Vandaag kreeg ik mijn carte électorale. Zondag mag ik gaan stemmen. Er is één lijst met zeven kandidaten. Te nemen of te laten.
Voisine
Récipissé
Om mijn integratie in het dorp aan te zwengelen, ben ik secretaresse van de dorpsvereniging geworden. Dat geeft mij een beetje administratief werk, maar vooral af en toe vergaderingen met apéro achteraf. Het zijn bovendien gratis conversatielessen.
Zo moet ik morgen een subsidiedossier naar de mairie brengen en om een récipissé vragen. Het duurde even eer ik dat woord kon uitspreken en ik noteerde het voor mijn vocabulaire-lijstje. Céline, de onderwijzeres in het groepje gaf me het volgende ezelsbruggetje: un récit pissé. Letterlijk: een gepist verhaal. Dat zit nu verankerd, ik zal het niet meer vergeten.
Nadat ze uitgelachen waren om mijn gesukkel met dat woord (resisipee, repipisee …), vroegen ze hoe dat dan in het Nederlands klinkt. ‘Een ontvangstbewijs’, zei ik. Het was even stil. Ze probeerden maar niet om het mij na te zeggen.
Ochtendfile
Vuil
Wie denkt dat hier, op 800 m hoogte, op het einde van de wereld, alles puur is, moet ik teleurstellen. Zo was ik ook teleurgesteld toen het waterpeil van de rivier gezakt was en bleek wat er deze winter allemaal naar beneden gespoeld was. Het komt dus van hoger. Het lijkt alsof iemand een volle vuilniszak in de rivier heeft gekieperd.
Wie doet nu zoiets?
Hippie
Vanmorgen zag ik aan de rand van het bos een vos. Hij richtte zich op van het bed van eikenbladeren waarop hij blijkbaar had geslapen. Hij keek even verdwaasd in mijn richting, schoot recht en liep weg. Ik nam de moeite niet om naar mijn foto-apparaat te tasten, maar gaf mijn ogen de kost. Het was een mooi, groot dier, met een dikke rossige pels met bruine en grijzen plukken.
Een minuut later komt mijn buurman met zijn jeep aangereden. Nog onder de indruk vertel ik hem dat ik een vos heb gezien. Ik beschrijf het dier en vraag of hij denkt dat het een vos was, want helemaal zeker ben ik niet. Hij was groter dan ik mij een vos voorstel. En dan dat lange haar.
“Peut-être un renard hippie”, zegt hij.
Ik antwoord dat ik niets van die soorten ken.
“Hippie”, herhaalt hij nog eens.
Haja, grapje, ik snap het. Ik lach groen.
Ik zie hem denken, maar ik denk dat ik het ben die denkt dat hij iets denkt over mij. Zo ontstaan dus vooroordelen en misverstanden.
Rakker
Tijdens mijn wandelingen kom ik soms afgedwaalde schapen tegen. Meestal komen ze wel terecht. Ze waren gewoon niet op het appel toen de kudde verplaatst werd. Ze blijven dan een nachtje langer in het afgebakende gebied en worden de volgende dag opgehaald.
Er zijn ook al lammetjes. Ze zijn vroeg dit jaar. Te vroeg blijkbaar, want dit was helemaal niet de bedoeling. Toen de ram op bezoek kwam, bleek een groot deel van de kudde al zwanger te zijn. En aangezien de boerin niet in onbevlekte ontvangenissen gelooft, is er maar één verklaring mogelijk. Eén van de lammeren van de vorige worp, die wat langer bij de kudde mocht blijven, heeft drieëntwintig tantes en misschien ook wel zijn eigen moeder bevrucht. Hij wordt vader van veertig lammetjes.
Helaas zal hij dat zelf niet mogen meemaken, want hij is intussen ook al afgevoerd.
Curiosité
Gentillesse
Omdat het stilaan tijd werd om groenten en fruit in te slaan, ben ik vandaag nog eens naar het dal gereden. Ik had nog een beetje wintersla in een paar potten op het terras staan, maar dat was ondergesneeuwd. Dus maakte ik een lijstje van alle uitgestelde boodschappen en reed ik eerst naar de groenteboer in Vinça.
Er was een redelijke keuze aan wintergroenten en er waren zelfs sinaasappelen van eigen kweek. De dame voor mij was haar mand aan het vullen en vroeg aan de winkeljongen of het bundeltje groen dat op de toonbank lag soms winterroquette was. Toen hij dat bevestigde was ze opgetogen. ‘J’ adore la roquette’ lachte ze. Ik viel haar bij: ‘moi aussi!’ ‘Echt waar? Dan verdelen we het toch!’ En ze gaf me de helft van het bundeltje.
Daarna reed ik naar het benzinestation om mijn lege gasfles in te ruilen voor een volle. Die dingen zijn loodzwaar en toen ik hem naar mijn auto wou sleuren, kreeg ik hulp van een mijnheer die hetzelfde kwam doen. Hij tilde de gasfles ook nog eens in de koffer.
De rest van de boodschappen deed ik in de Carrefour. Ik wou het adres op mijn klantenkaart laten wijzigen want dat was nog steeds het adres van mijn ouders. Maar volgens de onthaaldame moest dat schriftelijk gebeuren. Toen ze mijn beteuterd gezicht zag, vroeg ze of ik Frans kon schrijven. ‘Oui, oui’, zei ik, lichtelijk op mijn tenen getrapt. ‘Want als het niet lukt, kom gerust terug, dan help ik u wel’ zei ze.
Zoveel vriendelijkheid op een dag, het was de verplaatsing waard.














