Champagne

Vanmorgen kon ik met de buurvrouw mee. Ze voorspelde lange files in de Carrefour en ze vroeg of ik veel nodig had. Zij zou haar kerstboodschappen doen. Ik had niet echt veel nodig, maar ik bedacht dat ik maar best wat voorraad insloeg, zodat ik er met mijn volgeladen winkelkar uitzag als iemand die uitbundig kerst ging vieren. Wie goed keek, zou gezien hebben dat vooral de pakken kattenzand, kattenvoeding, en de familieverpakking melk het volume uitmaakten. Maar wie kijkt er nu in andermans winkelkar? Alleen gekke schrijvers doen dat.
Om toch iets feestelijks te doen, besloot ik een flesje schuimwijn voor mijn moeder te kopen. Ik begaf me naar de afdeling flessen en ik bekeek het aanbod. Naast mij stond een mijnheer met een verschoten oudroze jas en een uitgerafelde tapijttas. Hij wiebelde wat naar voor en naar achter en ik vroeg me af of hij misschien al iets gedronken had. Maar het kon ook de leeftijd zijn. Hij gaf wat uitleg bij de dure flessen, maar ik luisterde niet. Dit was niet wat ik zocht. We draaiden ons gelijktijdig om, want aan de overkant was het rek met de champagne-achtigen. Hij besprak een voor een de streken. Een Crèmant de Bordeaux raadde hij af. Maar in de Alsace maken ze goede producten. Limoux is ook goed, en een beetje van de streek, maar er was alleen Blanquette in voorraad.
‘Onderaan staan flessen voor mensen met weinig geld’, wees hij. ‘Daar zitten geen slechte dingen tussen.’
Hij nam een fles Kieffer van het onderste schap en toonde ze mij.
‘Je moet wel de brut nemen’, zei hij.
Ik knikte, maar ik nam de fles niet van hem aan. Hij zette ze terug. Uiteindelijk koos ik een klein flesje Crèmant d’Alsace in het midden van het rek.
‘Goede keuze’, zei hij, ‘maar zou u geen grote fles nemen? Het prijsverschil is zo klein. Dan kunt u meer drinken voor bijna evenveel geld.’
Volgzaam als ik ben, wisselde ik de kleine voor een grote fles en zette ze in mijn kar. Ik bedankte hem voor zijn hulp en maakte aanstalten om naar de volgende rayon te gaan. Ik keek nog even om en zag hem door de knieën gaan. Hij koos toch maar voor de Kieffer.
‘Ik denk dat ik er twee neem’, hoorde ik hem nog zeggen.
Ik wou dat ik erbij kon zijn, op dat moment waarop hij de eerste slok Kieffer koel op zijn tong laat parelen. Het is een Alsace, daar maken ze goeie dingen.

Onaffe verhalen

Eerst was er de vrouw bij de bushalte in Vinça. Ze was een verhaal op zich, met haar witte kunstbontmuts onder haar kin geknoopt en haar nylon handtas die openhing. Ze bleef mij maar vele mooie dingen toewensen omdat dat geluk bracht. Veel geluk had ze nog niet gehad, maar voor ze de details kon geven, was de bus daar.
Mijn bus, want zij nam de volgende. Misschien maar beter zo, want er kwam die dag nog heel wat op mij af.
Mijn moeder had een moeilijke dag. Ze had geen zin om te gaan lunchen en ze vond dat ik maar in haar plaats, aan haar tafel in het restaurant moest gaan eten. Bij madame F en madame J, en madame V die soms het karafje wijn van mijn moeder aan haar lippen zet.
Ik kon haar toch overhalen om met mij naar het aparte zaaltje te gaan, waar bezoekers en residenten samen kunnen eten. Daar zaten nog een paar mensen die uitgenodigd waren door hun dochter of nichtje. Aan elke tafel werd hard gepraat, want de hoorapparaten werken vaak niet goed, zodat ik de gesprekken kon volgen. Maar mijn moeder had ook wat te vertellen.
Over haar oom, mijn peter, die een lief had. Dat meisje werkte in Brussel in een winkel en werd zwanger van haar baas. Toen het kind geboren werd, stopte ze het onder haar hoofdkussen. Het kind stierf, maar of het meisje daarvoor in de gevangenis terecht kwam, wist ze niet. En wat nonkel Louis toen gedaan heeft ook niet. Ze was nog klein.
Een paar jaar later had ze op zijn kamer in de laden van zijn commode gerommeld en had ze een kaart gevonden. ‘Duizend kussen, uw Maria’ stond erop. Of Maria dan het winkelmeisje was, wist ze niet. Wel had ze die avond aan tafel ‘Duizend kussen, uw Maria’ geciteerd. Wat haar bijna een oorveeg van nonkel Louis had gekost.

Mijn moeder is leverancier van onaffe verhalen, maar zij niet alleen. Al die mensen bij de bushaltes, op de bus, in het station, langs de straten. Ze vertellen een beetje aan de hand van hun kleren, hun schoenen, hun tassen, hun haardracht, de uitdrukking op hun gezichten. En ik ben zo nieuwsgierig als mijn moeder, die in de kamer van haar oom rommelde. Ik zou alles willen weten: wat voor werk ze doen, hoe ze thuis komen, of ze een hond of een kat hebben.

Ik vraag nooit iets. De mensen komen het mij zelf vertellen. Op bus 6 kwam een vrouw naast mij zitten die eerst vertelde dat ze ruzie had gemaakt met haar huisdokter omdat hij haar geen spuitje met antibiotica wou geven. Daarna zei ze dat ze een hekel aan de feestdagen had omdat haar dochter een paar jaar geleden in de kerstnacht door het raam was gevallen. Of gesprongen of geduwd. Ze zou het nooit te weten komen.
Ik wenste haar geen Bonnes Fêtes, maar wel Bon Courage. Sommige verhalen moeten elke keer opnieuw verteld worden, opdat de verteller ze zelf leert geloven.

Al die drama’s nam ik mee naar huis en ik dacht in mijn warme bed aan nog veel meer zichtbaar en onzichtbaar mensenverdriet. En toch was ik niet ongelukkig.

Voyage

Gisteren heb ik mijn moeder verrast met een bezoek. Ze verwachtte me niet omdat ze weet dat ik nog altijd zonder auto ben. Dit was mijn traject:

Le taxi scolaire (*) van Glorianes naar Vinça : 1€
Bus 240 van Vinça naar Perpignan: 0€
In de Fnac een kookboek voor mijn nichtje gaan kopen.
Bus 7 naar Cabestany: 1,2€
Lunch met mijn moeder.
Bus 3 naar Perpignan: 1,2€
Bus 6 naar het station: 0€
Bus 240 naar Ille-sur-Têt: 1€
Gesprek met de garagist, die de oorzaak van het probleem maar niet vindt.
Boodschappen in de Carrefour.
Taxi van Ille naar Vinça: 20€ (beetje overdreven)
Le taxi scolaire van Vinça naar Glorianes.

Voor 24,4€ ben ik een hele dag op reis geweest en werden mijn boodschappen naar huis gebracht. Hieronder een paar sfeerbeelden. De verhalen komen later.

(*) Kinderen die in afgelegen dorpen wonen, worden dagelijks opgehaald met een taxi. Mijn buurmeisje vertrekt elke ochtend om 8.30 en wordt om 17 u weer naar boven gebracht. Andere dorpsbewoners mogen mee voor 1€.

DSCN4863

DSCN4870

DSCN4877

DSCN4879

Raccourci

Elk nadeel heeft zijn voordeel, zelfs een kapotte auto. Vanmorgen heb ik mijn boodschappen te voet gedaan. Bij het afdalen had ik geluk, ik kon meerijden met Olivier. Hij zette me af bij het rond punt beneden zodat ik eerst bij de groenteboer in Joch wijn en groenten kon gaan kopen en dan naar de superette van Vinça kon lopen voor de rest. Op weg van Joch naar Vinça ligt het huis van meneer en mevrouw Nuixa, die aardige oude mensen die me al eerder hun hulp en vriendschap aanboden. Ik kon er niet voorbij gaan zonder even bonjour te gaan zeggen. Ik kreeg er groene thee en madame Nuixa bood me een kamer aan in haar huis voor als ik niet naar boven zou geraken. Maar het was nog niet eens middag en ik dacht wel dat het zou lukken om nog voor donker de berg op te zijn.
Tussen Vinça en Rigarda (3 km) kwam niemand van het dorp voorbij. In Rigarda moest ik kiezen: ofwel nam ik de asfaltweg en liep ik kans dat er alsnog een dorpsgenoot naar boven zou rijden en me mee zou nemen, ofwel nam ik een kortere binnenweg waarmee ik de helft van de bochten kon afsnijden. Omdat het weer zacht was en omdat ik die ‘raccourci’ nog nooit genomen had, besloot ik dat toch maar te doen.
Het pad liep een tijdje langs een rivier en ging dan de helling op. Het werd klimmen en met mijn zware rugzak was het best lastig. Maar het was de moeite waard. Het pad liep langs en over muurtjes, die je hier wel vaker ziet, en waarvan ik me elke keer afvraag wie ze met hun handen gebouwd hebben en hoeveel honderden jaren dat geleden is. Het liep naast en over de rivier, over een smalle houten brug, het klom steil omhoog zonder te ontmoedigen. Die wandeling vervulde mij met een soort geluksgevoel, dat je alleen tijdens het wandelen ervaart en dat ik moeilijk kan omschrijven. Wandelaars kennen dat wel. Misschien heeft het iets met serotonine te maken, zoals bij het lopen.
Na drie kwartier klimmen kwam ik aan bij de asfaltweg tussen Rigarda en Glorianes, bij het paaltje van 4km. Ik was halfweg. Wat verderop kreeg ik opnieuw een lift van Olivier en rond drie uur was ik thuis, bezweet, hongerig en moe, maar heel tevreden. Ik weet nu wat ik moet doen om de laatste donkere week door te komen: klimmen.
 
Foto0045

Foto0042

Foto0044

Foto0046

Coincé 2

Voor de tweede keer deze week zit ik vast op de berg, zonder auto.
Dat ik niet naar beneden kan, vind ik niet eens erg. Voorraad genoeg.
Dat ik extra kosten heb, is even lastig, extra rekenwerk, maar er is gewoon niets aan te doen, behalve te aanvaarden dat het zo is. Zoals ik al zei, voorraad genoeg, voorlopig lijd ik geen honger.
En toch word ik van de hele toestand een beetje somber.
Of zijn het de donkere dagen? De koude wind die rond het huis jaagt? De natuur die er dor en gekreukt bij ligt?
Is dit de tijd van het jaar waarin we gedwongen worden stil te staan, achteruit en vooruit te kijken voor we verder gaan?

Coincé

We zouden een dag of twee naar Spanje gaan, mijn zus en ik. Dat hadden we al een hele tijd geleden afgesproken. Ze is onderweg van Michigan naar India en maakt een tussenstop in Frankrijk. We zouden naar Vic rijden en overnachten in het leuke stationshotel daar. ’s Avonds zouden we tapas en fideuà of paella gaan eten en de volgende dag zouden we in het oude centrum op verkenning gaan. Het had ook Puigcerda kunnen zijn, met Le Train Jaune door de Pyreneeën of met de bus van 1 euro tot de grens. O wat hadden we daar allebei zin in.
Maar ergens tussen Perpignan en Vinça, op weg naar eerst een nachtje Glorianes, begaf de embrayage het. Gelukkig waren we niet al te ver van de garage. We werden opgehaald door mijnheer Chapelle die mijn Fiatje in een wip op zijn supersonische dépanneuse takelde. Wij mochten binnen zitten en konden meekijken op een schermpje.
‘Dat is nog eens gerief,’ zei ik tegen die vriendelijke mijnheer. Met een garagist kun je maar beter goed staan.
‘Oui, c’est mon dernier jouet,’ antwoordde hij geflatteerd. Ik vroeg me af wat voor speelgoed hij nog in zijn garage had.
Toen mijn autootje in de werkplaats op de brug stond, werd meteen duidelijk dat we niet naar Spanje konden, zelfs niet naar Glorianes. De verzekeringsmaatschappij was zo vriendelijk om een taxi te sturen die ons de berg op bracht.
En hier zitten we nu, op de berg, zonder auto. Met maar de helft van de boodschappen die ik nog wou doen. We zullen zuinig moeten zijn met boter, koffie en wijn.
Gelukkig hebben we boeken, schriften en pennen, en het internet. Dat is ons speelgoed.

Water

Terwijl ik in A was, is de natuur hier tekeer gegaan. Alle felgele bladeren van de vijgenboom zijn weg. De bodem ziet er gespoeld uit. De laatste appeltjes van de dorpsappelboom zijn gevallen. Van de hellingen stromen riviertjes. Het water lijkt gehaast om de berg af te komen.

Het mooiste is het geluid: het geruis van dat water dat je overal kan horen.

DSCN4841 DSCN4850 DSCN4853

Late herfst

Vanmorgen nog even naar de kleuren gekeken, voor ik alles voor een weekje achterlaat. Daarna zal het weer anders zijn. Wat niet op de foto’s staat: irissen, goudbloemen, valeriaan, bloemen die bij de lente horen en er nu nog staan. Ik herinner me dat ik ook in het vroege voorjaar van die bloemen foto’s nam. Omdat ze voor hun tijd waren. En nu zijn ze laat. Toch wel verontrustend.
DSCN4815

DSCN4819

DSCN4821

DSCN4822