Hout

De dorpsmensen hadden mij gewaarschuwd: zorg dat je voldoende hout stockeert. Het kan hier koud zijn.

Ik dacht dat het wel mee zou vallen. Kou, dat kennen we toch? Ik kreeg een voorraadje van de buurman en ik dacht dat ik daar wel een tijdje mee verder kon. Maar de stapel slinkt, de buurman is op reis en ik bel vergeefs naar een leverancier van hout in het dal.

Dan maar het bos in, en hout sprokkelen zoals oude vrouwtjes in sprookjes.

De andere buren hebben mij misschien gezien, zo in het bos. Of op de terugweg met een rugzak en een boodschappentas waar takken uitsteken. Want de buurman van links en dochtertje Natacha komen vragen of ik het wel warm genoeg krijg en of ik nog hout genoeg heb.

Ik vertel dat de leverancier maar niet terugbelt en dat ik nog genoeg heb voor een dag of drie. Hij begint meteen te bellen naar een andere dorpsbewoner die zijn hout ook in Prades koopt. Ja, het is het goede nummer, maar ze hebben het vast druk nu, met die plotse kou.

Bel morgenvroeg meteen weer, zegt de buurman. Hij komt wel. Niet alle bedrijven zijn bereid om de berg op te rijden, maar deze wel. En als je hout op is, kom er dan maar bij ons halen.

Ik krijg een krop in de keel. Ik weet nog dat ik hem een beetje stuurs en zelfs onvriendelijk vond, de eerste keer dat ik hem zag.

Hier in het dorp helpen we elkaar, zegt hij. Als het zo koud is als vandaag, hebben we het allemaal koud. Maar als we kunnen, helpen we elkaar.

Hij voelt even aan het venster. Je hebt nog geluk, zegt hij. Bij ons tocht het nog veel meer.

Ik heb geluk. Dat vind ik ook.

Storm

Voor ik hier kwam wonen, vroeg ik me wel eens af of ik niet bang zou zijn, ’s nachts. Maar ik ben tot nu nog nooit bang geweest. De eerste keer dat er wind rond het huis woei, vond ik het fijn om daar naar te luisteren en te merken hoe stevig de muren en het dak waren. Ik voelde mij beschut door het kerkgebouw achter mijn huis en de rots waarop het dorp gebouwd is.

Het waait hier wel vaker, dat wist ik. Maar vannacht stormde het en het stormt nog steeds. Ik sliep onrustig en elke keer als ik wakker werd, verbaasde ik mij erover dat het nog steeds even hard woei en vroeg ik me af waar die energieke wind vandaan bleef komen. Vanmorgen vroeg vloog het raam van de woonkamer open. Vanavond moet ik de luiken sluiten, leer ik daaruit. Die zijn er niet voor niets.

Het luik aan de binnenkant van het keukenraam had ik wel dichtgedaan. Het viel mij plots op hoe oud het was. Het is waarschijnlijk het oudste stukje schrijnwerkerij in dit huis. Volgens de buren zijn onze huisjes zeshonderd jaar oud. Ik wou dat ik mij in de tijd kon verplaatsen om te zien hoe de mensen hier leefden.

De wind is ijskoud en er ligt een dun laagje korrelsneeuw. Ik denk dat ik vandaag maar bij de kachel blijf.

Vervoer

Over de praktische gevolgen van de aankoop van het huisje heb ik eerlijk gezegd niet veel nagedacht. Voor praktische problemen bestaan er meestal oplossingen. Mijn belangrijkste zorg was het geld bij elkaar krijgen en daar moesten offers voor gebracht worden en niet alleen door mij. Maar de aantrekking van de plek was zo sterk, dat ik ondanks de bezwaren die me vanuit verschillende hoeken voorgehouden werden toch maar doorzette.

Vervoer is zo’n praktisch probleem. De eenvoudigste oplossing is een auto kopen. Maar na acht jaar autovrij leven is dat voor mij geen evidente beslissing. Ik maakte een studie van het openbaar vervoer en ik werd aangenaam verrast. De lokale bussen en treinen rijden voor 1 euro per traject. In de week zijn er voldoende ritten, ’s zondags wat minder. Maar alles stopt in Vinça. Over de elf kilometer tussen Vinça en het dorp rijdt geen enkele bus.

Ik probeer me te redden zonder auto, zeg ik tegen de buren, in de hoop dat ze mij af en toe een lift zullen aanbieden. Een paar dagen per maand huur ik een auto en doe ik boodschappen. En daarna red ik me -tot nu toe- prima. Als ik echt in het dal moet zijn, ga ik te voet de berg af, krijg soms een lift, en als ik geladen ben of als het donker is, neem ik een taxi om terug te komen.

Maar een elektrische fiets zou wel leuk zijn. Zeker zo eentje die zichzelf oplaadt tijdens het dalen. De vraag is alleen waar ik die fiets ga parkeren want in het station van Vinça, waar zelfs geen loket meer is, is geen bewaakte parking.

Dus moet ik een garage huren, zeker als ik voor langere tijd wegblijf. En als ik een garage heb, dan zou ik daar ook een auto in kunnen parkeren als ik een paar weken naar België ga…

Dan toch een tweedehandse auto? Of een fiets? Of allebei? Wordt vervolgd.

Madame X

Met het oog op de aanschaf van een voertuig (een elektrische fiets of een tweedehandsauto? ) heb ik contact gezocht met een dame in Vinça, die volgens de loketbediende in het gemeentehuis, garages verhuurt.

Mevrouw N heeft een X in haar naam en dat dwingt respect af. Een X is een veel voorkomende letter in het Catalaans, zij stamt mogelijk af van een oud Catalaans geslacht.

De gepensioneerde en -aan haar huis te zien- welgestelde dame kan me vanaf 2013 een garage verhuren, maar ze wil toch graag weten met wie ze te doen heeft. Tijdens mijn eerste bezoek, vertelde ik dat ik een huis gekocht had op de berg en ze lachte me vierkant uit. Wat zoek je daar? Rust? Stilte? Haha, wacht maar tot je ziek wordt! Geen enkele dokter komt daar op huisbezoek. Vous allez crever la haut!

Erg sympathiek vond ik haar niet, maar er is qua garages niet veel keus in Vinça.

Toen ik haar een paar weken later een voorschot op de huur kwam brengen, was ze milder gestemd. Het dorp is erg veranderd, zei ze. Ze had aan een vriendin gevraagd om haar naar boven te brengen en ze waren samen rond de kerk gewandeld. Ze vroeg of ik een tafel en drie stoelen op mijn terras had staan. Ze hadden blijkbaar het poortje geopend en hadden mijn persoonlijke chemin publique betreden.

Het dorp is erg veranderd, zei ze weer, veel mooier dan twintig jaar geleden. En dat huis, dat was van monsieur Xatard, de vroegere gemeentesecretaris van Vinça. Dankzij mijnheer Xatard was ik blijkbaar een beetje in haar achting gestegen.

Vanaf januari heb ik een garage in Vinça. Nu nog een electrische fiets. Of een auto?

Water

Volgens het nieuwsbericht op radio 1 staat de grot van Maria in Lourdes onder water en dat verbaast me niets. Hier op de berg regent het al drie dagen. Nu kan je de lekken in je huis opsporen, zei mijn zus, die blijkbaar, net als ik, de kunst verstaat om overal een voordeel in te zien. Lekken zijn er niet, dacht ik, want het dak is nieuw.

Maar na drie dagen pijpenstelen, geeft zelfs mijn nieuwe dak het een beetje op. In de keuken toch. Het is maar één druppel, elke 10 seconden. Dat valt mee als ik vergelijk met de stromen water die langs het raam passeren.

Op het binnenkoertje is genoeg water gevallen om de aanleg van een zwembad te overwegen. En het meer van Vinça, waarvan het waterpeil deze zomer verontrustend gedaald was, is vast ook al bijgevuld.

Overmorgen wordt het beter, zegt de météo. Oké, één dagje regen kan ik nog wel aan.