Ze komen zelfs in Glorianes.
Een cadeautje van de onovertroffen mevrouw K.
‘Il pleut comme vache qui pisse’ is al een paar dagen van toepassing en aangezien ik de bergkoeien al eens zie sproeien, lijkt het mij een goed gekozen beeld. Het water loopt in de keuken langs een kant van de muur en als het zo doorgaat zal ik een paar emmers moeten klaarzetten.
Gisteren ben ik tussen de pijpenstelen door even naar het gemeentehuis geweest. Ik mocht deze keer niet stemmen, maar het is altijd leuk om er de ambiance te gaan meten. De gezichten waren niet vrolijk. Niet alleen door het slechte weer. Ook door het vooruitzicht dat de gemeenteraadsleden volgende zondag het gemeentehuis opnieuw een hele dag moeten openhouden.
De resultaten in Glorianes wijken lichtjes af van de algemene trend en tonen vooral verdeeldheid. Gespreid over drie partijen heeft links de bovenhand, en er werd ook op centrumrechts en op het FN gestemd. Er kwamen maar zeventien kiezers opdagen en ik kan het niet laten om me af te vragen wie voor wat gestemd heeft. Ik heb er het raden naar want ik besef dat ik me wel eens erg zou kunnen vergissen.
Ik ging wafels bakken voor mijn dorpsgenoten. Ik kreeg eieren van Céline, Josette bracht melk en gist mee. Ik had al een paar keer geoefend en ik had er vertrouwen in.
We spraken om drie uur af in het gemeentehuis. ’s Morgens begon ik deeg te maken. Terwijl ik de eieren splitste dacht ik aan mijn grootmoeder. Zij gaf me mijn eerste les in mindfulness. Want als je eieren splitst moet je je aandacht erbij houden. Het is me al een paar keer gebeurd dat ik het eiwit in de verkeerde kom liet glijden. En probeer de dooiers er dan maar weer uit te vissen.
Maar het ging goed. Het deeg rook lekker naar gist en vanille. Het was veel deeg. Daarom dacht ik aan een dure machine die ergens onderaan in mijn kast staat, omdat ik ze zelden gebruik. Ze kon me helpen met roeren.
Het roeren ging perfect. Het deeg werd mooi glad. Genoeg geroerd. Ik draaide aan de knop… in de verkeerde richting. Zie hieronder het resultaat. Van mezelf en van de vloer heb ik geen foto gemaakt. Het zag er ongeveer hetzelfde uit.
Ik ben kalm gebleven, heb de keuken en mezelf gefatsoeneerd en ben herbegonnen.
Het was nog wat fris om buiten te zitten, maar het was gezellig en ze vonden de wafels lekker.
Er was voor vandaag mooi wandelweer voorspeld en daarom had ik besloten om te voet de berg af te dalen. In het dal zou vriendin Sue mij ophalen en me overal naartoe brengen waar ik maar wenste te gaan. Ik heb geluk met mijn vrienden. We spraken om 12 u af aan het kerkje van Rigarda. Voor alle zekerheid vertrok ik om 10 u, want langs de asfaltweg doe ik een kleine twee uur over de afdaling.
Bij het laatste huis van het dorp zag ik Joseph, onze oud-burgemeester, in de tuin staan. Hij was hout aan het hakken en riep iets naar zijn kleinkinderen die wat verderop aan het spelen waren. Ik zwaaide met een gehandschoende hand en hij zwaaide terug.
Het was zonnig maar nog fris. Muts, sjaal en handschoenen kwamen goed van pas. Ik stapte stevig door en mijn humeur werd beter met de meter. Na een kilometer hoorde ik een auto aankomen. In gedachten oefende ik snel de zinnetjes waarmee ik zou uitleggen dat ik geen lift nodig had, want dat ik pas tegen de middag bij de kerk van Rigarda moest zijn en ik dus nog ruim de tijd had om van het mooie weer te genieten.
Het was Joseph. Ik deed mijn geoefende uitleg min of meer foutloos en toen bleek dat hij speciaal achter mij was aangereden. Hij had zich verontwaardigd afgevraagd of er dan niemand in het dorp was die mij even naar beneden had willen brengen. Ik verzekerde hem ervan dat wanneer ik via e-mail een vraag voor een lift naar Vinça naar de dorpelingen stuur, ik meteen een aanbod krijg. Maar vandaag had ik er zelf voor gekozen om naar het dal te wandelen.
Op zijn beurt verzekerde hij mij dat ik het hem altijd mocht vragen. Hij gaf me zijn telefoonnummer en benadrukte dat hij me met plezier van Glorianes naar Ille-sur-Têt (waar hij woont) zou brengen of omgekeerd.
Ik sloeg het telefoonnummer op in mijn gsm, bedankte hem en zette mijn weg verder. Hij keerde zijn auto iets verderop en reed terug naar Glorianes. Ik was geraakt door zoveel gentillesse en de dag was nog maar net begonnen.
Dan bekroop mij de venijnige gedachte dat Joseph binnen vijf jaar misschien opnieuw verkozen wil worden. Of dat hij zin had om mij zijn nieuwe tweedehandse Citroën Berlingo (slechts 11.000 km!) te demonstreren. Ik herschikte mijn gedachten, gaf Joseph het voordeel van de twijfel en zette de pas erin.
Na vier kilometer asfalt nam ik de binnenweg (raccourci) en om halftwaalf stond ik al aan de kerk. De rest van de dag praatte ik bij met Sue, slenterden we door Perpignan, lunchten we in Le Figuier (het lekkerste, vriendelijkste en helemaal niet dure restaurant van Perpignan) en brachten we een bezoek aan mijn moeder, die tot mijn verbazing de hele namiddag in het Engels converseerde.
Sue bracht me de lange weg terug naar mijn huisje, waar de kachel intussen alweer brandt en ik terugkijk op een dag om in te kaderen.
Het ging zo snel dat ik vergat te vragen of ik de tand mocht zien. Na tien minuten stond ik alweer buiten, waar een aardige dorpsgenoot die mij gebracht had, mij opwachtte in zijn auto.
Onderweg bedacht ik dat ik zelfs had moeten vragen of ik de tand mocht hebben. En nu zit ik me maar af te vragen wat de tandarts met al die tanden doet. Waarschijnlijk gooit hij ze weg. Jammer want het was een intacte tand. Alleen stond hij los en verzamelde hij pijnlijke abcessen rond de wortel.
Ik had de tand mee naar huis kunnen nemen en er foto’s van maken om onderaan deze blogpost of op facebook te zetten. Ik had er een hangertje van kunnen maken, of ik had hem in een klein kartonnen doosje kunnen steken dat ik daarna nooit meer open zou doen.
Nu fantaseer ik graag dat mijn tandarts al die mooie tanden verzamelt en er thuis kunstwerkjes mee maakt. Dat troost mij een beetje, want het is een klein verlies, maar toch een verlies.
Het goede nieuws is dat ik niks geen pijn meer heb. En ook dat het fijn was om zo van harte door een Glorianenc naar de tandarts gebracht te worden.
En wees gerust, na vandaag zal ik het niet meer over mijn tanden hebben.
Alles gaat voorbij. Zelfs tandpijn, zelfs de naweeën van een stom auto-ongeluk. Voorlopig zit ik er nog in, zowel in de tandpijn als in de naweeën, maar het einde is in zicht.
Leven zonder auto in Glorianes is niet praktisch, maar ook niet onmogelijk.
Voor vandaag werd hevige sneeuwval aangekondigd. Mijn buurman informeerde of ik genoeg voorraad in huis heb. Ja hoor, zaterdag heb ik boodschappen gedaan met de andere buurvrouw. Voorraad aanleggen en koken uit de kast kan ik ondertussen goed.
Het sneeuwen is begonnen. Het heeft al een paar keer gesneeuwd, maar vandaag hangt er een fijn gordijn van continu vallende, kleine maar stevige sneeuwvlokjes. Het is het soort sneeuw dat van plan is om een tijdje door te gaan en daarna te blijven liggen. Het is mooi om te zien. Ik heb alles in huis en vandaag is een auto zelfs nutteloos. Het sneeuwt namelijk ook in het dal. En als er beneden sneeuw geruimd moet worden, komen de bergdorpjes pas later aan bod. Het kan zelfs een paar dagen duren eer de weg vrij gemaakt wordt.
Alles gaat voorbij. Ook deze sneeuw. Van mij mag hij een paar dagen blijven liggen, maar vrijdag moet hij weg zijn. Zodat ik naar de tandarts kan en ik eindelijk verlost word van mijn kwelduivel.
Na een poging tot diefstal met schade, een panne met complicaties, viel mij nu ook een botsing te beurt. Iemand reed te hard door de bocht en de weg was te smal. Gelukkig gooide hij zich tegen de rots, anders had ik hier niet eens gezeten. Niemand gewond, wel veel schade. Mijn auto is voor de derde keer opgehaald door mijnheer Chapelle met zijn speelgoedtakelwagen. Ik denk niet dat ik hem nog terugzie.
Ik was onderweg naar het vliegveld, alles netjes ingepakt en helemaal opgetut, met het leuke vooruitzicht om morgen de verjaardag van mijn liefste vieren.
Het is de eerste keer dat ik liever ergens anders was dan in Glorianes.

La voiture maudite.