Col du Fémur

Een col is een bergpas. Zo vertrekt er in Glorianes een pad naar de Col Des Arques, een klim waar ik de nodige courage voor moet verzamelen. En er is ook een Col d’en Xatard, waar ik de moed nog niet toe had, maar die voor het komende jaar op het programma staat.

Volgens de dictionaire kan een col ook een deel van een kledingstuk zijn of een vernauwd orgaan in het menselijk lichaam. In het ziekenhuis vertelden ze ons dat mijn moeder een fractuur heeft van de col du fémur. Het klonk als een bergpas, maar het was dus iets anders. Het is het vernauwde deel onder die bol die ons dijbeen in de heup houdt. Bij oude mensen breekt dat gemakkelijk af.

Vandaag wordt ze geopereerd. We zullen oud en nieuw voor een groot deel in het ziekenhuis doorbrengen. En weer trots zijn op haar kranigheid.

col-femur-7

Vitaminen

In een klein, afgelegen dorp wonen heeft nadelen. Dat werd me gisteren nog eens ingepeperd door een dame met wie ik in gesprek was geraakt in de Carrefour. ‘Wat ga je doen als je ziek wordt? Er is niet eens een farmacie!’ zei ze. Daar heb ik natuurlijk al over nagedacht, maar ik heb telefoon en internet, en als de satellietverbinding uitvalt, heb ik nog altijd buren.

De buren zitten trouwens niet stil. Een paar hebben het initiatief genomen om biowinterfruit en –groenten in groep aan te kopen. We mochten een bestelling doorsturen en gisteren was het zover. De schuur in het huis van Céline en Andrej zag er uit als een heuse groentewinkel. l’ Epicerie de Glorianes, grapten we. Mijn bakje stond al klaar en ik kon nog wat lekkernijen bijkopen. Mijn frisse keukentje ziet er nu ook uit als een kleine épicerie. Ik heb prei, rode en witte kolen, wortelen, rode bieten, appelsienen, citroenen, appels, peren, kiwi’s en lychees. Meer heb ik niet nodig om me een rijke madame te voelen en met al die vitaminen zal ik ook wel niet snel ziek worden.

DSCN4088

Vipère

De meeste dorpelingen doden alles wat lang en kronkelig is en geen poten heeft. Ik begreep het eerst niet zo goed, maar nu wat beter. Het onderscheid tussen een adder (vipère) en een ringslang (couleuvre) is niet altijd duidelijk. Ze kunnen allebei uiteenlopende kleuren en patronen hebben. Volgens Wikipedia zit het verschil in de ogen: de onschuldige ringslang heeft gele ogen en een ronde pupil, de relatief gevaarlijke adder heeft een verticale pupil en een soort schub boven de ogen, waardoor hij een wat boze blik krijgt. Het is zoals met de paddenstoelen, eigenlijk heb je een vergrootglas nodig en zou je het dier via meerdere bronnen moeten determineren.

Ik heb al geleerd om een ringslang te herkennen aan de gele vlekken achterop het hoofd. Dat is al iets. Vanmiddag was Cacahuète (de dakloze kat van Glorianes) er met eentje aan het spelen. Ik heb het diertje proberen te redden, maar het was al halfdood.

Een paar dagen geleden kwam ik samen met mijn nieuwe buurman terug van een wandeling. Bij het huis van de burgemeester lag een kleine slang. Het dier was niet meer te determineren want het kopje was plat. Ik vroeg aan de burgemeester, die er wat nerveus bijstond, waarom hij het had gedood.

‘Omdat het een adder is, un vipère’, antwoordde hij een beetje korzelig.

‘Hoe kan je die dan herkennen?’ vroeg ik voorzichtig.

‘Ze hebben een V op hun hoofd’ zei hij.

‘De V van vipère’, zei mijn buurman.

Ik schoot in een lach, maar de burgemeester zag er de humor niet van in.

Met een stokje probeerde ik het kopje beter te bekijken.

‘Faites attention! Eén beet van zo’n beest en je gaat dood!’

Hij haalde de slang weg met een spade. Ik kon nog net de gele vlekjes in de nek zien.

Maar hij heeft natuurlijk gelijk. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn. Ze gewoon met rust laten, lijkt mij het beste.

DSCN3954

Wilfried

Er was een tijd dat mijn moeder zich niets meer herinnerde. Met het terugkeren van haar helderheid en haar geheugen, komt ook het besef waar ze is: aan het einde van haar leven, in een huis dat het hare niet is.

Toch is ze kranig. Als ik haar een boek geef, probeert ze het te lezen. Als ik haar kennis van de Belgische politiek overhoor, speelt ze mee. Wilfried Martens was ooit eerste minister en van de CVP, weet ze nog. Ik ga verder en toon haar een overzicht van zijn leven in 50 beelden. ‘Hoe kom jij aan die foto’s?’ vraagt ze verbaasd. Ik probeer haar het internet en de nieuwsbrief van De Standaard uit te leggen. Ze schudt haar hoofd.

We overlopen de foto’s. Bij de vrouwen van Martens glimlacht ze. Van de politici kent ze er nog een paar: Tindemans, Dehaene, Decroo, en zelfs Leburton, Margaret Tatcher en Ronald Reagan. En natuurlijk koning Boudewijn.

Als ik mijn laptop dichtklap, zucht ze vergenoegd. ‘Dat was plezierig, gaan we dat binnenkort nog eens doen?’

Nu maar hopen dat er nog een bekend iemand doodgaat.

DSCN3951

Gevaar

Sinds ik in Glorianes woon, ben ik me bewuster geworden van mijn kwetsbaarheid en leef ik veel voorzichtiger. Een arm of een been breken, een enkel verstuiken in het bos, ik mag er niet aan denken dat het mij zou overkomen. Ik neem een voorbeeld aan Sapphir en zet mijn voeten wat aandachtiger neer en ik gebruik mijn handen waar nodig.

Gisteravond heb ik een heerlijke toast met heksenboleet gegeten, maar niet nadat ik de paddenstoel in drie naslagwerken gedetermineerd had. Ik ben niet bang om dood te gaan, maar liefst toch niet door een groene knolamaniet of een satansboleet, want de manier waarop is gegarandeerd afschuwelijk. Eerst verga je van de misselijkheid en de krampen en na zes dagen gaat je lever eraan.

Alvorens te plukken onderwerp ik de zwam of de boleet trouwens al aan een onderzoek. Daarvoor heb ik mijn uitrusting, die al bestond uit een speciaal paddenstoelenmes en een veldgids, aangevuld met een loep en een spiegeltje. Daar was ik omstandig mee bezig, toen ik een geweldige tik kreeg van een elektrisch geladen omheining. Het is me al vaker overkomen, maar de tik van gisteren was er eentje van groot kaliber. Ik hoorde een luide “doef” in mijn oren en kreeg een schok waarvan ik achteruit viel. Mogelijk raakte ik verschillende draden tegelijk en was ik extra geleidend omdat ik op de grond zat. Ik weet heel weinig van fysica, maar ik heb mijn lesje wel geleerd.

Toen ik tenslotte met mijn haar een beetje rechtop, en in mijn rugzak enkel een kleine heksenboleet naar het dorp terugkeerde, kwam ik de boer tegen. Hij reed in zijn 4X4 richting bos, het stuk waar ik net vandaan kwam en stapte uit om een hek te openen. Hij droeg een fluorescerend oranje T-shirt en ik dacht daar een grapje over te maken, maar hij zei dat ze (de jagers) allemaal zoiets droegen en dat hij op weg was naar een everzwijn. Na hem kwamen er meer stoere auto’s richting bos met daarin nog van die felle oranje kledingstukken.

Een half uur later hoorde ik vanop het terras schoten en hoorde ik de honden blaffen en de jagers schreeuwen. Ik was al lang blij dat ik zo verstandig was geweest om voor het invallen van het donker naar huis te komen. Want jagers, daar ben ik echt bang van.

DSCN3847

Groene knolamaniet, verantwoordelijk voor 90% van de sterfgevallen door het eten van paddenstoelen.

Keizer

In zekere zin is het paddenstoelenseizoen voor mij nu al geslaagd met de vondst van een keizeramaniet. Niet alleen is het een zeer gegeerde soort, het exemplaar dat ik vond, was er eentje uit de boekskes. Helemaal gaaf, met een prachtige gouden hoed en de ei-resten er nog aan. En hij smaakte heerlijk.

Nu zou ik dus tevreden moeten zijn, maar een mens is hebberig en ik hoop er natuurlijk nog te vinden.

DSCN3842

Collioure

In Collioure wil je niet zijn als de zon schijnt. Te veel volk. Elke keer als ik er ben, verbaas ik er mij over dat het stadje nauwelijks sporen draagt van de toeloop in de zomer.

En geloof me, Collioure is bij een bewolkte hemel even mooi als op een zonnige dag. Misschien wel mooier, omdat je er rustig kan wandelen en alles veel aandachtiger kan bekijken.

Gisteren werd ik meegetroond naar de zuidkant van de stad, de heuvels op, tot het fort Saint Elme, vanwaar je zowel Collioure als Port-Vendres kan zien, en ook heel ver op zee.

Daarna gingen we thee drinken in Hotel Les Templiers, waar de muren vol kleine schilderijen hangen van beroemdheden die er vaak over de vloer kwamen en betaalden met hun werk. Picasso en Mucha zouden er goede klanten zijn geweest. Of er nog werk van hen hangt, en of die schilderijen dan echt zijn, is een vraag waarvoor ik nog een keertje terug moet gaan.

DSCN3803 DSCN3805 DSCN3811 DSCN3824