Lalagè las Het huwelijk

Na Colombe las Lalagè nu ook Het huwelijk.

Haar bespreking maakt me blij. Ze vat het verhaal heel goed samen, haalt precies naar voren wat ik wilde benadrukken: de onmacht en het verdriet van Justine, de zorg van Gaspard. En ze vraagt zich af of Gaspard omwille van de (klein)kinderen in het gezin gebleven is. Haar vraag overrompelt me. Want ja, wellicht bleef hij niet alleen voor Adèle, maar ook voor de kleinkinderen. Voor ons dus. En wellicht waren er nog andere redenen.

Dat het een klein boekje geworden is, vindt ze niet erg:

“… en toch heb ik aan het einde het gevoel dat ik een flink verhaal heb gelezen.”

Haar besluit ontroert me:

“Christine Van den Hove heeft zich hiermee toegevoegd aan het selecte groepje schrijvers waar ik alles van wil lezen.”

Grote dank, Lalagè. Ik lees ook alles van jou.

Een huwelijk in 2022

“C’est le temps que tu as perdu pour ta rose qui fait ta rose si importante.”
Antoine de Saint-Exupéry – Le petit prince

Al bijna tien jaar woon ik in Can Xatard, een huisje in een dorp op een berg. Ik kwam naar hier om in alle rust te kunnen schrijven. Kort na mijn verhuis, in 2012, begon ik aan een roman over twee mensen, die in 1927 met de beste bedoelingen met elkaar trouwen, maar er algauw achter komen dat ze het moeilijk met elkaar kunnen vinden. De eerste versie van het gefictionaliseerde verhaal van mijn grootouders beëindigde ik in 2014.

Nog onervaren stuurde ik het manuscript naar een viertal uitgevers. Ik kreeg drie standaard afwijzingen, en van één uitgeverij een mooi leesrapport. Maar die uitgever, die me liet weten gecharmeerd te zijn door mijn taal, vond uiteindelijk de verhaallijn niet uitzonderlijk genoeg. Op aanraden van mijn zus Elisabeth, ook schrijfster, borg ik het manuscript op en schreef ik een nieuwe, fictieve roman met nu wèl een uitzonderlijke verhaallijn: Colombe. Mijn debuut verscheen op 22 november 2019 bij uitgeverij Kartonnen Dozen in Antwerpen.

Vandaag, iets meer dan twee jaar na mijn debuut, mag ik jullie mijn nieuwe boek voorstellen. Het huwelijk, het verhaal waaraan ik tien jaar geleden begon, verschijnt vele versies later, op 19 januari 2022 bij de Wereldbibliotheek.

Het huwelijk is nog steeds geen ‘uitzonderlijk’ verhaal. Het is een kleine roman over gewone mensen die verlangen naar een comfortabel bestaan, maar die binnen het huwelijk, het instituut dat in de twintigste eeuw de norm is, niet om hun individuele behoeften en verlangens heen kunnen.

Tegelijk met het boek, stel ik jullie mijn nieuwe website voor, waarop je fragmenten van Het huwelijk en ook van mijn debuut Colombe kan lezen en beluisteren.

Grote dank aan Koen van Gulik, uitgever, die mij en mijn boek alle vertrouwen gaf, en aan Tom Vanlaere, inventieve webdesigner, die me met kennis van zaken en veel geduld het beheer van de website leerde.

En dank aan iedereen die me op deze lange weg aanmoedigde en hielp.

Ik wens jullie een mooi leesjaar!

https://www.christinevandenhove.com/

Een leerzaam jaar

Zoals dat de afgelopen jaren wel vaker is gebeurd, breng ik de laatste dag van het jaar in stilte door. Vannacht zal de stilte in het dorp wellicht doorbroken worden door klokkengelui. Een paar feestende dorpelingen zullen om middernacht aan het touw dat langs de kerkmuur hangt, komen bengelen, en hoewel de klokken op ongeveer tien meter van mijn slaapkamervenster hangen, zal ik er waarschijnlijk net zoals vorig jaar doorheen slapen.

Ik ben geen feestvierder, maar ik bespeur bij mezelf toch wat feeststemming. Het voorbije jaar was ondanks alle lastige en droevige gebeurtenissen toch mooi. De accenten vriendschap en dankbaarheid, waar ik vorig jaar zo blij mee was, zetten zich door. Het zijn blijvers.

2021 was ook een productief jaar. Zo productief dat ik minder aan bloggen toekwam. Ik heb geleerd en gestudeerd. Dat laatste minder dan ik zou willen, maar ik heb een paar trajecten opgestart die ik in 2022 wil verder zetten.

Vanmorgen beluisterde ik een TED Talk op Youtube. Het ging over het voorkomen van Alzheimer en het filmpje is het bekijken waard, alleen al omwille van de aangename en heldere uitleg van Lisa Genova. Maar ik durf haar belangrijkste advies meteen verklappen: blijf leren en vooral: leer iets nieuws.

Mijn enige goede voornemen voor 2022, waar ik wellicht wat doorzettingsvermogen voor nodig zal hebben, is een muziekinstrument leren bespelen. Voilà, het staat hier geschreven, dus ga ik het doen. Meer voornemens heb ik niet nodig.

2022 wordt voor mij een bijzonder jaar. Er zit iets nieuws aan te komen en het kan alle richtingen uitgaan. Daarover heel binnenkort meer.

Voor het komende jaar wens ik iedereen nieuwe en bijzondere ervaringen toe en vooral het besef, een gefocuste aanwezigheid, op het moment dat het gebeurt, want misschien is dàt wel beste middel tegen somberheid.

Refuge

Het kuststadje Banyuls-sur-mer is een gezellige vakantieplek en vooral bekend om zijn aperitiefwijn. Het heeft veel te bieden aan toeristen: lekker eten, lekkere wijn, mooie infrastructuur, de zee, een aangenaam strand, de bergen, de prachtig aangelegde wijngaarden en een klein museum gewijd aan beeldend kunstenaar Aristide Maillol.

Het ligt bovendien vlakbij de Spaanse grens en een van de grensovergangen ligt op de col de Banyuls, een 361 meter hoge bergpas in de oostelijke Pyreneeën. Onlangs ging ik er wandelen met een vriendin. Het is een bijzondere plek met prachtig uitzicht op de zee en de bergen.

Het eerste wat ons opviel was dat de grensovergang afgesloten was met rotsblokken. We vroegen aan de andere wandelaars of ze de reden daarvoor kenden. Iedereen veronderstelde dat het met de pandemie te maken had en dat die grens wel gauw weer opengemaakt zou worden. Achteraf lees ik in online krantenberichten dat de grens gesloten werd als maatregel in de strijd tegen terrorisme en clandestiene immigratie.

Net op die grens bevindt zich een kleine refuge: een schuilplaats die tegen de rotswand is aangebouwd, bestaande uit twee ruimtes. In de slaapplaats zijn twee horizontale houten tussenschotten geplaatst. Als ze dicht bij elkaar gaan liggen, kunnen er tien mensen slapen.

In de andere ruimte staan tafels en banken, en er is een haard. Er is geen badkamer, geen wc. Aan de buitenkant is een wasplaats, maar er komt geen water uit de buis.

Het gebouwtje maakt indruk op mij. Ik voel er de geschiedenis zinderen. Wie is hier geweest, wie heeft hier de grens overgestoken, wie heeft hier geschuild en waarvoor?

Op de gevel hangt een gedenkplaat met een Catalaanse tekst waaruit ik meen te begrijpen dat er activisten gevangen hebben gezeten en dat een van hen in een andere gevangenis werd doodgemarteld. In 1978. Hoe akelig kort geleden. Ik vind niet veel meer informatie op het internet en laat het rusten.

Maar de vragen blijven hangen. Ik kan niet anders dan denken aan de verhalen van Ruby Elizabeth over de refuge ven Briançon. En ook aan het boek Passage Pyreneeën van Sarah De Vlam, over de vele duizenden Belgische vluchtelingen die in de Tweede Wereldoorlog, te voet over de bergen trokken.

Waarom gaan mensen weg van alles wat vertrouwd is? Waarom nemen ze zulke risico’s? Wat gaat er in hen om? Hoeveel wanhoop en woede moet je niet in je hebben om het letterlijk zover te drijven?

Ik voel me niet voldoende geïnformeerd en niet geplaatst om te oordelen of om politiek geïnspireerde uitspraken te doen. Ik vraag me alleen af: waarom. En vervolgens vraag ik me af wat ik in hun plaats, in hun situatie, zou doen.

Een zomer als (g)een ander

En opeens is het september, zelfs bijna half september, zelfs bijna oktober, al bijna najaar dus. De zomer schoof onder ons door en liet niet veel na. Er waren minstens evenveel grijze dan zonnige dagen, er kwam maar geen regen, de bijen hadden honger, in de tuin groeide zelfs het onkruid niet.

Alleen in de tuin van de burgemeester staan dit jaar opvallend veel en grote zonnebloemen. En wie dichterbij gaat kijken ziet er meer eetklare groenten dan er in het winkeltje van de groenteboer van Joch te koop zijn. Zij heeft als enige van het dorp de droogte verslagen door een ingenieus bewateringssysteem in haar tuin te installeren. Ze is niet voor niets burgemeester, ze is de slimste, de meest ondernemende en de handigste van het dorp. Ze deelt eieren en komkommers uit want haar kippen krijgen elke dag groenvoer en de komkommers groeien haar boven het hoofd.

Er heerst geen honger in ons dorp. Maar er zijn kleine en grotere ‘kwesties’ zoals overal waar mensen leven. En het wereldnieuws deed er nog een duit bovenop.

Wil ik deze zomer dan zo snel mogelijk vergeten? Ach nee, er waren ook mooie dingen. Zo stonden er op een dag twee nieuwe picknicktafels naast de pétanquebaan. Ik vond genoeg vrijwilligers om de fontein een jaarlijkse poetsbeurt te geven. Daarna speelden we een partijtje jeu de boules en aten we samen aan de nieuwe tafels.

De groep Paradaïka, waarvan de klarinettist een dorpsgenoot is, gaf een gedenkwaardig concert. Er werd tot aan het ochtendgloren gedanst, gedrumd en trompet gespeeld en niemand van de afwezigen heeft geklaagd.

Zelf ben ik deze zomer niet altijd even voorzichtig geweest, maar wel gezond gebleven. Ik genoot een paar weken van aangenaam gezelschap en besefte ook weer hoe ik, net als Tjitske Jansen in het gedicht Liefste, graag alleen ben.

Paradaïka op ons dorpsplein

Komkommertijd

Een paar dagen nadat ik met de buurman gesproken had, kwamen vrouw en dochter ook aan. Het was wennen aan de geluiden en zelf durfde ik de radio niet te hard aan te laten staan. ’s Morgens vroeg ging ik op mijn tenen de deur uit voor de ochtendwandeling, want mensen die met vakantie zijn wil je niet wakker maken.

Er werd wederzijds wat afstand gehouden en ergens vond ik dat droevig, maar tegelijk ook rustig. Ik had nog één gesprekje met de buurman, toen ik hem op een dag op het muurtje tussen onze huizen zag zitten, bezig met het verwijderen van de klimop aan hun kant van de muur. Hij vertelde dat hij het naar zijn zin had in het nieuwe land, dat zijn dochter er in een ruimere omgeving opgroeide en dat hij hield van de Noord-Amerikaanse tuinen, die in de zomer groen schijnen te blijven. Wat, in ieder geval deze zomer, hier niet het geval is.

Kort na de aankomst van moeder en dochter, streken nog twee andere gezinnen met kinderen neer in het dorp: vrienden van mijn buren die elk een zomerverblijf hebben in ons dorp. Ik hoorde nu regelmatig kinderen rond de kerk spelen of in het bovengronds zwembad van de buren plenzen. Ook daar wende ik aan, wetende dat het rumoer tijdelijk was en ook wel blij voor hen dat ze zich amuseerden.

Sinds gisteren zijn ze allemaal weer weg. Begin juni is er elk jaar een dag waarop ik me realiseer dat de vogels me ’s ochtends niet meer wakker zingen en vandaag voelt het net zo. Het is nu weer wennen aan de stilte.

Buurman

Buurman

Mijn moestuin ligt ongeveer in het midden van het dorp, recht tegenover het kerkhof en naast de pétanquebaan en toen ik gisteren wat munt ging halen voor de taboulé die ik aan het maken was, hoorde ik opeens mijn naam roepen. Dat alleen al was een uitzonderlijke gebeurtenis in ons stille dorp. En toen ik omkeek, zag ik tot mijn verbazing mijn teruggekeerde buurman op me afkomen. 

Hij zei heel vriendelijk goeiedag en vroeg hoe het was. 

‘Ça va bien, merci,’ zei ik, ‘et toi, comment vas-tu ?’ vroeg ik wat verbouwereerd. 

Met hem ging het ook goed en hij vroeg hoe het met de tuin ging. 

‘Minder goed, dit jaar,’ zei ik, wijzend naar de takjes pepermunt in mijn hand, zowat het enige wat er deze dagen te oogsten valt. 

‘Hoe komt het?’ vroeg hij. En voor ik het goed en wel besefte waren we in een gesprek verwikkeld over de koude lente, de kwakkelende zomer, de nood aan licht voor zaailingen, en het belang van goede potgrond. Alsof hij nooit was weggeweest en alsof we ooit tuinmaten waren geweest. 

Na een minuut of tien rondde ik het gesprek af met de mededeling dat ik het middageten ging klaarmaken. Hij wenste mij smakelijk eten maar wilde toch nog weten of ik nog last had gehad van het geluidsysteem dat muizen moet weghouden in zijn huis. 

‘Nee,’ zei ik, ‘het is me niet meer opgevallen.’ Nadat hij de eerste keer vertrokken was, stond de zoemtoon vrij hard en toen ik hem het jaar daarop terugzag, had ik gevraagd om het zachter te zetten. 

‘Weet je,’ zei hij, ‘ik heb dat echt geïnstalleerd om de muizen weg te houden, niet om jou te ambeteren.’

‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘dat weet ik wel.’

Terug thuis had ik spijt dat ik het gesprek zo snel beëindigd had. Alle vragen die ik had, waren onbeantwoord gebleven: waar hij nu woont, wat hij daar doet, of hij daar gelukkig is en of hij ons dorp niet mist. Ik kan er maar een klein beetje naar raden: het leek me overduidelijk dat hij blij is om hier terug te zijn. 

Het is nu afwachten naar een volgende gelegenheid. Als die er nog komt.