Village

Gisteren liep ik weer eens verloren, de tweede keer al deze week. Niet echt verloren, want ik zie altijd wel waar ik heen wil, maar soms vind ik geen comfortabel pad.

Het pad waarlangs ik de berg opging, was wel comfortabel en vooral heel mooi. Het was omrand met bloeiende heide en het uitzicht was in alle richtingen fabuleus. Boven op de kam, maakte ik de verkeerde keuze. Ik had wat verder moeten doorlopen tot ik een goed pad naar beneden vond. In plaats daarvan dacht ik een kortere weg te nemen, die al snel heel lastig werd en uitkwam in een oud en zeer hellend eikenbos, zodat ik min of meer van boom tot boom naar beneden moest slingeren.

Toen het wat platter werd, zag ik ruïnes tussen de bomen. Meer dan één, en ik besefte dat ik in het vroegere Glorianes beland was. Zelfs de kerk schijnt er nog te staan. Ik nam de tijd niet om te exploreren, want ik was al bijna twee uur onderweg en ik kreeg honger.

Bovendien hoorde ik schoten. Ik trok gauw een fluo hesje aan en ik haastte me naar beneden. Tijdens het afdalen kwam ik nog twee jachthonden tegen, die er wat zielig uitzagen. Ik denk dat ze hun baasjes kwijt waren. Dat gebeurt soms. Meestal vinden ze elkaar wel weer.

Nu zit ik nog altijd aan dat dorp te denken. Ik probeer het me voor te stellen met mensen in en voor hun huizen, met rokende schouwen en ezels en schapen in de stallen. Ik ga er zeker nog eens terug als er geen jacht is.

DSCN4632 DSCN4633 DSCN4634

Tentative

Er zijn mensen die ’s nachts werken. Pascal bijvoorbeeld, de bewaker van de parkeergarage en de buitenparking van het station van Perpignan. Toen ik na middernacht bij zijn wachthokje kwam aankloppen, beloofde hij dat hij meteen naar de buitenparking zou komen. Ik moest wel maken dat ik uit het winkelcentrum van El Centro del Mon wegkwam, want zo meteen zouden alle deuren sluiten. Te laat: toen ik terug wou keren waren alle toegangsdeuren naar het station en dus ook de weg naar de buitenparking afgesloten. Er zat niets anders op dan de uitgang voor de auto’s te nemen en in het donker rond het station te lopen. Dat moest er nog bij komen. Gelukkig was er nog een veiligheidsagent die een poort voor me opende en met me meeliep naar de parking. Daar stond ik dan in het griezelige donker, te wachten op de bewaker, bij mijn auto die tijdens mijn vakantie het voorwerp was geweest van een tentative de vol. Het raampje aan de zijkant achteraan was geforceerd, het dashboard was opengebroken, de bedrading losgetrokken. De stukken en ook de stang waarmee ze ingebroken hadden, lagen nog op de zetel. Mogelijk werden de dieven betrapt en sloegen ze op de vlucht. 

‘Waarom mijn klein, oud, derdehands autootje?’ vroeg ik aan de bewaker.

‘Juist daarom,’ zei hij, ‘die zijn gemakkelijker te stelen.’

Pascal gaf toe dat de buitenparking niet bewaakt wordt en dat ik op geen enkele manier via mijn parkeerticket (65 euro voor een maand) verzekerd ben. Maar hij bleef bij mij, deed alle telefoontjes naar de politie (die zich voor zoiets niet wou verplaatsen) en naar mijn eigen verzekering. De verzekering stuurde een sleepwagen, maar de man van de sleepdienst vond dat mijn auto nog berijdbaar was en dat ik er beter zelf mee naar huis reed. En zo kwam ik dan toch nog om halfdrie ’s morgens in Glorianes aan, moe, kwaad, hongerig en ook nog snipverkouden, dankzij de airco op de tgv.

In Glorianes is geen politiebureau of gendarmerie. Op het internet vond ik een gendarmerie in Vinça, maar die bleek in de praktijk niet meer te bestaan. In Ille-sûr-Tet was wel een politiebureau, ’s morgens enkel open tussen 8 en 9. Iemand toonde me de weg naar de gendarmerie, waar ik om 12 u aanbelde en te horen kreeg dat ze net tot 14 u zouden sluiten. De gendarme die mij aan de parlofoon had, kreeg blijkbaar medelijden en liet me toch binnen.

Er zijn mensen die hun werk graag doen. Laurent bijvoorbeeld, de ‘officier de police judiciaire’, die mijn pv met plezier opstelde en vingerafdrukken op mijn auto liet nemen. En dat allemaal tijdens de heilige lunch- en siëstatijd. ‘Allez hop,’ zei hij een paar keer tijdens het invullen van de documenten, ‘c’est parti’. Mensen als Laurent en Pascal maken mijn pechweek dan toch weer een beetje goed.

Marriage

Een weekend lang was het dorp overvol. Veel mooie en vrolijke mensen, jonge gezinnen, een groep Schotten mèt rokken, een overgelukkig bruidspaar.

Voor de gelegenheid hebben we de stoffige garage van het gemeentehuis leeggehaald en grondig gepoetst zodat we tot blijdschap van de burgemeester nu een heuse dorpsfeestzaal hebben. Er worden verenigingen en commissies opgericht, er zal vergaderd en gefeest worden. Als het maar niet te hard gaat.

DSCN4510 DSCN4517 DSCN4518

Vlinderles

Soms denk ik dat ik in de eerste helft van mijn leven niet veel aanwezig was. Zo kan ik me bijna niets herinneren van wat ik op school heb geleerd. Heeft iemand mij ooit naar vlinders leren kijken? Misschien dachten mijn leraars en opvoeders dat ik het ooit wel uit mezelf zou leren. Toen waren vlinders nog heel gewoon. Nu zijn ze bedreigd.

Onze dorpsgenote, mevrouw C, een kaboutervrouwtje, lief en wijs, is gestart met natuurlessen. We krijgen een les per maand. Ze wil iets van haar liefde voor dieren en planten op ons overbrengen. En daar is ze met de eerste les over vlinders alvast in geslaagd.

We kregen een korte bespreking van twaalf soorten, mooi geïllustreerd in een dossiertje, en daarna mochten we in haar tuin rondwandelen en zelf op zoek gaan. En kijk! Meteen een paar citroentjes. Gemakkelijk te herkennen want ze zijn … geel. Een tabac d’Espagne, die niets met Spanje en nog minder met tabak te maken heeft, maar toch zo heet. Verschillende demi-deuils, dambordjes in het Nederlands, herkenbaar aan het wit-zwarte blokmotief. En een moro-sphinx, die op een kolibrie lijkt, zeker als hij van een bloem snoept.

Tot mijn kinderlijke vreugde kon ik een koningspage fotograferen. Hieronder het bescheiden resultaat. De vlinder staat er wat klein op, maar de tuin en de omgeving waren ook de moeite waard.

Na de les wees mijnheer C. me nog op een abeille charpentier (blauwzwarte houtbij). Kietel haar maar, zei hij, ze steekt niet. Kietelen laat ik nog maar even zo, maar ik zal haar in de toekomst toch met minder wantrouwen bekijken.

DSCN4452

 

Compost

Het nieuwe gemeentebestuur zorgt voor allerlei praktische aardigheden. Zo zijn er nu drie plaatsen in het dorp waar we onze vuilnis kwijt kunnen. We kregen elk een speciale vuilnisbak voor verpakkingsresten en een houten compostbak met bijbehorend containertje voor de keuken. We kunnen ons geluk niet op.

Er is maar één gezin dat niet blij is met de veranderingen, de vroegere bazen van het dorp. Jammer. Een grote verzoening zit er voorlopig niet in. Integendeel, de onmacht uit zich in kleine pesterijen.

Bij mijn thuiskomst, na een paar heerlijke dagen in A, zag ik meteen dat er iets veranderd was op mijn stukje chemin public. De nieuwe compostbak was verplaatst. De plaats waar de oude composthoop had gestaan, was opgeruimd. Het was netjes gedaan, daar niet van. Maar de kruiden die ik gezaaid had op de vruchtbare bodem van de oude hoop waren ook weg.

Toegegeven, het was misschien een beetje stout van mij om basilicum en koriander te zaaien op een driehoekje grond waarvan de eigendom betwist wordt door de gemeente en mijn buren. Maar dat men het nodig had gevonden orde op zaken te stellen terwijl ik weg was, vond ik spijtig.

De dorpelingen vinden het erg dat mijn kruiden en bloemen vernietigd werden. Ik krijg moeilijk uitgelegd dat ik me niet zozeer ontriefd voel, dat het me eerder intrigeert waarom iemand zoiets doet.

Ik ga het haar/hem niet vragen. De enige manier om een conflict te beëindigen is dat het aan een kant stopt.

DSCN4480

Cèpe de B.

Als ik stop met zoeken komen de paddestoelen vanzelf op mijn pad. Dat geldt niet alleen voor paddestoelen, maar het is zo’n mooie illustratie van iets dat me al zolang bezig houdt. Zoeken is leuk en spannend, het geeft energie, zin aan het leven. Maar zoeken verengt ook het gezichtsveld. Zoeken schept verwachtingen en verwachtingen zijn valkuilen.

Vanmorgen liep ik langs een van mijn vaste wandelroutes, een schapenpad onderaan de berg. Ik had net een paar foto’s van een wolkendeken tussen de bergen genomen en was daarna helemaal in gedachten verzonken.

Het duurde dan ook even eer het tot me doordrong dat op het einde van de weg, waar ik altijd even halt houd voor ik het dorp weer inga, iets op de grond mijn aandacht trok, een ongewone ronde vorm.

Ik kon mijn ogen niet geloven, mijn eerste cèpe de bordeaux, het enige echte eekhoorntjesbrood. Een prachtig jong exemplaar, waar langs een kant al een eekhoorn of een muisje aan geknabbeld heeft, maar verder helemaal vrij is van ongewenst bezoek.

Met toch een beetje schroom, heb ik hem voorzichtig geplukt en hem een paar stappen verder aan mijnheer Cosse laten zien. Die beaamde dat het een prachtig exemplaar is en hij voegde eraan toe dat de girolles nu ook wel snel zullen opschieten. Valkuil. Nee, ik ga niet meteen naar cantharellen zoeken, al weet ik wel een plekje waar er misschien staan …

DSCN4408 DSCN4422