide gebracht zijn, komen we terug in de stal. De meeste lammetjes zijn uitgespeeld en hangen wat tegen elkaar of tegen de kant.
Als de boerin in het midden gaat staan, komen ze dichterbij.
‘Qui a la diarrhée?’ vraagt ze luid en op ernstige toon.
Geen enkel lammetje steekt zijn poot op of mekkert zelfs.
Dus moeten we 142 achterwerkjes nakijken.
Slechts drie hoeven een spuitje.

Herders

Er zijn nog steeds herders en herderinnen die hun schapen elke dag gaan hoeden. Ze leiden hun schapen naar gemeentelijke terreinen en ze besparen de gemeente het maaien langs de wegen.

Grote nieuwe bedrijven zijn meestal uitgebreid gemotoriseerd en leiden de schapen met quads en jeeps naar afgebakende terreinen.

De boerderij in Glorianes gebruikt zowel de oude als de nieuwe technieken. Dat kan omdat ze kleinschalig is. Tijdens de lammertijd worden de ooien te voet naar weides in en rond het dorp gebracht, meestal privéterreinen van dorpsgenoten. Als de lammetjes groot genoeg zijn, mogen ze met hun moeders mee naar hoger gelegen gebieden. Dit zijn uitgestrekte gemeentelijke terreinen, die afgebakend worden met elektrisch geladen draad en waarover tussen de telers jaar in jaar uit gekibbeld wordt. Vanavond heeft er weer een vergadering plaats en de sfeer in het dorp is gespannen.

‘De beste remedie tegen al dat getouwtrek en geruzie is het werk zelf’, zegt de boerin. ‘Als ik in de stal werk en met de schapen bezig ben, is mijn hoofd leeg. Daardoor kan ik het volhouden.’

Soms gaat ze ook hoeden. Ze blijft dan een paar uren in een weide die niet goed afgebakend is omdat het terrein te ongelijk is. Ik vraag haar wat ze dan doet tijdens die uren. ‘Ik bestudeer mijn schapen,’ zegt ze. ‘Ik kijk of ze gezond zijn, of ze goed eten en ik leer hun gedrag en hun karakters kennen.’

Vanmorgen bekende ze verlegen dat ze zelf nauwelijks lamsvlees eet. ‘Een enkele keer maak ik het klaar,’ zegt ze, ‘maar ik voel er mij niet goed bij.’

DSCN5219 DSCN5221 DSCN5224

Het jonge volkje

Als de ooien naar de weide gebracht zijn, worden de lammetjes vrijgelaten. Ze hebben dan de hele stalruimte en dat vinden ze duidelijk heel leuk. Ze rennen over en weer en springen en dartelen dat het een lieve lust is.

Na de speeltijd hebben we ze vandaag met dranghekken in een hoek gedreven en heeft de boerin ze een voor een nagekeken op ‘zere bekjes’. Dat zijn wondjes van het zogen die verzorgd moeten worden met jodium. De lammetjes die verzorgd worden hebben dan een grappig rood neusje.

Mijn taak was om de lammetjes te pakken en over het hek te tillen. 142 lammeren, waarvan sommigen al een indrukwekkend gewicht hebben. Mijn rug weet het nog.

DSCN5208

DSCN5212

DSCN5215

Lief en leed

Vanmorgen lag het gehandicapte lammetje dood in de stal. Het kon niet op zijn voorpootjes staan en mogelijk is het vertrappeld door de anderen. Hij was een van mijn papfleslammetjes. Maar misschien was het beter zo. Want hoe moest het verder? Er bestaan geen rolstoelen voor gehandicapte schaapjes.

De moeder van het dode zwarte schaapje lag ook te zieltogen. De symptomen wijzen in de richting van een adderbeet, zei de boerin. Adders en ringslangen durven namelijk te gaan zogen bij de schapen. Ze komen soms tot in de schapenstal. Als het schaap de adder afschudt, riskeert het een beet.

Een adderbeet hoeft niet dodelijk te zijn bij een volwassen schaap, maar het gif kan via de melk bij het lammetje terechtkomen. Mogelijk is er nog een lammetje aangetast. Het is al een paar dagen helemaal stijf. De boerin blijft het voeden, desnoods met een sonde. Ze kan het niet over haar hart krijgen om het te doden.

Het geeft te denken. Ik denk dat ik het zou kunnen doden als ik zou weten dat het lijdt. Maar ik weet er natuurlijk te weinig over. En als de boerin gelooft dat het nog gered kan worden, dan is dat misschien wel zo.