Gisteren stond ze er nog. Vandaag is ze weg: onze enige, echte telefooncel. Gelukkig heb ik er een paar jaar geleden nog een fotootje van genomen.

’t Was wel een lelijk ding, maar ze laat toch een leegte achter.

Gisteren stond ze er nog. Vandaag is ze weg: onze enige, echte telefooncel. Gelukkig heb ik er een paar jaar geleden nog een fotootje van genomen.

’t Was wel een lelijk ding, maar ze laat toch een leegte achter.

Het project ‘Jardins Familiaux’ is samen met het jaar 2016 ter ziele gegaan. Van de vijf percelen grond werd er maar eentje bewerkt: het mijne. Ondanks geduchte tegenstanders als slakken, dassen en everzwijnen ben ik er toch in geslaagd een aanzienlijk hoeveelheid aardappelen en tomaten te kweken. Ik heb vorig jaar ook pompoenen, courgettes, wortelen, uien, snijbiet en aardbeien van eigen kweek gegeten.
Het gemeentebestuur heeft me nu het hele perceel, hetzij 350 m2, toegewezen. Ik mag het gratis huren, maar ik moet het wel zelf netjes houden. Bon. Ik heb meteen een paar balen hooi laten leveren en ik ben al volop aan het mulchen. Nu nog de everzwijnen op afstand houden.

Sinds ik Het vogelhuis van Eva Meijer heb gelezen, kijk ik met andere ogen naar de vogels rond mijn huis. Ik was vorig jaar al begonnen met vetbollen in de kerselaar te hangen en zonnebloempitten op de vensterbank te strooien, maar dit jaar wil ik die kleine wezentjes beter leren kennen.
Omdat het nog zacht is, bied ik voorlopig enkel broodkruimels aan. En wel in een strategisch opgesteld schaaltje, waarmee ik de koolmezen en hun vriendjes uitnodig om in mijn gezichtsveld te komen ontbijten.
Dat doen ze. Maar alleen als ik niet te dicht bij het raam zit, ze zijn duidelijk nog schuw. Tegen de lente zal dat anders zijn: dan komt tenminste één koolmees op het raam tikken om te kijken of er nog lekkers komt. Diezelfde koolmees kwam trouwens een paar weken geleden al melden dat de winter eraan komt en dat het tijd is voor extra voeding.
Maar voorlopig voeren ze vooral verkenningsvluchten uit. Als ze mij zien, maken ze meteen rechtsomkeert. Soms maken ze een duikvlucht tot vlak onder de vensterbank, komen dan even boven de rand uitkijken en maken dan weer dat ze weg zijn. Alleen als ik in een hoek van de kamer blijf, durven ze zich tegoed doen aan het schaaltje broodkruimels.
Ik weet niet precies waar ze wonen, maar ze komen elke dag een paar uur spelen in de cipres waar ik op uitkijk. Tot nu tel ik drie koolmezen, een boomklever, een roodborstje en een merel.
Soms, als ik ze in de boom heen en weer zie springen, ga ik met mijn fototoestel in aanslag bij het raam zitten, maar aan dat spelletje doen ze voorlopig niet mee.
De foto’s hieronder zijn dus wat pover uitgevallen. Wie de vogels wil zien, kan er beter een vergrootglas bijnemen.
PS Met dank aan Johanna Pas van Kartonnen Dozen, die me dit boek in de handen stopte. Het boek is bij hen te koop. Volgens mij pakken ze het daar ook heel mooi in als kerstkado. Bestellen kan hier.
PS Op mijn blog Het geluk van de schrijver kun je een korte bespreking van Het vogelhuis lezen.

Lok-ontbijt

Boomklever inspecteert compostbak.

Koolmezen in de cipres

Boomklever durft het langst (3 seconden) blijven zitten als ik in de buurt ben.
Na zonneschijn komt regen, en komen de salamanders te voorschijn.
Deze bleef geduldig op zijn steen wachten tot ik mijn fototoestel gehaald had, om zich dan snel uit de voeten te maken…

Wat een drukte en kabaal
In de oude vijgenboom
Waar spechtjes leren tokken
Op de weke grijze bast
Ze doen het goed
Ze tokkelen op maat
Nog sneller dan
Gabriela van Rodrigo
En daartussen oewie oewie
De aansporende ouders
Hoog en laag en hard
En zacht oewie oewie
Nu houdt het op
Het is weer stil
Ik hoor nog slechts
De wolken schuiven
En op de droge bladeren
Het plofje van een vijg

(Ook te lezen op mijn proza- en poëzieblog)
Keuken geschilderd, vloer afgeschuurd en geolied, brander gasvuur ontstopt, nieuwe vlotter in wc geplaatst, vaatwasser vastgezet, veluxrolluiken (op het dak!) gereinigd, stofzuiger ontstoft, tuin gerepareerd na everzwijnenbezoek, 1 m2 rommel weggedaan en mijn rimpels in de verf gezet.
Met dank aan Els.
Délice du jardinier is de naam van de kleine trostomaten links onderaan. Verder heb ik Caro Rich (oranje kleur), Olirose de Saint Domingue (rose, kleine ovale tomaat), Romatomaten (langwerpige tomaten) en nog een paar soorten waarvan ik de naam niet meer weet. De grote soorten moeten nog rijpen.
Wat ik alvast geleerd heb over tomaten:
Mijn stukje grond is heel geschikt voor tomaten. Zonder vooraf te spitten en zonder water geven heb ik een grote opbrengst.
Tomaten zijn sterke planten. Ze overleven zelfs een vertrappeling door everzwijnen.
Volgend jaar minder verschillende soorten, beter uitzoeken wat ik wil, goed noteren waar alles staat.
Volgend jaar meer afstand tussen de struiken en beter opbinden.
Over het weghalen van de dieven (okselscheuten) zijn er verschillende scholen. Ik heb het niet gedaan, omdat ik bewust lui tuinier. En ik heb er geen spijt van.
Everzwijnen vinden permacultuur blijkbaar heel interessant. Ze hoeven niet zo diep te graven. De aardappelen liggen gewoon onder de mulch. Ach, ik gun ze een paar aardappelen, ik heb er genoeg. Maar het had fijn geweest als ze de groene en rode kolen, de broccoli, de spruitjes en de preien hadden laten staan en mijn mooie tomatenplanten niet hadden platgelopen…
Toen ik de schade ontdekte, prikte het even, maar het kan toch mijn plezier van wat er nog is niet bederven: veel aardappelen, véél tomaten, nog wat uien en sjalotten, rode bieten, snijbieten en wortelen en binnenkort pompoenen.
