Glorianes is niet bepaald een toeristische trekpleister. Er passeren wel eens een paar doorwinterde wandelaars en af toe strijkt er een gezelschap autotoeristen neer. Dat zijn meestal gepensioneerden die zelf in de streek wonen en die nu eindelijk tijd hebben om afgelegen dorpen zoals Glorianes te verkennen. Lang blijven ze niet hangen, want behalve de kerk en het kerkhofje is er niet veel te zien.

De kerk kreeg onlangs een nieuwe deur en er zijn nog meer restauratieplannen. Momenteel krijgt het 17e-eeuwse retabel in afwachting van een heuse restauratie een behandeling om verdere aftakeling tegen te gaan.

Ook het kerkhof is aan restauratie toe. Ik was eerlijk gezegd een beetje gewend geraakt aan de wat kale aanblik van het veldje en aan de scheefgezakte kruisen. Maar deze zomer maakte een vriendin mij attent op de mogelijkheden om dit stille hofje wat op te fleuren. Er ging meteen een soort lichtje bij mij branden en kort daarna begon ik met hier en daar wat droog gras te verwijderen, en natuurlijke vetplantjes, heide en mossen in de plaats te planten.

Ik vertelde aarzelend aan een paar dorpsgenoten wat ik aan het doen was en iedereen reageerde enthousiast. Mijn plan groeide en ik diende een voorstel in bij het gemeentebestuur. En gisteravond kreeg ik groen licht om het kerkhof op te knappen. Mijn onkosten worden vergoed en ik mag een pakket struiken bestellen bij een pépinière die lokale planten kweekt.

Ik kan mijn geluk niet op. Niet alleen ga ik me de komende maanden mogen uitleven op dit stukje grond, de nieuwe bloemrijke begroeiing zal bovendien ten goede komen aan het voedselbos aan de overkant van de straat. Vlinders en bijen zullen hun hartje kunnen ophalen en ‘en passant’ het voedselbos bevruchten.

Dat is wat ik in het vorig bericht bedoelde met ‘over de omheining lonken’. Het voedselbos zou immers maar een zeer beperkte impact hebben als het binnen de omheining moet blijven. En na het kerkhof kom er misschien nog iets anders, maar voorlopig weet ik wat te doen.

Niet alleen bestaat canxatard.blog vijf jaar, ik woon ook al zolang, zelfs een paar weken langer, in dit huis, in dit dorp, op een berg.

In die vijf jaar zijn er in het dorp twee huwelijken gesloten, is er een kind geboren, heeft een gezin het dorp verlaten, en is een van de gehuwde koppels alweer aan het scheiden. Het is hier niet anders dan op andere plaatsen, alleen is het toch erg voelbaar als we plots maar met zestien zijn in plaats van met negentien.

Mijn directe buren zijn verhuisd en mijn andere buurman gaat in 2018 wwoofen in Japan, zodat ik volgend jaar waarschijnlijk helemaal alleen in de dorpskern woon. Ik moet wennen aan het idee. Maar neen, dat is geen reden om zelf ook weg te gaan. Ik wil hier heel graag zo lang mogelijk blijven.

In de voorbije vijf jaar zijn er zeker momenten geweest dat ik het wat moeilijk had. Loskomen van het land waar ik mijn hele leven had gewoond was lastig. Soms voelde het als verraad, soms voelde het als alle zekerheden verliezen. Bij tijden voelde ik me alleen, een beetje in de steek gelaten door vrienden die steeds minder e-mailden of belden. Terwijl ik het was die weggegaan was.

Waar ik het meest mee worstelde was de vraag of ik dit wel mocht doen, me afzonderen van de wereld en volop genieten van stilte en rust. Ik was me zo erg bewust van de luxe van het alleen zijn dat ik me bijna schuldig voelde. Bezwaard is misschien een beter woord. Ik voelde me bezwaard: mocht ik dit kluizenaarsbestaan wel leiden? Moest ik niet deelnemen aan het maatschappelijk leven? Moest ik me niet engageren in allerlei trendy bewegingen? Het zal wellicht aan mijn katholieke opvoeding liggen dat ik niet onbekommerd kon genieten. Ik dacht een tijdje dat ik door te schrijven een steentje kon bijdragen, iets aan de wereld kon tonen, de mildheid die ik hier ervoer kon uitdragen. Maar mijn inspiratie droogde op en ik voelde me meer en meer nutteloos.

Tot ik deze zomer deze film zag: The Salt Of The Earth, een documentaire van Wim Wenders en Juliano Ribeiro Salgado over de vader van Juliano, Sebastian Salgado, een Braziliaanse fotograaf. De man werd zielsziek van alle ellende in de wereld die hij te zien kreeg en vond uiteindelijk genezing in het herstellen van de leeg gekapte plantage van zijn familie. Zowel het werk van de fotograaf als de film over hem zijn adembenemend mooi, maar bij mij blijft vooral de boodschap hangen: door de aarde te herstellen kunnen we de mens, in de eerste plaats onszelf, genezen.

Vanaf dan kon ik mezelf groen licht geven om in dit kleine dorp, op dit stukje aarde, het herstel van een geleend lapje grond op mij te nemen. Plots wist ik wat mij te doen stond en voelde ik mij niet langer nutteloos. Met de aanleg van het voedselbos ben ik al een jaar bezig, maar nu kan ik voluit gaan en versnellen. En ik lonk al over de omheining, naar wat ik erbij kan nemen.

Dit is de zachte bocht die Canxatard.blog gaat nemen. Ik wil jullie laten delen in mijn vorderingen, ik wil jullie mijn kleine succesjes laten zien. De smaragdhagedis was er al eentje van, want volgens Wikipedia voelt hij zich prima in rommelige tuinen en boomgaarden. Ik ben dus op de goede weg.

PS De Salt Of The Earth werd deze zomer in ons dorpje in openlucht getoond. Hier een kiekje van onze cinemazaal.

20170819_191923

Vandaag bestaat canxatard.blog vijf jaar. Ik zou een overzichtje kunnen schrijven. Ik zou mijn volgers kunnen bedanken en dan een punt zetten en aan iets nieuws beginnen.

Maar net als de weg naast mijn huis, Can Xatard, is mijn blog under construction. De weg ligt helemaal open, ik moet een beetje dalen en klimmen om uit mijn huis te geraken.

Zo is het ook met canxatard.blog. Na het dalen komt het klimmen (en daarna weer het dalen en daarna weer het klimmen). Na het graven, wordt de weg opnieuw aangelegd. Ik weet al waar ik naartoe wil. Dat is toch al iets.

En ik dank jullie toch uit het diepste van mijn hart om mij al vijf jaar te volgen. Tot gauw!

Christine

De grote hazelaar die net niet bij het voedselbos hoort, maar waarvan de takken over de omheining hangen, heeft dit jaar heel wat mooie hazelnoten van zich afgeschud. Ik heb ongeveer vijf kilo noten kunnen rapen. Het hadden er meer kunnen zijn, maar een groot deel was al gekraakt voor ik de kans kreeg om ze op te rapen. Dat doen de everzwijnen. Ze zijn dus aan de rand van het voedselbos geweest, maar gelukkig zijn ze tot nu netjes buiten gebleven. Ook de dassen blijven voorlopig weg.

Slakken en kevers hebben zich deze zomer te goed gedaan aan sla en snijbieten, maar er was genoeg voor ons allemaal.

En stilaan ontdek ik meer en meer middelgrote diertjes. In het heetste van de zomer vond ik een half uitgedroogde pad tussen de aardappelen. Hij of zij liet zich gewillig douchen en kroop daarna weer onder de mulch. Voor hazelwormen voel ik voorlopig niet zoveel sympathie. Maar voor deze  smaragdhagedis haalde ik wel meteen mijn camera boven. Is ze niet prachtig? Het is een vrouwtje, denk ik.

 

20170916_141723

Geachte mijnheer of mevrouw,

In mijn fantasie bent u een gespierde man van een jaar of vijfendertig, een arbeider met een slopende baan, die op vrijdagavond doodmoe is en een hekel heeft aan boodschappen doen in de grote Carrefour van Cabestany, samen met uw vrouw en uw kinderen. Maar u zou net zo goed een vrouw kunnen zijn of een oudere man, of een jonge kerel die nog niet zo lang geleden zijn rijbewijs heeft gehaald. Ik weet het niet en ik zal het nooit te weten komen.

De reclamefolder die u onder de ruitenwisser van de voorruit had geschoven en waarop u met een rode balpen ‘Tu ne sais pas te garer, connard!’ had geschreven, heb ik verscheurd en weggegooid. Ik heb dus geen bewijsmateriaal meer en ik kan u niet laten opsporen via een grafologisch onderzoek of een dna-test.

Als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik vorige vrijdag, net als u misschien, doodmoe was en last had van de warmte. Had ik slecht geparkeerd? Het kan zijn. Maar veel keus was er niet. Ik heb mijn witte Twingo tussen twee andere auto’s gewrongen en zoals gewoonlijk gecheckt of de auto rechts van mij genoeg plaats had om de deur aan de chauffeurskant te openen. Mogelijk stond ik niet helemaal in het midden van de smalle parkeerplaats, misschien wel met een wiel tegen de witte streep aan, maar veel afwijking was er sowieso niet mogelijk.

Een vermoeid mens is minder aandachtig en het briefje onder de ruitenwisser merkte ik pas op toen ik al op de ring rond Perpignan reed. Ik zag niet meteen een veilige plek om te stoppen en te kijken wat erop geschreven stond. Ik reed dus door en stopte tien kilometer verder bij een fruitstalletje, met het idee het ene aan het andere te koppelen: wat perziken en abrikozen kopen en even kijken wat er op dat briefje stond.

Ik schrok van de boodschap. Niet alleen van de woorden en de toon waarop u mij erop wees dat ik mogelijk wat ongelukkig geparkeerd stond, maar ook van de manier waarop het met een rode balpen diep in het papier gedrukt was. Tot mijn afgrijzen merkte ik dat u met dezelfde rode balpen over de hele zijkant van mijn witte lease-Twingo had gekrast. Hoewel ik behoorlijk van streek was, ben ik toch nog fruit gaan kopen. Het perzikenseizoen is kort.

Thuisgekomen vond ik dat het te laat op de avond was om nog naar de verzekeringsagent of de garage te bellen en ik besloot er een nachtje over te slapen. Ik zou de volgende dag eerst de schade van dichtbij bekijken. Wie weet viel het nog mee.

Bij het leasecontract van mijn autootje zat een wax-certificaat en toen ik de rode krassen met een zachte spons en wat ‘savon noir’ probeerde te verwijderen, zag ik het nut in van die waslaag. Het ging eraf!

Opgelucht heb ik meteen mijn hele auto met veel zorg gewassen. En toen ik met spons en emmer bij de achterkant kwam, viel het mij opeens op dat de achterbanden er veel gladder uitzagen dan de voorbanden. Het ging meteen door mijn hoofd: als die man die kras niet had gemaakt, had ik mijn auto niet gewassen en had ik niet gemerkt dat die banden aan vervanging toe waren.

Twee dagen later reed ik naar de garage.
‘Ik geloof dat mijn achterbanden versleten zijn,‘ zei ik.
‘Dat geloof ik ook,’ zei de garagist, ‘redelijk erg versleten zelfs, we zullen ze meteen vervangen.’

Ik rijd nu met een blinkende auto en met nieuwe achterbanden, ik voel me een stuk veiliger op de weg. Ik kijk ook beter uit met parkeren en ik denk nog regelmatig aan u, mijnheer of mevrouw vandaal. Want misschien hebt u wel mijn leven gered. Als u mijn auto niet bekrast had, had ik hem niet met zoveel zorg gewassen en had ik niet gemerkt dat mijn achterbanden gevaarlijk versleten waren. Ik had kunnen slippen, of erger nog, een klapband kunnen krijgen terwijl ik 110 reed op de ‘voie rapide’ tussen Perpignan en Ille-sur-Têt. Dan zou ik nu een boeketje plastic rozen op een paal langs de kant van de weg zijn.

Op een of andere manier kan ik niet anders dan u dankbaar zijn, mijnheer of mevrouw. Maar misschien had het ook anders gekund. In een ideale wereld had u mijn wat scheef geparkeerde autootje kunnen bekijken en had u misschien ook gezien dat de groeven in de achterbanden te ondiep waren. U had dan een vriendelijk briefje kunnen schrijven: ‘Mijnheer of mevrouw, voor uw veiligheid: uw banden zijn aan vervanging toe.’ Dat had even goed gewerkt en dat had me hartkloppingen, een slapeloze nacht en fantasieën over mijn begrafenis bespaard.

Maar toch bedankt. En wie u ook bent, ik wens u een fijne tweede helft van de zomer toe.

Christine

Vandaag bracht de factrice een pakje uit Amerika (dank je, zus!), en een Courgette de Nice uit haar moestuin. (Zodat ik kan proeven hoeveel beter die smaakt dan de doodgewone courgettes uit mijn tuin. )

20170719_104521

Hoog tijd voor een stand van zaken over mijn voedselbos. Wat voorafging: sinds dit jaar heb ik van de gemeente een lap grond ter beschikking die ik naar hartenlust mag beplanten. Die lap is veel te groot voor mij alleen (700 m2), maar ik probeer er het beste van te maken.

Ik wil er graag een voedselbos installeren. Dat wil zeggen dat ik er vooral blijvende planten ga plaatsen: fruitbomen, bessenstruiken, kruiden en doorlevende groenten. Maar het zal een aantal jaren duren vooraleer ik alle gewenste planten verzameld heb en vooraleer ze zoveel plaats innemen dat minder gewenste kruiden en grassen het onderspit moeten delven.

In afwachting gebruik ik de grond om aardappelen en eenjarige groenten te telen.

Voor dit jaar heb ik al een mooi lijstje blijvers: Twee appelbomen, een perenboom, twee bosbesstruiken, twee frambozenstruiken, een aalbessenstruik en een paar aardbeienplanten. Blijvende groenten: wilde prei, wilde ui, snijbiet, groene asperges, rabarber, topinamboer, rucola, daslook en gember. Kruiden: rozemarijn, tijm, munt, romeinse kamille, bieslook, bladpeterselie, ijzerkruid, salie, dragon, bernagie, sint-janskruid.

Volgend jaar wil ik vooral de doorlevende groenten nog aanvullen met o.a. artisjokken en koolsoorten.

 

 

Intussen is het zoeken en experimenteren met gewone moestuingroenten. Wat me het beste lukt: aardappelen. Ze zijn zo gemakkelijk te telen dat ik een groot deel van de tuin daarvoor gebruik. Ik leg ze gewoon onder een dikke laag hooi en na een paar maanden liggen ze in schattige nestjes te wachten tot ze opgeraapt worden.

 

Zaaien is niet mijn sterkste punt. Ik denk soms dat de koolmezen en vriendjes denken dat ik de zaadjes speciaal voor hen in de aarde strooi. Gelukkig krijg ik af en toe jonge prei-, sla- of kolenplantjes van een buurvrouw.

Mijn tomatenstruiken zien er veelbelovend uit. Dit jaar heb ik ze wat meer ruimte gegeven en hier en daar wat opgebonden.

 

Nooit gedacht dat ik zoveel plezier zou beleven aan tuinieren. Al moet ik toegeven dat in het voorjaar wel een paar keer de moed in mijn schoenen zonk toen grassen en wilde bloemen de overhand probeerden te krijgen. Maar nu is alles onder controle…

 

 

 

Onze gite communal is nog een groot deel van de zomer vrij. En ook in het najaar is het een fijne plek. Het is een ruim en comfortabel huis met drie slaapkamers, dat zijn vijf slaapplaatsen, en een sofa waarvan je een dubbel bed kunt maken.

Het is een vakantiehuis voor natuurliefhebbers en wandelaars. Het is er erg rustig, het dorp is enkel te bereiken via een smalle bergweg. Er zijn geen winkels, geen cafés of restaurants, maar in de omgeving zijn een paar gezelligs stadjes waar je alles kunt kopen. Vooral op de markten vind je heel wat lokale specialiteiten van goede kwaliteit.

Ons dorp ligt op een uurtje rijden van Perpignan, op een uur rijden van de kust, op anderhalf uur van de Spaanse grens, op twee en een half uur rijden van Barcelona.

Glorianes ligt op 800 m hoogte. Het hoger gelegen gebergte, met onder meer de pic du Canigou, is niet ver.

Meer weten? Mail me gerust.

Oja, de prijs: voor maar 60 euro per dag huur je de hele gite.

 

 

 

Eekhoorntjesbrood, heksenboleet, girolle.

De eerste keer dat mijn brandhout geleverd werd, heb ik die vijf stères in een dag verplaatst en gestapeld. Daarna was ik een paar dagen arbeidsongeschikt.

Het jaar daarop deed ik het in twee dagen.

Vorig jaar kreeg ik hulp van de boerin en deden we het in drie dagen.

Nu versleep ik tien kruiwagens per dag, vijf ’s morgens en vijf ’s avonds. Het zal wellicht een week of langer duren. Maar met elke dag een beetje, kun je letterlijk een berg verplaatsen.

PETRA SPARK

SCHRIJVERSBLOG

Darling Doormat

Wit and Sh*t on Crete. It’s nothing anyone would ever take seriously, but it amuses me.

enerziek

Mijn burn-out-verhaal

Perdebytjie se nes

'n Blog oor die natuur en allerdaagse gebeure,wat die lewe interessant maak

annaknijptertussenuit

na een burn-out

DE RODE VALIES

VERHALEN UIT BRUSSEL

La Casa de las Mariposas

La Casa de las Mariposas

evamaaktschoon

op zoek naar datgene waar het echt om gaat

Ask the Akasha

Wisdom at Your Fingertips

Felix Sandon

Schrijver. Dichter. Doler.

Bitterkoekjes

Gedichten die ik tegenkwam, die me aanspraken, raakten, boeiden en niet meer loslieten...

Leen Huet

Leen Huets blog

Alles uit de kast

a little blog of love

Elisabeth Khan's Blog

A Writer's Journey On Three Continents