Wildernis

In permacultuurkringen spreekt men van schijnbare chaos, maar ik moet toegeven dat de chaos in mijn tuin letterlijk te nemen is. Door het warme en vochtige weer groeiden de grassen en wilde kruiden veel harder dan ik kon bijhouden en een paar dagen afwezigheid eisten hun tol. En toch heb ik prachtige aardappelen, mooie rucola, snijbieten, worteltjes, aardbeien, uien en sjalotten en een veelbelovend parc à tomates. Je moet er alleen een beetje naar zoeken.

 

 

En behalve een kruiwagen om hooi aan te voeren is dit het enige tuingerief dat ik tot nu gebruikte.

(Achter mij het hoge gras.)

Primeurs

DSCN6422

Jeanette, Carolus, Blanche en Bleu d’Artois.

Aardappelplanten hebben prachtige bloemen en de kleur geeft de soort aan. Zo hebben de Blanches witte bloemen, de Jeannettes rozige bloemen en de Bleus d’Artois blauwige bloemen. Voorlopig heb ik enkel nog maar de knollen van de kleine en aangevreten planten geoogst. Benieuwd naar de rest. En dat allemaal zonder spitten. Ik heb de pootaardappelen volgens de Ruth Stout-methode gewoon op de grond gelegd en bedekt met hooi.

Gateau

Het bloggen is er de laatste tijd wat bij ingeschoten, maar deze taart wil ik toch even laten zien. Het is een verjaardagstaart voor onze dorpsoudste en imker. Ze werd gemaakt door een andere dorpeling/creatieveling en door ons allemaal smakelijk verorberd op ons jaarlijkse kersenfeest.

DSCN6387

 

Tiny in het bos

Mijn wandeling naar het basiskamp was tevergeefs. De bende was al doorgegaan naar de hogere weiden. Jammer, ik had ze nog een aaitje willen geven.
Geen schapen dus, maar wel een everzwijn. Het kwam in lichte draf uit de tegenovergestelde richting aangelopen. Het passeerde mij zonder zelfs maar opzij te kijken. Het leek een gehaast meneertje. Ik wou nog roepen: Wacht! Ik wil een foto van je nemen voor mijn blog! Maar hij was al weg.

Tiny op de boerderij

Sinds vorige week ben ik weer van dienst op de boerderij. De lammertijd is al eind april begonnen, maar ik spring nu pas in, nu de lammetjes bijna allemaal geboren zijn en hulp bij het in toom houden van zo’n grote kudde meer dan welkom is.
Dit jaar ga ik maar twee dagen in de week, de overige dagen heeft de boerin hulp van een andere dorpsgenoot en in het weekend van haar kinderen.
Net zoals vorig jaar zijn mijn taken: papflesjes geven, ooien naar de graasweide brengen, stalvloer met stro bedekken, voederbakken schoonmaken.

Het eerste straffe stalverhaal heb ik niet zelf meegemaakt, maar van horen zeggen. Een van de lammetjes dat afgewezen werd door de moeder kreeg een jasje aan. Dat jasje was de vacht van een gestorven lammetje van wie de moeder treurde. Als de truc werkte, als de treurende moeder het weesje zou adopteren, waren ze allebei gered. Helaas pakte het niet, de wissel was net iets te laat gebeurd. Het lammetje was al een aantal uren dood voor het gevonden werd, de geur was al te sterk veranderd. Het weesje werd dan maar bij de andere potlammeren gezet en krijgt nu flesjes. De moeder is gelukkig over haar verlies heen geraakt. Eind goed, al goed. Ik vond het toch mooi geprobeerd van de boerin.

Gisteren hebben wij, dat zijn de boer, de boerin en ik, de kudde opgesplitst. De vrouwelijke lammetjes mochten met hun moeders al naar de zomerweide vertrekken. Dat is een hoger gelegen gebied waar ze meerdere weken blijven. Dat opsplitsen is geen sinecure. Het gaat als volgt: alle jonge moeders worden bijeengedreven tussen een paar dranghekken, zodat ze dicht op elkaar staan. Daartussen staan wij. We houden ons zo stil mogelijk om de schapen niet zenuwachtig te maken. De schapen dragen een label in hun oor waarop een nummer van vijf cijfers staat. De boer roept een nummer, bijvoorbeeld 400.86, dus quatre cent quatre vingt six. Dan zakken we door onze knieën en sluipen we rond tussen de schapen tot we het dier in kwestie gevonden hebben. (Ik prevelend: quatre cent quatre vingt six … quatre cent quatre vingt six … ) De gevondene wordt dan vriendelijk naar de uitgang geleid en met een zekere dwang naar de andere kant van het dranghek geduwd.
Om de bijhorende lammetjes te vinden wordt ongeveer dezelfde techniek gebruikt, maar dan moeten we nog iets dieper door de knieën gaan en een lam laat zich nog moeilijker vangen dan een ooi.
Uiteindelijk zijn we met 48 dieren naar het graasgebied getrokken. De ooien wisten de weg nog, de lammetjes maakten af en toe aanstalten om terug te keren. Straks ga ik een wandeling maken en hoop ik ze te vinden in het ‘basiskamp’, een grote weide waar ze een paar dagen blijven. Daarna trekken ze stilaan, zonder herder, zonder honden, naar nog hoger gebied om daar de zomermaanden door te brengen.

Nieuw leven 2

Deze slideshow vereist JavaScript.

Een beetje toelichting:

Op de eerste foto ligt de aanstaande moeder rechts vooraan met contracties.

Daarna heeft ze zich verplaatst en begint het persen.

Na het eerste lammetje volgt algauw een tweede. Maar terwijl het tweede nog half in haar zit, staat ze al recht en begint het eerste te likken. (De boerin is intussen even komen helpen en heeft het tweede eruit getrokken.)

Als de tweeling schoongelikt is, verhuizen ze naar een apart kamertje. Daar krabbelen de lammetjes recht en beginnen ze naar de uier te zoeken.

Pommes de terre

‘We hadden eigenlijk niet anders verwacht van onze Belge locale,’ zegt een van mijn dorpsgenoten, als ik vertel dat ik vooral veel aardappelen heb geplant.
‘Goed idee,’ zegt de taxichauffeuse die elke dag het buurmeisje komt halen en brengen. ‘Dat bereidt de grond voor op volgend jaar.’

Ze hebben allebei gelijk. Aardappelen planten leek mij de beste manier om de grond te testen en alvast te mulchen voor volgend jaar. Maar ik eet ook heel graag aardappelen, en niet alleen frieten. Ik heb wel al half beloofd dat, als de oogst lukt, ik voor het hele dorp frieten ga bakken. Maar daar zullen ze nog even op moeten wachten. Hier en daar komen de planten al piepen. Zou het woord piepers daarvan komen? Het is echt grappig om die kleine blaadjes hun kopjes door het stro te zien steken.

Ik heb verschillende soorten en op verschillende tijdstippen gepoot. De Cerisa-aardappelen die ik half februari al in mijn vierkante bak op het terras heb geplant, zijn het grootst. Verder heb ik nog Mona Lisa-, Bleu d’Artoise-, Pompadour-, Carolus-, Agria- , Jeannette- en Blanche-aardappeltjes geplant. Ze staan zowat overal. In de jardins familiaux, maar ook rond mijn huis op onofficiële plaatsen.

Hieronder een paar fotootjes van de permacultuurtuin, die er nog altijd wat chaotisch uitziet, maar toch stilaan vorm krijgt. En ook nog een kiekje van mijn kameraardappel Jeannette, van wie het twijfelachtig is of ze volgende maand aardappelen zal geven, maar intussen toch dienst doet als frêle kamerplant.

DSCN6219

 

Zonder woorden

Zo zeker als de zon opkomt
Zo zeker weet ik dat je naast me zit
Hier aan het raam
Ik zet het op een kier
Zodat we het briesje voelen
Het schrapen van de keeltjes horen
Het aarzelend inzetten van het liedje van de dag

Terwijl het donker lichter wordt
Stel ik mijn vragen
Droog ik mijn tranen
Want het antwoord is -zeg jij- in hun gezang

 

(Dit gedicht staat ook op mijn proza- en poëzieblog)