Hout!

Vandaag heb ik de kachel uit laten gaan. Ik kon me verwarmen aan de vijf stères hout die de vriendelijke man uit Prades in mijn straat had gestort. Hij leverde om kwart voor acht en om acht uur begon ik aan het helse karwei om alles gestapeld te krijgen. Ik begon met een paar handschoenen en een mand, maar om tien uur bracht mijn linker buurman mij een kruiwagen. Une brouette, weer een mooi woord geleerd. Dat was de enige hulp die ik kreeg, en gelukkig maar. Ik wou geen hulp en ik had al een paar mooie Franse zinnen in gedachten waarmee ik de eventueel aangeboden hulp vriendelijk maar kordaat zou weigeren. Maar het was niet nodig.

Le bois, ça chauffe plusieurs fois, grapte de burgemeester, terwijl hij met zijn handen in zijn zakken toekeek hoe ik mij uit de naad werkte om de straat weer vrij te krijgen. Er was nochtans geen haast bij. Ik hoefde het niet allemaal vandaag te doen, zei hij.  Er is namelijk maar één straat in het dorp en in die straat staat maar één huis en dat is het mijne. Rue de l’ église, zonder huisnummer dus. Face porte staat er soms bij, recht tegenover de kerkdeur.

Maar ik wou het hout in één keer binnenkrijgen en dat is me gelukt. Om zes uur was ik klaar, de straat schoongeveegd en al. En dit berichtje kan er nog net bij, maar daarna kruip ik in bed met een op de kachel opgewarmde baksteen tegen mijn stijve rug.

Autonomie?

Autonomie is een illusie en illusies hebben we nodig om onze beperkingen te ervaren en nederig te blijven. Dat heb ik zomaar uit mijn eigen mouw geschud tijdens een boswandeling die ik al even hard nodig had om te bekomen van een slopende dag.

Zo ben ik afhankelijk van de houtleverancier die hopelijk morgen of overmorgen komt en nog meer afhankelijk van la ERDF, Electricité Réseau Distribution France.

Het verbaasde me al dat ik nog steeds geen elektriciteitsrekening had gekregen, hoewel de vorige eigenares van het huis mij had verzekerd dat die wel zou komen. In plaats daarvan kreeg ik afgelopen zaterdag een brief dat de elektriciteit vandaag zou worden afgesloten als ik niet snel een contract zou nemen bij een leverancier. Ik ging meteen aan de slag en ik nam via internet -waar ik nog een graad afhankelijker van ben- een contract bij een groene maatschappij.

Vanmorgen belde ik voor alle zekerheid de ERDF en zij vroegen mij telefonisch contact te nemen met de leverancier, zodat deze op zijn beurt zou bevestigen dat ik klant was.

Bij het groene bedrijf hadden ze het blijkbaar erg druk want ik moest drie keer bellen en ik kreeg telkens het antwoord dat ze het veel te druk hadden en dat ze mij zouden terugbellen, eerst binnen het uur, daarna binnen de tien minuten.  Anderhalf uur later, kreeg ik eindelijk iemand te pakken. Na veel vijven en zessen bleek dat de jonge dame mij niet kon helpen omdat ik mij ingeschreven had op een zaterdag. Mijn gegevens waren nog niet beschikbaar en ik zou een paar dagen geduld moeten hebben. Hoe ik ook in mijn beste Frans probeerde uit te leggen dat ik zo meteen afgesneden zou worden en dat ik dan niet eens meer zou kunnen bellen, laat staan mailen, de getrainde dame van de klantendienst bleef haar boodschap herhalen tot ik de telefoon kwaad neergooide.

Ik belde weer naar de ERDF om uit te leggen dat ik alles gedaan had wat in mijn bereik lag, maar dat ik geen gehoor vond. De dame van la ERDF begon al even vriendelijk haar eigen bandje af te spelen. Ze kon niets beloven voor ze de nodige informatie van de leverancier had gekregen. Omdat ik me wat schaamde over mijn boze reactie bij de leverancier probeerde ik vriendelijk te blijven en toch aan te dringen. Maar mijn ongeduld en woede zochten een andere uitweg en tot mijn nog diepere schaamte barstte ik in tranen uit. Ik schaam me nu nog, maar het hielp.

De dame veranderde plotseling van toon. Allons, allons, ne vous mettez pas dans un tel état! Vous ne devez pas pleurer pour ça! Ik zal eens kijken wat ik kan doen.  Ze bleef een paar minuten weg en toen bleek dat ze intussen mijn gegevens van de leverancier ontvangen had! Ik vroeg maar niet hoe dat mogelijk was. Volgens haar was alles in orde, ik zou eerstdaags via mail een contract ontvangen en dat moest ik dan maar meteen in orde brengen. En neen, ze sluiten me vandaag niet af, en neen, ik hoef ook niet meer te bellen naar de leverancier.  Ik bedankte haar uitgebreid en zette meteen de wasmachine aan.

Daarna maakte ik in de kelder plaats voor het hout dat hopelijk morgen komt en ging ik voor alle zekerheid nog wat sprokkelen in het bos.

Bij mijn thuiskomst was de mail met het contract er al. Ik moet het printen, ondertekenen en terugsturen met de post. Alleen heb ik geen printer. En ook geen auto om een printer te gaan kopen.  Maar praktische problemen, daar zijn altijd oplossingen voor.

Traag

Ik houd niet van clichés en als ik de kans heb om er eentje te ontkrachten, doe ik dat. Maar vandaag kon ik er even niet omheen: in het zuiden gaat alles trager, vooral als je een vakman nodig hebt.

Ik belde naar het bedrijf dat mijn kachel leverde met de vraag of hun e-mailadres nog altijd geldig was. Ik had al drie mailtjes gestuurd en nog nergens antwoord op gekregen.

Mijn e-mail met de foto’s van de kachel –die ze gevraagd hadden- hadden ze gekregen. Dankjewel, zei die lieve eco-jongen.  En die mail met mijn vraag of ze weet hebben van een systeem dat via een periscoop meer licht in het huis brengt, hadden ze ook gekregen. Maar daar moeten ze nog even met de baas over praten.

En ja, ze zijn voor mij op zoek naar een fornuis op hout. Maar nee, tot nu hebben ze nog niets gevonden. Had u dat fornuis misschien nog deze winter gewild? vraagt hij, hoorbaar verwonderd.

Ik lach een beetje groen. Ik vertel maar niet dat we in België hoogst verontwaardigd zijn als we onze bestellingen niet binnen de week geleverd krijgen. Er wordt van mij geduld gevraagd. Ik heb geduld, zeg ik, alsof hij daar nu heel blij mee moet zijn.

Blind vertrouwen

Gisteren heb ik ongegeneerd zeven soorten paddenstoelen afgesneden en ze mee naar huis genomen. Mijn zus Helga was mee op pad en keek goedkeurend toe. Voor de wetenschap moeten soms offers gebracht worden.

De tocht was heerlijk. Het bos rook naar herfst en op een bepaalde plaats naar frangipane. Helga zag een glimp van een hert, maar ik was te laat. Mijn ogen zijn meestal op de bodem gericht.

De rivier was niet oversteekbaar en we zagen geen pad naar de andere kant van het dorp. Daarom namen we de weg gewoon terug. En dat was niet erg want de weg terug is hier meestal even mooi en interessant dan de weg heen.

Thuis ging ik aan de slag met mijn Guide Hachette 100 espèces, maar alleen de felpaarse Laccaire améthyste (amethistzwam) kon ik identificeren. Niet moeilijk met zo’n kleur. De rest had ik het raden naar. Twee mensen in het dorp verwezen me naar madame C, een dame die alles weet over paddenstoelen, planten en dieren.

Madame C woont samen met mijnheer C in een peperkoeken huisje, iets hoger op de berg. Ze hebben een “vue imprenable” op de helft van het massief van de Canigou, waar ik een beetje jaloers op ben.

Ik klopte aan en stelde me voor. Oh ja, zei ze, ik heb al over je gehoord. Ik vroeg maar niet naar wat er over mij verteld wordt. Waarschijnlijk zoiets als: ze heeft ocharme geen hout en ze gaat elke dag in het bos sprokkelen.

Ik toonde mijn paddenstoelen en hoopte op een uitgebreide wetenschappelijke uitleg, maar alles wat ze deed was een paar specimen eruit gooien. De rest mag je opeten, zei ze. Als dank gaf ik er haar een paar.

Thuis selecteerde ik er drie. Daarna twee, want de paarse was wel eetbaar, maar ik vond dat ik niet mocht overdrijven met mijn overmoed.

Dus braadde ik er eentje in de pan, waarvan ik dacht dat het een jonge cèpe de bordeaux was, maar madame C dacht het niet. Te bleek, was haar oordeel. Ik denk dat ze gelijk had, want hij was niet slecht, wat knapperig, maar hij smaakte niet naar eekhoorntjesbrood.

Daarna deed ik een voor mij -en voor de Guide Hachette 100 espèces- onbekende boleet in de pan. Ik bakte de stukjes aan weerszijden bruin en liet ze daarna nog even nagaren in de oven. Zonder look en peterselie, zelfs zonder zout en peper, proefde ik iets dat me nog lang zal heugen: mijn eerste zelf afgesneden en bereide boleet. Heerlijk.

Plukken

Het woord plukken is fout. Paddenstoelen mag je niet plukken. Een paddenstoel die je wil opeten of eh wil bestuderen, moet je met een mes afsnijden. Zo blijven de zwamvlokken in de grond en kan de paddenstoel zich voortzetten in de bodem.

Dat heb ik geleerd van de Yves en Guillaume, die mijn kachel plaatsten.

Ik zie andere mensen in het dorp plukken in plaats van snijden en ik houd mijn mond. Wie ben ik om ze de les te spellen. Een groentje, ja.

Zelf heb ik me een mooi knipmes aangeschaft en zonder mijn mes ga ik niet meer op pad. Weidechampignons en parasolzwammen herken ik nu van ver. En ook de kleine weidekringzwammetjes. Cariolets heten ze hier. Die mag je niet plukken, maar ook niet snijden. Je moet ze afpitsen met je vingernagels. En alleen maar de kleintjes, waarvan de hoedjes nog bijna gesloten zijn.

Dat zijn er dus drie die in de Guide Hachette 100 especes staan. Nog 97 soorten te gaan.

En dan bakken in boter met een heel klein beetje look en peterselie.

Fluweelboleet

De weg is belangrijker dan het doel, houd ik mezelf voor als ik weer vruchteloos op zoek ben naar die ene cèpe de bordeaux die ik zo graag zou vinden. En het is waar dat ik van alles vind, behalve het enige echte eekhoorntjesbrood.

Eerst vond ik de sneeuw op het massief van de Canigou. Ik weet niet welke pics ik vanuit het dorp kan zien. Het zijn er twee en de ene is wat dikker besneeuwd dan de andere.

Daarna vond ik weer nieuwe riviertjes met watervalletjes, die moeilijk over te steken waren, maar ik word al wat behendiger.

En aan de overkant veel interessante paddenstoelen, die ik niet durfde plukken en die zich moeilijk lieten fotograferen. Ik vind ze ook niet terug in mijn Guide Hachette Nature met 100 espèces.

Uiteindelijk vond ik een boleet, die ze hier ook cèpe noemen. Volgens het boekje is het een bolet subtomenteux, een fluweelboleet. Ik heb hem voorzichtig afgesneden en daarna had ik er een beetje spijt van want hoewel hij eetbaar is, ga ik hem toch niet opeten.

Baantje

Of het zinvol is, is misschien de vraag. Nuttig is het wel. Sinds vandaag ben ik hondenoppas bij de buren. Mijn loon zal een assortiment kruiden uit Madagaskar zijn. Zaterdag word ik betaald.

De pupillen zijn twee perfect getrainde herdershonden en een ongedisciplineerde oude boxer. Vanmorgen wilden ze niet naar buiten. Het regende te hard. Alleen Alice stak een poot over de dorpel. Maar Alice en ik zijn al wat langer bevriend en wellicht wou ze mij niet teleurstellen.

Om drie uur hield het eindelijk op met regenen. Nu wilden ze wel mee. We liepen tot het parc à moutons. Verder mocht niet. De schapen hebben herfstvakantie en hoeven niet gedreven te worden.

Alice wou het nog even bij de koeien proberen, maar ik riep haar terug. Wondere dieren, Speed, Taïs en Alice. Ze kunnen lezen en ze verstaan zelfs Nederlands.

Het gedroomde leven

Koude berglucht samen met warme zon doet wonderen. Mijn tristesse was met de wind verdwenen. Ik had zin om aan de slag te gaan en haalde de houtopslagplaats leeg. De goede stronken bracht ik naar boven. De stukken die te lang of te dik zijn hield ik apart. Mijn buurman zal ze kleiner maken met zijn zingende zaag. Het sprokkelhout brak ik in korte stukken en stapelde ik in bakken en manden. Daarna ging ik appels rapen en schaapjes fotograferen.

Is het dit nu? vroeg ik me af.  Ja, dit is het, antwoordde ik. Hier heb ik altijd van gedroomd.

Nu nog iets van werk. Iets zinvols, iets nuttigs. Maar dat komt ook nog. Ik voel het.

Op de terugweg van het bos, kwam ik twee Denen tegen. Ze wonen al 10 jaar in Eus. En ja, ze zijn content. Maar ze spreken nog maar een klein beetje Frans.

Daarna ontmoette ik de nieuwe dorpelingen. Ongeveer even nieuw als ik. Een jong paar, vol plannen. Het meisje had het erg koud en zag er wat belabberd uit. Je hebt zo van die dagen. Ook in het gedroomde leven.

Stil

Vannacht is de wind gevallen. Hij kwam met een klap naast mijn bed terecht want ik werd er wakker van. Plots was het oorverdovend stil.

En vanmorgen was het wennen aan het stilstaande landschap. Mijn brievenbus, die nochtans verzwaard is met een paar stukken rots, lag in de tuin bij de buren. Ik zette haar weer in het rijtje en stak er nog een steen bij.

Op het gemeenteplein vond ik een plekje in de zon om op de factrice te wachten. Ze nam mijn brief voor de Belgische ambassade mee en wat kleingeld voor postzegels.

De hemel is helderblauw. Het wordt een prachtige dag.