Zoet leven

In juni ben ik gaan helpen op de boerderij.
Vorige week heeft de boerin me geholpen om mijn jaarlijkse vracht brandhout van de straat naar mijn huis te slepen en te stapelen. We hebben er een ochtend (vanaf 6.30 u) en twee avonden over gedaan.
Diezelfde week ging ik om de andere avond de tuin van Céline sproeien, want zij had een weekje vakantie.
Nadège, de overbuurvrouw van Céline nam de kippen, de konijnen, de katten en de paarden voor haar rekening. Toen zij zelf een paar dagen weg ging, deed Marie de paarden en ik de kleine dieren.
Gisteren heeft René mijn wc voorlopig gerepareerd.
En dinsdag brengt Céline mij om 6.00 u ’s ochtends naar het station.

En zo gaat het de hele tijd door. We doen voortdurend dingen voor elkaar zonder dat er geld of bonnetjes aan te pas komen. Op een of andere manier slagen we erin een zeker evenwicht te bewaren tussen helpen en geholpen worden. Het klinkt bijna idyllisch en dat zou het kunnen zijn. Als iedereen meedeed. In het dorp, en overal.

Tijdens Célines afwezigheid werden drie kuikentjes geboren.

O happy day

Sinds vorig jaar stellen we ons mooie kerkje wat vaker open voor het publiek. De theatervoorstelling in de zomer van 2015 was een groot succes, maar kreeg achteraf toch wat kritiek van een paar katholieke dorpelingen. De kerk is immers nog steeds gewijd, er wordt jaarlijks een mis gelezen. Daarom zijn we dit jaar wat voorzichter geweest met de programmatie. Het uitnodigen van een gospelkoor kon op de goedkeuring van het bisdom rekenen en was eveneens een succes. Ambiance in de kerk!

Reekalf

De foto hieronder is onscherp omdat hij vanuit de auto genomen. Sue en ik zaten namelijk net als de bestuurster in de auto aan de overkant verbaasd naar dit kalfje te kijken. Een paar tellen ervoor was de moeder de straat overgestoken en links in het struikgewas gedoken. Maar het jong was duidelijk het noorden kwijt. Het durfde om een of andere reden zijn moeder niet te volgen. Het probeerde dan maar naar rechts de helling weer op te klimmen, maar het viel er telkens weer af. Na een minuut of tien durfde het dan toch naar links de helling af te gaan.
Het was mooi om te zien, maar wat me vooral ontroerde was dat de bestuurster in de auto aan de overkant net als wij met geduld en respect wachtte tot het diertje zelf de weg vond. Toen we doorreden en elkaar kruisten hebben we nog een paar woorden gewisseld. Het was een onvergetelijk moment in een verder heerlijke vriendinnendag.

20160714_114426 (1)

Wildernis

In permacultuurkringen spreekt men van schijnbare chaos, maar ik moet toegeven dat de chaos in mijn tuin letterlijk te nemen is. Door het warme en vochtige weer groeiden de grassen en wilde kruiden veel harder dan ik kon bijhouden en een paar dagen afwezigheid eisten hun tol. En toch heb ik prachtige aardappelen, mooie rucola, snijbieten, worteltjes, aardbeien, uien en sjalotten en een veelbelovend parc à tomates. Je moet er alleen een beetje naar zoeken.

 

 

En behalve een kruiwagen om hooi aan te voeren is dit het enige tuingerief dat ik tot nu gebruikte.

(Achter mij het hoge gras.)

Primeurs

DSCN6422

Jeanette, Carolus, Blanche en Bleu d’Artois.

Aardappelplanten hebben prachtige bloemen en de kleur geeft de soort aan. Zo hebben de Blanches witte bloemen, de Jeannettes rozige bloemen en de Bleus d’Artois blauwige bloemen. Voorlopig heb ik enkel nog maar de knollen van de kleine en aangevreten planten geoogst. Benieuwd naar de rest. En dat allemaal zonder spitten. Ik heb de pootaardappelen volgens de Ruth Stout-methode gewoon op de grond gelegd en bedekt met hooi.

Gateau

Het bloggen is er de laatste tijd wat bij ingeschoten, maar deze taart wil ik toch even laten zien. Het is een verjaardagstaart voor onze dorpsoudste en imker. Ze werd gemaakt door een andere dorpeling/creatieveling en door ons allemaal smakelijk verorberd op ons jaarlijkse kersenfeest.

DSCN6387

 

Tiny in het bos

Mijn wandeling naar het basiskamp was tevergeefs. De bende was al doorgegaan naar de hogere weiden. Jammer, ik had ze nog een aaitje willen geven.
Geen schapen dus, maar wel een everzwijn. Het kwam in lichte draf uit de tegenovergestelde richting aangelopen. Het passeerde mij zonder zelfs maar opzij te kijken. Het leek een gehaast meneertje. Ik wou nog roepen: Wacht! Ik wil een foto van je nemen voor mijn blog! Maar hij was al weg.

Tiny op de boerderij

Sinds vorige week ben ik weer van dienst op de boerderij. De lammertijd is al eind april begonnen, maar ik spring nu pas in, nu de lammetjes bijna allemaal geboren zijn en hulp bij het in toom houden van zo’n grote kudde meer dan welkom is.
Dit jaar ga ik maar twee dagen in de week, de overige dagen heeft de boerin hulp van een andere dorpsgenoot en in het weekend van haar kinderen.
Net zoals vorig jaar zijn mijn taken: papflesjes geven, ooien naar de graasweide brengen, stalvloer met stro bedekken, voederbakken schoonmaken.

Het eerste straffe stalverhaal heb ik niet zelf meegemaakt, maar van horen zeggen. Een van de lammetjes dat afgewezen werd door de moeder kreeg een jasje aan. Dat jasje was de vacht van een gestorven lammetje van wie de moeder treurde. Als de truc werkte, als de treurende moeder het weesje zou adopteren, waren ze allebei gered. Helaas pakte het niet, de wissel was net iets te laat gebeurd. Het lammetje was al een aantal uren dood voor het gevonden werd, de geur was al te sterk veranderd. Het weesje werd dan maar bij de andere potlammeren gezet en krijgt nu flesjes. De moeder is gelukkig over haar verlies heen geraakt. Eind goed, al goed. Ik vond het toch mooi geprobeerd van de boerin.

Gisteren hebben wij, dat zijn de boer, de boerin en ik, de kudde opgesplitst. De vrouwelijke lammetjes mochten met hun moeders al naar de zomerweide vertrekken. Dat is een hoger gelegen gebied waar ze meerdere weken blijven. Dat opsplitsen is geen sinecure. Het gaat als volgt: alle jonge moeders worden bijeengedreven tussen een paar dranghekken, zodat ze dicht op elkaar staan. Daartussen staan wij. We houden ons zo stil mogelijk om de schapen niet zenuwachtig te maken. De schapen dragen een label in hun oor waarop een nummer van vijf cijfers staat. De boer roept een nummer, bijvoorbeeld 400.86, dus quatre cent quatre vingt six. Dan zakken we door onze knieën en sluipen we rond tussen de schapen tot we het dier in kwestie gevonden hebben. (Ik prevelend: quatre cent quatre vingt six … quatre cent quatre vingt six … ) De gevondene wordt dan vriendelijk naar de uitgang geleid en met een zekere dwang naar de andere kant van het dranghek geduwd.
Om de bijhorende lammetjes te vinden wordt ongeveer dezelfde techniek gebruikt, maar dan moeten we nog iets dieper door de knieën gaan en een lam laat zich nog moeilijker vangen dan een ooi.
Uiteindelijk zijn we met 48 dieren naar het graasgebied getrokken. De ooien wisten de weg nog, de lammetjes maakten af en toe aanstalten om terug te keren. Straks ga ik een wandeling maken en hoop ik ze te vinden in het ‘basiskamp’, een grote weide waar ze een paar dagen blijven. Daarna trekken ze stilaan, zonder herder, zonder honden, naar nog hoger gebied om daar de zomermaanden door te brengen.