Intussen in Frankrijk – 2

Dinsdag 17 maart 2020

12.00 u. De lockdown gaat in.

12.01 u. Onze vorige/nieuwe burgemeester stuurt een attest rond dat we zelf moeten invullen: een verklaring dat we boodschappen gaan doen, naar het werk of het ziekenhuis gaan, of de hond gaan uitlaten. Dit attest moeten we kunnen voorleggen bij controle als we naar het dal gaan.

14.00 u. Een dorpsgenote belt me om te vertellen dat haar hoogbejaarde zus na een slepende ziekte is overleden en dat ze niet naar de crematie mogen. Ze vraagt ook om voorlopig niet op bezoek te komen.

15.00 u. De burgemeester stuurt een sms’je rond om te vragen of we het attest ontvangen hebben en biedt haar diensten aan.  Zou ik haar om een kilo appelen en een bos wortelen sturen?

16.00 u. Ik sta in de winterse moestuin te speuren naar iets eetbaars als ik schrik van de stem van de burgemeester.

‘Heb je je attest bij?’ vraagt ze streng.

‘Heu, nee,’ zeg ik. ‘Hier is toch geen politie?’

‘Maar ik ben hier,’ zegt ze, en ze schiet in een lach.

17.00 u. Ik ga wat houtsprokkelen en ik kom een buurvrouw tegen. Ze heeft al en hele tijd ernstige gezondheidsproblemen en is dus extra kwetsbaar. Van op afstand wisselen we wat algemeenheden uit.

18.00 u. Ik pook het vuur in de kachel op want buiten is het mistig, vochtig en koud.

18.30 u. Ik bestel het boek Vriendschap in tijden van eenzaamheid en laat het naar een zus sturen. Ik weet dat ze haar koffiemomentjes in de stad mist.

 

Vriendschap-in-tijden-van-eenzaamheid

Intussen in Frankrijk (en België)

Eigenlijk had ik me voorgenomen om de komende tijd wat minder te bloggen. Vooral om organisatorische redenen. En dan waren er ook nog die vele berichten over hetzelfde thema waar ik -vond ik- niets aan toe te voegen had.

Maar toen kwamen de kronieken uit Spanje en begon ik me af te vragen hoe het intussen in Zwitserland en Kreta zou zijn. Laat ik dan toch ook maar af en toe een stand van zaken geven over het leven in een dorp op een berg, in vreemde tijden.

Wat vooraf ging: Tien dagen geleden reisde ik naar België om er een maand in een boekhandel te gaan werken. Ik zou van de gelegenheid gebruikmaken om een hele rij vrienden en familie te zien, om mijn museumkaart eindelijk een keer te gebruiken, een paar bioscoopfilms in te halen, af en toe een Westmalle te gaan drinken en eens lekker uit eten te gaan.

Die plannen moest ik al na een paar dagen beginnen opbergen, en na het lezen van Kathleens wedervaren in Spanje, en vervolgens een paar uur twijfelen, besloot ik uiteindelijk zo snel mogelijk terug te keren naar de berg.

Gisterenmiddag nam ik de trein naar Perpignan, gelukkig maar, want vandaag of morgen zou dat misschien al niet meer mogelijk zijn geweest, en gisteravond haalde een vriendin me af van het station. In de auto luisterden we naar de toespraak van de president en begreep ik dat Kathleens verhaal nu wel snel het onze zou worden.

In het dorp aangekomen was het -zoals gewoonlijk- donker en doodstil. Wellicht zal hier weinig veranderen want ik kan me niet voorstellen dat hier opeens politie zal komen patrouilleren om te kijken of we wel in onze huizen blijven. Maar ik ben benieuwd of we met elkaar nieuwe communicatiemiddelen gaan uitproberen en of we het boodschappen doen gaan regelen. Ik wacht nog even af en geef het kersverse (sinds eergisteren) gemeentebestuur de kans om zich meteen nuttig te maken. Maar als ik zelf naar het dal moet om de voorraden aan te vullen -al probeer ik dat zo lang mogelijk uit te stellen- zal ik wel eerst even rondvragen of ik iets kan meebrengen. Tot zover mijn Franse burgerzin.

Want als ik heel eerlijk ben, gaan mijn gedachten vandaag nog vooral naar België, naar mijn vrienden en familieleden die wellicht wekenlang zullen moeten binnenblijven. En naar de boekhandel waar ik maar amper een paar dagen in de winkel kon staan. Net lang genoeg om te merken dat ik -na de stress van het inwerken- dit echt heel leuk zou hebben gevonden, en net lang genoeg om kennis te maken met een enthousiast team dat er alles aan doet om de klanten zo goed mogelijk te helpen en zo de boot drijvend te houden. Want kleine boekhandels hebben het tegenwoordig al moeilijk, maar deze boekhandel is extra kwetsbaar.

De winkel is tot nader order nog open op donderdag en vrijdag, maar wellicht niet lang meer. Maar de online-shop blijft open. En kijk eens wat voor kansen dit biedt!

Niet alleen kan iedereen zich nog boeken laten sturen, want nu hebben velen van ons lekker meer tijd om te lezen, je kunt nu ook een dubbele goede daad stellen.

Bestel een boek voor iemand anders. Nu je niet op bezoek kunt gaan bij mensen waarvan je denkt dat ze het extra moeilijk hebben, kun je wel iets anders doen. Geef blijk van je bekommernis en je vriendschap door hen te verrassen met een pakje van KaDo. Zo verblijd je iemand en tegelijk houd je in deze woelige tijden dit mooie schip drijvend.

Boekhandel Kartonnen Dozen is gespecialiseerd in LGBTQ-thema’s, maar het assortiment reikt een heel eind daarbuiten. Bovendien kun je om het even welk boek bij hen bestellen. Ze hebben ook films, prachtige kinderboeken en spellen.

Verras eens een ander en/of verras jezelf!

 

PS En ze verzenden je pakje gratis vanaf 25 euro.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Smeltwater

Na de storm
Stroomt het overal

Beekjes zwellen
Tot ruisende rivieren

Er is nu meer dan genoeg
Onze zonden vloeien naar het dal

En in dit warme vochtige huis
Kijken wij door gewassen ramen

Naar de bleke zon

We horen vogels aarzelend piepen
In schijnbaar schone bomen

Rond de plassen wacht het gras
Op onze voorzichtige voeten

(Na Gloria, januari 2020)

Belle comme…

Het nieuwe jaar is voor mij begonnen met een schijnbaar banaal, maar toch erg lief compliment. Net als vorig jaar was ik op nieuwjaarsdag uitgenodigd bij dorpsgenoten. Voor de gelegenheid trok ik een goudkleurige trui aan, een opzichtig kledingstuk dat ik nooit van mijn leven gekocht zou hebben als ik me niet in een zwak moment had laten overhalen door een getalenteerde verkoopster. Ik kocht de trui in de winter van 2018 en ik durf hem alleen in de kerst- en nieuwjaarsperiode dragen. Het grappige is dat ik er overal complimentjes over krijg. Kassiersters in de supermarkt, de verkoopster in de bakkerij, de postbediende, ze vragen allemaal waar ik die trui vandaan heb en ze zeggen ook nog eens dat hij mij heel goed staat. Ik moet bekennen dat dit me enigszins over mijn gène helpt en dat ik het zelfs leuk vind om op die manier aangesproken te worden.

Omdat de feesttijd naar het einde toe begint te bollen, trok ik de glittertrui gisteren nog eens aan. Ik verwachtte wel iets van commentaar, maar het compliment dat ik kreeg verraste me toch.

‘Mais regarde-là!’ riep buurvrouw Josette uit, ‘elle est belle comme un camion!’

Toen ze mijn verbaasde blik zag, verzekerde ze me dat de uitdrukking ‘belle/beau comme un camion’ echt bestaat.  Josette is op andere momenten ook taalkundige en mijn lerares Frans.

Ik geloofde haar, maar ik ben het toch nog even gaan opzoeken. En jawel, verschillende bronnen vermelden het ontstaan van de uitdrukking in het midden van de twintigste eeuw.

De uitdrukking heeft zich intussen in mijn taalgevoelig hoofd genesteld. Vanmorgen heb ik het eerste brood van het nieuwe jaar gebakken. Het is ‘beau comme un camion.’

En laat ik jullie nu allemaal een prachtig nieuw jaar wensen:

une belle année, belle comme un camion!

img_3052

Foto: Nabat Art Gallery – Folk Truck Art From Pakistan

 

 

En op algemeen verzoek:

 

 

20191225_102940

Verslaafd

Het is halfzeven. Over een klein uurtje gaat het donker over in licht en ik heb me voorgenomen om deze ochtend niet te gaan wandelen. Ik wil namelijk de draft voor dit bericht schrijven, maar ik weet niet of ik op mijn stoel zal kunnen blijven zitten. Ik ben namelijk verslaafd. Aan wandelen.

Het is een paar maanden geleden begonnen. Ik wandelde eerder al graag, blijkbaar had ik aanleg. En toen ik na lang zoeken een kinesitherapeute vond die me van mijn chronische rugpijn afhielp, hielp ze me meteen ook aan een nieuwe verslaving: ze raadde me aan om dagelijks een half uurtje stevig te gaan wandelen.

Dat ben ik beginnen doen en het hielp, samen met de behandeling, een intensieve manier van stretchen. Ik loop en zit nu met rechte rug en ik houd nog ongeveer vijf procent over van de chronische pijn die ik drie jaar lang dagelijks meesleepte.

Ik wandel elke ochtend, weer of geen weer. Zo gauw het buiten licht wordt, schiet ik mijn wandelkleren en -schoenen aan en ga ik de deur uit. In de zomer is dat soms al om halfzes. Nu zitten we aan halfacht. Ik kies dan naargelang het weer en de rest van mijn dagprogramma een van mijn drie trajecten: ik heb er eentje van twintig minuten, een van drie kwartier en een van een uur.

Als ik ’s morgens om een of andere reden niet heb gewandeld, dan doe ik het in de loop van de dag of ’s avonds. Dikwijls ga ik twee keer per dag. Soms heb ik zin in een derde keer, maar ik probeer het niet uit de hand te laten lopen.

Van elke tocht breng ik iets mee naar huis. Dat kunnen appels of noten zijn, paddenstoelen, takjes tijm of munt, denappels om de kachel aan te steken of afgevallen takken om te hakselen. Of soms alleen maar een idee, dat ik dan het liefst meteen uitvoer of anders noteer.

Ik kom ook elke dag dieren tegen: de dorpskatten, een slang of een pad op de straat, ritselende vogels in de struiken, schapen, koeien, een haas, een vos, wegvluchtende herten, gemzen of everzwijnen.

Vorige zondag kwam ik een mens tegen. Ze liep in pyjama met haar hond langs het twintigminutentraject. Ik herkende haar, het was Michèle, een vriendin van onze burgemeester. Ze vertelde dat ze tijdelijk bij Céline logeerde omdat ze geen huis meer had. Ze had alles weggedaan want ze vertrok de volgende dag voor onbepaalde tijd naar Martinique. Haar relatie was op de klippen gelopen, ze had haar werk opgezegd en ze wilde doen waar ze al lang van droomde: alles achterlaten en opnieuw beginnen. Ze vroeg of ik geen hinder had ondervonden van het luidruchtige afscheidsfeestje dat ze de avond tevoren hadden gehouden. Niets gehoord, zei ik. En of ik het pad kende dat een lus maakt, vroeg ze, want dat had ze als kind samen met Céline gelopen. Zeker, zei ik, en ik veranderde mijn twintigminutenplan in een tocht van een uur. Michèle, in pyjama, en hond Nora gingen mee. Onderweg vertelde ze haar plannen: ze is verpleegster en ze wil daar werk zoeken, misschien eerst vrijwilligerswerk.

Van deze wandeling nam ik alleen de herinnering aan Michèle en Nora mee naar huis. En het voornemen om te blijven wandelen, ook als ik op reis ben. Want in de steden zijn geen bossen, maar wel straten en parken, en ook dieren en mensen.

20191005_082849

Gouden randjes

Van de rubriek Silberstreifen van Le Petit Requin word ik elke weer keer vrolijk en dan denk ik: zoiets moet ik ook doen, de mooie momenten vangen en verzamelen in een overzichtje. Hier zijn er een paar.

 

 

 

 

20190804_204614

Elke avond gratis cinéma.

20190731_154034

Alle dagen fruitijsjes.

20190803_201655-1De tuin die ondanks de hitte en de droogte hard zijn best doet.

20190713_193121Een koor in ons kerkje.

20190713_204724Feestje achteraf.

20190712_211516Cacahuète en Diogène bewaken het fort.

20190809_154826Abrikozenseizoen (recept clafoutis).

 

20190708_110316Drie keer per week blovelplezier.

 

En vandaag ontbijt met heksenboleet, die paddenstoel die blauw uitslaat als je hem doorsnijdt. Nog even van geprofiteerd, want morgen reis ik naar een land waar je geen paddenstoelen mag plukken.