In de meeste kleine dorpen zijn geen winkels meer. In sommige dorpen is een bistrôt de pays, een café-eethuisje waar kranten en brood verdeeld wordt, en waar soms een kleine épicerie bij is. Dit is een formule die door de overheid aangemoedigd wordt om te vermijden dat de dorpen uitdoven.
Maar Glorianes is zelfs te klein voor een bistrôt de pays, al zou ik ze met plezier uitbaten. Er komt ook niet dagelijks een camionette met gebak en groenten en fruit langs. Zelfs niet wekelijks. Er is helemaal niets. Iedereen bakt zelf brood en wie een tuin heeft, kweekt groenten.

Maar één keer per jaar, rond kerstmis, doen we een groepsaankoop bij een natuurproducten-groothandel. Het heeft wat voeten in de aarde want de bestelling moet afgestemd worden op de volumes die de groothandel aanbiedt. Een doos witloof van 5 kg bijvoorbeeld wordt verdeeld over twee gezinnen (ik natuurlijk en een avontuurlijk Frans gezin). Hetzelfde met een net schorseneren, met een doos dadels, een zak wortelen enz. Het opstellen van de bestelling heeft veel weg van een veiling. Er wordt een lijst voorgelezen en wie een bepaalde soort groente of fruit wilt, steekt zijn of haar hand op. Dan wordt er onderhandeld over de verdeling van de aangeboden hoeveelheid.

Een vrijwilliger noteert alles, doet de bestelling en gaat een paar dagen later de groenten en het fruit ophalen. Alles wordt uitgestald in ons vergaderlokaal en wie besteld heeft mag het feest-eten afhalen. Want het is toch een beetje feest: lekker witloof en schorseneren zijn hier niet gemakkelijk te vinden. En dadels, vijgen, amandels, litchies, clementines en ananas –alles bio- op het aanrecht zijn mijn versie van kerstversiering.