Om 10 u zou ze aankomen.

Om 11 u ging ik mijn post ophalen. Er ligt maar zelden iets in mijn brievenbus, maar het gaf me een gelegenheid om een glimp op te vangen van het hoog bezoek.

Op het pleintje voor de mairie stonden de maire en haar twee adjoints te wachten. De vorige burgemeester, nu tweede adjoint, had voor de gelegenheid een nette broek aangetrokken. De anderen zagen eruit alsof ze meteen na het bezoek verder zouden gaan met schapen hoeden of in de moestuin werken.

De auto van de sous-prefecte was telefonisch gesignaleerd op de slingerweg tussen Rigarda en Glorianes door de boer, echtgenoot van de eerste adjoint. Hij wist te vertellen dat de sous-prefecte vooraan naast de chauffeur zat en dat ze er lichtjes verontrust uitzag.

Terwijl we stonden te wachten, vertelde de burgemeester over haar eerste diplomatiek incident. De chauffeur van de sous-prefecte had haar gebeld om de weg te vragen en zij had, geheel volgens protocol, naar de naam en familienaam van de beller gevraagd. Hij had geweigerd om die te geven en dus had zij geweigerd om de gevraagde informatie te geven.

We hoorden motorgeronk en even later kwam een blinkende zilvergrijze auto het pleintje opgereden. Zoals gewoonlijk ontging het merk van de wagen mij. Het was in ieder geval iets dat past bij een hoge functie en hij zal wel van Franse makelij geweest zijn.

De sous-prefecte zat inderdaad naast de chauffeur en ze zat kaarsrecht op haar stoel alsof ze de hele tijd mee de weg in het oog had moeten houden. De chauffeur sprong uit de auto en liep snel naar de andere kant om haar eruit te helpen.

Ik had willen blijven, maar ik hoor nu eenmaal niet bij het gemeentebestuur. Ik wenste hun veel geluk en maakte mij uit de voeten.

Achteraf had ik toch een beetje spijt dat ik haar als gewone dorpeling niet mee verwelkomd had. Ik stel me zo voor dat ze in het eerste kwartier het incident met de chauffeur zullen uitgeklaard hebben. Daarna waren er een paar lastige dossiers te bespreken. Onze nieuwe burgemeester heeft een snelle start genomen. Er wachten ons boeiende tijden, denk ik.