Intussen in Frankrijk -3

Gisteren heb ik op de hele dag maar twee dorpsgenoten gezien. Het zijn de enige mensen waarvan ik met plezier wat afstand houd. Ik wens hen alle goeds toe, maar ik heb ze liever niet in de buurt.

Nog meer dan anders maak ik tijd voor mensen die goed nieuws verspreiden. Zo luister ik af en toe naar De wereld van Sofie op Radio één, dat voorlopig tot We zullen doorgaan omgedoopt werd. En gisteren hoorde ik daar een interview met De man met de microfoon, een Nederlandse man die al een paar jaar een podcast maakt met en over gewone mensen, en die het thema van de dag heel mooi aanpakt. Wie er oren naar heeft, moet hier maar eens gaan luisteren. Dit is  namelijk de aflevering van 17 maart en daarin geeft de moeder van de presentator haar dagelijkse tip (vanaf min. 2.25). En die klinkt ongeveer zo: ‘Nu we voorlopig niet met vakantie kunnen gaan: kijk om je heen, naar je omgeving, naar je stad, je dorp, je straat, je huis en de huizen om je heen, alsof je er met vakantie bent.’

Wat vind ik dat een prachtige tip en die mevrouw brengt dat zo schattig. Ik merk dat ik er af en toe aan denk, en ik merk ook dat ik vanzelf al anders naar de dingen kijk.

Zo kijk ik helemaal anders naar mijn huisje. Ik kijk niet meer met de vraag: wat kan ik veranderen, verbeteren, vernieuwen?, maar meer met de vaststelling: alles is er er al, en het werkt. Elke keer als ik de aan-knop van mijn twintig jaar oude wasmachine indruk, en het water begint te stromen, spring ik een gat in de lucht. Ze werkt nog!

Op dezelfde manier kijk ik naar de na-winterse moestuin. Niet met de vraag: welke planten en zaden kan ik nog kopen? Maar: Wat staat er nog van vorig jaar? Welke wilde planten ken ik nog niet en zijn misschien ook eetbaar?  Zal ik die laatste gekiemde aardappeltjes die ik wou weggooien toch ook maar poten? Heb ik nog zaden liggen? Wat kan ik in bloempotten zaaien?

Dan denk ik aan mijn ouders en grootouders en hun verhalen over de oorlog, hoe ze ze zich uit de slag trokken met wat voorhanden was. Zij kunnen het niet meer vertellen, maar vanmorgen las ik dit mooie verhaal bij De Letterkoek:

‘Vandaag belde ik met mijn grootmoeder.
Zoals verwacht, stelt ze het goed. Oma klaagt niet. Oma klaagt nooit. Ze vertelde me dat ze de komende twee weken niet zal verhongeren, dat het huis spic en span is en dat ze de tuin onder handen neemt. Als ze moe wordt en de woonkamer is te stil, kijkt ze naar PlattelandsTV. Ze vertelde me ook dat ze viooltjes heeft gekocht voor de bloembak op de vensterbank. Want ‘daar fleurt een mens van op’. Ze benadrukte dat ik mij om haar geen zorgen moet maken. Ik moet vooral goed voor mezelf en mijn gezin zorgen, want zij heeft al een mooie tijd gehad in die 85-plus jaar. Daar is ze dankbaar voor, altijd al geweest. Dankbaarheid is een mooie eigenschap, oma. Tot snel. x’

Wat ik van deze mevrouw leer: ‘Door goed voor mezelf te zorgen, zorg ik ook voor anderen, want zij hoeven zich tenminste geen zorgen over mij te maken.’

 

 

Tot mijn vreugde heeft deze erg frisse muntsoort zich eindelijk in de moestuin geïnstalleerd.

De blaadjes en de bloemblaadjes van de goudbloemen zijn eetbaar. Ik strooi ze op slaatjes en op rijst, maar wellicht zijn er nog meer leuke ideeën.

Intussen in Frankrijk – 2

Dinsdag 17 maart 2020

12.00 u. De lockdown gaat in.

12.01 u. Onze vorige/nieuwe burgemeester stuurt een attest rond dat we zelf moeten invullen: een verklaring dat we boodschappen gaan doen, naar het werk of het ziekenhuis gaan, of de hond gaan uitlaten. Dit attest moeten we kunnen voorleggen bij controle als we naar het dal gaan.

14.00 u. Een dorpsgenote belt me om te vertellen dat haar hoogbejaarde zus na een slepende ziekte is overleden en dat ze niet naar de crematie mogen. Ze vraagt ook om voorlopig niet op bezoek te komen.

15.00 u. De burgemeester stuurt een sms’je rond om te vragen of we het attest ontvangen hebben en biedt haar diensten aan.  Zou ik haar om een kilo appelen en een bos wortelen sturen?

16.00 u. Ik sta in de winterse moestuin te speuren naar iets eetbaars als ik schrik van de stem van de burgemeester.

‘Heb je je attest bij?’ vraagt ze streng.

‘Heu, nee,’ zeg ik. ‘Hier is toch geen politie?’

‘Maar ik ben hier,’ zegt ze, en ze schiet in een lach.

17.00 u. Ik ga wat houtsprokkelen en ik kom een buurvrouw tegen. Ze heeft al en hele tijd ernstige gezondheidsproblemen en is dus extra kwetsbaar. Van op afstand wisselen we wat algemeenheden uit.

18.00 u. Ik pook het vuur in de kachel op want buiten is het mistig, vochtig en koud.

18.30 u. Ik bestel het boek Vriendschap in tijden van eenzaamheid en laat het naar een zus sturen. Ik weet dat ze haar koffiemomentjes in de stad mist.

 

Vriendschap-in-tijden-van-eenzaamheid

Intussen in Frankrijk (en België)

Eigenlijk had ik me voorgenomen om de komende tijd wat minder te bloggen. Vooral om organisatorische redenen. En dan waren er ook nog die vele berichten over hetzelfde thema waar ik -vond ik- niets aan toe te voegen had.

Maar toen kwamen de kronieken uit Spanje en begon ik me af te vragen hoe het intussen in Zwitserland en Kreta zou zijn. Laat ik dan toch ook maar af en toe een stand van zaken geven over het leven in een dorp op een berg, in vreemde tijden.

Wat vooraf ging: Tien dagen geleden reisde ik naar België om er een maand in een boekhandel te gaan werken. Ik zou van de gelegenheid gebruikmaken om een hele rij vrienden en familie te zien, om mijn museumkaart eindelijk een keer te gebruiken, een paar bioscoopfilms in te halen, af en toe een Westmalle te gaan drinken en eens lekker uit eten te gaan.

Die plannen moest ik al na een paar dagen beginnen opbergen, en na het lezen van Kathleens wedervaren in Spanje, en vervolgens een paar uur twijfelen, besloot ik uiteindelijk zo snel mogelijk terug te keren naar de berg.

Gisterenmiddag nam ik de trein naar Perpignan, gelukkig maar, want vandaag of morgen zou dat misschien al niet meer mogelijk zijn geweest, en gisteravond haalde een vriendin me af van het station. In de auto luisterden we naar de toespraak van de president en begreep ik dat Kathleens verhaal nu wel snel het onze zou worden.

In het dorp aangekomen was het -zoals gewoonlijk- donker en doodstil. Wellicht zal hier weinig veranderen want ik kan me niet voorstellen dat hier opeens politie zal komen patrouilleren om te kijken of we wel in onze huizen blijven. Maar ik ben benieuwd of we met elkaar nieuwe communicatiemiddelen gaan uitproberen en of we het boodschappen doen gaan regelen. Ik wacht nog even af en geef het kersverse (sinds eergisteren) gemeentebestuur de kans om zich meteen nuttig te maken. Maar als ik zelf naar het dal moet om de voorraden aan te vullen -al probeer ik dat zo lang mogelijk uit te stellen- zal ik wel eerst even rondvragen of ik iets kan meebrengen. Tot zover mijn Franse burgerzin.

Want als ik heel eerlijk ben, gaan mijn gedachten vandaag nog vooral naar België, naar mijn vrienden en familieleden die wellicht wekenlang zullen moeten binnenblijven. En naar de boekhandel waar ik maar amper een paar dagen in de winkel kon staan. Net lang genoeg om te merken dat ik -na de stress van het inwerken- dit echt heel leuk zou hebben gevonden, en net lang genoeg om kennis te maken met een enthousiast team dat er alles aan doet om de klanten zo goed mogelijk te helpen en zo de boot drijvend te houden. Want kleine boekhandels hebben het tegenwoordig al moeilijk, maar deze boekhandel is extra kwetsbaar.

De winkel is tot nader order nog open op donderdag en vrijdag, maar wellicht niet lang meer. Maar de online-shop blijft open. En kijk eens wat voor kansen dit biedt!

Niet alleen kan iedereen zich nog boeken laten sturen, want nu hebben velen van ons lekker meer tijd om te lezen, je kunt nu ook een dubbele goede daad stellen.

Bestel een boek voor iemand anders. Nu je niet op bezoek kunt gaan bij mensen waarvan je denkt dat ze het extra moeilijk hebben, kun je wel iets anders doen. Geef blijk van je bekommernis en je vriendschap door hen te verrassen met een pakje van KaDo. Zo verblijd je iemand en tegelijk houd je in deze woelige tijden dit mooie schip drijvend.

Boekhandel Kartonnen Dozen is gespecialiseerd in LGBTQ-thema’s, maar het assortiment reikt een heel eind daarbuiten. Bovendien kun je om het even welk boek bij hen bestellen. Ze hebben ook films, prachtige kinderboeken en spellen.

Verras eens een ander en/of verras jezelf!

 

PS En ze verzenden je pakje gratis vanaf 25 euro.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verliefde buschauffeur

‘Gaat u wel naar Perpignan?’ vroeg ik, ‘De bus stopt anders altijd aan de overkant.’

‘Dat hangt af van de chauffeur,’ zei de chauffeur, ‘ik stop altijd op de officiële stopplaats en die is hier, aan deze kant van de straat.’

Hij beantwoordde mijn vraag geduldig en zelfs vriendelijk.

‘Leg uw koffer maar op een zitplaats,’ zei hij nog en hij vertrok richting Prades. Bij de hoofdweg keerde hij gelukkig naar rechts, richting Perpignan.

Enigszins gerustgesteld liet ik me achterover zakken in mijn stoel, maar na een tijdje toog mijn fantasie aan het werk. Vanop mijn plaats kon ik de man observeren, hij had een fijn gezicht, hij droeg een bril op zijn spitse neus en hij glimlachte. Hij glimlachte door de grote voorruit van de bus, naar niemand, naar de straat. Hij glimlachte gewoon voor zich uit.

Alsof hij iets in gedachten had. Alsof hij iets van plan was, begon ik te denken. En ik zag me al samen met de andere passagiers ontvoerd en gegijzeld in een van de dorpen tussen Vinça en Perpignan.

Hij reed het eerste dorp in. Toen herinnerde ik mij dat de laatste bus op vrijdagavond geen expressbus is. Hij zou alle twaalf dorpen tussen Vinça en Perpignan aandoen. En dat deed hij. Hij stopte overal. En alle mensen die opstapten kregen een vriendelijk ‘bonsoir’ en soms nog een paar woordjes daarbovenop.

‘Koud hé? Oui, ça caille. Installez-vous, il fait bien chaud ici.’

In het vijfde dorp zette hij de bus aan de kant en stond op. Hij wendde zich tot het gezinnetje achter mij, een moeder met drie kinderen.

‘Il est malade le petit ? Il a vomi ?’

Hij opende een koffer boven één van de stoelen, haalde uit een rugzak een plastic zakje en gaf het aan het kind.

‘Tiens, mon petit, als je nog moet overgeven, doe het dan in dit zakje.’

En tot de moeder: ‘Dat mag u altijd vragen, mevrouw, als er eentje ziek is. N’hésitez pas.’

 

We reden verder. Het bleef stil achter mij. De chauffeur glimlachte verder de nacht in. Hij bleef glimlachen tot de eindhalte.

‘Terminus!’ riep hij vrolijk.

Hij stopte de bus, opende de deuren en riep de reizigers die vooraan wilden uitstappen een halt toe.

‘Eerst even de koffer van deze mevrouw naar beneden brengen.’ En hij tilde mijn zware koffer van de stoel en bracht hem naar de straat.

Terwijl ik controleerde of ik niets vergeten had, stapten de anderen af. Ik keek op naar de bus en zag de chauffeur door de middengang lopen en de plaats waar het zieke jongetje gezeten had, schoonmaken. Daarna ging hij weer in de chauffeursstoel zitten. Hij glimlachte nog steeds.

Voor ik het station inliep, ging ik nog even bij de deur van de bus staan.

‘Monsieur, vous êtes très gentil,’ zei ik wat onhandig.

Hij glimlachte.

‘Bonne soirée,’ zei hij.

De rest van de avond bleef ik aan hem denken. Die man was ronduit gelukkig, dacht ik. Misschien had hij net een nieuwe baan en genoot hij van zijn eerste ritten.

Of misschien is hij verliefd. Ik stelde me voor hoe hij zijn bus naar de standplaats zou brengen en vandaar naar huis zou gaan, waar iemand op hem wachtte. Dat moest het zijn.

Of zouden sommige mensen gewoon heel vriendelijk van nature zijn?

 

 

 

 

Mooi India

Ik ben geen India-kenner. Dit was pas mijn tweede India-reis in tien jaar en deze keer ben ik onvoorbereid en onbevangen vertrokken. Ik zou een reisje in het zuiden maken met mijn zus, mijn schoonbroer en hun dochter en ik zou de rest van de tijd bij hen thuis doorbrengen. Ik hoefde dus niets te organiseren en dat was pure luxe, ik kon me tijdens het reizen achterover laten zakken en rustig observeren. Laat ik beginnen met iets te schrijven over al het moois dat ik zag.

De mensen zijn er mooi. Ik houd van het Indiase type, hun lichtbruine huid, grote donkerbruine ogen, prachtige zwarte haar. De mooiste mensen (maar dat is een kwestie van smaak) zag ik lang geleden in Mombassa, Kenia, waar je mensen ziet die Afrikaanse en Indiase trekken samen hebben.

De mensen zijn er elegant. Vrouwen kleden zich in sari of in een shalwar kameez, een lange tuniek met een bijpassende broek en een elegante dupatta, een sjaal die losjes over een schouder hangt of naargelang het weer en de gelegenheid rond het bovenlichaam wordt gedrapeerd. Deze kledingwijze is van zichzelf al elegant, maar de kleuren zijn erg uitgesproken en altijd uitgekiend gecombineerd. Nergens zie je vloekende kleuren. De sari’s hebben een bijpassend bloesje, de stoffen van de tuniek, de broek en de dupatta zijn variaties op hetzelfde thema. Die elegantie zie je bij alle lagen van de bevolking. Hoe rijker de mensen hoe sjieker de stoffen, maar ook arme vrouwen, vrouwen die in dienst zijn of die op het veld of in de bouw werken, en in de sloppenwijken wonen, dragen een sari met een bloesje in de bijpassende kleur. Ook de mannen dragen hun kleding met zorg. Meestal broeken met hemd of tuniek, soms een lungi. Een lungi is een lendendoek die als een soort rok rond de heupen wordt gedrapeerd, in het zuiden wordt die rok naar boven gevouwen en vastgeknoopt zodat hij meer op een soort korte pofbroek gaat lijken.

Waar we ook kwamen, ik kon niet ophouden met kijken naar de prachtige stoffen en de wijze van dragen.

IMG_6142

Familiekiekje: mijn nichtje Shirin, met haar Indiase nichtjes.

***

De natuur is er mooi. De steden zijn vervuild en daar wordt inmiddels werk van gemaakt, maar je hoeft niet ver te gaan om mooie landschappen te zien.

 

20200212_064844

Zonsopgang in Allepey, Kerala

 

img_2840

Theeplantages in Munnar, Kerala

***

Het culturele erfgoed is oneindig en onbeschrijflijk, en soms verwaarloosd wegens te veel en te duur, en andere prioriteiten, soms met zorg gerestaureerd en prachtig gepresenteerd. Er zijn pareltjes van musea, om er maar een paar te noemen: het elegante historische museum in Mumbai, het museum van de mens en het erfgoedmuseum in Bhopal, het Mattancherry Palace in Kochi. De historische architectuur is overal aanwezig, in de steden en de dorpen. Van de imposante art deco gebouwen in Mumbai tot de tempels en paleizen in alle steden en de traditionele huisjes op het platteland.

prince-of-wales

Het historische museum in Mumbai (foto: Incredible India)

ART-DECO-MUMBAI-3-e1498737766545

Art Deco appartementsgebouwen in Mumbai (foto Lonely Planet)

 

We kennen India de laatste jaren via de media als een land met grote problemen en schrijnende situaties, maar de schoonheid, de elegantie en de waardigheid hebben op mij minstens evenveel indruk gemaakt.

Alleen jammer dat ik geen goed foto-apparaat meegenomen had. Dat staat al op mijn lijstje voor een volgende keer.

 

 

 

Creatieve uitwisseling

Er zijn duizenden mooie projecten in de wereld die onze aandacht en steun verdienen, maar niet iedereen kan of wil geld missen. Zich financieel veilig en verzekerd voelen is belangrijk. En zoals ons tijdens de veiligheidsdemonstratie in het vliegtuig geleerd wordt: trek het zuurstofmasker en het reddingsvest eerst zelf aan vooraleer je anderen gaat helpen.

Een aantal lieve mensen zijn ingegaan op mijn uitnodiging om de Sambhavna-kliniek financieel te steunen. Die steun is op dit moment hard nodig. Maar er zijn ook andere manieren dan geld geven om een organisatie te helpen.

Ik denk zelfs dat het nog meer zin heeft om na te denken over de vraag hoe we een organisatie kunnen helpen om zelfredzaam te worden. En dat denk ik niet alleen. Hulporganisaties denken meer en meer in die richting, testen allerlei strategieën uit, vallen en staan weer op. Net zoals we dat zelf ook doen. We denken soms iets goeds te doen, maar we krijgen een heel ander en soms ongewenst effect.

Laat ik vooral voor mezelf spreken. Mijn reis naar India heeft me over allerlei dingen aan het denken gezet. Hier zijn er een paar:

Het is in India niet allemaal kommer en kwel. Daar beloof ik nog minstens een bericht over te schrijven. Wat we in de media horen en zien zijn vooral dingen die flink fout zijn gegaan en die zijn er, we kunnen er niet omheen. Soms ziet het er zo hopeloos uit dat ik de armen laat zakken en ik me liever afsluit. Er zijn dichter bij huis misschien ook mensen die hulp nodig hebben, denk ik dan. 

Maar toevallig ben ik geraakt door dat ene kleine, wat verkommerde gasrampmuseum en de daaraan verbonden kliniek. En ik kies ervoor om daar iets voor te doen. 

Ik kan geld geven. Dat is nodig en het is gemakkelijk. Niets op tegen. 

Ik kan nadenken over andere manieren om te helpen. En nog beter, ik kan hardop nadenken daarover. En ik kan er schrijvend over nadenken. Elisabeth, haar dochter Shirin, en ik hebben samen hardop nagedacht over het museum. En daar kwam het volgende uit: Bij het onthaal was nauwelijks iets te koop, alleen een paar onaantrekkelijke mokken. Er lag maar één beduimeld foldertje over het museum. Als we nu eens mensen zochten die nuttige, duurzame gadgets willen ontwerpen, die we in India kunnen laten vervaardigen en die we bij het onthaal kunnen laten verkopen. We zouden zelfs een kleine museumshop kunnen inrichten. 

We blijven nog even in het denkstadium daarover. Want laat ik een kleine omweg maken. 

Ik kan mijn vaardigheden gebruiken. Schrijven is een vaardigheid. Over het gasrampmuseum schrijven is helpen. 

En laat ik eerlijk zijn: ik ben geen altruïst. Ik geloof niet eens in altruïsme, maar nogmaals, ik spreek voor mezelf. Ik doe graag iets voor iemand anders èn ik krijg graag iets terug. Dat hoeft niet rechtstreeks van die ander te komen, maar het kan komen uit de handeling van het geven zelf. Elk schrijven is namelijk oefenen en leren en hopen dat het schrijven alsmaar beter wordt. Ik schrijf over het gasrampmuseum en over mijn denken daarover en tegelijk oefen ik mijn schrijfvaardigheid. Dit noem ik creatieve uitwisseling en dat klinkt helemaal anders dan ‘liefdadigheid’. 

Heeft niet iedereen minstens één vaardigheid die je graag wilt ontwikkelen? Waarom die vaardigheid niet even inzetten voor een interessant doel en er tegelijk van leren en vaardiger worden?

Heeft iemand ideeën over wat je zelf in een museumwinkel zou willen kopen? 

Is er iemand die een nuttig en duurzaam voorwerp in bijvoorbeeld een gebatikte Indiase stof of in andere materialen wil ontwerpen?

Kan iemand een label voor die voorwerpen ontwerpen? 

Wil iemand bruikbare citaten zoeken of zelf een leuke tekst verzinnen om op mokken of T-shirts te drukken?

Dit zijn maar een paar voor de hand liggende voorbeelden. Ik ben er zeker van dat veel creativiteit onderbenut is en ligt te wachten op ontwikkeling en concrete toepassing.

Ik kijk uit naar jullie originele ideeën en/of naar jullie mening daarover. 

IMG_2098

 

 

 

 

 

Women With Weels

Het was vrijdag 7 februari, een paar minuten voor middernacht, toen ik in New Delhi aankwam. En het was tien jaar geleden dat ik in India was. In die tien jaar waren er een paar akelige nieuwsberichten over India gepasseerd, en hoe graag ik mijn zus, die een groot deel van het jaar in Bhopal woont, ook wilde gaan bezoeken, ik zag er een beetje tegenop. Ik was bang geworden om in mijn eentje in India te reizen.

Het was nacht en ik zou mijn zus ontmoeten in een luchthavenhotel, en vandaar zouden we samen verder reizen. De reis van Perpignan, over Barcelona en Munchen, naar New Delhi was vlot verlopen, maar dat ene kleine stukje van de aankomsthal naar het hotel baarde me zorgen.

‘Er kan je niets gebeuren,’ zei mijn zus, ‘neem een prepaid cab, dan kunnen ze je al niet oplichten en de ritten worden geregistreerd.’ Ik geloofde haar, dat het veilig was, maar angst is een raar beestje dat niet voor rede vatbaar is.

Op de valreep stuurde ze mij nog een artikel op de website van The Indian EXPRESS met als titel: Delhi-airport has an all women cab service now. Ik vond er de website van de Women With Weels en probeerde een rit te boeken, maar het was te laat om een antwoord te verwachten. Ik vertrok dan maar zonder reservatie, met het voornemen mijn angst de baas te blijven en me met gespeelde zelfzekerheid door de mensenmassa in de luchthaven te werken.

‘Laat in ieder geval niemand je bagage van je overnemen,’ whatsappte mijn zus nog. Tja.

Oké, ik was op alles voorbereid. Ik marcheerde naar de uitgang en negeerde elk aanbod voor hulp om mijn koffer te dragen of een taxi te zoeken. Prepaid taxi was het toverwoord en de wegwijzers waren gelukkig tweetalig èn duidelijk. In de verte zag ik de stand van Mega Cabs en daarnaast – halleluja!-  de stand van Women With Weels.

Opgetogen sprak ik de receptionist/dispatcher aan en in no time had ik een ticket vast en werd ik meegetroond naar een auto waarvan ik het merk niet meteen kon achterhalen, en werd ik voorgesteld aan de chauffeur, een wat frêle uitziende jonge vrouw. Ze bleek nog niet lang in dienst te zijn en had wat moeite om het hotel in de Aerocity te vinden, maar ik voelde me helemaal op mijn gemak. Mijn angst lag in een hoekje van de taxi weg te smelten onder de warme lucht van New Delhi en mijn blijdschap dat ik de Women With Weels gevonden had. Een halfuurtje later viel ik mijn zus om de hals.

Het is erg jammer dat dit soort initiatieven nodig zijn, maar het is een begin van verandering. Het soort verandering waarin ik absoluut wil geloven. Ik was nog graag een keer teruggekeerd naar de stand van WWW voor een gesprekje en wat meer foto’s, maar voorlopig moet ik het hiermee doen:

 

Een bezoekje aan hun website is de moeite waard: http://sakhaconsultingwings.com

“Safety and comfort

With cars equipped with GPS and panic button, our drivers are also trained to ensure your safety. Our drivers undergo rigorous self-defence and other related training to tackle any situation. When you choose a Sakha cab for your children or elderly, or you go to your own office or simply travel around the city, you are choosing a comfortable and stress-free ride for yourself and your loved ones.”

Iqbals familieverhalen

In december 1984 woonde ik in Halle bij Brussel. Mijn zus, Elisabeth, en haar Indiase man, Iqbal, woonden in Merchtem. Zij hoorden het nieuws over de ramp in Bhopal via radio en tv. Iqbal begon meteen doodongerust zijn familie te bellen, maar er was geen doorkomen aan, de lijnen waren overbelast. Pas uren later kon hij een ver familielid bereiken die hem verzekerde dat iedereen veilig was. De meesten waren naar de familieboerderij op het platteland gevlucht.

Samen met Iqbal haalden wij opgelucht adem en volgden verder het nieuws. Het klonk allemaal verschrikkelijk, maar in ‘onze’ familie was iedereen gered. De nieuwsberichten over Bhopal namen na een tijdje af in dramagehalte, duur en frequentie. Het leven ging verder. Voor ons toch.

Pas onlangs hoorde ik het verhaal over Iqbals vader, die kort na de ramp met een motorfiets over een hobbelige weg van het dorp naar de stad reed om naar achtergebleven familieleden te gaan zoeken. De rit moet minstens vijf à zes uur geduurd hebben. (Wij legden een paar dagen geleden dezelfde weg met de auto af, over een inmiddels gedeeltelijk geasfalteerde baan in twee en een half uur.)

Toen hij aankwam in de stad dacht hij dat Qayamat, de ‘dag des oordeels’ aangebroken was. Mensen en dieren (de koeien, geiten en honden die hier gewoon op straat lopen) lagen dood in de straten. De overlevenden waren al begonnen met de lijken te verbranden. Overal stonden lange rijen mensen met ernstige oogletsels of acute longaaandoeningen aan te schuiven voor eerste hulp.

Intussen sprak ik met Sarah, een nichtje in Iqbals erg grote familie. Ze heeft net haar studie biotechnologie afgerond en droomt ervan om in Duitsland immunologie te gaan studeren. Zij vertelde me dat haar grootvader haar verteld had hoe hij zand had opgegooid om te zien vanwaar de wind kwam, want hij wilde in de tegengestelde richting vluchten. Zijn vrouw weigerde het huis te verlaten. ‘Als ik moet sterven, sterf ik liever thuis,’ had ze gezegd. Ze sloten de luiken en wachtten af. En dat was hun redding, want heel wat mensen kwamen juist tijdens hun vlucht in aanraking met het gas.

Iqbals familie woont in een hoger gelegen en min of meer comfortabele (naar Indiase normen) wijk van de stad. De meeste slachtoffers vielen in de krottenwijken rond de fabrieken van Union Carbide. Zij hadden geen deuren, geen luiken in hun huizen. Zij konden zich niet afschermen en stierven ter plaatse of in hun vlucht.

Er zijn nog steeds verschillende grote krottenwijken in de stad. Daar wonen de kinderen en kleinkinderen van de slachtoffers. De kans op een leven buiten de slums is sowieso al heel klein, voor wie chronisch ziek is of een beperking heeft, is die kans nul.

Misschien zijn we individueel niet bij machte om een arme uit de sloppenwijk te halen en een nieuw leven te geven. Maar we kunnen wel de hulpverleners helpen om het lijden en ongemak van slachtoffers en kinderen van slachtoffers te verzachten. Dat is het minste dat we kunnen doen. Vele beetjes helpen. De verschillende mogelijkheden om een eenmalige of een maandelijkse kleine bijdrage te storten vind je hier: https://www.bhopal.org/donate/

Gratitude attitude

In de nieuwjaarsperiode van 2015 stuurde ik een wens de wereld in, die ik ik elke jaar zou willen herhalen, en misschien zelfs elke dag aan iedereen:

Wat ik alle mensen wens
Mijzelf inbegrepen

Sterke benen
Een helder hoofd
Een kalm hart

Zuiver water uit de kraan
Alle dagen eten
Warme kleren

Een verend bed
Genoeg dekens
Licht en vuur

Oog voor de wereld
Mildheid voor de mensen
Dagelijkse scheppingsdrang

Ik vermoed dat ik me in 2014 bewust werd van mijn welvaart en dat ik dat wilde delen. Een tijdje later merkte ik in de media meer en meer aandacht voor dankbaarheid, het was een trend die graag volgde. Ik bestelde zelfs het Dankboek van De Correspondent en noteerde gedurende een paar weken elke dag drie dingen waarvoor ik dankbaar was. Ik zeg nog steeds elke avond een soort dankwoordje voor ik in slaap val.

Maar het woord dankbaarheid vond ik niet ideaal. Het suggereert namelijk dat iets of iemand je iets geeft waarvoor je dan dankbaarheid kan voelen. Maar wie is die iets of iemand als je niet gelooft in goden of bovennatuurlijke krachten?

In veel gevallen kun je je dankbaarheid wel uiten aan iemand die iets voor je doet, of die gewoon vriendelijk of lief voor je is. Iemand doet de deur voor je open, of geeft je een glas water, of luistert naar je als je je verhaal kwijt wilt.

In mijn avonddankwoordje richt ik mijn dankbaarheid soms naar de mensen die ooit mijn huisje bouwden en zij die het later restaureerden en naar alle mensen die voor mijn bed gezorgd hebben: zij die het kader hebben gemaakt, de matras hebben ontworpen of vervaardigd, de lakens hebben genaaid enz.

Ik las ooit een verhaal over een man die een tocht ondernam om alle mensen die er mee voor zorgden dat hij ‘s morgens koffie bij het ontbijt had, persoonlijk te gaan bedanken. Ik geloof dat hij een jaar onderweg was.

Maar voor sommige dingen kun je de weldoener niet achterhalen. Soms heb je gewoon geluk, mazzel, chance.

Voor dat soort dingen vind ik het woord dankbaarheid minder geschikt. Mijn zus en ik hebben vanmorgen naar een alternatief gezocht. We vertelden elkaar hoe blij we zijn dat we in België werden geboren. Wat een enorme voorsprong ons dat ene feit gegeven heeft tegenover mensen die bijvoorbeeld in India werden geboren.

We zijn blij, maar ook het woord ‘blijdschap’ is niet toereikend. Voorlopig hou ik het bij het woord gratitude dat in meerdere talen bestaat en in het Nederlands ook niet misstaat. Het lijkt ook een beetje op attitude en die twee woorden gaan mooi samen. Gratitude in je denken en in je woordenschat opnemen is een attitude aannemen. Namelijk jezelf er voortdurend aan herinneren dat niet alles vanzelfsprekend is. In India hebben heel wat mensen:

Geen zuiver water uit de kraan

Niet alle dagen eten

Soms geen warme kleren.

Het helpt niet om ons daar slecht over te voelen. Maar gratitude attitude helpt wel. Als we ons bewust willen blijven zijn van hoe goed we het wel hebben, dan kijk je met andere ogen naar zij die minder meevallers in hun leven hebben. En de rest volgt vanzelf. Een beetje vriendelijkheid kost niets. Een beetje geld delen voelen we niet eens. En vele beetjes kunnen een groot verschil maken voor mensen die het met weinig moeten doen.

De gasramp van 1984 heeft de toekomst van verschillende generaties mensen uit Bhopal volledig verknald. Mensen verloren niet alleen hun geliefden. Zij die overleefden moesten verder met akelige ziektes en beperkingen. Er worden nog steeds kinderen met afwijkingen geboren.

Met 15 euro krijgt een kind een maand lang spraaktherapie. Meer voorbeelden: https://www.bhopal.org/donate/

De afdeling gynecologie, van de kliniek voor de gasrampslachtoffers, opgericht met de steun van de Franse journalist Dominique Lapierre, de auteur van o.a. City Of Joy en Five Past Midnight in Bhopal.

Bhopal 1984

In de nacht van twee op drie december 1984, kort na middernacht lekte meer dan veertig ton giftig gas uit een tank in een fabriek van pesticiden in Bhopal.

In de eerste uren en dagen stierven achtduizend mensen een akelige dood. Hun longen vulden zich met lichaamsvocht tot ze stikten.

Een zachte wind voerde het gas dat zwaarder was dan lucht en laag bij de grond hing, naar de dichtbevolkte oude stad. Een half miljoen mensen werden blootgesteld aan het gas.

De woorden die door de straten echoden waren: Run! Run!

Maar velen, mannen, vrouwen, kinderen waren al blind voor ze konden vluchten.

In de daaropvolgende jaren stierven meer dan vijfentwintigduizend mensen aan de rechtstreekse gevolgen van de ramp. Want niet alleen het gas was dodelijk, de site die de dag na de ramp halsoverkop verlaten werd door de directie van Union Carbide, werd niet opgeruimd en de vrijgekomen chemische stoffen vervuilden het drinkwater van dertigduizend mensen.

Vijfendertig jaar later worden nog steeds slachtoffers en kinderen van slachtoffers behandeld in klinieken die louter kunnen bestaan door giften van particulieren en door vrijwilligerswerk.

De overheid kijkt de andere kant op, en nog erger, ze blokkeren het geld dat vrijgemaakt werd voor de slachtoffers. Geld dat intussen devalueerde en te laat komt.

Er lopen al jaren rechtszaken tegen Dow Chemicals en Union Carbide, maar zij hebben nooit hun verantwoordelijkheid opgenomen, ze zijn nooit voor het Indiase gerecht verschenen en ze zeggen dat de zaak verjaard is.

Voor wie meer wil weten: https://www.bhopal.org/what-happened/union-carbides-disaster/

Voor wie de kliniek die ik vandaag bezocht wil steunen: https://www.bhopal.org/donate/

Het geld komt rechtstreeks bij hen terecht. De nood is hoog. Vandaag 19 februari was er nog niet genoeg geld voorhanden om het januariloon van de vaste medewerkers te betalen.

De ingang van het ziekenhuis, waar slachtoffers en kinderen van slachtoffers gratis behandeld worden met Ayurvedische geneesmethodes.
De wachtgangen
De bibliotheek
Het lab waar de medicijnen vervaardigd worden.
De tuin waar medicinale kruiden worden gekweekt en waar zonnepanelen de stroomonderbrekingen opvangen.