De autopsie op het ene schaap heeft nog niets aangetoond. De ervaren herderin en de boerin hebben de organen van het dier ingevroren en de veearts zal verder weefselonderzoek doen. De andere ooi blijft voorlopig in de ziekenboeg. Het goede nieuws is dat er geen nieuwe zieken zijn. De kans dat het iets besmettelijks is, verkleint.

Vanmorgen liep er wel eentje te manken. Ik vind het altijd verbazend: we zijn nog maar net in de stal en de boerin heeft het al gezien. Maar ze ziet ook meteen dat het niet om pootstijfheid gaat. Een doorn, denkt ze.

We voeden de weesjes en scheiden daarna ooien en lammeren. Nu de lammetjes wat groter zijn, laten de moeders zich met minder tegenzin bijeendrijven. De kudde wordt voor de stal in een soort sas verzameld. Het mankende schaap wordt eruit gehaald en gevloerd. Gewoonlijk doet de boerin dit in haar eentje. Nu hou ik de ooi tegen de grond en schraapt zij met een mes de hoef af. Als de oppervlakte van de hoef helemaal schoon geschraapt is, wordt er een donker plekje zichtbaar. Er komen vliegen op af. De boerin kerft erin, het schaap spartelt een beetje. Ze haalt er een lange doorn uit, het schaap kalmeert. Ze reinigt de wond verder met het mes, tot er bloed vloeit. Ze toont me hoe ik het schaap, dat half op zijn rug ligt, in bedwang moet houden: tussen mijn knieën, haar voorpoten stevig vasthoudend. De boerin haalt ontsmettingsmiddel en een spuitje. Na de behandeling krijgt de ooi nog een rode streep op haar kop. Zo is ze gemakkelijker in het oog te houden.

‘Dat voelt beter, hé’, zegt ze tegen de ooi. Ik kan me de opluchting van het dier levendig voorstellen.