We zouden met vijf zijn. Maar eentje belde af en twee anderen waren ziek. Dus waren we maar met twee om vandaag de tocht naar Serrabone te maken. Ik voelde me ook ziek, ik had te veel kerstversiering gegeten en ik had buikpijn. Maar ik durfde niet thuisblijven want ik had het initiatief genomen.

Tijdens de klim naar de bergkammen probeerde ik de krampen te negeren. Maar toen de gids-dorpsgenoot voorstelde om een omweg te maken naar ‘le puits à glace’ zag ik mijn kans schoon om voor te stellen om het bij de ijsput te houden en de afdaling naar Serrabone (waarop onvermijdelijk een klim volgt) voor een andere keer te houden.

Ondanks mijn tegenspartelende ingewanden was het toch een mooie tocht. Het wisselspel tussen zon en wolken bezorgde ons prachtige taferelen. En de puits à glace was de klim waard. Ergens bovenop een bergtop, op ongeveer 1250 m hoogte, zie je plots een aangelegde cirkel op de grond. Het midden is zwart, het is een gat in de aarde. Als je niet zou opletten zou je er zo kunnen invallen. Onder dat trechtervormige gat is een grote ruimte, een soort zaal. Daarin werd vroeger sneeuw verzameld en bewaard voor de hete zomers. Aan de zijkant van de berg is een aparte ingang om het ijs op te halen.

Het is moeilijk voor te stellen dat er genoeg sneeuw viel en dat het ijs tot de zomer bevroren bleef. Volgens Jérémy werd de voorraad aangevuld met extra ijs dat werd aangevoerd vanaf de Canigou (350 km verder en 2700 m hoog). Ik weet dat het beroep van porteur de glace bestond. De porteurs de glace van Vernet-les-Bains gingen ‘s nachts ijs van de berg kappen om het aan de hotels en kuuroorden te verkopen, die er op hun beurt hun rijke gasten mee verwenden. Of ze ook de ijsputten in de omgeving gingen aanvullen, kan ik niet terugvinden. Maar het geeft te denken. Wie waren die mannen en vrouwen die dat deden? En wie betaalde hen dan om dat te doen?

DSCN6002DSCN6009DSCN6005