Pommes de terre

‘We hadden eigenlijk niet anders verwacht van onze Belge locale,’ zegt een van mijn dorpsgenoten, als ik vertel dat ik vooral veel aardappelen heb geplant.
‘Goed idee,’ zegt de taxichauffeuse die elke dag het buurmeisje komt halen en brengen. ‘Dat bereidt de grond voor op volgend jaar.’

Ze hebben allebei gelijk. Aardappelen planten leek mij de beste manier om de grond te testen en alvast te mulchen voor volgend jaar. Maar ik eet ook heel graag aardappelen, en niet alleen frieten. Ik heb wel al half beloofd dat, als de oogst lukt, ik voor het hele dorp frieten ga bakken. Maar daar zullen ze nog even op moeten wachten. Hier en daar komen de planten al piepen. Zou het woord piepers daarvan komen? Het is echt grappig om die kleine blaadjes hun kopjes door het stro te zien steken.

Ik heb verschillende soorten en op verschillende tijdstippen gepoot. De Cerisa-aardappelen die ik half februari al in mijn vierkante bak op het terras heb geplant, zijn het grootst. Verder heb ik nog Mona Lisa-, Bleu d’Artoise-, Pompadour-, Carolus-, Agria- , Jeannette- en Blanche-aardappeltjes geplant. Ze staan zowat overal. In de jardins familiaux, maar ook rond mijn huis op onofficiële plaatsen.

Hieronder een paar fotootjes van de permacultuurtuin, die er nog altijd wat chaotisch uitziet, maar toch stilaan vorm krijgt. En ook nog een kiekje van mijn kameraardappel Jeannette, van wie het twijfelachtig is of ze volgende maand aardappelen zal geven, maar intussen toch dienst doet als frêle kamerplant.

DSCN6219

 

Vitrine

Vorige zomer werd het licht op groen gezet voor een volkstuin in Glorianes. Het was eind juli toen ik mijn eerste stappen zette op het terrein. Ik probeerde nog gauw wat groenten te installeren, maar de oogst was mager. Het was te laat op het jaar. Toch heb ik deze winter wat spinazie, rucola, snijbiet, radijsjes en prei van eigen kweek kunnen eten.

Maar dit jaar gaat het gebeuren. Ik heb zelfs een goeroe gekozen en me een methode eigen gemaakt. Het wordt een Ruth Stout-tuin. Ruth Stout leefde van 1884 tot 1980 in de VS en experimenteerde vanaf 1944 met een no-work garden. No Work betekent: niet omploegen, niet graven, niet bewerken, niet behandelen, niet wieden, zelfs niet bevloeien. Het enige werk bestaat uit het bedekken van de tuin met een dikke laag mulch (organisch materiaal), liefst hooi als dat voorhanden is. En ook planten en zaaien natuurlijk.

Met wat moeite heb ik een baal luzerne (grassoort) van onze plaatselijke boeren los gekregen en zo gauw hij op het terrein stond ben ik beginnen mulchen. Ik had al wat perceeltjes aangelegd en die heb ik uitgebreid met meer en grotere percelen. Behalve een paar tuinbonen, groeit er voorlopig nog niets. En dus ziet mijn deel van de Jardins Familiaux er nu zo uit:

DSCN6125

Mijn buurvrouw zegt: ‘Je suis sceptique’. De andere zeggen niets, maar kijken wat bedenkelijk naar mijn constructie. De burgemeester heeft via de president van onze mini-vereniging die het tuinproject in goede banen moet leiden, laten weten dat ze hoopt dat de tuin de vitrine wordt van Glorianes. Ik zal proberen om haar niet teleur te stellen, maar ze zal wel wat geduld moeten hebben.

Vandaag kan ik helaas niets doen, en wel om deze reden:

DSCN6133

 

Jeannette

Dit jaar, het eerste jaar dat ik voluit met permacultuur kan experimenteren, ga ik een paar testen met aardappelen doen. In mijn kelder liggen een zestal verschillende soorten aardappelen te kiemen en die ga ik met tussenpozen, op verschillende plaatsen, maar wel allemaal permacultuurgewijs, planten. Dat wil zeggen: boven de grond, onder een dikke laag mulch.

Het is eigenlijk nog te vroeg om te planten, maar experimenteren mag en ik heb stiekem al een paar aardappeltjes onder een laag stro gelegd. Je weet maar nooit. En ik heb er ook eentje in een pot in de keuken geplant. Het is een Jeannette.

Jeannette kwam al heel snel boven de aarde piepen en voelt zich prima in de keuken.

DSCN6093

Zandbak

Mijn perceel in de ‘jardins familiaux’ begint er al uit te zien als een permacultuurtuin. De aanhangers van permacultuur hebben het over schijnbare chaos. Dat zeg ik dan ook maar over mijn tuin, al is het vooral chaos en niet alleen schijn.

Ik lees over permacultuur op het net en in boeken, maar eigenlijk volg ik vooral mijn neus en mijn hart. Hier zijn alvast een aantal technieken die ik toepas. ‘Technieken’ dat klinkt technisch en als hard werken, maar dat is het juist niet.

1. Niet spitten. Mijn dorpsgenoten en leden van de Patate Glorieuse vonden dat de grond, die jarenlang platgetrapt is door schapen, toch minstens een keer omgespit moest worden. Maar ik vond het idee van niet-spitten best aantrekkelijk en ook goed gemotiveerd door de perma-aanhangers. Daarom ben ik maar gewoon beginnen planten in de harde grond. De laatste tijd is de grond trouwens veel zachter geworden, omdat het af en toe geregend heeft, maar ook omdat de mollen de grond gratis omwoelen. In hun ijver duwen ze wel al eens een kool of een prei omhoog, maar dat is gauw rechtgezet. Het leuke is dat ze mooie donkere, korrelige grond naar boven brengen en die gebruik ik als zaaigrond of om oneffenheden aan te vullen.

2. Onkruid mag blijven. De grond moet immers bedekt blijven. Hier en daar moet het wat ingetoomd worden en op de plekjes waar geplant of gezaaid wordt, moet het natuurlijk weg. Ik heb zelfs wat nieuw ‘onkruid’ toegevoegd: vogelmuur en wilde roquette, want het zijn goede bodembedekkers en nog lekker ook.

3. Mulchen. Van elke boswandeling breng ik wat mulch mee: dennennaalden, varens, eikenbladeren, schors. Daarmee bedek ik de aarde rond de groenten en met de stukken schors leg ik paadjes tussen de perken aan.

4. Najaarperkjes: daarin staan spruitjes, savooien, bloemkolen, snijbieten, rucola, sla, venkel, prei en selder, wat rommelig maar gezellig door elkaar.

5. Voorjaarperkjes: perceeltjes die ik heb afgedekt met karton en mulch zodat het ondergronds gedierte de grond kan klaarmaken voor de lente.

6. Tenslotte verzamel ik planten en kruiden die hier overal in het wild staan en geef ik ze een plekje in de tuin: tijm, oregano, goudsbloemen, valeriaan, vlinderlavendel.

Ik werk niet in de tuin, ik speel als een kind in een zandbak. Het is mijn dagelijkse halfuurtje mindfulness. Als er niks te doen is, ga ik gewoon kijken hoe alles groeit.
De oogst is voor later, maar ik heb toch al twee mini-courgettes en een paar blaadjes roquette gegeten.

DSCN5702

DSCN5703

DSCN5705

DSCN5708

DSCN5709

DSCN5710

Jardins du monde

Mijn nieuwe tuin en ook die van mijn buurman begint al wat vorm te krijgen. Hij ziet er niet erg professioneel uit. Op mijn stuk staat alles door elkaar: courgettes, pompoenen (die helaas te laat waren), spruitjes, broccoli en sla. Het stuk van mijn buurman ziet er wat ordelijker uit. Tussen zijn en mijn stuk hebben we een gemeenschappelijke rij preien geplant, als een soort kromme haag (we hadden geen koordje gespannen). Ik zeg aan iedereen dat we maar wat experimenteren en dat we het vanaf de lente serieus zullen aanpakken.

Dat zei ik ook aan mevrouw Z. die gisteravond het dorp in kwam gereden. Zij en haar man hebben buiten het dorp een reuzegroot huis en een uitgestrekt domein, met daarin een jardin potager waarin alles op rijtjes staat. Ze zag er wat feestelijk uit. Ze droeg een zwarte broek en een glanzende witte bloes en ze was geheel in haar eigen stijl opgemaakt met felle kleuren. Ik stond in kaki werkkledij en op zware wandelschoenen in onze tuin (onze, wat het zijn jardins familiaux). Ze gaf me wat goede raad in verband met het bevloeien van de tuin.

Goede raad heb ik trouwens nog gekregen. Heel nuttige tips van Marie, tuinspecialiste en aanhanger van natuurlijke methoden, en ontmoedigende commentaar van een andere dorpsbewoner, die zegt dat het niets gaat worden want dat de grond te vochtig is.

Na de goede raad vroeg mevrouw Z. of ik het nieuws volgde.
‘Natuurlijk’, zei ik.
‘Heb je het gehoord van al die vluchtelingen? Ze zullen naar hier komen. Daar ben ik bang voor, want dan hebben we geen eten meer.’
‘Zo’n vaart zal het wel niet lopen’, zei ik stomverbaasd over wat ik net gehoord had.

Nu ik dit opschrijf, bedenk ik plots dat deze welgestelde mensen wellicht de oorlog hebben meegemaakt en ooit honger hebben geleden. Maar, bedenk ik er nog bij, dan zouden ze toch net … zucht.

Maar terwijl ze wegreed keek ik naar onze tuin en was ik nog meer gemotiveerd om van onze tuin een groot succes te maken. Ik droom van een tuin zoals deze sympathieke mensen er een hebben aangelegd in Moeskroen. Met zoveel groenten en fruit dat je het niet eens op krijgt en wel moet delen.