Op de weg van Rigarda naar Glorianes stonden twee venetiaansblonde jongelingen met een bordje: ‘neem mij mee’. Ik trapte op de rem, reed een paar meter achteruit en manoeuvreerde me in een inham vlak voor een gevaarlijk bocht. Ik nam hen mee naar huis.

Thuis legde ik hen op het aanrecht, borstelde de aarde van hun roodgouden hoeden en kon mijn ogen niet geloven. Twee volwassen keizeramanieten. Zo genoemd omdat ze zeer gesmaakt werden door Romeinse keizers en soms tot een verschrikkelijke dood leidden, omdat de geurige schotels expres vermengd werden met giftige groene knolamanieten.

Nee, de keizeramaniet, ook wel de keizer van de paddenstoelen genoemd, is een heerlijke en volstrekt onschadelijke paddenstoel. Hij is prachtig om te zien. Hij heeft een mooie roodgouden hoed en een felgele steel die uit een knalwit ei groeit. Vooral dat ei maakt hem zo herkenbaar.

En is dit geen mooie gelegenheid om het nog eens over mijn paddenstoelenpassie te hebben?

Een paar jaar geleden, toen ik hier kwam wonen, wist ik dat in deze streek paddenstoelen te vinden waren. Ik had hier en daar een verdroogd exemplaar langs de weg zien liggen. Ik ging op zoek en ik vond bitter weinig. In onze dorpsvereniging stuitte mijn voorstel om samen paddenstoelen te gaan zoeken op felle weerstand van een van de boeren. Ik kwam erachter dat paddenstoelengeheimen nog beter bewaard worden dan bedgeheimen. Er werd mij zelfs uitdrukkelijk aangeraden om niet te verklappen waar ik al eens een weidechampignon of een girolle gevonden had. Honderden kilometers heb ik gewandeld in de hoop eekhoorntjesbrood of morieljes te vinden.

Vorig jaar, na een natte zomer, vond ik in de bossen eekhoorntjesbrood en verschillende even lekker smakende familieleden: fluweelboleet, heksenboleet, bronskleurig eekhoorntjesbrood. Ik hoefde niet eens op zoek te gaan, ze stonden overal. In de weiden stonden parasolzwammen met tientallen bij elkaar en lagen reuzenbovisten zo groot als meloenen.

En dit jaar vind ik zomaar keizeramanieten. Oronges (met een o), heet dat hier. Ze hebben als ze jong zijn en als hun hoed nog op de bodem ligt wel iets van oranges, appelsienen.

‘Wie zoekt, die vindt’, klopt volgens mij niet. Als je hard zoekt, verlies je veel uit het oog. Sommige dingen laten zich vinden, als de tijd er rijp voor is en de weersomstandigheden geschikt zijn. Zo is dat met paddenstoelen. Zo is dat ook met inspiratie en met andere dingen in het leven.

En voor wie zich zorgen maakt over het paddenstoelenbestand in Glorianes: ik pluk alleen wat ik dezelfde dag nog kan opeten. Ik laat er meestal nog wat staan voor de dieren of voor andere liefhebbers. En het goede nieuws is dat paddenstoelen altijd terugkomen, of je ze plukt of niet. Het maakt ook niet uit of je ze afsnijdt of plukt, al is het altijd beter om alleen mee te nemen wat je gaat opeten en de rest bij de aarde te laten.

Alleen weet je nooit wanneer ze terugkomen. Dat hangt blijkbaar af van het verloop van een seizoen. Een zomer waarin af en toe wat regen valt is ideaal. Ik kijk alle dagen even naar het weerbericht en ben altijd blij als er regen wordt voorspeld. Yes.

DSCN5460

DSCN5461

DSCN5467