Intussen in Frankrijk -21

Sinds zaterdagnacht regent het hier aan een stuk door. Het is een zachte regen maar omdat het geen minuut ophoudt, begint de grond toch verzadigd te geraken.

Overal stromen kleine beekjes, en de rivieren ruisen weer de berg af. ’s Nachts vind ik het eigenlijk wel fijn om ernaar te luisteren. Dan kan ik weer blij zijn met mijn warme bed en het dak boven mijn hoofd dat (nog) niet lekt.

Overdag begint het nu toch wel op een echte lock down te lijken. Ik heb al een paar dagen geen levende ziel meer gehoord of gezien. Ik wacht nog steeds op twee pakjes: één met chocolade voor mij, en één met pralines voor de buren. Het eerste pakje moet met de post komen en dan zou ik onze sympathieke factrice misschien eens een paar tellen kunnen aanschouwen. Het tweede pakje komt met een pakjesdienst en de kans dat die tot hier komt, lijkt met de dag kleiner te worden.

Verder gebeurt hier eigenlijk niets. Ik ga nog steeds twee keer per dag wandelen, met lange regenjas en laarzen, en één keer per dag ga ik met een paraplu kruiden plukken in de moestuin.

Gisteravond keek ik naar de eerste aflevering van Where The Wild Men Are over de 80-jarige Judith die heel afgelegen op een Iers eiland leeft, zonder water, zonder elektriciteit. Het was alsof ik mezelf in de toekomst zag. Over een jaar of twintig.

Intussen in Frankrijk -20

Een tijdje geleden beloofde ik om een volkstelling te houden in ons dorp en dat heb ik deze ochtend gedaan, maar ik kan niet beloven dat de cijfers exact zijn.

Ik kom aan vijftien vaste inwoners, drie tijdelijken en één kind. Mogelijk is er nog een zestiende vaste inwoner maar van haar -een echte kluizenaar- heb ik geen nieuws. Het aantal tijdelijken kan ook schommelen tussen de drie en de zes. En omwille van co-ouderschap is er soms een tweede kind in het dorp.

Om het met Rutger Bregman te zeggen: de meeste mensen deugen, ook in ons dorp. Maar wie ben ik om van iemand uit te maken of hij of zij deugt of niet?

In ieder geval, van de vijftien vasten zijn er dertien die vriendelijk zijn en elkaar helpen, zeker in deze bijzondere omstandigheden.

En dan zijn er twee, die niet tegen iedereen vriendelijk zijn en anderen eerder het leven lastig maken dan te helpen. Ze hebben kritiek op het gemeentebestuur en steken dat niet onder stoelen of banken. Ze spelen gendarme, sturen giftige e-mails en dagen soms mensen voor het gerecht.

Kortom, ze zijn onaangenaam, ook voor mij, ik die probeer om uit de geschillenzone weg te blijven.

Het is hier niet anders dan in de wereld volgens Bregman: er zijn een paar ambetanteriken, maar de ‘goeden’ zijn met meer. Daar troost ik me dan mee. En verder ga ik met een boog om die ene buurman heen en probeer ik mijn rol in de gemeenschap naar best vermogen te vervullen.

***

Eergisteren heb ik mijn eerste uitstapje sinds ‘le confinement’ gedaan: ik ben samen met de (goede) buurman naar de rivier gewandeld om er daslook te gaan plukken en we hebben er gepicknickt. We droegen geen mondmaskers, maar we bleven wel op veilige afstand van elkaar.

***

Intussen is er ook weer nieuws van de muziekschool. De lessen zouden na 11 mei hervatten. Maar enkel de individuele lessen. Leerkrachten zullen mondmaskers en alcoholgel meebrengen, de leerlingen moeten hun eigen mondmasker meebrengen. Aangezien de ukelele-les een groepsles is, zal die waarschijnlijk wegvallen. De zangles is individueel, maar eerlijk gezegd zie ik mij niet Feeling Good of de Air sur la corde de sol met een mondmasker zingen. Ik geloof dat ik in september het jaar maar overdoe.

 

Intussen in Frankrijk -19

Eergisteren heeft de president gesproken. Ik luisterde rechtsreeks via Radio France Inter. Dat had ik nog nooit eerder gedaan. Ik vond het een aannemelijk verhaal. Na vier weken confinement, nog eens vier weken erbij. Dat is overzichtelijk.

Mijn vrienden in Prades lijken toch wat teleurgesteld. Ze verlangen naar contact, naar gesprekken met vrienden, naar een koffietje op een terras op het marktplein. Zij hebben geen boodschap aan de heropening van de scholen. Anderen vragen zich dan weer af hoe dàt in de praktijk zal gaan.

Tijdens ons skype-gesprek hebben we het ook over de nieuwe woorden in de Franse vocabulaire. Tot voor kort kende bijna niemand het woord ‘confinement’ en nog minder het woord ‘déconfinement’. Ze vragen welke woorden we in het Nederlands daarvoor gebruiken. Ik moet bekennen dat ik geen Nederlandse woorden daarvoor ken. Wij hebben het over lockdown, zeg ik. Voor déconfinement weet ik ook geen woord. Zelfs niet in het Engels.

Op paaszaterdag kreeg ik een berichtje van de ukelele-leraar van de muziekschool van Prades. Hij schreef dat hij zich de afgelopen weken vooral heeft beziggehouden met het opstellen van nieuwe lessen en dat hij die binnenkort met de hulp van een collega online gaat zetten. O help, dacht ik, ik heb al weken geen instrument meer aangeraakt. Ik heb zelfs niet gezongen. Hopelijk komt de zangjuf ook niet met zoiets aan. En als de scholen op 11 mei weer opengaan, zal dat ook voor de muziekschool gelden? Ik kan het me moeilijk voorstellen. Misschien moet ik toch maar beginnen met mijn partituren uit mijn boekentas te halen.

Gisteren bracht Marie weer een gevulde boodschappenmand. Voorlopig doe ik geen bestellingen meer. Bij de vorige bestelling is er iets fout gegaan en kreeg ik alles dubbel. En ik had al wat meer melk, boter, kaas en eieren dan gewoonlijk gevraagd. Zodat ik nu met een soort zuivelberg zit. Maar niet erg. Eergisteren heb ik de flan caramel van La cuisine c’est simple gemaakt. De allerlekkerste flan ooit. En ik ben erin geslaagd om hem niet in één dag op te eten. Ik heb zelfs nog een beetje over voor straks, als dessert.

Na vier weken lichte chaos met af en toe emotionele uitschuivertjes, lijkt het mij nu het goede moment om weer wat orde op zaken te stellen. De oude routines opnieuw opnemen of vervangen door nieuwe. Me net als onze regeringen stapsgewijs voorbereiden op de ‘déconfinement’.

20200415_123316

 

 

 

 

Intussen in België

Vandaag hoorde ik dit in het vrt radionieuws van 13u:

‘De stad Gent geeft daklozen een attest, een bewijs van dakloosheid, zodat ze niet verjaagd worden door de politie als ze ergens zitten.’

Ben ik nu de enige die hier misselijk van wordt?

Is dat echt alles wat een stad als Gent voor de daklozen kan doen?

Ik begon me net wat beter te voelen.

Intussen in Frankrijk -17

Vandaag bracht Marie voor de vierde keer wat mondvoorraad mee. Aardappelen, knolselder, appels en bananen, en een vaatje (3 L) wijn.

Ze had ook wat voor Jérémy meegebracht. We stonden een tijdje in een grote driehoek te praten in de zon op het gemeenteplein.

We hoorden een kat miauwen en ontdekten dat Sidonie, de kat van Lison, zich had laten opsluiten in het enige huis in de dorpskern dat te koop is en leeg staat. Marie belde de eigenaar van het huis en het baasje van de kat.

Céline was aan bloem en boter geraakt, de meest schaarse producten op dit moment. Ik mocht een kilo bloem en een pakje boter bij haar ophalen.

Ik heb heel wat mensen gezien vandaag, misschien wel zeven of acht. En ik heb de indruk dat iedereen wat dikker is geworden. Ook al kunnen wij nog naar buiten. Ik vermoed dat er veel comfortfood wordt gekookt en gegeten. Zelf heb ik mijn hele voorraad Côte d’Or chocolade opgegeten en nu heb ik trek in rijstpap met bruine suiker. Morgen misschien.

 

 

Intussen in Frankrijk -16

Vannacht stuurde iemand mij dit Russische animatiefilmpje:

 

Voor wie geen tijd heeft om ernaar te kijken (het duurt 10 min) : het gaat over een egeltje dat op weg is naar zijn/haar vriend, de beer, om er zoals elke avond thee te drinken, naar de sterren te kijken en te praten. Maar op een dag ziet het een paard in de dichte mist staan en vraagt het zich af of het paard in die mist zou kunnen stikken als het gaat liggen. Daarom gaat de egel zelf de mist in, hij/zij wil weten hoe het daar is.

Er valt wellicht heel veel in dit schattige verhaaltje te ontdekken en daarom heb ik mij voorgenomen om er af en toe naar te kijken. Maar wat ik voorlopig onthoud is dat zelfs mist de moeite waard is om te exploreren en dat er altijd wel ergens hulp voorhanden is, dikwijls op onverwachte plaatsen.

Zo heb ik het de afgelopen dagen ook ervaren. Gisteren ben ik in de mist gaan kijken en kwam ik erachter wat me precies zo verdrietig maakt. En ik vond er net als de egel hulp bij het zoeken naar wat ik kwijt was en hulp om uit het water te komen.

Behalve dat ik me zorgen maak over de wereld, werd ik me bewust van een tweede bron van onrust. De afgelopen weken dacht ik dat zowat iedereen in België en in Frankrijk in actie schoot. Een aantal mensen deden erg hun best om het leven van ervoor in de nieuwe omstandigheden verder te zetten. Werken van thuis uit, kinderen in toom houden en zelfs bijscholen, contacten online onderhouden. Een aantal mensen moesten en/of wilden dubbelhard werken, anderen stampten nieuwe initiatieven uit de grond, mensen begonnen te applaudisseren, harp te spelen of te zingen vanop hun balkon. Nog anderen stortten zich op het leren van nieuwe talen of het leren bespelen van muziekinstrumenten. De filmpjes van zingende, acterende en duidelijk plezierhebbende thuiszitters vlogen me om de oren.

En bij mij gebeurde er niets. Erger nog, alles wat ik ervoor deed viel stil. Ik was al blij dat ik er af en toe een blogbericht uitgeperst kreeg, want ik wilde op een of andere manier deze bijzondere tijden documenteren. Verder ging ik wandelen, speelde ik in de moestuin, keek ik af en toe in de voorraadkast, en probeerde ik recepten uit met wat er nog te vinden was. Ik voelde mij falen en ik werd bang dat ik mijn lees-, schrijf- en muziekplezier voorgoed verloren was.

Die angst ben ik gelukkig in de mist kwijtgeraakt. Het komt allemaal wel terug. Dat zegt ook Aisha Ahmad in het artikel dat ik gisteren toegestuurd kreeg en waarvan ik de link al eerder plaatste. Hier is het nog een keer: Why You Should Ignore All That Coronavirus-Inspired Productivity Pressure.

Want wat me evenveel opkrikt als de wijze en bemoedigende inhoud van deze tekst is de wetenschap dat er jonge, goedmenende en intelligente mensen als Aisha Ahmad op de wereld rondlopen. Ooit zullen zij het overnemen en zal alles beter gaan. Dat wil ik geloven.

 

 

 

 

Intussen in Frankrijk -15

 

20200408_094735

Vandaag heb ik verdriet. Ja, verdriet, laat ik het maar met de naam noemen.

Nadat ik vanmorgen Cacahuète’s ontbijt had gegeven, bleef ik nog wat op het terras staan. Ik keek naar de dikke witte mist die zich als een deken over het dorp had gelegd en opeens rolden de tranen over mijn wangen.

Zo gaat dat met verdriet: het hangt al een paar dagen rond, weet zelf niet goed waar het vandaan komt en waar het naartoe wil, en plots vindt het een hendel, en hup, de sluizen gaan open.

De hendel is een datum. Begin april is voor mij een periode waarin herinneringen elkaar verdringen, waarin het water hoog staat.

Nadat ik de eerste golf met een grote zakdoek had opgevangen, zette ik een kop koffie en bekeek ik de e-mails en de WhatsApp berichten.

  • Mijn plaatselijke ‘bestie’ stelt voor om vandaag met elkaar te skypen.
  • Er is een lange e-mail van een vriendin waarvan ik aan de toon kan zien dat het vrij goed met haar gaat. Dat doet me plezier. Ze stuurt me bovendien een link naar een -voor mij- bijzonder troostend artikel.
  • Jérémy stuurt me een berichtje met de vraag of hij de naar het Frans vertaalde hoofdstukken van Colombe mag lezen.
  • Céline laat weten dat ze naar Prades gaat en vraagt of ze iets voor me mee kan brengen.
  • Een vriendin in A stuurt me een mooie schaduwfoto van zichzelf. Ik kijk ontroerd naar haar contouren.

Al die mensen hebben geen weet van de ‘hendel’, en weten dus niet hoe troostend hun berichten zijn.

Ik blijf maar huilen. Soms regent het toch ook een hele dag?

Tegelijk probeer ik mijn verdriet aan te kijken. Wie ben je en waar kom je vandaan?

Ik heb immers geen reden tot klagen. Ik leef in de best mogelijke omstandigheden, ik kan naar buiten wanneer ik wil. Eten en drinken wordt me gebracht.

Maar gisteren moest ik iets uit de auto halen en toen ik op de parking stond, kreeg ik een aanvechting om in te stappen, de sleutel in het contact te steken en weg te rijden. Gewoon ergens heen.

Toch is het niet die -hopelijk tijdelijke- vrijheidsbeperking die me verdrietig maakt.

Wat me doet huilen is wanhoop en machteloosheid. Ik maak me zorgen over de wereld. En dan heb ik nog niet eens kinderen. Hoe moeilijk moet het niet zijn, als je ook nog kinderen en kleinkinderen hebt? Want waar gaat dit naartoe?

Ik schaam me over de mensheid, over al dat knoeien, de gebrekkige, soms oneerlijke communicatie, de keer op keer verkeerde en vèrdragende beslissingen van mensen die het denken te weten.

Ik maak me zorgen over de mensen -en alle levende wezens- die het allemaal maar ondergaan, die nu al lijden, en over de toenemende armoede, die mensen tot wanhoop zal drijven. En over de machteloosheid die ik daarbij voel en zal blijven voelen.

Dat maakt me verdrietig.

Maar mijn tranen helpen niemand. Alleen mezelf. Ze luchten op en daarom mogen ze vandaag stromen.

Straks ga ik naar de moestuin. Ik probeer elke dag wat te zaaien. Vandaag worteltjes en radijsjes. En ik ga nadenken over vaste planten die ik nog kan installeren, zodat het voedselbos wat meer volume krijgt. Want dit is wat ik kan doen voor de aarde: goed voor haar zorgen, dankbaar gebruik maken van wat ze geeft en haar helpen om nieuw groen aan te maken. Voor mij, voor het dorp, en voor wie na mij hier ooit zal wonen.

20200408_121859

 

 

Intussen in Frankrijk -14

 

Net als aan de kust en in de steden is het nu stil in het dorp. Nog stiller dan anders. Er passeren minder auto’s, er komen geen wandelaars of fietsers meer. Het onsympathieke bord bij de ingang van het dorp mist blijkbaar zijn effect niet. Het kan ook zijn dat de auto’s in het dal door de politie er al van weerhouden worden om naar de bergdorpen te rijden.

De jacht is stilgelegd. Op woensdag, zaterdag en zondag horen we geen geweerschoten en geen hondengeblaf meer. Een enkele keer was daar wel eens het hartverscheurend geschreeuw van een gewond everzwijn bij. Ik ben blij dat dit nu even uitblijft.

De dieren zijn ook blij. Ze wagen zich dichter bij het dorp. De wilde zwijnen woelen van puur plezier de aarde nog grondiger om dan anders. Alsof ze willen zeggen: wij zijn hier en we zijn met velen. Van mij mag het, zolang ze maar uit de moestuin blijven.

De haas die ik bijna elke ochtend in het dennenbos bij Vila Seca zie, heeft zijn territorium uitgebreid. Soms zie ik hem al vanop de asfaltbaan.

Een paar dagen geleden zag ik twee jonge Pyrenese gemzen op amper twintig meter vanwaar ik stond. Een beetje vreemd want deze dieren leven normaal gezien op 2000 meter hoogte en ons dorp ligt maar op 800 meter hoogte, de omliggende bergkammen bereiken zo’n 1300 meter hoogte. Alsof de dieren zich afvragen wat er aan de hand is, en een kijkje komen nemen.

 

20200403_121843

20200403_121911

De speeltuinen van de everzwijnen

 

 

 

Intussen in Frankrijk -13

Gisteravond praatte ik met mijn India-zus die nu in de VS bij haar jongste zoon verblijft. Haar hele gezin woont over de wereld verspreid en af en toe doen ze een gezinsquiz om de moed erin te houden. Ze stellen het goed maar na een tijdje ging het gesprek toch de sombere kant op. Laten we positief eindigen, zei Elisabeth, en ze vertelde dat zij en Haroun allerlei plantjes in potten gezaaid hebben en dat ze genieten van het prille groen.

Toen ik vanmorgen wakker werd, dacht ik aan een jong eikenboompje dat ik gisteren zag. Het is ongeveer 15 cm hoog en het groeit in het midden van een weg, waar weliswaar nu geen auto’s over rijden, maar in de zomer waarschijnlijk wel.

20200404_092501

Bij wijze van ochtendwandeling trok ik er heen, gewapend met een houweeltje en een paar handschoenen. Ik zou mijn dag beginnen met een goede daad en dat boompje verplanten.

Maar het boompje wilde niet mee. De wortels zaten veel te diep en ik durfde niet te hard trekken. Ik heb ze dan maar opnieuw bedekt met aarde. Zucht. Elke keer als ik er nu langs ga komen, zal ik dat boompje zien groeien en zal ik aan zijn onherroepelijk lot denken.

Maar dit is nu eenmaal de realiteit. Ik kan niet iedereen en alles redden, zelfs niet helpen. En sterker nog, soms doe ik beter niets. Soms help je juist door niets te doen. Of door iets heel anders te doen.

Voortaan ga ik eikels rapen, en misschien ook kastanjes, en ze ergens planten waar ze kans maken om te overleven. Zoals l’homme qui plantait des arbres. Als ik me machteloos voel, dan ga ik naar dat filmpje kijken. Ook heerlijk om naar te luisteren. Naar de stem van Philippe Noiret.