Mijn stage op de boerderij begint naar het einde te lopen. De boerin vindt het nog steeds prima dat ik elke dag een paar uurtjes kom helpen. Daaruit leid ik af dat ik het nog zo slecht niet doe.

In haar plaats heb ik een evaluatierapport opgesteld:

Motivatie: de studente heeft zich spontaan aangeboden en is de afgelopen drie weken elke dag (behalve twee dagen) vrijwillig een paar uur komen werken.

Leerbereidheid: De studente stelde veel vragen en observeerde de stageleidster als voorbeeld.

Initiatief: De studente nam regelmatig initiatief, soms iets te voorbarig.

Aandacht, oplettendheid, waakzaamheid: Nog te verbeteren: de studente liet al eens ooien of lammeren ontsnappen tijdens het verzamelen of tijdens de tocht naar de graasweide. De studente kon niet verhinderen dat een paar ooien de omheining omverliepen. De studente slaagde er zelden in om de kudde te tellen. Bij het voeden gaf ze eens twee keer een flesje aan het zelfde lammetje.

Handigheid: In de loop van de stage heeft de studente iets meer vaardigheid verworven in het vangen van lammeren, maar hier is nog oefening nodig.

Omgang: De studente was vriendelijk en beleefd, toonde belangstelling voor het bedrijf en voor de dieren. Ging misschien iets te vriendschappelijk om met de pupillen: liet zich besnuffelen en beknabbelen en liet zelfs toe dat de lammeren tegen haar opsprongen.

Ik ben niet zeker of mijn stageleidster het met dit rapport eens zal zijn. Maar zoals ik het zelf zie, lijkt het een beetje op mijn vroegere schoolrapporten. Aandacht was altijd mijn zwakke kant. Te snel afgeleid door de dingen die buiten de les gebeurden, of nog erger, door de eigen gedachten.

Deze ervaring was een lange oefening in ‘aandacht erbij houden’ of zgn. mindfulness. En wat mij betreft een pak effectiever dan een dure cursus.

DSCN5263

Mijn papkindjes zijn in ieder geval elke morgen blij als ze me zien.