Récipissé

Om mijn integratie in het dorp aan te zwengelen, ben ik secretaresse van de dorpsvereniging geworden. Dat geeft mij een beetje administratief werk, maar vooral af en toe vergaderingen met apéro achteraf. Het zijn bovendien gratis conversatielessen.

Zo moet ik morgen een subsidiedossier naar de mairie brengen en om een récipissé vragen. Het duurde even eer ik dat woord kon uitspreken en ik noteerde het voor mijn vocabulaire-lijstje. Céline, de onderwijzeres in het groepje gaf me het volgende ezelsbruggetje: un récit pissé. Letterlijk: een gepist verhaal. Dat zit nu verankerd, ik zal het niet meer vergeten.

Nadat ze uitgelachen waren om mijn gesukkel met dat woord (resisipee, repipisee …), vroegen ze hoe dat dan in het Nederlands klinkt. ‘Een ontvangstbewijs’, zei ik. Het was even stil. Ze probeerden maar niet om het mij na te zeggen.

Vuil

Wie denkt dat hier, op 800 m hoogte, op het einde van de wereld, alles puur is, moet ik teleurstellen. Zo was ik ook teleurgesteld toen het waterpeil van de rivier gezakt was en bleek wat er deze winter allemaal naar beneden gespoeld was. Het komt dus van hoger. Het lijkt alsof iemand een volle vuilniszak in de rivier heeft gekieperd.

Wie doet nu zoiets?

DSCN4173 DSCN4174 DSCN4175

Hippie

Vanmorgen zag ik aan de rand van het bos een vos. Hij richtte zich op van het bed van eikenbladeren waarop hij blijkbaar had geslapen. Hij keek even verdwaasd in mijn richting, schoot recht en liep weg. Ik nam de moeite niet om naar mijn foto-apparaat te tasten, maar gaf mijn ogen de kost. Het was een mooi, groot dier, met een dikke rossige pels met bruine en grijzen plukken.

Een minuut later komt mijn buurman met zijn jeep aangereden. Nog onder de indruk vertel ik hem dat ik een vos heb gezien. Ik beschrijf het dier en vraag of hij denkt dat het een vos was, want helemaal zeker ben ik niet. Hij was groter dan ik mij een vos voorstel. En dan dat lange haar.

“Peut-être un renard hippie”, zegt hij.

Ik antwoord dat ik niets van die soorten ken.

“Hippie”, herhaalt hij nog eens.

Haja, grapje, ik snap het. Ik lach groen.

Ik zie hem denken, maar ik denk dat ik het ben die denkt dat hij iets denkt over mij. Zo ontstaan dus vooroordelen en misverstanden.

Rakker

Tijdens mijn wandelingen kom ik soms afgedwaalde schapen tegen. Meestal komen ze wel terecht. Ze waren gewoon niet op het appel toen de kudde verplaatst werd. Ze blijven dan een nachtje langer in het afgebakende gebied en worden de volgende dag opgehaald.

Er zijn ook al lammetjes. Ze zijn vroeg dit jaar. Te vroeg blijkbaar, want dit was helemaal niet de bedoeling. Toen de ram op bezoek kwam, bleek een groot deel van de kudde al zwanger te zijn. En aangezien de boerin niet in onbevlekte ontvangenissen gelooft, is er maar één verklaring mogelijk. Eén van de lammeren van de vorige worp, die wat langer bij de kudde mocht blijven, heeft drieëntwintig tantes en misschien ook wel zijn eigen moeder bevrucht. Hij wordt vader van veertig lammetjes.

Helaas zal hij dat zelf niet mogen meemaken, want hij is intussen ook al afgevoerd.

Foto0010

Gentillesse

Omdat het stilaan tijd werd om groenten en fruit in te slaan, ben ik vandaag nog eens naar het dal gereden. Ik had nog een beetje wintersla in een paar potten op het terras staan, maar dat was ondergesneeuwd. Dus maakte ik een lijstje van alle uitgestelde boodschappen en reed ik eerst naar de groenteboer in Vinça.

Er was een redelijke keuze aan wintergroenten en er waren zelfs sinaasappelen van eigen kweek. De dame voor mij was haar mand aan het vullen en vroeg aan de winkeljongen of het bundeltje groen dat op de toonbank lag soms winterroquette was. Toen hij dat bevestigde was ze opgetogen. ‘J’ adore la roquette’ lachte ze. Ik viel haar bij: ‘moi aussi!’ ‘Echt waar? Dan verdelen we het toch!’ En ze gaf me de helft van het bundeltje.

Daarna reed ik naar het benzinestation om mijn lege gasfles in te ruilen voor een volle. Die dingen zijn loodzwaar en toen ik hem naar mijn auto wou sleuren, kreeg ik hulp van een mijnheer die hetzelfde kwam doen. Hij tilde de gasfles ook nog eens in de koffer.

De rest van de boodschappen deed ik in de Carrefour. Ik wou het adres op mijn klantenkaart laten wijzigen want dat was nog steeds het adres van mijn ouders. Maar volgens de onthaaldame moest dat schriftelijk gebeuren. Toen ze mijn beteuterd gezicht zag, vroeg ze of ik Frans kon schrijven. ‘Oui, oui’, zei ik, lichtelijk op mijn tenen getrapt. ‘Want als het niet lukt, kom gerust terug, dan help ik u wel’ zei ze.

Zoveel vriendelijkheid op een dag, het was de verplaatsing waard.

Sanglier

Vanmorgen zag ik oranje bewegende stippen aan de overkant van de vallei. Even later hoorde ik geweerschoten en blaffende honden. Ik heb er altijd een dubbel gevoel bij. Er zijn te veel everzwijnen in de streek, dat kan ik zelfs zien. Aan de grond die omgewoeld is in het bos, in de weiden, soms in tuinen. Maar jagen en jagers vind ik akelig. En een oplossing voor die overbevolking, weet ik ook niet meteen.

De jagers zijn zo attent om bordjes te hangen rond het gebied waar ze jagen. Daarop staat dat ze vandaag jagen en dat we met zijn allen voorzichtig moeten zijn: soyons prudent. Maar vandaag zaten ze aan de overkant en kon ik met een gerust hart hout gaan halen van de stapel die ik afgelopen zomer verdiend heb (mission bois). Dat hout ligt in een hoger gelegen weide. Elke dag haal ik wat en zo heb ik de stapel eik al bijna helemaal naar mijn huis versleept. Er ligt nu nog een hoop kastanjehout. Elke dag een beetje, dat werkt goed, voor vele dingen.

Die weide is een fijne plek om even te gaan zitten en naar de overkant van de vallei te kijken. Je kunt er de besneeuwde toppen van het Canigou-massief zien en meestal is het er doodstil. Maar vandaag niet. De jagers gaven van katoen, er was blijkbaar veel wild.

Toen ik mijn rugzak volgeladen had en naar beneden wou gaan, hoorde ik plots geritsel en gestamp. Er loopt een weg van de kam naar deze weide en daarop zag ik een everzwijn komen aanstuiven. Het dier zag er onrustig en angstig uit. Zijn pels was zo zwart als mijn trui en even dacht ik aan het fluo vestje in mijn rugzak, maar het leek mij veiliger om stil te blijven staan en te kijken wat hij zou doen.

Hij kwam in mijn richting en vreemd genoeg was ik niet bang, terwijl ik toch besefte dat ik in een onveilige positie stond. Instinctief keek ik naar de rand van de weide op zoek naar een schuilplaats.

Het everzwijn wou naar beneden lopen, maar toen zag hij mij. Het was meteen duidelijk dat hij veel banger was dan ik. Hij remde af, zwenkte naar rechts en stoof de helling op, door het struikgewas. Ik had niet eens de tijd om mijn fototoestel uit mijn broekzak te halen.

Onderweg naar huis hoorde ik nog steeds schoten en geblaf. Ik vroeg me af wat ik zou doen als ze mij zouden vragen of ik soms een everzwijn had gezien. Niets zeggen, natuurlijk. Ik hoop toch dat mijn everzwijn het gered heeft.

DSCN4100

Boules

Het plan was om iets lekkers te koken en de rest van de avond bij de kachel door te brengen, lezend of breiend, al naargelang er iets moois op de radio zou zijn. Ik zou maar niet te laat gaan slapen, want ik wou 2014 fris beginnen. De val van mijn moeder dreigde roet in het eten te gooien (ik had trek in rode kool), maar ze doorstond haar operatie met glans en ik kon gisterennamiddag met een gerust hart weer naar Glorianes rijden.

Er kwam nog iets anders op de proppen: een sms’je met een uitnodiging om tegen kwart voor twaalf naar het gemeenteplein te komen voor een “petit apéritif”. Ik was al excuses aan het bedenken, maar de burgemeester, die gisteren nog zitdag had in de mairie, verwittigde mij dat om middernacht de kerklokken geluid zouden worden. Het is eigenlijk maar één kerkklok, maar die hangt op ongeveer acht meter van mijn slaapkamerraam.

Ik hoefde mijn plan niet al te drastisch te wijzigen, maar ik moest wel wakker blijven. Voor een ochtendmens als ik is dat een opgave. Ik begon met een grote ketel soep te koken om mee te nemen. Daarna beantwoordde ik een paar e-mails, en las ik de heerlijke verhalen van Alice Munro. Rond elf uur kreeg ik het kwaad en begon ik op te ruimen. Om halftwaalf warmde ik de soep op, zette de ketel in een mand en trok ik er mee naar het gemeenteplein, letterlijk om de hoek.

We waren met zes. Een paar anderen die beloofd hadden te komen, hadden middernacht niet gehaald. We verzamelden ons rond een tafeltje met flessen wijn, bier, slivovitsj en chartreuse, maar iedereen koos voor de glühwein die in een keteltje op een fonduestel werd warm gehouden. Ondanks de volle magen, had mijn soep ook aftrek. Het was bijtend koud, maar gelukkig waaide het niet.

Om een minuut voor twaalf trokken we naar de achterkant van het kerkje waar het klokkentouw gewoon naar buiten hangt. Vanop het kerkterrasje hadden we een prachtig zicht op een heldere sterrenhemel. Andrej trok aan het touw en wij telden mee. Twee keer achter elkaar. We wensten elkaar bonne année, maar er werd niet gezoend.

Ik hoopte dat ik nu snel naar binnen kon, naar mijn kachel en naar de baksteen op mijn kachel waarmee ik mijn bed alvast kon verwarmen. Maar dat was buiten de Fransen gerekend, want die hadden een mand met ballen meegebracht.

Als er ergens met een bal wordt gespeeld, een grote of een kleine, maakt niet uit, probeer ik meestal stilletjes te verdwijnen. Maar deze keer kon ik er niet onderuit. We vormden twee ploegen: een Franse en een internationale. De Franse ploeg, met de burgemeester, Céline en Cédric, leek aanvankelijk de sterkste, maar de twee Slovaken en ik haalden snel onze achterstand in. Het was af en toe zoeken naar de groene cochonnet. Onder het licht van de lantarens was een rode vast zichtbaarder geweest. Het geaccidenteerde asfalt was ook niet ideaal, maar het plezier nam toe naarmate de warme wijn opgeraakte.

Om halftwee wonnen de internationalen met elf tegen tien. We waren allemaal verkleumd en uitgeteld, maar toch tevreden over ons spannend spel. Om kwart voor twee kon ik naar mijn warme bed, maar eerst heb ik toch nog “petanque spelen” aan mijn 2014-lijstje toegevoegd.